Archief

Programma voorjaar 2017
Betrokken blijven bij onze samenleving

In de leesgroep Speling met elkaar op zoek gaan naar de onderstromen van een turbulente en verhitte maatschappij

Speling*  is een driemaandelijks tijdschrift voor bezinning. Het tijdschrift geeft ruimte aan eigentijdse spiritualiteit , die midden in het leven staat,  en zoekt daarin naar verdieping. Het qua vorm en inhoud steeds weer prachtig uitgegeven blad bestaat al vanaf 1948. Sindsdien is de belangstelling voor spiritualiteit alleen maar toegenomen. Speling is al die jaren een toonaangevend tijdschrift geweest van christelijke spiritualiteit.
Dit jaar  is het jaarthema betrokken blijven. We worden overstelpt met opinies. Ook in de politiek  is het een en al botsende meningen en bevochten standpunten. Dat is allemaal oppervlakte. Speling wil  zich in deze zoektocht richten op de onderstromen van verlangen naar vrede, naar de grote vragen en naar het onbehagen.

Met een spirituele bril kijken wij hoe wij staan in de wegwerp-maatschappij, te midden van agressie, in kwetsbaarheid en chaos.
In heel het land bestaan Speling-leesgroepen. Ook bij het KCS in Haarlem  komen we vier keer per jaar bijeen om onze ervaringen bij het lezen te delen.  Het is een doorgaande groep. Momenteel bestaat de leesgroep inclusief de begeleiders uit 12 personen. Nieuwe deelnemers zijn welkom.  We komen ’s avonds bij elkaar om ook werkende mensen gelegenheid te geven deel te nemen.

 

*Een jaarabonnement op het tijdschrift Speling kost € 27.50 en is te bestellen

bij Drukkerij Giannotten bv,  Postbus  9228,  5000  HE  Tilburg,

Tel: 013-542 50 50, E-mail: speling@gianottenprintedmedia.nl

 

 

Dagen                Vier dinsdagavonden (19.30–22.00 uur)
Data                   6 sep. – 6 dec – 7 mrt – 6 juni
Kosten                40 euro per jaar

Begeleiding      Joanne Kruijswijk Jansen en Krijn Kramer

Relaties tussen generaties – Filmcyclus

Uit ervaring weten we hoe lastig de relaties tussen de generaties kunnen zijn. Verandering van de tijdgeest én verandering van levensfase maken de banden tussen mensen uit verschillende generaties niet vanzelfsprekend. Neem de 70-jarige van nu. Die stond én onder invloed van de onstuimige jaren 60 én is inmiddels aanbeland in de laatste levensfase. Zijn of haar kinderen en kleinkinderen ondergaan heel andere invloeden. Prima, maar niemand zit te wachten op een kloof! Elke ouder wil een goede relatie met zijn kinderen, elke grootouder met zijn kleinkinderen, en andersom. Hoe kunnen we die banden herstellen? We verkennen het thema ‘relaties tussen generaties’ aan de hand van drie films: The Way, In a better world en Volver.

 

The Way. Deze liefdevolle film uit 2010 van de Amerikaanse regisseur Emilio Estevez speelt zich af op de beroemde pelgrimsroute Camino de Santiago. Tom, een oogarts, reist af naar Saint Pied le Port om de stoffelijke resten op te halen van zijn zoon Daniel die is omgekomen op de Camino. Hij had een moeizame relatie met zijn zoon en in een opwelling besluit hij diens tocht af te maken. Hij sjort Daniels rugzak om, neemt zijn as mee en gaat op pad. Hoewel hij eigenlijk geen gezelschap wil, komt Tom er al snel achter dat je op de Camino vaak samen optrekt. Drie wandelaars van de leeftijd van zijn overleden zoon, sluiten zich spontaan aan: Joost uit Nederland, Sarah uit Canada en Jack uit Ierland. Langzaam maar zeker verdwijnt de kloof tussen Tom en de drie anderen. Ze stellen zich open op naar elkaar en leren zo hun eigen pijn en zwakheden te accepteren. Het wandelen over de Camino, dwars door prachtige Franse en Spaanse landschappen, wordt tot een metafoor van inspiratie, zelfkennis en hoop.

 

In a better world. Deze intense Deense film uit 2010 van Susanne Bier vertelt een indringend verhaal over pesten en rouw, wraak en vergeving. Na de dood van zijn moeder verhuist de elfjarige Christian samen met zijn vader vanuit Engeland naar Denemarken om bij oma te gaan wonen. Op zijn eerste schooldag ziet hij hoe zijn timide klasgenoot Elias gepest wordt. Christian straft de pestkop genadeloos af en vanaf dat moment worden de twee jongens onafscheidelijk. Ze hebben dan ook genoeg gemeen. Christiaan is boos en vraagt zich af of zijn vader wel genoeg gedaan heeft om zijn moeder te redden. Elias is verdrietig omdat zijn ouders gescheiden leven. Hun gedrag wordt van kwaad tot erger en de volwassenen kunnen daar weinig tegen uitrichten. De pacifistische houding van de vader van Elias blijkt zelfs averechts te werken! Er moet een kleine ramp gebeuren om de jongens te redden, tot inkeer te brengen en de banden te herstellen. Maar dan zijn we ook in een betere wereld beland.

 

Volver. Deze eigenzinnige film van de Spaanse regisseur Pedro Almodovar uit 2008 is een ode aan de  overlevingskracht van vrouwen. De film vertelt het tragikomische verhaal van drie generaties vrouwen die de oostenwind, het vuur, de waanzin en zelfs de dood overleven. Dit dankzij hun goedheid, hun leugens en hun grenzeloze levendigheid. Volver is een kleurrijke en opgewekte film over leven en dood – al moet gezegd dat gruwelijke sterfgevallen hier niet worden geschuwd! Maar het is allemaal te verdragen omdat de grens tussen de levenden en de doden nog poreus is daar in La Mancha, het land van Don Quichote. Hier zijn de katholieke rituelen nog stevig verankerd in de samenleving – evenals het geloof dat de geesten van de doden kunnen rondwaren onder de levenden. Volver betekent terugkeren en vertelt het verhaal van de terugkeer van een dode moeder/grootmoeder. Ze is teruggekomen om de relaties tussen die drie generaties vrouwen te herstellen! Meer vertellen hier zou de plot verklappen….

 

Dagen                 Drie zaterdagen (11.00 -16.30 uur)

Dagen                 21 jan – 4 feb – 18 feb

Kosten                60 euro

Begeleiding        Marjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

 

De kracht van kwetsbaarheid

Over de kunst van het ouder worden

Nu de grote dingen verdwijnen

worden de kleine dingen groot:

wat zonlicht op de gordijnen,

een appel, een snee vers brood.

 

Met hoeveel overbodigs

maken we ons leven stuk:

er is zo weinig nodig

voor wat eenvoudig geluk.

 

Zó zou ik oud willen wezen,

klein bij de grote dood:

Homerus om in te lezen,

een appel, een snee vers brood.

 

Garmt Stuiveling (1907-1985), uit: Eeuwig gaat voor ogenblik; Amsterdam, Meulenhoff, 1965

Ouder worden we, allemaal, en dat gebeurt vanzelf. Wat het proces van ouder worden betekent, is voor iedereen echter anders.

We kunnen ons eigen ouder worden zien als een proces van achteruitgang. Gehoor en gezicht, beweeglijkheid en spierkracht nemen (bij de meesten van ons) af, evenals de soepelheid van  geest. In het leven nemen (voor velen) verlies en verdriet hun plaats in doordat geliefde familieleden en vrienden wegvallen, we gaan ons misschien eenzamer voelen. We ervaren meer dan ooit onze eigen kwetsbaarheid en sterfelijkheid. Er wordt minder van ons verwacht, onze maatschappelijke relevantie neemt af, we zouden onszelf als ‘afgedaan’ kunnen gaan zien.

Dat kan tot droefheid leiden, maar zou deze levensfase ons ook nieuwe kansen kunnen bieden?  Nu we niet zoveel  meer hoeven van onszelf en van anderen krijgen we meer tijd voor bezinning en verdieping. Tijd en ruimte om de schat aan beelden en ervaringen, die we na een lang leven met ons meedragen, met geheel andere ogen te bekijken dan ooit tevoren. Wellicht kunnen we dan onze levenservaring gebruiken om verder te groeien in kracht, liefde en wijsheid, om ruimte te vinden voor verdieping van ons leven.

Zo kan het proces van ouder worden leiden tot nieuwe levenskunst, en gezien worden als een kostbare toegift aan het leven.

 

In deze cyclus willen we met elkaar in gesprek gaan over de kunst van het ouder worden. Waar ligt onze kwetsbaarheid, en waar onze kracht? Hoe kijken we tegen onze eigen ouderdom aan? Is het een kwestie van een kunstje leren of een kunst beoefenen?

We lezen en bespreken met elkaar gedichten en prozateksten van diverse auteurs, die raken aan thematieken over ouder worden: kunnen wij ons ouder worden beamen? Hoe ervaren we kwetsbaarheid, verlies en loslaten, afhankelijkheid van anderen? Maar ook: waar kunnen we kracht vinden in ons verlangen, ons innerlijke leven en onze levenservaring?

Daarbij kunnen we volop genieten van de wijsheid van anderen met wie we onze ervaringen delen en ons samen bezinnen op deze kunst van het ouder worden.

 

Dagen                               Vijf woensdagen (13.30 – 16.00 uur)

Data                                  25 jan – 8 feb – 22 feb – 8 mrt – 22 mrt

Kosten                              50 euro

Begeleiding                      Joanne Kruijswijk Jansen en Wil Simis-Goddijn

 

Geloven met Kierkegaard

Søren Kierkegaard houdt ons een spiegel voor

Zes jaar na het verschijnen van zijn boek Vrees en beven, in 1849, schrijft Søren Kierkegaard in zijn dagboek: ‘O, als ik eenmaal dood ben zal alleen Vrees en beven al genoeg zijn om mijn naam als schrijver onsterfelijk te maken.’ Kierkegaard heeft gelijk gekregen, het boek is in talloze talen vertaald en is voor iedere tijd weer actueel.

Kierkegaard neemt in dit boek de geschiedenis van Abraham en Izaäk als voorbeeld van een situatie waarin het ethische niet het laatste woord heeft – omdat het de mens kan weerhouden om het bevel van God onvoorwaardelijk op te volgen. Ethisch gezien is het moord om je eigen zoon te doden, terwijl het in religieus opzicht een onvoorwaardelijke plicht is om Izaäk te offeren, want God zelf heeft immers het bevel gegeven. Het eigenaardige grensconflict tussen het ethische en het religieuze weet Kierkegaard prachtig uit te beelden, te beschrijven en in de juiste context te plaatsen.

Het gevaar van religieus gemotiveerd terrorisme en fundamentalisme is niet denkbeeldig. Het gaat uiteindelijk niet om Abrahams vrees het gebod om zijn zoon te doden uit te voeren of te negeren, maar om zijn rotsvaste geloof dat hij Izaäk terugkrijgt, dat voor wie gelooft niets onmogelijk blijkt en om de uiteindelijke liefde van God voor de mens. Hoe actueel is dit thema niet in onze tijd!

Kierkegaard lees je het beste in groepsverband. Hij is soms moeilijk te verstaan. Wanneer je hem met elkaar leest, blijkt hij veel rijker te zijn dan wanneer je dit alleen doet. Hij werpt je op jezelf terug, confronteert je met de waarheid van je eigen leven.

Op vijf donderdagmiddagen willen we het boek van 132 bladzijden in zijn geheel lezen en met elkaar daarover in gesprek gaan. We proberen de tekst in onze eigen ervaring en in onze eigen situatie te verstaan.

Bij de tekstlezing gebruiken we: Søren Kierkegaard, Vrees en Beven, Vertaling en verklarende noten van Andries Visser, Uitgeverij Damon, Budel 2006, 22,90 euro. ISBN 13 978 90 5573 737 6.

 

Dagen                Vijf donderdagen (14.00 – 16.30 uur)

Data                   2 febr – 16 febr – 2 mrt – 16 mrt – 30 mrt

Kosten               50 euro
Begeleiding       Riet Spierings en Krijn Kramer

Ook al zou er geen God zijn…

Midden in de aardsheid van dit leven staan

Alleen wie voor de joden schreeuwt, mag ook gregoriaans zingen.
(Dietrich Bonhoeffer)

 

De Duitse theoloog, luthers predikant en verzetsstrijder Dietrich Bonhoeffer (1906-1945) was actief betrokken bij de Bekennende Kirche (Belijdende Kerk) én bij het verzet tegen de nazibeweging. Vanaf het begin weigerde hij te collaboreren met het Hitlerregime door bijvoorbeeld in een radiolezing het Führerprincipe te weerleggen (1933) en te weigeren de ariërverklaring te tekenen (1935). Vanwege zijn protest tegen het nationaalsocialisme, zijn ondergrondse verzet, zijn hulp aan de joden en zijn daadwerkelijke deelname aan de samenzwering tegen Hitler en zijn bewind, werd hij op 5 april 1943 gearresteerd en gevangengezet.

 

Twee jaar later, enkele weken voor de capitulatie van Duitsland, werd Dietrich Bonhoeffer op 9 april door ophanging geëxecuteerd in het concentratiekamp Flossenbürg.

 

Vanuit de gevangenis schreef Bonhoeffer brieven, waarin hij op directe en levendige wijze uiting geeft aan wat er in hem omgaat aan vragen en onzekerheden, aan angst en hoop, aan ongeloof en vertrouwen. Zijn brieven en aantekeningen vormen een fascinerend menselijk document, waarin een man in gevangenschap tot het einde toe getuigt van vrijheid en verantwoordelijkheid. Zijn cel weerhoudt hem er niet van door te gaan met het zoeken naar richting te midden van chaos. Hij denkt er als het ware hardop, verwoordt intuïties, schetst aanzetten die hij later hoopt uit te werken, leeft intens mee met mensen in en buiten de gevangenis en vraagt zich af waar de grens ligt tussen noodzakelijk verzet tegen het ‘lot’ en de even noodzakelijke overgave. (…) De grens tussen verzet en overgave is (…) niet principieel te trekken. Beide zijn noodzakelijk en met beide moeten we vastberaden leven. (21 februari 1944)

 

-mei 1944- Ons christenzijn zal in deze tijd bestaan uit slechts twee elementen: bidden en onder de mensen het goede doen.

 

-16 juli 1944- God doet ons weten dat we moeten leven als diegenen, die hun leven inrichten zonder God. De God, die met ons is, is de God die ons verlaat (Markus 15:34). (…) Voor en met God leven wij zonder God.

 

-21 juli 1944- … ik ervaar het tot op dit moment, dat je pas leert geloven als je midden in de aardsheid van dit leven staat; als je er volledig van afziet iets te maken van jezelf – een heilige, een bekeerde zondaar, een man van de kerk (een priesterlijke figuur!), een rechtvaardige of een onrechtvaardige, een zieke of een gezonde; als je aards leeft, dus met alle taken en problemen, successen en mislukkingen, met alle ervaringen en twijfels; want dan geef je je helemaal over aan God …

 

Aan de hand van Dietrich Bonhoeffers inmiddels klassiek geworden Verzet en overgave (Widerstand und Ergebung) en onze eigen ervaringen proberen we op het spoor te komen van een spiritualiteit die bij ons persoonlijke en maatschappelijke leven past.

 

Bij de tekstlezing gebruiken we: Dietrich Bonhoeffer, Verzet en overgave, Brieven en aantekeningen uit de gevangenis, Vertaald, geannoteerd en ingeleid door L.W. Lagendijk, Ten Have, Baarn 2003/2007. ISBN 90 259 5353 0

 

Dagen                Zes vrijdagen (14.00-16.30 uur)
Data                  10 feb – 24 feb – 10 mrt – 24 mrt – 7 apr – 21 apr
Kosten               60 euro
Begeleiding       Lia Vergouwen en Vic Bos

De herberg van het hart

– dialogen in liefde met Franciscus van Assisi en Jelaludin Rumi

Godsdienst, het staat in een ongunstig licht. Velen in onze tijd keren zich ervan af, want ‘God’ zorgt alleen maar voor moord en doodslag. De islam wordt als bedreigend gezien. Angst regeert.

Dat is de realiteit van alledag. In de jaren na de aanslag op de Twin Towers in New York schreven Hein Stufkens en Marcel Derkse gezamenlijk een boek dat je gerust profetische kwaliteiten mag toedichten. Zij proberen de diepe geestelijke wonden die zijn geslagen door beelden van aanslagen, haat en oorlog te helen met woorden over de kern van de dienst aan God: liefhebben. Franciscus en Rumi zijn hun en daarmee ook onze gidsen. Vurige gidsen, hartstochtelijke minnaars van Christus, de Ene Geliefde…

Beiden leefden in de tijd van de grote kruistochten van de christelijke wereld tegen die van de islam en kenden de oorlog en de haat van dichtbij. Franciscus had als jongeman krijgshaftige ambities maar kwam daar, geconfronteerd met de realiteit van de veldslag tegen Perugia en krijgsgevangenschap, van terug. Rumi maakte deel uit van een familie die gevlucht was voor oorlog vanuit het huidige Afganistan naar het huidige Turkije. Hun levenslange zoektocht naar vervulling brengt hen bij het hart van de godsdienst: in liefde en zelfovergave; wanneer vervreemding plaats maakt voor vervoering. In de herberg van hun eigen hart vinden zij liefde en niets dan liefde, komen zij thuis.

 

Franciscus vindt de liefde in navolging van Christus, vooral in diens dienstbaarheid aan anderen en zelfontlediging, Rumi als hij stuit op de Ene Geliefde die hem geheel en al opeist. De overgave aan deze Geliefde vormt het hart van de dienst aan God. Zij overstijgt maatschappelijke en religieuze tegenstellingen. Niet het verstand zit als koetsier op de bok, maar het hart.

 

De werelden zijn niet groot genoeg om Mij te bevatten,

maar het hart van de volledige mens is groot genoeg

om Mij te bevatten. (Rumi)

 

Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door hen

die vergiffenis schenken door uw liefde

en ziekte en verdrukking dragen. (Franciscus, in het

Zonnelied)

 

In onze ontmoetingen op het KCS zullen wij ons in onze dialogen laten leiden door deze inspiratie. De woorden van Franciscus en de gedichten van Rumi staan centraal. Proevend en met verbeelding, puttend uit de natuur, de kunst, muziek en dans (de dans van de derwisjen), maken wij ruimte voor het verlangen, de nood die leeft in ons eigen hart. Zo zoeken wij de vrede met onszelf, met onze naasten en uiteindelijk met alle mensen.

 

Het verdient aanbeveling het boek De herberg van het hart voorafgaand aan de cyclus aan te schaffen en al eens door te bladeren. Overige teksten van Franciscus en Rumi, kunstafbeeldingen, muziek- en videofragmenten en meditatieve oefeningen zullen tijdens de cyclus zelf worden aangereikt.

 

Literatuur:  Hein Stufkens en Marcel Derkse, De herberg van het hart. Franciscus en Rumi als gidsen voor onze tijd, 2003, Uitgeverij Ank-Hermes bv, Deventer. ISBN: 90 202 8325 1   Het boek is nieuw en gesigneerd ook te bestellen via info@lacordelle.nl  en kost 7,50.

 

Dagen                Drie zaterdagen (10.30-16.00 uur)

Data                   4 mrt – 18 mrt – 1 apr

Kosten               60 euro

Begeleiding       Dinette Kooiman en Mineke Kroes

De weg van de mens

In beeldende kunst, teksten van mystici en Luther en Calvijn

Mensen gaan hun weg. Op die weg kunnen zij groeien naar hun bestemming, maar ook moeten zij leren omgaan met hindernissen. Loslaten wat voorbij is en je uitstrekken naar wat komt. En daarbij aandachtig en opmerkzaam leven in het heden.

Mystici hebben die weg vaak beschreven als een vorm van ontwaken, en dan gezuiverd en verlicht worden. Maar ook als een pad in donkere nacht. En de bestemming noemden zij wel: één worden met God.

 

In de beeldende kunst heeft deze levensweg symbolische vormen aangenomen.

Ook de reformatoren Luther en Calvijn hebben over deze weg van de mens nagedacht. En mede omdat 2017 het jaar is waarin we 500 jaar Reformatie gedenken, is het boeiend om te zien hoe zij over deze weg denken. Hoe zij zich lieten inspireren door de middeleeuwse mystiek en toch ook hun eigen, vernieuwende richting wezen.

Zo zullen ook wij in deze cyclus onze eigen weg spiegelen aan beeldende kunst, teksten van Luther en Calvijn en teksten van mystici. Als voorbeeld deze prachtige tekst van Thomas Merton:

 

 

Nabijer en duidelijker

Dan een meester van woorden,

Gij, innerlijke Vreemdeling

Die ik nog nooit gezien heb,

 

 

Dieper en zuiverder

Dan de razende oceaan

Vang mijn stilte op

Houd mij in Uw hand!

 

Er zal een syllabus met afbeeldingen en teksten worden gebruikt. Deze kost € 5,00.

Dagen                Zes dinsdagen (10.30 – 12.30 uur)

Data                   14 mrt – 21 mrt –  28 mrt – 11 apr – 18 apr – 25 april

Kosten               60 euro

Begeleiding       Riet Spierings en Kick Bras (www.kickbras.nl)

Programma najaar 2017
Programma voorjaar 2016
De zoektochten van drie kloosterzusters

Filmcyclus met Ida, Hadewych en Marie Heurtin

 

Wat de films Ida, Hadewych en Marie Heurtin gemeen hebben, is dat ze alle drie het leven volgen van een religieuze vrouw. Alle drie de films hebben als hoofdpersonage een vrouw die ervoor gekozen heeft kloosterzuster te worden. Maar daarmee houdt elke overeenkomst op. Los van het feit dat ze esthetisch zeer verschillend zijn, maken de drie films ook duidelijk dat vrouwen heel verschillende motieven kunnen hebben om in te treden. En dat hun eigenlijke zoektocht niet per se aansluit bij het religieuze kloosterideaal waaraan ze zich verbinden. Maar de films laten ook zien dat kloostergemeenschappen in staat blijken om ruimte te bieden aan al deze vrouwen, hoe verschillend ze ook zijn.

Volgens de klassieke opvatting treden vrouwen (en mannen natuurlijk) in een klooster in omdat ze zich herkennen in de spirituele motivatie van medezusters. Zij willen de wereld vaarwel zeggen, met medezusters samenleven naar de geest van de boodschap van Jezus en zich bezighouden met gebed en werk in dienst daarvan. Om zo’n religieus leven te leiden, leggen ze de kloostergeloften af van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid.

Een prachtig ideaal natuurlijk, maar het is de vraag of het er in de praktijk ook altijd zo aan toe gaat. Zijn de drijfveren van vrouwen die willen intreden wel altijd zuiver religieus van aard? Of zoeken ze eigenlijk naar iets anders? En waarnaar dan? En in hoeverre speelt hun persoonlijke geschiedenis daarbij een rol, of de tijdgeest waarin ze leven?

De films Ida, Hadewych en Marie Heurtin laten zien hoe verschillend en voor een belangrijk deels ook onbewust de zoektochten van kloosterzusters kunnen zijn. Laten we mee op pad gaan met de Poolse Ida in de zestiger jaren van de vorige eeuw, de Franse Hadewych begin deze eeuw en de Franse Marguerite aan het einde van de 19de eeuw.

Ida. Deze poëtische zwart-wit film uit 2013 van Pawel Pawlikowski speelt zich af in het communistische en rooms-katholieke Polen van 1962. De echo van de Jodenvervolging klinkt nog altijd, maar we horen ook de nieuwe klanken van Jazzmuziek. We volgen de jonge novice Anna, die als wees opgroeide in het klooster waar ze nu wil intreden. Van moeder-overste moet ze echter eerst haar tante bezoeken. Maar Anna weet niet eens dat ze een tante heeft, laat staan dat ze eigenlijk Ida heet en niet rooms-katholiek is maar joods! Met haar tante gaat Anna/Ida op zoek naar het ouderlijke graf. Het wordt een zoektocht naar haar identiteit.

Hadewych. Deze mooie maar ongemakkelijke Franse film uit 2009 van Bruno Dumont vertelt het verhaal van Hadewych, die als jonge, devote postulante in een klooster verblijft om daar in te treden. Moeder-overste vindt echter dat ze veel te ver gaat in haar geloofsijver en stuurt haar terug de wereld in om daar verlossing te vinden. In Parijs neemt ze haar doopnaam Celine weer aan. Haar leven neemt opnieuw een keerpunt wanneer ze de fanatieke moslim Nassir uit de banlieu ontmoet. In zijn zoektocht naar genade herkent ze zichzelf, ook al is hij moslim en zij katholiek. Het heeft schokkende gevolgen.

Marie Heurtin. Deze vriendelijke Franse film van Jean-Pierre Améris uit 2014 is vol aanrakingen en geuren en speelt zich af rond de waar gebeurde 19e-eeuwse geschiedenis van zuster Marguerite en de 14-jarige doofblinde Marie Heurtin. Vanaf het moment dat ze de verwilderde Marie ontmoet, weet Marguerite dat ze dit meisje wil leren communiceren. Het vraagt van beiden veel geduld en doorzettingsvermogen, maar ze vinden samen inderdaad een nieuwe taal voor doofblinden. En er gebeurt meer. Voor zuster Marguerite is Marie de dochter van haar ziel. Alsof ze die nog zocht om vervulling te vinden in haar leven als kloosterzuster.

 

Dagen                Drie zaterdagen (11.00-16.30uur)

Data                  23 jan. – 6 febr. – 20 febr.
Kosten               60 euro
Begeleiding      
Marjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

Leven… een hele kunst

Met elkaar in gesprek over waarden, deugden en levensoriëntatie in leesgroep Speling

 

Speling* is een tijdschrift voor bezinning dat 4 maal per jaar verschijnt. In het blad is ruimte voor eigentijdse spiritualiteit en mystiek. Het boeiende van het tijdschrift is, dat er een ontmoeting gezocht wordt tussen de moderne tijdgeest, het alledaagse leven, spiritualiteit en religieuze traditie. Ook is er veel aandacht voor kunst in de vorm van illustraties tussen de artikelen door. Elk jaar staat een ander thema centraal. Voor de jaargang 2015 is dat “Leven…een hele kunst” en het gaat het over waarden, deugden en levensoriëntatie en hoe hieraan vorm te geven in je leven.

Sinds enkele jaren zijn door heel het land Speling-leesgroepen opgericht. Op dit moment zijn er 18 groepen actief. In Haarlem zijn wij drie jaar geleden gestart. Door samen te lezen en elkaars ervaringen te delen, duiken we dieper in het thema. We komen 4 x keer per jaar bij elkaar en gaan in gesprek over het laatst verschenen nummer, dat ieder vooraf zelf leest.

Het betreft een doorlopende groep. Momenteel bestaat de leesgroep inclusief de begeleiders uit 8 personen. Nieuwe lezers zijn van harte welkom. We houden de bijeenkomsten ’s avonds, om ook werkende mensen gelegenheid te geven deel te nemen.

 

*Een jaarabonnement op het tijdschrift Speling kost € 27,50 en is te

bestellen bij: Giannotten Printed Media, Postbus 9228, 5000 HE Tilburg,

Tel: 013 5425050; email: speling@gianottenprintedmedia.nl

 

Dagen                Vier dinsdagavonden (19.30-22.00 uur)

Data                  8 sep – 1 dec – 8 mrt – 7 juni

Kosten               40 euro

Begeleiding       Joanne Kruijswijk Jansen en Krijn Kramer

Op het spoor komen van innerlijke ruimte

Een weg door het ouder worden

 

Wandelaar, je voeten zijn de weg en niet meer dan dat.

Wandelaar, er is geen weg, de weg ontstaat al gaande.

Al gaande ontstaat de weg en als je achterom

kijkt zie je het pad, dat je nooit meer kunt gaan.

(13e eeuwse inscriptie op een kloostermuur in Toledo)

 

Al wandelend door het leven worden we vanzelf ouder. Mooi en boeiend is dat, of kan het zijn, maar in het algemeen wordt daar niet zo tegenaan gekeken. Ouder worden is lichamelijke aftakeling, niet meer kunnen wat je wilt, gemis en verdriet meemaken, eenzamer worden omdat geliefde familieleden en vrienden wegvallen. Toch is er meer dan dat, ouder worden geeft ook nieuwe keuzes en kansen. We hoeven niet meer zoveel van onszelf, er wordt minder van ons verwacht, we hebben meer tijd voor bezinning en verdieping. Als we leren omgaan met deze aspecten van ouder worden, kan er ruimte ontstaan voor het onverwachte: nieuwe perspectieven en verdere groei.

 

Met elkaar gaan we in gesprek om op het spoor te komen van nieuwe innerlijke ruimte. Ons vertrekpunt is die onbekende weg, die zich uitstrekt onder onze voeten en waarop we niet kunnen terugkeren. We lezen en bespreken met elkaar gedichten en prozateksten die raken aan thematieken over ouder worden: het beamen van het ouder worden, terugkijken en loslaten, innerlijke ruimte ontdekken, zin geven en zin ontvangen. De prozateksten worden ontleend aan het werk van Herman Andriessen en we lezen gedichten van onder andere Rutger Kopland, Ida Gerhardt, M. Vasalis en Hans Andreus.

Samen lezen we de teksten en delen we wat ons hierin raakt, wat raakt aan ervaringen op onze weg door het leven. Door er samen over te praten en te erkennen wat mooi en wat moeilijk was en is, kunnen we herkenning vinden bij elkaar, en zo verder groeien naar aanvaarding van het leven achter ons en vertrouwen in de weg die voor ons ligt. Zo vinden we vrede met onszelf en met de weg van het ouder worden want…

 

Wij groeien met de jaren

naar binnen

waar wij als ’t ware

niet meer verjaren

omdat beminnen

en leven samengaan

en wij het ‘andere’ ontginnen.

(Jos Van den Broeck)

 

Dagen                Vijf woensdagen ( 13.30 – 16.00 uur)

Data                   20 jan. – 3 feb. – 17 feb. – 2 maart – 16 maart

Kosten               50 euro

Begeleiding       Wil Simis-Goddijn en Joanne Kruijswijk Jansen

Op zoek naar de kracht van mededogen en vergeving

Inspirerende en hoopgevende teksten van de Dalai Lama en Desmond Tutu in een roerige wereld

 

Aan (voor ons) de overkant van de wereld wonen twee wijze mannen die al behoorlijk op leeftijd zijn. De een in het verre Oosten, de ander in het verre Zuiden. Tenzin Gyatso is de veertiende Dalai Lama en leeft al meer dan 50 jaar als politiek en spiritueel leider van zijn volk in ballingschap in Noord-India. Hij zet zich aanhoudend in voor de geweldloze bevrijding van Tibet en voor de wereldvrede in het algemeen. Met zijn boeken en publieke optredens verwierf hij internationale bekendheid. Desmond Tutu is emeritus aartsbisschop van de Anglicaanse Kerk in Kaapstad en heeft zich jarenlang ingespannen voor de strijd tegen de apartheid. In 1995 richtte hij, na de val van het apartheidsregime, de Waarheids- en Verzoeningscommissie op die een essentiële rol heeft gespeeld bij de overgang naar een democratische rechtsstaat In Zuid-Afrika. In 2014 publiceerde hij samen met zijn dochter Het boek van Vergeving.

De Dalai Lama en Desmond Tutu zijn al jarenlang goede vrienden. Heel verschillend zijn ze: de één is Aziaat, boeddhist, celibatair.

De ander Afrikaan, christen en gehuwd. Beiden hebben als spiritueel leider vastberaden ingezet op het verkrijgen van internationale erkenning voor het onrecht en geweld dat hun volken werd en wordt aangedaan. Hierbij hadden ze een duidelijke weg op het oog waarbij niet geweld, maar waarheid, mededogen, liefde en verzoening de belangrijkste pijlers waren. Beiden ontvingen de Nobelprijs voor de Vrede.

De Dalai Lama en Desmond Tutu dragen ieder afzonderlijk een boodschap uit die wordt geïnspireerd en gedragen door hun eigen spirituele/religieuze traditie en cultuur, gecombineerd met hun (vaak indrukwekkende) persoonlijke ervaringen en inzichten die zij

tijdens onderdrukking en geweld hebben opgedaan. Tegelijkertijd voelen beide mannen een sterke aspiratie een wereldwijde boodschap uit te dragen, die hun eigen traditie en cultuur overstijgt en aansluiting zoekt bij universele waarden van menselijkheid, liefde en hoop. Hiermee openen hun boodschappen en inzichten een actieve handelingsweg voor alle mensen (van welke gezindte, cultuur of traditie dan ook) die op zoek zijn naar een liefdevoller, harmonieuzer en gelukkiger leven. Zowel in het klein als in het groot. Tutu en de Dalai Lama laten op overtuigende wijze zien dat werken aan een meer liefdevolle en positieve wereld ook altijd werken is aan je eigen persoonlijke groei. Hetgeen ook betekent dat we elkaar nodig hebben en afhankelijk zijn van elkaar.

De warme vriendschap tussen de twee zorgt ervoor dat de Dalai Lama en Tutu nog regelmatig de verbinding met elkaar zoeken. Via internet (want ze schuwen de sociale media niet) maar ook ‘live’. Onlangs zijn ze samen een nieuw schrijfproject gestart: The Book of Joy, dat waarschijnlijk in de loop van 2016 zal verschijnen. Het contact tussen de twee vrienden is nooit oppervlakkig, maar intens en vol leven. En altijd doorspekt met een flinke dosis humor en vrolijkheid.

Tijdens deze cyclus dompelen we ons onder in teksten en beeldfragmenten van beide mannen. We zullen dat zeker ook kritisch doen en op zoek gaan naar wat zij ons te bieden hebben. Zowel voor ons persoonlijke leven als voor onze blik op de grote wereld om ons heen. Hierbij werken we met een reader met teksten die tijdens de eerste bijeenkomst voor een paar euro kan worden aangeschaft.

 

Dagen                Drie vrijdagen (10.30-16.30uur)

Data                  19 feb – 4 mrt – 18 mrt

Kosten               60 euro

Begeleiding       Dinette Kooiman en Mineke Kroes

Overzicht voorjaarsjaarprogramma KCS 2016

Overzicht voorjaarsjaarprogramma KCS 2016

 

Op het spoor komen van innerlijke ruimte
Een weg door het ouder worden
Vijf woensdagen (13.30 – 16.00 uur)          50 euro*
20 jan – 3 feb – 17 feb – 2 mrt – 16 mrt
Joanne Kruijswijk Jansen en Wil Simis-Goddijn

 

De zoektochten van drie kloosterzusters
Filmcyclus met Ida, Hadewych, Marie Heurtin
Drie zaterdagen (11.00–16.30 uur)              60 euro*
23 jan – 6 feb – 20 feb
Marjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

 

Voor wie het spoor van de liefde zoekt
Søren Kierkegaard: een bron van inspiratie
Vijf woensdagen (14.00–16.30 uur)           50 euro*
27 jan – 10 feb – 24 feb – 9 mrt – 30 mrt
Riet Spierings en Krijn Kramer

 

Waar woorden zwijgen
Gedichten met en zonder God
Zes vrijdagen (14.00–16.30 uur)                60 euro*
12 feb – 26 feb – 11 mrt – 1 apr – 15 apr – 29 apr
Lia Vergouwen en Vic Bos

 

Op zoek naar de kracht van mededogen en vergeving
Inspirerende en hoopgevende teksten van de Dalai Lama en

Desmond Tutu in een roerige wereld
Drie vrijdagen (10.30–16.30 uur)                 60 euro*
19 feb − 4 mrt – 18 mrt
Dinette Kooiman en Mineke Kroes

 

Spiritualiteit als levenskunst

Ingaan en uitgaan

Vier woensdagen (19.30 – 21.30 uur

2 mrt – 16 mrt – 30 mrt – 13 apr           40 euro* (vrijwilligers

Kick Bras en Riet Spierings                 StidSt 10 euro)


Zen – zien – tekenen
De kunst van het onbevangen waarnemen
Twee zaterdagen (11.00–16.30 uur)         40 euro*
26 mrt – 9 apr
Leo van Vegchel

*       Regeling naar draagkracht is mogelijk
**    Tijdschrift Speling: www.speling.nl

 

Kijk voor het volledig programma op www.kcs-haarlem.nl of vraag het programmaboekje aan.

Karmelitaans Centrum voor Spiritualiteit  –  Parkstraat 1 2011 KJ Haarlem  –

Tel. 023-5274675 – info@kcs-haarlem.nl

Voor informatie over Stem in de Stad, waarmee wij samenwerken: www.stemindestad.nl

Voor wie het spoor van de liefde zoekt

Kierkegaard, een bron van inspiratie

 

De Deense filosoof Søren Aabye Kierkegaard (1813-1855) geldt als een belangrijke voorloper van het moderne existentialisme. Kierkegaard schrijft over het leven zelf, over het uniek zijn van iedere mens en over ieders persoonlijke levensweg. Geen leven is hetzelfde, we hebben allemaal een andere context, hebben andere ervaringen, andere talenten. Opgeschreven in de 19e eeuw zijn de gedachten van Kierkegaard ook voor onze tijd nog uiterst actueel en kunnen zij ons helpen op onze levensweg, ons raden om de goede keuzes te maken en te onderscheiden waar het op aankomt in het leven. Kierkegaard wil niet meer dan een vroedvrouw zijn om ons ware zelf geboren te laten worden.

Het boek Wat de liefde doet gaat over de liefde, over de naastenliefde. Hoe bekijkt Kierkegaard de liefde? De grond van alle liefde is God, zo is zijn kernovertuiging. Hij, Die de oorsprong van alle liefde is, is ook het doel van alle liefde. Dat betekent dat God de eerste plaats in het leven van de mens moet innemen. “Een mens moet God onvoorwaardelijk gehoorzaam liefhebben en hem in aanbidding liefhebben.” Het is de intentie van Kierkegaard om de aardse liefde te verdiepen en te verankeren in het eeuwige. Kierkegaard stelt duidelijk: “Bemin je geliefde trouw en innig, maar laat liefde tot de naaste het heiligende zijn in jullie gemeenschappelijk verbond met God. Heb je vriend oprecht en met overgave lief, maar laat wat jullie in de vertrouwelijkheid met God binnen jullie vriendschap van elkaar leren liefde tot de naaste zijn!”

In het eerste deel van het boek Wat de liefde doet gaat Kierkegaard in op het gebod: Gij zult uw naaste liefhebben”, waarbij de drie elementen – plicht, naaste, gij – afzonderlijk aandacht krijgen. Het tweede deel bevat beschouwingen over de liefde die opbouwt, die alles gelooft en hoopt en niet het hare zoekt. De schrijver noemt de barmhartigheid “een liefdedaad, zelfs als ze niets kan geven en niet in staat is iets te doen” en spreekt over de verzoeningsgezindheid “die overwint in liefde en de overwonnene wint.”

Het afgelopen seizoen hebben we in het KCS het eerste deel gelezen. Nu willen we het tweede deel van dit boek samen lezen. Samen lezen heeft, zo blijkt iedere keer weer, het voordeel dat de tekst van Kierkegaard helemaal tot leven komt en dat hetgeen negatieve of positieve gevoelens oplevert in de groep gedeeld kan worden, waardoor de grote rijkdom en diepte van zijn zeggingskracht duidelijk worden.
Zo wordt, en dat is Kierkegaards bedoeling, zíjn worsteling ónze worsteling. Zoals steeds proberen we zijn tekst in onze eigen ervaring en in onze eigen situatie te verstaan.

Hierbij gebruiken we het boek van Søren Kierkegaard Wat de liefde doet. Een aantal christelijke overwegingen in de vorm van toespraken, vertaling en verklarende noten van Lieke Buijs en Andries Visser, uitgeverij Damon, Budel, 39,90 euro.

 

Dagen                Vijf woensdagen (14.00-16.00 uur)
Data                  27 jan – 10 febr – 24 febr – 9 mrt – 30 mrt
Kosten               50 euro
Begeleiding       Riet Spierings en Krijn Kramer

Waar woorden zwijgen

Gedichten met en zonder God

Het gedicht is een van de plekken die in onze cultuur zijn afgesproken om te mediteren over het mensenleven (…).

Wij buigen ons in stilte over een klein, eindig stukje tekst, dat, omringd door wit, alle aandacht naar zich toetrekt.

De omgang met poëzie heeft iets ritueels en iets religieus.

(Maaike Meyer)

 

Rondom de paradoxale titel Waar woorden zwijgen lezen we een aantal gedichten uit de rijke Nederlandstalige poëzie. In deze gedichten komt een kleur- en klankrijk palet van verschillende stemmen aan bod, van stem en tegenstem. Stemmen die iets laten horen van een zoektocht naar zin en verdieping, bezinning en bezieling in de samenleving.

De gedichten gaan over God en toch weer niet over God. Of, zoals de ondertitel luidt, Gedichten met en zonder God. Anders gezegd: over geloof en ongeloof. Woorden van alle tijden, zoals de uitroep van de vader van wie de zoon bezeten was: Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp (Marcus 9,24). Poëzie over aanwezigheid en verlatenheid, over verbondenheid en eenzaamheid, over hoop en wanhoop, over vertrouwen en twijfel. En vertwijfeling hoort bij geloof als windstilte bij zeilen, zegt Willem Jan Otten.

Altijd overstijgen de gedichten het bijkomstige en raken aan het wezenlijke, aan het mysterieuze, hoe klein of hoe gewoon de toegang of de aanleiding ook mag zijn. Nooit zijn wij, ook de dichters niet, in staat het mysterie of God in beeld of in woord te vatten. Elke beeldspraak loopt mank. Als het over het mysterie van het leven gaat, schieten alle woorden tekort – en dat moeten ze ook blijven doen om welsprekend te kunnen zwijgen, om te kunnen wortelen in stilte. Het is hard zwijgen, een gedicht, verzucht Herman

de Coninck in Ars poetica. Waar woorden niet gevoed worden door stilte en zwijgen blijven ze gemakkelijk steken in nietszeggende stomheid.

Bij het kiezen van de gedichten zijn we ervan uitgegaan dat poëzie er is voor iedereen. Niet alleen voor de ervaren poëzieliefhebbers, maar ook voor hen die minder vertrouwd zijn met de dichtkunst.

Dit betekent niet dat iedereen elk gedicht dat we lezen op zichzelf zal betrekken of erdoor aangesproken zal worden, maar ons aanbod is zo rijkgeschakeerd dat er voor ieder die zich wil laten raken, wel woorden zijn die zoeken naar de kern van het geheim, naar een ik weet niet wat (Juan de la Cruz). Soms schoorvoetend, soms met vaste tred of rennend, soms wankelend, kruipend of strompelend.

Met oog voor kwaliteit bieden we een grote variëteit van gedichten aan. Voor ons gaat het erom dat de woorden van de dichter ertoe doen, dat ze iets met of voor de lezer of de hoorder doen. Poëzie is evocatief, roept op, brengt iets teweeg. En dat gebeurt tussen, achter of voorbij de woorden. De lezer kan, met een variant op Leo Vroman, de woorden wakker lezen, de woorden wekken, zodat ze opnieuw gaan leven. In dit samenspel van dichter en lezer of hoorder kunnen beiden uit hun woorden komen en kan stilte, al dan niet met een hoofdletter, aan het woord komen.

Op zes vrijdagmiddagen wisselen we uit wat ons in deze gedichten het meest aanspreekt of raakt. In gesprek met elkaar hopen we door te dringen tot wat ons beweegt en bezielt in ons persoonlijke en maatschappelijke leven.

 

Dagen               Zes vrijdagen (14.00 – 16.30 uur)
Data                  12 feb – 26 feb – 11 mrt – 1 apr – 15 apr – 29 apr
Kosten              60 euro
Begeleiding      Lia Vergouwen en Vic Bos

Zen Zien Tekenen

De kunst van het onbevangen waarnemen

 

Zen-Zien-Tekenen is een stille meditatie, met als oefening intensieve aandacht en onbevangen waarnemen en met als werkvorm tekenen.

Tekenen als een vorm van mindfulness: om de wereld werkelijk te leren zien. Om te leren waarnemen zonder te oordelen.

Tekenen als vorm van actieve meditatie: je zondert je niet af, maar bent juist volop aanwezig in het hier en nu. Het helpt je om met volle aandacht in het leven te staan. Er ontstaat rust, je krijg meer energie en je neemt scherper waar.

Tekenen kun je overal en alles, het maakt niet uit, alles in onze omgeving is onderwerp om te tekenen. Alle heel gewone, dagelijkse dingen worden bijzonder als je ze ziet met een oog dat tekent. Als je ogen opengaan is alles inspirerend. Al tekenend ga je zien, en al ziende ontdek je en leef je in verbondenheid met alles wat je ziet. Potlood of pen en papier zijn alles wat je nodig hebt.

Het Zen-Zien-Tekenen is niet op de eerste plaats gericht op het leveren van artistieke prestaties en is ook niet bedoeld als ‘creatieve bezigheid’.

Ervaring met zenmeditatie en ‘kunnen tekenen’ is geen vereiste.

 

Wel wordt van de oprechte beoefenaar van Zen-Zien-Tekenen openheid, doorzettingsvermogen, inzet en vertrouwen verwacht. Ook vioolspelen leer je niet in één dag.

 

Ook al heb je eerder al eens deelgenomen, toch ben je weer welkom. De persoonlijke begeleiding zorgt ervoor dat het steeds weer vernieuwend is.

 

Aanbevolen literatuur:

De boeken van Frederick Franck, m.n. Zen zien, zen tekenen (ISBN 9063500637) en Maria Adriaens, Ruimte zien (ISBN 9056700936).

Voor verdere informatie zie ook www.zenzientekenen.nl.

 

Dagen                Twee zaterdagen (11.00 – 16.30 uur)
Data                   26 mrt – 16 apr
Kosten               40 euro
Begeleiding      
Leo van Vegchel

Programma najaar 2016
Programma voorjaar 2015
Leesgroep Speling

Lees- en levenservaringen uitwisselen

Speling* is een driemaandelijks tijdschrift voor bezinning en geeft ruimte aan eigentijdse spiritualiteit en mystiek. De artikelen kenmerken zich door diepgang, veelzijdigheid en aansluiting bij het alledaagse leven. Dit jaar is het aan zijn 65ste jaargang toe. Sinds enkele jaren zijn door heel het land leesgroepen opgericht. Op dit moment zijn ruim 20 groepen actief. Ook in Haarlem zijn wij twee jaar geleden gestart. We komen vier keer per jaar bij elkaar en bespreken dan samen het laatst verschenen nummer en delen onze ervaringen. Vooraf leest ieder het nummer zelf. Het betreft een doorlopende groep.

 

Elk jaar staat een ander thema centraal in Speling. Jaargang 2014 gaat over thema’s en fenomenen waar we heden ten dage mee worden geconfronteerd. Onderwerpen die zich opdringen, waar we niet omheen kunnen, die emoties oproepen en de boventoon voeren in gesprekken. Met dit jaarthema van Speling probeert de redactie niet alleen enkele van deze werelden (Seks, Sport, Sociale media en Stress) in kaart te brengen, maar ook zicht te krijgen op de praktijken en op de onderliggende waarden. Waar bieden die gebieden ontwikkelingsmogelijkheden voor lichaam en geest? Waar zijn ze beknellend? Wanneer spreek je van vormend en verrijkend, wanneer is er sprake van verarming en hedendaagse gekte?
Volgend jaar (2015) staat er weer een nieuw thema op het programma: Leven, een hele kunst.

 

In het najaar starten we met het tweede nummer van jaargang 2014 over Sport. We houden de bijeenkomsten ’s avonds om ook werkende mensen in de gelegenheid te stellen deel te nemen aan deze doorlopende groep. De huidige groep bestaat uit een tiental deelnemers en twee begeleiders. Er zijn nog mogelijkheden om aan te sluiten.

 

*Een jaarabonnement op het tijdschrift Speling kost € 27.50 en is te bestellen bij
Drukkerij Giannotten bv,  Postbus  9228,  5000  HE  Tilburg,  Tel: 013-542 50 50,
e-mail: speling@gianottenprintedmedia.nl

 

Dagen             Dinsdagen (19.30–22.00 uur)
Data                10 feb – 2 juni
Kosten            40 euro per jaar
Begeleiding    Connie van den Herik en Krijn Kramer

Zen‑Zien‑Tekenen

De kunst van het onbevangen waarnemen

Zen-Zien-Tekenen is een stille meditatie met als oefening intensieve aandacht, onbevangen waarnemen en met als werkvorm tekenen.

 

Tekenen als een vorm van mindfulness: om de wereld werkelijk te leren zien. Om te leren waarnemen zonder te oordelen.

 

Tekenen als vorm van actieve meditatie: je zondert je niet af, maar bent juist volop aanwezig in het hier en nu. Het helpt je om met volle aandacht in het leven te staan. Er ontstaat rust, je krijg meer energie en je neemt scherper waar.

 

Tekenen kun je overal en alles, het maakt niet uit, alles in onze omgeving is onderwerp om te tekenen. Alle heel gewone dagelijkse dingen worden bijzonder als je ze ziet met een oog dat tekent. Als je ogen opengaan is alles inspirerend. Al tekenend ga je zien, en al ziende ontdek je en leef je in verbondenheid met alles wat je ziet. Potlood of pen en papier is alles wat je nodig hebt.

 

Het Zen-Zien-Tekenen is niet op de eerste plaats gericht op het leveren van artistieke prestaties en is ook niet bedoeld als ‘creatieve bezigheid’. Ervaring met zen meditatie en ‘kunnen tekenen’ is geen vereiste. Wel wordt van de oprechte beoefenaar van Zen-Zien-Tekenen openheid, doorzettingsvermogen, inzet en vertrouwen verwacht. Ook vioolspelen leer je niet in één dag.

 

Aanbevolen literatuur: De boeken van Frederick Franck, m.n. Zen zien, zen tekenen (ISBN 9063500637) en Maria Adriaens, Ruimte zien (ISBN 9056700936). Voor verdere informatie zie ook www.zenzientekenen.nl.

 

Dagen             Twee zaterdagen (11.00–16.30 uur)
Data                21 mrt – 18 apr
Kosten            40 euro
Begeleiding    Leo van Vegchel

Een lied uit Afrika

Naar harmonie met onszelf en de ander

Toch heb ik nooit getwijfeld aan de kracht van verzoening.

 

Desmond Tutu was voorzitter van de Waarheids– en Verzoeningscommissie die in 1995 werd ingesteld na de val van het apartheidsregime in Zuid-Afrika. Deze commissie heeft een essentiële rol gespeeld bij de overgang naar de vorming van een democratische rechtsstaat. Daders kregen amnestie in ruil voor het vertellen van de gehele waarheid over hun misdaden. Slachtoffers kregen de gelegenheid hun verhaal te doen en werden zodoende in hun waardigheid hersteld.

 

Langzaam maar zeker en met vallen en opstaan is Tutu uitgegroeid tot een expert op het gebied van vergevings- en verzoeningsprocessen. Vanuit al zijn ervaringen, zowel als voorzitter van de commissie, als ook in zijn rijke persoonlijke leven, ziet en ervaart hij ‘vergeving’ als de enige weg om uit de starre cirkel van pijn en vergelding te komen.

 

In Het boek van vergeving* dat Tutu samen met zijn dochter Mpho zeer recent uitbracht, deelt hij zijn wijsheid en ervaringen. Vader en dochter onderscheiden in het vergevingsproces een viervoudig pad: je verhaal vertellen, je pijn benoemen, vergeving schenken en je relatie vernieuwen of loslaten. Het is bijzonder hoe beiden rondom zo’n fundamenteel christelijk thema, een heel universeel en voor ieder toegankelijk boek weten te schrijven. Daarnaast is het boek persoonlijk en concreet. Het gaat over grote en kleine pijnlijke relationele ervaringen die ieder in zijn of haar leven opdoet en hoe je daarmee verdergaat, hoe je tot heling en transformatie kan komen. Op inspirerende wijze wordt hierbij aangetoond hoezeer wij met elkaar verbonden zijn en hoe kleine stappen grote gevolgen kunnen hebben, zowel in ons eigen leven als op wereldniveau.

 

Desmond Tutu is emeritus aartsbisschop van de Anglicaanse Kerk in Kaapstad. In 1984 kreeg hij voor zijn inspanningen in de strijd tegen de apartheid de Nobelprijs voor de Vrede. Samen met Nelson Mandela en diens echtgenote Graça Machel is hij de oprichter van The Elders, een groep van hoog aangeschreven wereldleiders die zich, dikwijls achter de schermen, inspant voor vrede en mensenrechten (www.theelders.org). Daarnaast is Tutu goed bevriend met de Dalai Lama met wie hij regelmatig, soms zelfs in het openbaar, van gedachten wisselt.Mpho Tutu is in haar vaders voetsporen getreden en werd in 2004 tot anglicaans priester gewijd. Zij heeft het Tutu Institute for Prayer and Pilgrimage opgericht, waarvan zij de dagelijkse leiding heeft. Daarnaast is zij voorzitter van het bestuur van de Global AIDS Alliance.

 

Tijdens deze cyclus laten we ons inspireren door het boek van Desmond en Mpho Tutu en delen we onze ervaringen bij het lezen ervan. Het boek dient vooraf aangeschaft te worden. Voor de eerste bijeenkomst wordt gevraagd het eerste gedeelte te lezen (blz. 9 – blz. 69).

 

*Desmond Tutu en Mpho Tutu, Het boek van vergeving. In vier stappen naar harmonie met onszelf en de ander, Spectrum, 2014, 240 blz., ISBN: 978 90 00 31472 0.

 

Dagen             Drie vrijdagen (10.30–16.30 uur)
Data                27 feb − 13 mrt – 27 mrt
Kosten            60 euro
Begeleiding    Dinette Kooiman en Mineke Kroes

 

Van de schoonheid en de troost

Drie denkers van formaat: Roger Scruton, Martha Nussbaum, John M. Coetzee

Het intrigerende programma Van de Schoonheid en de Troost*, dat Wim Kayzer in de jaren negentig maakte voor de VPRO-televisie, blijft na vijf cycli op het KCS onverminderd in de belangstelling staan. Kayzer interviewde 26 befaamde kunstenaars, schrijvers, wetenschappers, filosofen en musici over datgene wat het leven voor hen de moeite waard maakt. Hoe weten zij te leven te midden van de vaak chaotische alledaagse werkelijkheid?

 

Hij legde hen de vraag voor wat in hun leven schoonheid vertegenwoordigt en of die schoonheid in staat is om troost te bieden in een somtijds mistroostig en moeilijk bestaan. Geen gemakkelijke vraag, waarop zijn gesprekspartners zoekend en tastend een antwoord zochten, zowel vanuit hun werk als hun persoonlijk leven. De reacties waren zeer uiteenlopend. Waar voor de een schoonheid en troost schuilen in de ordening van het heelal, vindt de ander deze juist in het onvoorspelbare en het vergankelijke. Maar ook in muziek, ansichtkaarten en zelfs in verdriet kan schoonheid schuilgaan.

 

Aan de hand van enkele interviews zullen ook wij ons in deze cyclus bezighouden met de vraag wat ons leven de moeite waard maakt. Wat biedt mij zowel schoonheid als troost om me te verzoenen met het leven en met mijn persoonlijk leven? We bekijken drie interviews met denkers en schrijvers van formaat: de filosofen Roger Scruton en Martha Nussbaum en de schrijver John M. Coetzee.

 

De Engelse filosoof Roger Scruton staat bekend als een zeer originele denker en als ‘conservatief’ in de goede zin van het woord. Waarschijnlijk vanwege deze ogenschijnlijke tegenspraak in zijn denken wordt hij ook wel controversieel genoemd. Hij is als weinig anderen in staat na te denken over de huidige maatschappelijke ontwikkelingen, het belang van religie en over het persoonlijk welbevinden in harmonie met de omgeving. Citaat: De verwondering en het ontzag die we deelachtig worden als we ons eigenbelang opzij zetten en met belangeloze hartstocht de natuur aanschouwen, zijn niet alleen de kern van esthetisch genoegen, maar ook de kern van de vroomheid.

 

Martha Nussbaum wordt wel de filosofe van de emoties genoemd: Ik denk dat emoties een soort beweging zijn, een soort energie, zeker geen gedachte. Ze zijn als windvlagen of de golven van de zee. Ze krijgen vat op mijn lichaam en brengen het in actie. In het interview is ze zeer openhartig over haar eigen emotionele ervaringen en de invloed daarvan op haar leven.

 

John M. Coetzee, wereldberoemd Zuid-Afrikaans schrijver en Nobelprijswinnaar, schreef voorafgaand aan het interview: Ik ben karig met woorden. Een ongemakkelijke en wonderbaarlijke ontmoeting met een schrijver wiens werk sterk beïnvloed is door zijn leven in Zuid-Afrika en tegelijk toch zeer universeel. Staande bij Diaz Beach als de plek van schoonheid en troost, zal hij zeggen: Een plaats waar je nagenoeg buiten de tijd staat, waar je haast in religieuze zin in retraite kunt gaan.

 

We kijken naar drie indringende gesprekken en zullen graven naar de onderstroom die ons leven kleurt, maar waar we doorgaans niet zo uitvoerig bij stilstaan. Wie gelooft dat schoonheid en troost geen illusies zijn, maar mogelijk kunnen bijdragen aan een zinvol bestaan, is van harte welkom.

 

*Bij de serie is destijds ook een boek verschenen: Wim Kayzer, Het boek van de schoonheid en de troost, Olympus, 2000, 200813, 333 blz., ISBN 978 90 467 0273 4.

 

Dagen             Drie vrijdagen (11.00–16.30 uur)

Data                20 feb – 6 mrt – 20 mrt

Kosten            60euro

Begeleiding    Wil van der Heijden en Lia Vergouwen

 

Wat ik doe is leven

Thomas Merton en zijn aandachtige levenshouding

Het is een glorieuze bestemming een lid van het menselijk ras te zijn, hoewel het een ras is dat tot vele absurditeiten en verschrikkelijke vergissingen is gedoemd.

(Thomas Merton, 18 maart 1958)

 

In zijn honderdste geboortejaar lezen we het werk van schrijver, dichter en monnik Thomas Merton (1915-1968). Merton is boeiend, verrassend en nog altijd hoogst actueel. We maken kennis met een man die in zijn leven een houding cultiveerde van waakzame aandacht om op een vruchtbare manier inhoud te geven aan zijn zoekend bestaan. Zo wordt hij zich bewust van zijn plaats in het grote geheel. Op die eigen plek onder de hemel buigt Thomas Merton zich naar binnen, trappist én wereldburger, leeg én vervuld, zwijgend én sprekend, eenzaam én verbonden met de wereld en de mensen om hem heen. Een monnik bij wie contemplatie en actie zijn als in- en uitademen.

 

In zijn werk ontmoeten we een mens die ons veel facetten van zijn persoon laat zien: een denker, een brief- en dagboekschrijver, een poëet, een kunstenaar, een natuurbeschouwer, een zoeker, een vriend en een vreemdeling. Een mens wiens voornaamste bezigheid erin bestaat te leven en wiens woorden steeds zijn eigen beleving en ervaring weerspiegelen.

 

Merton uit zich o.a. als een kritisch contemplatief die openstaat voor God en wereld, als een warm voorstander en pionier van de interreligieuze dialoog en als een hartstochtelijk advocaat van gerechtigheid en vrede. Vele van zijn kritische waarnemingen en beschouwingen zijn nog steeds toepasselijk op de huidige toestand. Enkele korte fragmenten voor een indruk.

 

Heer, mijn God, / ik weet niet waar ik heen ga. / Ik ken de weg niet die voor me ligt. / Ik kan niet met zekerheid zeggen / waar hij zal eindigen. (1958)

 

Het is heerlijk plots te ontwaken in de eenzaamheid van de bossen en naar de lucht te kijken en de volslagen onzin van alles in te zien, zelfs van de hoogdravende spiritualiteit van de experts in het geestelijk leven en dan gewoon in lachen uit te barsten en te lachen om de lucht en de bomen, want God is niet te vangen in woorden of in systemen, ook niet in liturgische plechtigheden, zelfs niet in ‘contemplatie’ met een hoofdletter of in ascese of iets dergelijks en evenmin in het apostolaat. Heel zeker ook niet in boeken. Ik kan rustig doorgaan met schrijven, al zou men van mijn boeken evengoed papieren vliegtuigjes kunnen maken. (18 september 1958)

 

Mag ik wel zeggen dat ik een antwoord heb gevonden op de vragen die de mensen van onze tijd kwellen? Ik weet niet of ik wel antwoorden heb gevonden. Toen ik pas monnik was, was ik veel zekerder van ‘antwoorden’. Maar naarmate ik ouder word in het monastieke leven en verder doordring in de eenzaamheid, word ik er mij van bewust dat ik pas begonnen ben met het zoeken naar de vragen. (21 augustus 1967)

 

Aan de hand van een aantal highlights uit het werk van Thomas Merton en het boek van Kick Bras Leven met Thomas Merton* proberen we op het spoor te komen van een levenshouding die bij ons persoonlijke en maatschappelijke leven past. We lezen deze teksten met de bedoeling ons ermee uiteen te zetten en ons te laten raken, ook als hetgeen ons treft weerbarstig en paradoxaal is of haaks staat op wat wij menen te weten.

 

*Kick Bras, Leven met Thomas Merton. Wegwijzer naar vrijheid, Uitgeverij Meinema, Zoetermeer 2003, 134 blz., ISBN 90 211 3936 7. Voor de highlights zijn er aan het begin van de bijeenkomsten kopieën beschikbaar.

 

Dagen             Vier donderdagen (14.00–16.30 uur)

Data                30 apr– 21 mei– 28 mei– 11 juni

Kosten            40 euro (vrijwilligers van Stem in de Stad en Groenmarktkerk 10 euro)

Begeleiding    Jetske Nicolaas en Kick Bras

Het natuuravontuur van drie tragische heldinnen

Beasts of the Southern Wild, Die Wand en The Piano

Filmverhalen vertonen grote overeenkomsten met wat we van oudsher ‘mythen’ noemen. In films komen we, zoals de beroemde mytholoog Joseph Campbell het noemde, ‘de held(in) met de duizend gezichten’ tegen. Er wordt in drie fasen een klassieke spirituele weg afgelegd: uit je eigen wereld vertrekken, ingewijd worden in een andere wereld en getransformeerd weer terugkeren in je eigen wereld met een spirituele boodschap voor de mensheid. De avonturen van helden en heldinnen, groot en klein, in mythen en films spreken ons zo aan, omdat ook wij zelf meerdere malen in ons leven spirituele transformaties doormaken. Zo worden we niet zonder slag of stoot van kind een puber en van volwassene een oudere. Ook ondergaan we tijdens ons leven ingrijpende veranderingen in de ons omringende natuur en cultuur. Die veranderingen dagen ons uit oude paden te verlaten en nieuwe wegen te zoeken. Ze vergen heldenmoed, omdat we nooit weten hoe het zal aflopen. De kans op een tragedie is nooit ver weg.

 

In deze filmcyclus volgen we de avonturen van drie heldinnen, die de strijd aangaan om een weg te zoeken uit de barre omstandigheden waarin ze verkeren. Ongeacht de verschillen in leeftijd en karakter hebben ze gemeen dat ze vooral een nieuwe spirituele zin moeten zien te vinden in de natuur en de cultuur die hen omringt. Voor Hushpuppy uit Beasts of the Southern Wild is de natuurlijke omgeving haar al eigen, maar omdat die ten onder dreigt te gaan, moet ze op zoek naar een nieuwe culturele identiteit. Voor de naamloze vrouw uit Die Wand is de natuur haar wezensvreemd en moet ze zich die juist eigen leren maken. Voor Ada uit de klassieker The Piano bestaat de kunst eruit te ontdekken dat de natuur eigenlijk altijd al haar eigen natuur was. De spirituele transformatieprocessen van de drie heldinnen kennen overduidelijk een tragische kant. Er staat veel op het spel en ze verliezen gaandeweg veel. Maar ze vinden ook hun ware aard en wezen.

 

Beasts of the Southern Wild

We beginnen in Noord-Amerika. En we vertrekken met de zesjarige Hushpuppy op een magisch-realistische reis door een snoeiharde werkelijkheid. Hushpuppy leeft met haar alcoholistische vader in boskolonie The bathtub in het zuiden van Louisiana, in de Missisippidelta. Hoewel Hushpuppy op een leeftijd is dat alles nog een avontuur zou moeten zijn, is ze slim genoeg om te zien dat haar wereld aan het veranderen is. Moeder was al ‘weggezwommen’ en vader gaat misschien binnenkort ook dood. Bovendien is er een zware storm op til. In haar verbeelding ziet Hushpuppy enorme beesten losbreken uit het poolijs en over de vlaktes denderen. Als dan de aangrenzende stad ook nog de kolonie onder water zet, waardoor alle planten sterven en de bewoners van De badkuip geëvacueerd worden, dan weet ze zeker dat er iets goed mis is: Alles in het universum is afhankelijk van elkaar. Als een stukje kapotgaat, al is het het kleinste stukje, gaat het hele universum kapot. Dit inzicht maakt haar wakker. Ze gaat op pad, samen met andere kinderen. Het wordt een magische reis, een spirituele zoektocht naar haar moeder, naar hun moeder, naar de moeder van alle levende wezens.

 

Beasts of the Southern Wild is een enerverend sprookje over het zoeken van een kind naar een nieuw thuis. In haar stukje wildernis leven de bewoners van De badkuip in hutten op palen, opgetrokken uit stukken hout en platen, afval van de beschaafde wereld. Met wat kleinvee en kreeften en garnalen, die ze vangen in de zeearmen, voorzien ze in hun levensonderhoud, wetende dat overstromingen hun slachtoffers opeisen. Liever leven ze zo dan ingekapseld te worden in het moderne leven met zijn huizen, scholen en ziekenhuizen. Aanvankelijk denk je: deze mensen leven als beesten, als de vissen die ze vangen of als de kippen die ze opeten. Totdat je misschien gaat denken: beseffen deze mensen niet beter dan wij, ‘beschaafden’, wat het betekent om in harmonie te leven met de natuur, dus ook onze eigen natuur?

 

Die Wand

‘Het kon niet waar zijn. Zulke dingen gebeurden niet. En als ze al gebeurden, dan niet in een klein bergdorp, niet in Oostenrijk. Niet in Europa.’ Je begrijpt de verbijstering van de heldin uit Die Wand van regisseur Julian Pölsler uit 2013, als ze midden in de bergen, met uitzicht op bossen, meren en gletsjers, vast komt te zitten achter een onzichtbare muur. De film speelt zich een paar jaar na deze apocalyptische catastrofe af. Ze zit aan een tafel in een donkere jachthut en schrijft op hoe ze op die plek strandde en tot nu toe wist te overleven. Alleen in de voice-over is haar stem te horen; alleen in de flashbacks houdt de trouwe hond Luchs haar gezelschap in de opperste momenten van wanhoop.

 

Eenzame opsluiting achter een onzichtbare wand, terwijl de rest van de wereld lijkt stil te staan. Het brengt haar tot filosofisch-spirituele vragen over de zin van haar bestaan. Maar die vragen laten zich moeilijk beantwoorden wanneer je tot niets anders komt dan simpelweg zien te overleven. Na een korte periode van woede, onbegrip en wachten op redding, beseft de vrouw dat de toestand blijvend is. En dan begint het overleven. Samen met een hond, een koe en een kat, bouwt ze een bestaan op van landbouw en jacht. Langzaam verdwijnt de stadse vrouw, die ze was. De blaren op haar handen in het eerste jaar worden eelt in het tweede jaar. Het in prachtig weidse shots gevangen landschap is daarbij zowel vriend als vijand. Idyllisch mooi, maar ook verwoestend desolaat.

 

Bespiegelingen over de dood en je plaats in de natuur, ontroerende liefdesverklaringen aan de hond, Die Wand omvat het allemaal en nog veel méér – maar dan wel zo zinnelijk dat je de natuur bijna ruikt en voelt hoe het is om als allerlaatste mens op aarde naar de sterren te kijken. Een bijna hypnotiserende kijkervaring. Wat de diepere betekenis van de muur is en of de vrouw in haar afgesneden deel van de werkelijkheid verloren is of juist zichzelf herontdekt, dat mag de toeschouwer zelf bepalen.

 

The Piano

‘Uit het creatieve water wordt alle leven geboren’. Dit zou het motto kunnen zijn van de filmklassieker The Piano uit 1993 van Jane Campion. In deze film moet onze heldin Ada het samen met haar onwettige dochter zien uit te houden in een wereld die door mannen wordt gekoloniseerd. Dat doet ze door zich terug te trekken in haar eigen stilte. Ada leeft in Victoriaans Schotland halverwege de 19de eeuw. Als kind weet ze instinctief dat ze niet in contact kan treden met deze cultuur. Ze besluit te stoppen met spreken. In de film horen we dan ook in voice-over alleen haar innerlijke stem.

 

Als ze wordt uitgehuwelijkt aan Stewart, een kolonist in Nieuw-Zeeland, vertrekt ze op voorwaarde dat ze haar piano mag meenemen, het enige instrument waarmee ze zichzelf kan uitdrukken. Bij aankomst begrijpt Stewart dit niet en laat de piano achter op het strand. Ada raakt meteen vervreemd van hem. Zijn vriend Baines wordt echter zo geroerd door haar muziek dat hij de piano naar zijn huis laat brengen in ruil voor 300 hectare grond en pianoles van Ada. De twee worden verliefd op elkaar, maar omdat de hele zaak gebaseerd is op ruilhandel, besluit Baines Stewart de piano terug te geven. Ada keert echter terug naar Baines en als Stewart dat ontdekt wordt hij gewelddadig en ontbindt het huwelijk. Samen met haar dochter, Baines, de piano en met Maori’s als roeiers vertrekt ze per boot. Maar dan komen er donkere gedachten in haar op. Samen met haar piano gooit ze zich overboord. Tot ze tot haar eigen verbijstering in de diepte van de zee weer kiest voor het leven.

 

De spirituele boodschap is duidelijk: de mannelijke koloniale cultuur, gesymboliseerd door Stewart, houdt de vrouw, ja zelfs moeder natuur, gevangen en buit haar uit. In The Piano vindt een clash plaats tussen de cultuur van de Verlichting en die van de Romantiek. Maar, zoals de Maori’s en Baines en Ada weten, behoort de natuur zichzelf toe en is ze heilig.

 

Dagen             Drie zaterdagen (11.00–16.30 uur)
Data                7 feb – 21 feb – 7 mrt
Kosten            60 euro
Begeleiding    Marjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

 

Offer en inzicht, misverstand en lot

Met Vonne van der Meer en Willem Jan Otten in gesprek

Vonne van der Meer en Willem Jan Otten zijn beiden schrijver en bovendien samen een echtpaar. Vonne van der Meer schrijft voornamelijk romans, Willem Jan Otten schrijft poëzie en romans, maakte toneelbewerkingen en kreeg voor zijn essays de P.C. Hooftprijs 2014.

 

In 2013 schreef Vonne van der Meer over offer en inzicht Het smalle pad van de liefde*; een verhaal rond overspel en het mozaïek van de scherven.

Soms kostte het haar veel moeite iets te doen of te laten voor een ander en dan trok ze zich even terug, in een kamer of in zichzelf. Dan deed ze haar ogen dicht en haalde diep adem. Stamelde een vraag, vroeg om kracht bij wat ze wilde maar nog niet op kon brengen (…) en Ze ontwaakt niet meer met het schamele gevoel dat haar iets is afgenomen (…) Ze is trots op hem en zichzelf. Maar dan…

 

Een paar jaar eerder dichtte Willem Jan Otten de vertelling De vlek** over misverstand en lot, rond een verwisseling van medische foto’s en de spiegels die toen braken.

Je ziet de vlek en kreunt: dus toch
en als de dokter zwijgt: klaar ben je,
ik hoor het je zeggen,

Niet dus, maar anders en dan…

 

De twee boeken gaan niet over elkaars onderwerp; en het eerste is een roman, het tweede een prozagedicht. Maar beide boeken gaan wel ook over elkaars thema’s en zoeken een levensbeschouwelijke bedding voor de menselijke ervaring, een samenhang voor de levensliedjes van mensen.

 

En dan de verrassing. Want gelukkig en je zou het na deze zinnen niet verwachten, maar bij dit alles zijn de verhalen eigenlijk niet echt topzwaar geworden maar soms zelfs verrassend licht.

 

Het is spannend om de twee boeken – op zichzelf het lezen en bespreken meer dan waard – ook met elkaar in verband te brengen, om vanuit het leven naar de liefde te kijken en de dood en vooral om te zien hoe het goede eruit ziet in het licht vanuit het schone bezien.

 

*Vonne van der Meer, Het smalle pad van de liefde, Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen 2013, ISBN 978 90 254 4123 4.

**Willem Jan Otten, De vlek. Een vertelling, Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam 2011, ISBN 978 90 282 4231 9.

 

Dagen             Vijf dinsdagen (14.00–16.30 uur)
Data                3 feb –17 feb − 3 mrt − 17 mrt – 31 mrt
Kosten            50 euro
Begeleiding    Janneke Krijger en Cees Savelkouls

Søren Kierkegaard en de liefde

Inspirerende gedachten voor het dagelijks leven

Trouw, je zult er spijt van krijgen. Trouw niet, je zult er eveneens spijt van krijgen. Trouw wel of trouw niet, je zult van allebei spijt krijgen. Of je trouwt, of je trouwt niet, van allebei krijg je spijt.

 

Dít citaat van Søren Kierkegaard (1813-1855) staat in een van zijn boeken Of/of. Wat weet hij van de liefde? Veel mensen weten van hem, dat hij verliefd is geweest op en verloofd met Regine Olsen en dat hij de verloving verbroken heeft en ongetrouwd is gebleven. Door haar heeft hij meer dan menig ander nagedacht en geschreven over de liefde.

 

In Kierkegaards boek Wat de liefde doet vinden we veel inspirerende en opbouwende gedachten. Hij heeft het over de oorsprong en het wezen van de liefde, over allerlei eigenschappen van de liefde in het dagelijks leven, over verwachtingen die je hebt, hoe je vertrouwen en hoop kunt hebben en hoe in uitzichtloze situaties een begaanbare weg mogelijk is. In Wat de liefde doet gaat het om de goddelijke liefde die bron en grond is van de menselijke liefde. De liefde is niet de ‘eros’ of de ‘begeerte’, gericht op de specifieke ander, maar de christelijke naastenliefde, die álle mensen op het oog heeft, ook de vijand. De door hem ontwikkelde gedachten zijn rijk aan inhoud, niet alleen in religieus en christelijk opzicht, maar ze zitten ook vol psychologisch inzicht in de gestalten van de liefde in de dagelijkse praktijk van het leven.

 

We lezen op het KCS al een groot aantal jaren uit de werken van Kierkegaard. Het is verwonderlijk dat niet alleen bij ons maar over de hele wereld deze filosoof, theoloog en psycholoog nog steeds wordt gelezen en dat hij voor velen een inspirator is om een weg, een levensweg te vinden in onze vaak ondoorzichtige en chaotische wereld.

 

Kierkegaard leefde in de eerste helft van de negentiende eeuw, maar zijn gedachten zijn heel vaak direct van toepassing op de problemen van onze eeuw. Velen hebben dan ook op zijn psychologische inzichten voortgebouwd, ook in de psychoanalyse. Op filosofisch gebied wordt hij wel gezien als de vader van het existentialisme.

 

Steeds blijkt weer hoe vruchtbaar het is om Kierkegaard in groepsverband te lezen. Dat komt omdat hij niet erg gemakkelijk schrijft. Samen lezen en de leeservaringen met elkaar delen heeft dan het voordeel dat de rijkdom van zijn teksten een veelkleurig en gelaagd bouquet oplevert.

 

In vijf bijeenkomsten willen we samen Kierkegaard lezen en met elkaar in gesprek gaan. We proberen zijn tekst in onze eigen ervaring en in onze eigen situatie te verstaan. Bij deze tekstlezing gebruiken we: Søren Kierkegaard, Wat de liefde doet. Een aantal christelijke overwegingen in de vorm van toespraken, Vertaling en verklarende noten van Lineke Buijs en Andries Visser, Uitgeverij Damon, Budel, € 34,90, ISBN 978 90 5573 784 0.

 

Dagen            Vijf woensdagen (14.00–16.30 uur)
Data               28 jan – 11 feb – 25 feb – 11 mrt – 25 mrt
Kosten            50 euro
Begeleiding    Riet Spierings en Krijn Kramer

 

Programma najaar 2015
Dierenverhalen, mensenverhalen

Filmdag rond documentaire Life Story

 

Dieren houden ons soms een spiegel voor. Ze laten ons zien wat dat is: leven en waar het in het leven om gaat. In spirituele verhalen komen soms ook dieren voor: slangen, wolven, duiven, vogels, schapen. Door ons te vergelijken met dieren zien we beter wie we zijn.

De makers van de bekroonde BBC series Africa en Life hebben een nieuwe reeks gemaakt: het indrukwekkende Life Story, waarin we individuele dieren volgen in de verschillende stadia van hun leven. Dat levert ontroerende, spannende en meeslepende verhalen uit het dierenrijk op! Net als mensen worstelen dieren om te overleven. We zien de gevechten om eten, zoektochten naar water, ijsberen die elkaar in de haren vliegen, vogels die hun eieren bewaken, leeuwenwelpjes die worden gewassen en allerlei ander jong spul dat wordt gevoed, beschermd en schoongelikt. Life Story toont het dierenrijk op zijn emotioneelst. We gaan samen kijken naar twee afleveringen uit deze serie, te weten aflevering 1 en 3.

Elke aflevering focust op één stadium van het leven, beginnend bij de cruciale eerste dagen van leven, gevolgd door een periode van spelen en leren, het zoeken naar een geschikte partner, het gevecht om dominantie in de groep – en eindigend bij het ouderschap, waarbij de dieren nog maar één levensdoel hebben: het in leven houden van hun nakomelingen. Het levert verhalen op vol triomfen, tragedie, humor en plezier.

In de eerste aflevering zien we hoe ieder dier, groot of klein, bij zijn geboorte kansen krijgt: om op te groeien, sterk te worden en zich voort te planten. Maar hoe overleef je je kindertijd? Sommige dieren staan al meteen als ze het levenslicht zien voor hun allergrootste uitdaging. Even kwetsbaar als dapper nemen ze de eerste van vele hobbels. In de eerste aflevering wagen hongerige brandgansjes vanaf een veertig meter hoge rots de sprong in het diepe. Unieke beelden tonen een piepkleine grootoorspringmuis in de eenzaamheid van de nachtelijke Gobiwoestijn. En een twee maanden oud bultrugkalf begint met zijn moeder aan een maandenlange tocht door de oceanen, maar belandt daarbij in een ‘bronstgevecht’ tussen agressieve, veertig ton zware mannetjes. Voor jonge dieren is alles even nieuw en vreemd. Hoe ze met die uitdagingen omgaan is bepalend voor hun hele verdere leven.

In de derde aflevering is te zien hoe verschillende dieren onderdak vinden en hun huizen verdedigen. Heremietkrabben doen aan een grootscheepse woningruil die kalm en ordelijk verloopt. Zo vindt elke krab snel een geschikte schelp. Bij weefmieren dragen zelfs de larven hun steentje bij aan het huishouden. Remora’s – ook wel zuigvissen genoemd – hebben een bijzondere mobiele woning: de stierhaai.

We zijn benieuwd wat we samen zien als we in deze dierenspiegels kijken.

 

Dag                    Zaterdag (11.00-16.30uur)

Datum                26 september

Kosten               20 euro

Begeleiding       Marjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

 

Zo’n zalige dag… wat ongerijmd was, wordt vanzelfsprekend

Czeslaw Miłosz en Wisława Szymborska, twee getuigen van de 20e eeuw

 

Czesław Miłosz en Wisława Szymborska hebben om te beginnen veel gemeen. Beiden waren Pools, beiden waren dichter, beiden waren ze winnaar van de Nobelprijs (1980 resp. 1996). Beiden beleefden ze het overgrote deel van de 20e eeuw en beiden overleden ze in de eerste jaren van de 21e (2004 resp. 2012).

Ze hadden ook veel niet gemeen. De laatste was vrouw en de eerste man. Ze deelden ook niet dezelfde levensbeschouwing. En vaak deelden ze niet dezelfde toegankelijkheid. De brede thema’s en de grotere woorden van de één staan naast het heel concrete belang en het verkleinwoord van de ander.

Uitgangspunt voor beide dichters is echter de verwondering over wereld en leven in deze ook nu nog onvoltooide tijd.

In deze cyclus van vijf bijeenkomsten willen we in hun gedichten mede onze eigen beleving van leven en lieven lezen.

Voor velen van ons – zeker ook op het KCS – zal Wisława Szymborska geen onbekende zijn. Czesław Miłosz is dat misschien wel. Door hem naast haar te lezen krijgt zijn poëzie mogelijk de bredere toegang die het verdient, wordt van haar gedichten beter de diepte zichtbaar die zij altijd al bezaten en wordt – en dat geldt dankzij beiden – voor ons een wereld van beleving geopend die de onze verrijkt.

 

Dagen                Vijf dinsdagen (14.00-16.30 uur)

Data                   6 okt – 20 okt – 3 nov – 17 nov – 1 dec

Kosten               50 euro

Begeleiding       Janneke Krijger en Cees Savelkouls

Liefde is groter dan de wind der woorden

Met Antoine de Saint-Exupéry op zoek naar werkelijk mens zijn

Antoine de Saint-Exupéry is vooral bekend door het prachtige sprookje De kleine Prins, dat hij in 1943 schreef. Het verhaal werd wereldberoemd en is in meer dan 160 talen vertaald. Maar behalve dat heeft De Saint-Exupéry (1900 – 1944) nog heel wat meer op zijn naam staan en is hij nog steeds een van de belangrijkste auteurs van Frankrijk.

Als schrijver kunnen we hem ontmoeten in enkele novellen, een viertal romans (Postvlucht naar Dakar, Nachtvlucht, Het rijk der mensen, Oorlogsvlieger), en in zijn postume werk Citadelle, zijn geestelijke testament.

Antoine de Saint-Exupéry, die je een moderne mysticus kunt noemen, gaat in zijn verhalen op zoek naar het wezen van de mens. Zijn beroep als vlieger heeft daar zeker toe bijgedragen. Hij behoort tot de pioniers in de luchtvaart. Met gevaar voor eigen leven verkende hij het luchtruim, werd beschoten, maakte noodlandingen, liep verschillende keren ernstige verwondingen op en werd met zijn toestel uiteindelijk op het einde van de Tweede Wereldoorlog neergeschoten. In zijn autobiografische roman Oorlogsvlieger krijgt hij de opdracht voor een verkenningstocht boven Atrecht in vijandelijk gebied. Hij heeft weinig verwachting, van deze vlucht te zullen terugkeren.

Ik heb mezelf, voor geval ik nog leven zal, voor vanavond die nachtelijke wandeling door mijn dorp beloofd. Dan zal ik misschien mezelf gaan begrijpen. Dan zal ik zien.

 

Hij overleeft de vlucht en keert terug. De Saint Exupéry dacht diep na over hetgeen hem overkwam. Hij weet daarover meesterlijk te vertellen en tegelijk aan zijn ervaringen grote diepte te geven. Hij beschrijft hoe na deze vlucht zijn eigen schors verbrijzeld is. Hij ervaart hoe hij anders kijkt, dieper schouwt, en meer doorziet dan tevoren en beschrijft hoe het wezenlijke van het mens-zijn oplicht in het verbonden zijn met anderen.

Misschien zal ik niets te zeggen hebben over wat ik zal zien. Als ik een vrouw mooi vind, vind ik daar geen woorden voor. Dan zie ik haar alleen maar glimlachen. De intellectuelen breken het gezicht af, ze analyseren het en kunnen elk onderdeel beschrijven. Maar zij zien dan de glimlach niet meer. Leren kennen is noch afbreken, noch uitleggen. Het is een zich overgeven aan beschouwing. Maar zó kan men pas beschouwen, als men zich heeft willen inzetten en willen deelnemen.

Men moet geven voordat men kan ontvangen…Daar ligt het ge­heim… De mens moet altijd zelf de eerste stap zetten. Hij moet geboren worden alvorens hij in volheid bestaan kan.

Voor de bijeenkomsten maken we een selectie uit zijn teksten uit Oorlogsvlieger. Deze teksten worden ter plekke ter beschikking gesteld. We gaan in gesprek met elkaar over die tekstfragmenten, die ook nu voor ons van betekenis zijn en ons kunnen helpen bij onze eigen zoektocht naar werkelijk mens-zijn. We hopen dat de verhalen van Antoine de Saint- Exupéry ons raken en uitnodigen ook onze eigen ervaringen te leren zien met het hart.

 

Dagen                Zes woensdagen   (13.30 – 16.00 uur)
Data                   7 okt – 21 okt − 4 nov – 18 nov – 2 dec16 dec

Kosten               60 euro

Begeleiding       Wil Simis−Goddijn en Riet Spierings

Geduld met God

Leren leven met het mysterie

                                                                                   

“Ooit heb ik, na buitengewoon langdurige en vermoeiende gesprekken met een jonge man die, net als ik, jarenlang niet kon beslissen of hij wel of niet in God geloofde en zo ja, of hij dan genoeg in hem geloofde, op een avond tegen hem gezegd:

‘Weet je, het is niet zo belangrijk om zeker te weten of je in God gelooft; of jij in hem gelooft is ook echt het belangrijkste niet. De hoofdzaak is dat God in jou gelooft. En misschien is dat besef op dit moment genoeg’.”

 

Dit is een citaat uit het boek Geduld met God. Twijfel als brug tussen geloven en niet geloven van de Tsjechische theoloog, filosoof en psycholoog Tomás Halík. Het boek is bekroond met de Europese prijs voor het beste theologische boek 2011 en lovend besproken in o.a. dagblad Trouw. Halík is tijdens het communistisch regime in het verborgene tot priester gewijd. Na de val van het communisme werd hij adviseur van  president Vaclav Havel.

 

In bovenstaand citaat geeft Halík een zeer herkenbare vraag weer, waarmee veel mensen tegenwoordig worstelen: hoe nog te geloven in een tijd die door een wetenschappelijk wereldbeeld en secularisatie wordt gedomineerd? In zijn boek neemt Halík als uitgangspunt de twijfelende en zoekende Bijbelse figuur van Zacheüs, die liever schuchter van een afstand toekijkt dan dat hij enthousiast meedoet. Dit beeld gebruikt hij om een nieuwe verhouding uit te werken tussen gelovigen en niet-gelovigen, waarmee hij buitenstaanders in hun zoeken en vragen heel nabij kan komen.

Zoals ook de eerste zin van zijn boek luidt: “Op veel punten ben ik het met atheïsten eens, vaak op bijna ieder punt – behalve in hun geloof dat God niet bestaat.”

 

In zijn voorwoord bij Halíks boek noemt de theoloog en predikant Wim Dekker dit “een ijzersterke openingszin”. Want: “geloof is een vorm van geduld hebben met God. Hoop en liefde zijn trouwens vormen van ditzelfde geduld. Het kan zijn dat ik tot nu toe iets gemist had. Maar deze thesen was ik nog niet eerder ergens tegengekomen. Ze deden me gefascineerd verder lezen. Halík boeit van begin tot eind.”

Als een van de weinige hedendaagse schrijvers is Halík in staat, daadwerkelijk een brug te slaan tussen geloof en scepsis, tussen christelijke zingeving en atheïstische levensoriëntatie. We bespreken dit boeiende boek in vijf middagen.

Tomás Halík, Geduld met God. Twijfel als brug tussen geloven en niet geloven. Uitgeverij Boekencentrum/Pelckmans ISBN 978 90 239 2766 2   2014, 192 p.

 

Dagen                Vijf vrijdagen (14.00 – 16.30 uur)

Data                   23 okt – 6 nov – 20 nov – 4 dec – 18 dec

Kosten               50 euro

Begeleiding       Wil van der Heijden en Lia Vergouwen

De gezangen van Hildegard van Bingen

O groene twijg in volle bloei

 

Op veler verzoek is er opnieuw een cyclus rond de beroemde mystica Hildegard van Bingen. Dit keer zullen we ons vooral richten op natuurbeelden die in Hildegards gezangen steeds terugkomen en die voor haar een speciale betekenis hebben. Hoe kijkt zij tegen de natuur aan, hoe beleeft zij de schepping? De viriditas (groene groeikracht) zullen we tegenkomen in combinatie met Maria en haar vrouwbeeld. God heeft de man sterk en krachtig geschapen, de vrouw zwak, maar die zwakheid heeft volgens Hildegard (toch maar) de hele wereld voortgebracht.

Hildegard van Bingen leefde van 1098 tot 1179 in het Rijnland, was benedictines en abdis van een klooster, componeerde muziek en schreef omvangrijke boeken over de visioenen die zij zag. Het zijn haar gezangen die een goede basis vormen om met Hildegard kennis te maken, of om tot een verdere verdieping te komen in wat zij ons te bieden heeft.

We zullen aandachtig luisteren naar haar muziek terwijl we de tekst van haar liederen, eveneens van de hand van Hildegard, goed tot ons door laten dringen. Wat roept dit alles bij ons op? We zullen ook de verbinding leggen naar haar visioenen, in prachtige miniaturen weergegeven.

 

Dagen                Drie dinsdagen (14.00-16.30uur)

Data                  27 okt – 10 nov – 24 nov

Kosten               30 euro

Begeleiding       Tony Lindijer

Levenskunst volgens Teresa van Avila

Het levensverhaal van een wijze vrouw

 

Mijn God,
ik hoef niet naar de hemel te klimmen
om met U te spreken
en bij U mijn vreugde te vinden.
Ik moet mijn stem niet verheffen
om met U te praten.
Al fluisterde ik heel zacht,
Gij hoort me al; want Gij zijt in mij,
ik draag U in mijn hart.
(Teresa van Avila)

 

Van Teresa van Avila (1515-1582) is bekend dat zij op een eigenzinnige wijze haar leven vorm heeft gegeven. Samen met enkele anderen heeft zij een nieuwe stijl van religieus leven ontwikkeld, goeddeels tegen de heersende vanzelfsprekendheden in. Haar vastberadenheid daarin moge mede door karakter en aanleg bepaald zijn, het gevoel voor de goede richting en de maatvoering heeft zij al doende moeten vinden.

Hoe is zij in haar tijd tot dat onderscheidingsvermogen gekomen? Wat is haar geheim om bij de vele heftige en tegengestelde invloeden niet verloren te lopen? We trachten elementen van dat geheim op te sporen in haar autobiografie, het boek van haar leven.* Vervolgens proberen we te zien hoe die elementen, wellicht in een voor onze tijd gewijzigde vorm, ook ons eigen leven richting kunnen geven.

De hieronder genoemde editie is van een uitstekende inleiding voorzien. Deze tekst geeft een goed beeld van het hele boek. Van tevoren zullen we laten weten welke teksten tijdens de bijeenkomsten worden besproken, zodat iedereen zich hierop kan voorbereiden.

 

*Teresa van Avila, Het boek van mijn leven. Ingeleid door Elisabeth Peeters en Ulrich Dobhan; vertaald door Carlos Noyen, Carmelitana, Gent 2009, 458 blz., ISBN 978 90 7667 170 3.

 

Dagen                Drie zaterdagen (11.00 – 16.30 uur)

Data                   nov – 28 nov – 12 dec

Kosten               60 euro

Begeleiding       Frans Maas

Spiritualiteit als levenskunst

Spiritualiteit als levenskunst

 

Ingaan en uitgaan

 

Er is de laatste tijd een hernieuwde belangstelling voor levenskunst. Dat is het

vermogen om geïnspireerd het eigen leven vorm te geven. En daarbij met

dankbaarheid en wijsheid goede en slechte ervaringen te verwerken. In deze

cyclus zullen we levenskunst benaderen vanuit spiritualiteit als ervaringswijsheid.

De eerste keer zal het gaan over het vinden van de balans tussen activiteit in

de wereld en inkeer in de stilte. De tweede keer over de samenhang tussen

levensvragen en spirituele ervaringen. De derde keer over het omgaan met

verdriet en kwaad. De vierde keer over het zoeken naar spirituele omvorming.

Elke bijeenkomst begint met een beeldmeditatie. We hanteren kunstwerken

als beeldmateriaal. Daarna bespreken we de tekst van het boekje en onze

eigen levenservaringen.

 

Het boekje dat wordt gebruikt is van Kick Bras en heeft de titel Ingaan en uitgaan.

Voor deelnemers aan de cyclus is het op het KCS verkrijgbaar voor € 7,50.

 

 

Dagen                  vier woensdagavonden (19.30-21.30uur)

Data                     2 mrt – 16 mrt – 30 mrt – 13 apr

Kosten                 40 euro (voor vrijwilligers van Stem in de Stad 10 euro)

Begeleiding          Kick Bras en Riet Spierings

Plaats                   Parkstraat 1, 2011 KJ Haarlem

Opgave                 via website www.kcs-haarlem.nl of aanmeldingsformulier

Programma voorjaar 2014
Samen leven

Aan de hand van mijmeringen van Jurjen Beumer

Mensen zijn altijd op weg en onderweg. Je loopt, je rent, je holt, je vliegt. Kijk om je heen op de markt en in winkelstraten (…) Het leven lijkt vaak op een doolhof. We dwalen en verdwalen, jagen en jachten en zijn op zoek. Waarnaar? Waar willen we heen? Welke koers kiezen we? Onze samenleving waarvan we deel uit maken, waarheen koerst die? Zit er zin in? Zijn we zomaar op deze wereld, zijn we toeval?(…) Wie geeft er om mij? Wie mist me?

 

Met elkaar leven, goed samen leven gaat niet vanzelf. We ervaren dat het op allerlei manieren mis kan gaan en hunkeren voortdurend naar beter samen leven thuis, op het werk, in de politiek. Goed samen leven is ingewikkeld en kwetsbaar. Maar kan ook verrijkend en verdiepend zijn. Soms proeven we daar iets van als we eens echt stilstaan bij wat je om je heen ziet, werkelijk eens stilstaan bij wat er om je heen gebeurt. Het kan je op het spoor brengen van het besef van waaruit je echt leeft. En tegelijk ga je vanuit die ervaring misschien anders kijken en krijg je meer oog voor een ander, voor je medemens, voor de mens in nood.

 

Ik was een nietig stofje en jij maakte me groter dan een berg.
Ik was de laatste en jij plaatste me vooraan.
Ik was verloren en gewond en jij was de remedie voor mijn hart.
Dronken en uitbundig werd ik door jou… en jij hebt mij zo gemaakt.

(Maulana Jalaluddin Rumi)

 

Als geen ander weet Jurjen Beumer, tot voor kort pastor-directeur en spil van Stem in de Stad, het diaconaal centrum in het hart van Haarlem, hoe samen leven een spannend avontuur is. Vele jaren sloeg hij vanuit een diepe innerlijke gedrevenheid, scherp acht op mensen, dingen, gebeurtenissen om hem heen en schreef er veel over. Daarbij bleef hij steeds hoopvol gestemd, omdat hij geloofde in de kracht van iedere mens. In een interview van mei 2013 voor het Straatjournaal zegt hij in ieder mens zit een waakvlam. Daar ben ik naar op zoek. Stilstaan bij wat je elke dag om je heen ziet gebeuren in mens en samenleving noemde Jurjen Beumer mijmeren.

 

Mijmeren is afsteken naar diepere lagen in mens en wereld, is stoten op levensvragen die om een reactie van onze kant vragen. (…) ik geef signalen af en probeer bij dit alles te blijven luisteren. Want wie weet spreek ik voor mijn beurt en kan ík wel menen dat ik nagedacht heb, ervaren en geproefd, maar misschien is mijn reikwijdte toch te beperkt. (…) Een handreiking wil ik, zoek ik, een goed verhaal, dat mij uitdaagt, corrigeert, tegenspreekt en troost. ‘Iets’ dat mij voorbij mezelf brengt en mij buiten m’n eigen oevers laat treden, op weg naar vruchtbaar grasland, grazige weiden, samen met alle mensen van deze planeet.

 

In deze cyclus willen we stilstaan bij de vraag wat is goed samen leven en wat niet? We doen dat al mijmerend over wat we zelf zien en meemaken en door ons te laten gezeggen, inspireren, troosten en bemoedigen door een goed verhaal, een inspirerende gedachte. Deze verhalen laten we ons aanreiken door het boek dat we gaan gebruiken: Heeft de regen een vader? Mijmeringen over God, mens en wereld, van bovengenoemde auteur. Maar er kan ook een vonk overspringen, als we ons open stellen voor elkaars verhalen. We hopen dat ieders waakvlam aangewakkerd kan worden en dat we ons laten inspireren door wat in de bijeenkomsten gebeurt.

 

Dagen: Vijf woensdagen (14.00–16.30 uur)
Data: 5 feb – 19 feb – 5 mrt – 19 mrt – 2 apr
Kosten: €50; voor vrijwilligers Stem in de Stad en Groenmarktparochie €12,50
Begeleiding: Wil Simis–Goddijn en Riet Spierings

God zoeken, liefde en dood

Met Søren Kierkegaard als gids en inspirator

In 2013 is het 200 jaar geleden dat schrijver, theoloog en filosoof Søren Aabeye Kierkegaard (1813-1855) werd geboren. Hij voorspelde dat hij pas lang na zijn dood erkenning zou krijgen. Dat is uitgekomen. Tijdens zijn leven werden zijn boeken, die hij op eigen kosten liet drukken, nauwelijks verkocht. Pas in de twintigste eeuw, en met name na de tweede wereldoorlog, is de betekenis van deze uitzonderlijke denker mondiaal erkend. Zijn boeken worden wereldwijd vertaald en er verschijnen talloze wetenschappelijke publicaties over hem. Kierkegaard is een oorspronkelijk denker, heeft een grootse schrijfstijl en blijkt nog steeds een inspiratiebron voor velen te zijn.

 

Ook in ons Karmelitaans Centrum voor Spiritualiteit zijn de werken en dagboeken van Kierkegaard in de loop der jaren veelvuldig aan de orde geweest. Steeds weer blijkt dat hij ook voor de zoekende, vragende en twijfelende mens van de eenentwintigste eeuw de juiste vragen kan stellen. Deze negentiende-eeuwse schrijver houdt ons een spiegel voor en dwingt ieder van ons zijn of haar eigen antwoord te zoeken. Kierkegaard schrijft voor de enkeling, het individu. Het is daarom niet vreemd dat hij juist in deze tijd, waarin het individualisme hoogtij viert, zo veelvuldig wordt gelezen. Hij leert ons dat het individu niet alleen rechten, maar ook plichten heeft.

 

Kierkegaard heeft niet alleen filosofische en theologische werken geschreven, maar ook zogenoemde ‘opbouwende toespraken’, waarin hij veel van zijn gedachten verwerkt. Deze keer hebben we gekozen voor een onlangs vertaald en uitgegeven boekje God zoeken, liefde en dood.* Daarin worden deze drie prachtige thema’s behandeld naar aanleiding van een biecht, van een huwelijk en bij een graf. Diepzinnig komen belangrijke vragen aan de orde, bedoeld om te vinden wat een mens opbouwt.

 

Kierkegaard is geen gemakkelijk schrijver. Hij kan daarom het beste in een groep worden gelezen. Steeds blijkt, dat juist door de inbreng van anderen, hun interpretaties, ervaringen en associaties Kierkegaards gedachten verdieping en verrijking van ieders eigen spiritualiteit teweegbrengen.

 

* Søren Kierkegaard, God zoeken, liefde en dood. Kierkegaards toespraken 5, Vertaald door Lineke Buijs en Andries J. Visser, Uitgeverij Buijten & Schipperheijn Motief, Amsterdam 2011, 143 blz., € 15,00, ISBN 978 90 5881 553 8.

 

Dagen: Woensdagen (14.00–16.30 uur)
Data: 12 feb – 26 feb – 12 mrt – 26 mrt – 16 apr
Kosten: 50 euro
Begeleiding: Riet Spierings en Krijn Kramer

Worstelen met God

Gedichten over geloof en ongeloof

Het gedicht is een van de plekken die in onze cultuur zijn afgesproken om te mediteren over het mensenleven (…). Wij buigen ons in stilte over een klein, eindig stukje tekst, dat, omringd door wit, alle aandacht naar zich toetrekt. De omgang met poëzie heeft iets ritueels en iets religieus. (Maaike Meyer)

 

Rond de uitdagende titel Van God los* hebben de deskundige bloemlezers Koen Stassijns en Ivo van Strijtem onlangs 160 gedichten bijeengebracht uit de hele wereld. Deze aantrekkelijke bloemlezing werd in Vlaanderen in het kader van de Maand van de Spiritualiteit samen met twee andere boeken genomineerd voor De Prijs voor het Spirituele Boek van 2012. Deze prijs bekroont een boek waarin op een toegankelijke wijze wordt bijgedragen tot de zoektocht naar zin, bezinning en bezieling in de huidige samenleving. De Prijs is aan deze bundel voorbijgegaan, maar de nominatie van een gedichtenboek alleen al is opmerkelijk te noemen.

 

Het boek opent met een rijke inleiding getiteld God is een gedicht. De gedichten die dan volgen gaan over God en toch weer niet over God. Of zoals de ondertitel verheldert over geloof en ongeloof. Woorden van alle tijden, zoals de uitroep van de vader van wie de zoon bezeten was: ‘Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp’ (Marcus 9, 24). Gedichten over aanwezigheid en verlatenheid, over hoop en wanhoop, over vertrouwen en twijfel. En ‘vertwijfeling hoort bij geloof als windstilte bij zeilen’, zegt Willem Jan Otten. Altijd overstijgen de gedichten het bijkomstige en raken aan het wezenlijke, aan het mysterieuze, hoe klein of hoe gewoon de toegang of de aanleiding ook mag zijn.

 

Stassijns en Van Strijtem zijn zelf dichter en vertaler. Beiden zijn vurige pleitbezorgers voor poëzie. Voor hen is poëzie er voor iedereen. Niet alleen voor de ervaren poëzieliefhebbers, maar ook voor hen die minder vertrouwd zijn met de dichtkunst. Dit betekent niet dat iedereen elk gedicht dat zij opnemen op zichzelf zal betrekken of erdoor aangesproken zal worden, maar hun bloemlezing is zo rijkgeschakeerd dat er voor elkeen die zich wil laten aanspreken wel woorden zijn die zoeken naar ‘een ik weet niet wat’. Soms schoorvoetend, soms met vaste tred, soms wankelend of strompelend.

 

De samenstellers bieden met oog voor kwaliteit een grote variëteit van gedichten aan. Voor hen gaat het erom dat de woorden van de dichter iets met of voor de lezer of de luisteraar doen. Woorden kunnen ontroeren en ergeren, verwondering en verontwaardiging oproepen, troosten en je in de kou laten staan. Dichters kunnen bezweren en wanhopen, ze kunnen vragen stellen en je onderuit halen, ze kunnen een richting wijzen en het onuitspreekbare ter sprake brengen. En de lezers kunnen met een variant op Leo Vroman de woorden wakker lezen, zodat ze opnieuw gaan leven. In dit samenspel van dichter en lezer kunnen beiden uit hun woorden komen.

 

Op zes donderdagmiddagen wisselen we uit wat ons in deze gedichten het meest raakt. In gesprek met elkaar hopen we door te dringen tot wat ons beweegt en bezielt in ons persoonlijke en maatschappelijke leven.

 

*Koen Stassijns en Ivo van Strijtem, Van God los. Gedichten over geloof en ongeloof, Lannoo, Tielt 2012, 206 blz., ISBN 978 90 209 9879 5

 

Dagen: Zes donderdagen (14.00–16.30 uur)
Data: 13 feb – 27 feb – 13 mrt – 27 mrt – 10 apr – 24 apr
Kosten: 60 euro
Begeleiding: Lia Vergouwen en Vic Bos

Yoga op een stoel

Lichter leven

Geef je niet over aan verdriet en kwel jezelf niet met gepieker. Blijdschap doet een mens leven, en een vrolijk mens leeft lang. (Sir. 30,21-22)

 

Deze oude Bijbelse wijsheid van Jezus Sirach is een oproep tot lichter leven. Niet in een lichtzinnige, oppervlakkige betekenis, maar wel in de oorspronkelijke betekenis. Het is een appèl om te leven vanuit de bron van licht die onze oorsprong is.

 

Hoe kunnen we dat licht in onszelf opdelven waardoor ons bestaan aan vreugde en rijkdom wint? Vaak leven we in ons hoofd, denkend aan alles wat nog moet gebeuren, aan wat voorbij is of wat we niet meer kunnen. Dat belemmert ons om in het heden te zijn, in het hier en nu en bij alle rijkdom en diepte van de mensen en de dingen om ons heen.

Met aandacht en in volheid leven vraagt om de zintuigen volledig te gebruiken. Het vraagt dat we met aandacht bij ons lichaam zijn of, wellicht beter, dat we aandachtig ons lichaam zijn.

 

Op deze drie vrijdagen proberen we de letterlijke en de figuurlijke lichtheid van het bestaan te versterken door middel van yoga-, meditatie- en ontspanningsoefeningen. Iedereen is hierbij welkom, ook degenen die geen ervaring hebben met yoga of op enigerlei wijze lichamelijke beperkingen ervaren. We voeren immers alle oefeningen zittend op een stoel uit. Gemakkelijk zittende kleding helpt om de oefeningen soepel uit te voeren en om vrij- en voluit te ademen.

 

Yoga beoogt het zoeken naar evenwicht met het in acht nemen van eigen grenzen en het ontdekken van eigen mogelijkheden. Hopelijk helpt het om licht en vreugde, verscholen in ieder mensenhart, in onszelf op te delven. In meerdere opzichten kan dit bijdragen aan een lichter leven.

 

Dagen: Drie vrijdagen (10.30–13.00 uur)
Data: 21 feb – 7 mrt – 21 mrt
Kosten: 30 euro
Begeleiding: Wil van der Heijden

Zorg voor de ziel

Intouchables, De rouille et d’os en Amour

Wat als je ongeneeslijk ziek wordt? Als je in de dertig beide benen verliest, zoals in de film De rouille et d’os van Jacques Audiard? Of als vijftiger al jaren door het leven gaat met een dwarslaesie, zoals in de film Intouchables van Eric Toledano en Olivier Nakache? Of als tachtigjarige na een hersenbloeding slechts kunt wachten op de dood, zoals in de film Amour van Michael Haneke? Drie Franse films die op indringende wijze laten zien hoe groot de impact is wanneer je getroffen wordt door het noodlot. Naast de fysieke verlamming is er die emotionele en spirituele ontreddering. Het besef dat je toekomst voor altijd ‘gehandicapt’ zal zijn. Heftige gevoelens van angst, machteloosheid en depressie komen bovendrijven, ja zelfs de wil om te sterven. Zo ook het ondraaglijke idee je verdere leven lang afhankelijk te moeten zijn van de zorg van anderen, of het nu professionals, vrienden of familieleden zijn.

 

Voor de personages in de film is die afhankelijkheid maar amper te verteren. Wat voor hen op het spel staat is het gevoel van wel of niet waardig verder leven. Ze stellen hoge eisen aan de mensen die voor hen zorgen. Louter zorg voor hun lichaam, hoe noodzakelijk ook, wijzen ze botweg af. Alleen diegenen die ook zorg hebben voor hun ziel, laten ze toe in hun leven. Het levert prachtige, ontroerende en soms ook aangrijpende beelden van goede zorg op. Want wat blijkt na verloop van tijd? Wanneer er sprake is van zorg voor de ziel, blijken de grenzen tussen de zorgbehoevende en de zorgverlener te vervagen. Er ontstaat wederzijdsheid. Omdat beide partijen hun hele wezen in het spel brengen, ontstaat er een ziel-zorg die voor allebei een wedergeboorte inhoudt, ook al leidt dat in Amour tot een wedergeboorte in de dood. Is immers niet ook een zorgverlener ergens ‘gehandicapt’? Heeft ook hij niet een ander nodig op zijn levensweg? In deze drie films, hoe verschillend ook van toon, is die ander de ‘gehandicapte’ voor wie hij zorgt. Geen zorg voor de zielige, maar zorg voor de ziel. Een kwestie van liefde.

 

Intouchables

Wanneer de gehandicapte Parijse miljonair Philippe op zoek is naar een persoonlijk verzorger, solliciteren er mannen die stamelen dat ze zo goed voor de invalide medemens kunnen zorgen. Zo niet de brutale Senegalees Driss. Deze jongeman uit de banlieue is daar alleen maar omdat het van de sociale dienst moet. Op het eerste gezicht lijkt Intouchables een film over verschillen. Het dramatische en humoristische effect ontstaat door de botsing tussen arm en rijk, jong en oud, zwart en wit. In tweede instantie vallen juist de overeenkomsten op. Ondanks dat Driss en Philippe in vele opzichten tegenpolen zijn, delen ze een grote overeenkomst. Ze zijn allebei gehandicapt. Philippe fysiek, Driss sociaal. De delinquente Driss ontvlucht de problemen van zijn familie en de verlamde Philippe een mogelijke liefdesrelatie. Het hart van deze buddyfilm wordt gevormd door de hilarische en warme band die ontstaat tussen de twee mannen. Intouchables, wat vertaald Onaanraakbaren betekent, is wars van zielig doenerij, maar gaat wel degelijk over de ziel. Ook in ons land ontpopte de film zich als de hit van 2012. Een optimistische film over immigratie en zorg spreekt ons blijkbaar aan. Maar het is vooral de vonk in het samenspel tussen Philippe en Driss die onweerstaanbaar is. Het verhaal is op feiten gebaseerd. Philippe Pozzo di Borgo beschreef in zijn boek Le second souffle hoe de jonge immigrant Abdel Yasmin Sellou van verzorger tot vriend voor het leven werd.

 

De rouille et d’os

Ook in deze film twee onaanraakbaren uit twee verschillende werelden. De rouille et d’os, wat vertaald Over roest en botten betekent, vertelt het verhaal van de aan de zelfkant levende illegale prijsvechter Ali, die gaat zorgen voor de elegante orka-dresseur Stéphanie, die bij een ongeluk beide benen heeft verloren. En ook hier komt een onwaarschijnlijke liefdesrelatie tot bloei. In De rouille et d’os echter verkeren we niet in de jetset van Parijs, maar in het milieu van Ali, dat wordt getekend door armoede, criminaliteit, illegaliteit en agressie. Deze film is dan ook niet komisch – al valt er soms wel wat te lachen. We zien vooral grimmige beelden uit de banlieue van de badplaats Cannes. En wat daar speelt stemt niet gerust. En Ali zelf al helemaal niet. Hij is agressief, impulsief, een gespannen bonk vlees. Zijn geweten is nauwelijks ontwikkeld. Al heeft hij ook iets onbevangens, zachts en kinderlijks. Ali is echter de enige die Stéphanie als een normaal mens behandelt en haar met vriendschap en seks uit haar depressie weet te halen. Om haar dan even later gerust weer te kwetsen. Maar Stéphanie herkent zijn authenticiteit. Ze geneest en weet Ali op den duur uit zijn doodlopende weg te halen. Deze film stelt fundamentele vragen over wat goede zorg is. Heb je daar bepaalde karaktereigenschappen voor nodig, intelligentie of een goed ontwikkeld geweten? Of zit dat vermogen in ieder van ons, hoe verstopt of gekwetst of wispelturig dat vermogen soms ook is?

 

Amour

In een Parijs appartement vindt de brandweer een dode vrouw alleen in bed. En dan, met een sprong terug in de tijd, zien we in een concertzaal een ouder echtpaar zitten, naar later blijkt, twee gepensioneerde musici. De volgende ochtend krijgt de vrouw een hersenbloeding en vanaf dat moment zorgt haar man voor haar. Maar vanaf dat moment ook wordt hun wereld ingesloten binnen de muren van hun appartement. Deze oude geliefden worden onaanraakbaar. Amour gaat over leven, over sterven, over zorg en over liefde. Wat is zorg voor de ziel in het aanschijn van de dood? De vraag naar zorg, en naar de grenzen van zorg, en daarmee naar die van een menswaardig bestaan, is in Amour vooral een morele vraag. Een vraag die echter humaan beantwoord wordt.

 

Amour is een film die je op jezelf terugwerpt. Op je eigen emotionele vermogens. En zo wordt de film tot een spiegel. Het is tijdens het kijken niet mogelijk om niet te denken aan eigen geliefden, vrienden of zomaar anderen die dood zijn, of ziek, of behoeftig, en de vraag wat je eigenlijk voor de ander kunt betekenen – en de ander voor jou. Maar het is ook een metaforische film over de ziel. Om met Dana Linssen te spreken: Waar is de echtgenoot in dat hermetisch afgesloten appartement? En wat betekenen later in de film die andere momenten waarop de raderen van de tijd knarsend tot stilstand komen? (…) Over of een duif een metafoor is. En de mens een ziel heeft. Die zomaar weg kan vliegen. Of dat een mens zomaar verdwijnt. Aan het einde. Omdat er zelfs geen stof overblijft om naar terug te keren. Deze film is essentieel. Een meesterwerk in de vorm van een traan.

 

Dagen: Drie zaterdagen (11.00–16.30 uur)

Data: 22 feb – 8 mrt – 29 mrt
Kosten: 60 euro
Begeleiding: Marjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

Een toevluchtsoord worden

Proeven van de wijsheid van Thich Nhat Hanh

Thich Nhat Hanh is een van de meest bekende en geliefde spirituele leraren ter wereld. Geboren in 1926 in Vietnam werd hij op 16-jarige leeftijd monnik. Tijdens de Vietnamoorlog in de jaren zestig stonden de boeddhistische kloosterlingen voor de vraag of zij het contemplatieve leven in de kloosters zouden voortzetten, of dat zij beter de slachtoffers van bombardementen en verwoestingen konden gaan helpen. Thich Nhat Hanh koos ervoor beide te doen, waarmee hij de basis legde voor zijn geëngageerd boeddhisme.

 

In 1966 werd hem na een bezoek aan de Verenigde Staten en Europa de terugkeer naar Vietnam geweigerd. Dat was het begin van zijn ballingschap, waarover hij veel aangrijpende gedichten heeft geschreven. Vervolgens was hij actief bij diverse internationale vredesbesprekingen. In 1982 stichtte Thich Nhat Hanh Plum Village, een boeddhistische (klooster)gemeenschap in Zuid-Frankrijk, waar hij Vietnamese vluchtelingen opving en ook nieuwe hulpacties opzette voor kinderen en arme families in Vietnam. Thich Nhat Hanh leidt retraites over de hele wereld en geeft regelmatig lezingen. Hij schreef vele boeken over meditatie, mindfullness, vrede, milieu en de boeddhistische leer.

 

In deze cyclus lezen we één van zijn recent vertaalde boeken, namelijk: Angst. Wijsheid om stormen te doorstaan. Uitgeverij Ten Have, 2013. Vanuit zijn veelbewogen leven kan Thich Nhat Hanh zich erg goed inleven in allerlei angsten die wij dagelijks ervaren: angst voor eenzaamheid, voor verlies, voor ziekte of dood. Voor milieurampen, voor terrorisme enz. Veel angst komt voort uit wat er in het verleden gebeurd is. Vaak leven we ook in angst voor wat er in de toekomst met ons zal gebeuren. Thich Nhat Hanh nodigt ons uit om de oorzaken van onze angst onder ogen te zien maar tegelijkertijd ons er niet door te laten overweldigen. Hij geeft uitleg over diverse thema’s uit het boeddhisme die ons inzicht kunnen geven. En het boek bevat diverse praktische oefeningen en concrete aanwijzingen om goed met angst en andere sterke emoties om te gaan. We leren zo op een eenvoudige manier tot meer stevigheid, vrijheid en vreugde in ons leven komen.

 

Thich Nhat Hanh laat ons op inspirerende wijze zien dat leren omgaan met onze angst zeker geen louter individueel proces is:

De eenentwintigste eeuw kan een spirituele tijd worden, maar dan zal de geest van saamhorigheid ons moeten leiden. We zouden moeten leren dingen samen te doen, om onze ideeën en idealen die in ons hart leven, met elkaar te delen. We hebben elkaar nodig om stevigheid, vrijheid en mededogen te beoefenen, zodat we elkaar eraan kunnen herinneren dat er altijd hoop is.

 

Als je goed oefent zul je een toevluchtsoord voor jezelf en ook voor je geliefden worden.

 

Tijdens de cyclus zullen we naast dit werk van Thich Nhat Hanh ook enkele ‘uitstapjes’ maken naar teksten van andere schrijvers die bij het gedachtegoed van de monnik aansluiten, zoals bv. Martin Luther King jr (die Thich Nhat Hanh in 1967 nomineerde voor de Nobelprijs voor de Vrede) en Nelson Mandela.

Let op: dit is geen therapiegroep en ook geen mindfullnesstraining.

 

Dagen: Drie vrijdagen (10.30–16.30 uur)
Data: 28 feb − 14 mrt – 28 mrt
Kosten: 60 euro
Begeleiding: Dinette Kooiman en Mineke Kroes

Zen Zien Tekenen

De kunst van het onbevangen waarnemen

Zen-Zien-Tekenen is een stille meditatie met als oefening intensieve aandacht, onbevangen waarnemen en met als werkvorm tekenen.

 

Tekenen als een vorm van mindfulness: om de wereld werkelijk te leren zien. Om te leren waarnemen zonder te oordelen.

 

Tekenen als vorm van actieve meditatie: je zondert je niet af, maar bent juist volop aanwezig in het hier en nu. Het helpt je om met volle aandacht in het leven te staan. Er ontstaat rust, je krijg meer energie en je neemt scherper waar.

 

Tekenen kun je overal en alles, het maakt niet uit, alles in onze omgeving is onderwerp om te tekenen. Alle heel gewone dagelijkse dingen worden bijzonder als je ze ziet met een oog dat tekent. Als je ogen opengaan is alles inspirerend. Al tekenend ga je zien, en al ziende ontdek je en leef je in verbondenheid met alles wat je ziet. Potlood of pen en papier is alles wat je nodig hebt.

 

Het Zen-Zien-Tekenen is niet op de eerste plaats gericht op het leveren van artistieke prestaties en is ook niet bedoeld als ‘creatieve bezigheid’. Ervaring met zenmeditatie en ‘kunnen tekenen’ is geen vereiste. Wel wordt van de oprechte beoefenaar van Zen-Zien-Tekenen openheid, doorzettingsvermogen, inzet en vertrouwen verwacht. Ook vioolspelen leer je niet in één dag.

 

Aanbevolen literatuur: De boeken van Frederick Franck, m.n. Zen zien, zen tekenen (ISBN 9063500637) en Maria Adriaens, Ruimte zien (ISBN 9056700936). Voor verdere informatie zie ook www.zenzientekenen.nl.

 

Dagen: Twee zaterdagen (11.00–16.30 uur)
Data: 1 mrt – 15 mrt
Kosten: 40 euro
Begeleiding: Leo van Vegchel

Programma najaar 2014
Wanneer God begraven is…

‘Opnieuw’ lezen in het dagboek en de brieven van Etty Hillesum

Wanneer die inzichten, die ik me achter m’n bureau, in omgang met de edelste geesten, verover, niet doordringen tot in de kleinste dingen van het dagelijkse leven, wanneer niet iets van het grote besef over menselijke waarden, tot in de verst verwijderde ademtocht doordringt, dan heeft dat ‘geestelijke leven’ (…) geen betekenis. (Etty Hillesum, 10 juni 1942)

 

‘Opnieuw’ in de geschriften van Etty Hillesum lezen vanwege haar honderdste geboortejaar (Middelburg, 15 januari 1914) en vooral omdat ‘wat zij schrijft’ nog altijd brandend actueel is en eigentijds. Etty is een jonge, joodse vrouw, die volop bezig is zichzelf te ontdekken wanneer de tweede wereldoorlog uitbreekt. In haar dagboek en haar brieven laat zij openhartig zien hoe intens ze zoekt naar de zin van het leven en hoe ze worstelt om alles, het mooie én het absurde, een plaats te geven in haar bestaan. Gaandeweg wordt haar keuze voor verzet én lotsverbondenheid met haar volk duidelijker. Op 7 september 1943 wordt zij met haar ouders en haar broer Mischa vanuit het deportatiekamp Westerbork getransporteerd naar het concentratiekamp Auschwitz in Polen. Haar oudste broer Jaap volgt enkele weken later. Volgens het Rode Kruis sterft Etty enkele maanden later op 30 november.

 

26 Augustus (1941), Dinsdagmiddag

Binnen in me zit een heel diepe put. En daarin zit God. Soms kan ik erbij. Maar vaker liggen er stenen en gruis voor die put, dan is God begraven. Dan moet hij weer opgegraven worden.

 

23 Juli (1942), Donderdagavond, 9 uur

Toen ik gisterenavond dat grote eind door de regen gelopen had met die blaar onder aan m’n voet, ben ik toch op het eind nog een straatje omgelopen om een bloemenkar te zoeken en ik kwam met een grote bos rozen thuis. En daar staan ze. Ze zijn net zo werkelijk als al de ellende, die ik op een dag meemaak. Er is voor veel dingen plaats in één leven. En ik hèb zoveel plaats, mijn God.

 

Uit de brieven die Etty Hillesum vanuit het doorgangskamp Westerbork schrijft, blijkt hoe zij in die barre werkelijkheid met beide benen op de grond is komen te staan.

 

Westerbork, 24 Augustus, 1943

Als ik denk aan die gezichten van het groengeüniformeerde, gewapende begeleidingspeloton, mijn God, die gezichten! Ik heb ze stuk voor stuk bekeken, verdekt opgesteld achter een venster, ik ben nog nooit van iets zo geschrokken als van deze gezichten. Ik ben in de knoei geraakt met het woord, dat het leidmotief van mijn leven is: En God schiep de mens naar Zijn Evenbeeld. Dat woord beleefde een moeilijke ochtend met mij.

 

Op acht donderdagmiddagen wisselen we uit wat ons in het werk van Etty Hillesum het meest heeft geraakt. In gesprek met elkaar hopen we door te dringen tot wat haar bezielt en tot de levenskracht die ons beweegt.

Bij de tekstlezing gebruiken we: Etty. De nagelaten geschriften van Etty Hillesum 1941 – 1943, Onder redactie van Klaas A. D. Smelik, Uitgeverij Balans, Amsterdam 1986, 20085 , ISBN 978 90 5018 812 8; of de zesde druk (20126) met nieuwe titel: Etty Hillesum. Het werk 1941-1943, ISBN 978 94 600 3575 3. De nummering van de pagina’s van beide uitgaves komt overeen.

 

Dagen             Acht donderdagen (14.00–16.30 uur)

Data                18 sep –2 okt –16 okt –30 okt – 13 nov – 27 nov – 11 dec – 18 dec

Kosten            80 euro

Begeleiding    Lia Vergouwen en Vic Bos

De gezangen van Hildegard van Bingen

Cirkelen om de geheimen Gods

Hildegard van Bingen leefde van 1098 tot 1179 in het Rijnland, was benedictines en abdis van een klooster. Ze componeerde muziek en schreef omvangrijke boeken over de visioenen die zij zag. Het zijn vooral haar gezangen die aanspreken en die een goede basis vormen om met Hildegard kennis te maken of om juist tot een verdere verdieping te komen van wat zij ons te bieden heeft.

 

Al luisterend naar haar muziek proberen we de prachtige liedteksten, die ook van haar hand zijn, tot ons te laten doordringen. Wat roept haar op muziek gezette poëzie bij ons op? Het is een spannende onderneming om de beelden en woorden van haar visioenen daarbij te betrekken en te ervaren wat deze bijzondere vrouw eigenlijk bezielde en hoe zij in haar diepste wezen ook zelf steeds bleef cirkelen om de geheimen Gods.

 

We kiezen juist gezangen die wat betreft hun thematiek en in combinatie met haar visioenen en geschriften aan betekenis winnen. Er zijn diverse thema’s te ontwaren: de schepping, de eeuwigheid, de voor Hildegard speciale viriditas (groene groeikracht) in combinatie met Maria, de incarnatie en de heilige Drie-eenheid.

 

Hildegard schreef ook gezangen ter gelegenheid van de inwijding van kerken in de wijde omgeving. Deze gelegenheidsgezangen zijn er echter niet minder om en zeggen veel over haar persoonlijk leven en haar vrouw-zijn in die tijd.

 

Tenslotte zullen we ook naar een gedeelte van het speciale zangspel van Hildegard luisteren, dat de naam Ordo Virtutum (rei der deugden) draagt. Dit zangspel werd destijds op het voorplein van haar klooster opgevoerd. De ongelukkige ziel is soms het spoor bijster, krijgt allerlei tegenslagen te verduren, maar bereikt toch op wonderbaarlijke manier haar bestemming.

 

Dagen             Drie dinsdagen (14.00–16.30 uur)
Data                23 sep – 14 okt – 28 okt
Kosten            30 euro
Begeleiding    Tony Lindijer en Joanne Kruijswijk Jansen

 

Samsara, de documentaire

Het eeuwig draaiende rad van het leven

Ron Fricke typeert zijn documentaire Samsara uit 2011 als ‘een non-verbale, geleide meditatie over de kringloop van geboorte, dood en wedergeboorte’. Samsara is Sanskriet voor ‘onafgebroken stroom’, ‘continue beweging’. Vaak wordt het vertaald met ‘cyclus van het bestaan’, ‘eeuwig draaiende rad van het leven’ of ‘wiel van het lijden’. ‘Het leven is lijden’, zei de Boeddha. We kennen immers vreugde maar ook pijn. Waarom? Omdat alles in dit leven vergankelijk is. We kunnen niets vasthouden, wat we ook proberen. En als we het wel proberen, keert het zich juist vaak tegen ons. Van belang is dus dat we leren die vergankelijkheid met onze eigen ogen te zien om ze vervolgens onder ogen te zien. En juist daartoe nodigt de documentaire Samsara uit.

 

Samsara is geen traditionele documentaire. Het is een 100 minuten durende overweldigende beeldenreeks, ondersteund door een passende soundtrack, zonder dialoog of voice-over. Bijna vijf jaar trok Fricke rond met zijn 70mm camera, om in 25 landen de spectaculaire, soms intieme of verontrustende taferelen te filmen, die in Samsara aan het (geestes)oog voorbijtrekken. Een slapende baby gaat een beeldenrijm aan met een rimpelig veenlijk. De ene woestijn, tempel, waterval of megapolis versmelt door montage met de andere. Tibetaanse keelzang klinkt samen met regenachtig getik op laptops. We zien vele kleurige massascènes. Dankzij het gebruik van time-lapse, het razendsnel afspelen van minutenlange opnamen waardoor drukke snelwegen in lichtstralen veranderen en wolken als golven voorbijrazen, veranderen de pelgrims die in Mekka rond de Kaäba lopen in een duizelingwekkende draaikolk. Verbluffende, haarscherpe beelden zijn het, die je letterlijk anders naar de wereld doen kijken.

 

Fricke neemt ons mee langs heilige plaatsen, rampgebieden, industriële landschappen, primitieve culturen en natuurwonderen. Op sommige momenten is de film breekbaar zacht. Bijvoorbeeld als een getatoeëerde vader lieflijk naar zijn pasgeboren kind in zijn armen kijkt. Op andere momenten is de film pijnlijk confronterend, zoals bij de beelden van seks- en bio-industrie of van krottenwijken. Je wilt je afwenden maar je beseft: ook dit is het leven. Dit zijn wij.

 

Samsara leidt ons van gedachtestroom naar gedachtestroom, waarbij het niet gaat om een oordeel, maar om het zien van de wereld in al zijn scheppende en vernietigende kracht. Je houdt er een gevoel aan over van het perpetuum mobile. Oftewel: van Samsara. Als je daar rust in weet te vinden dan is Frickes nieuwste beeldenstroom pure kunst waaraan je je kunt overgeven.

 

Dag                Zaterdag (11.00–16.30 uur)
Datum            27 september
Kosten           20 euro
Begeleiding   Marjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

 

Een gedicht moet vonken

Herman de Coninck en de verdichting van het leven

Ik heb gezocht naar wist ik maar wat.
Geef mij nu eindelijk

wat ik altijd al had.

 

Eén van de bekendste dichters uit Vlaanderen is Herman de Coninck (1944-1997). Te vroeg gestorven, nog maar 53 jaar. Zijn leven lang zocht hij naar een omschrijving van wat poëzie in wezen is. Waarschijnlijk vermoedde hij dat het iets heel groots was, net als het leven zelf. Misschien wel zo groot …

als vingerafdrukken

op het venster, waarachter een kind dat niet kan slapen

te wachten staat op dag.

 

Hij dichtte heel dicht bij het leven; bij zijn eigen leven ook. Een lyricus pur sang. Maar peinzend ook en als zijn vriend Rutger Kopland soms. Bijvoorbeeld toen die in zijn in memoriam-gedicht voor Herman de poëzie omschreef als het geluk om een paar woorden / te vinden die even bij elkaar wilden horen.

 

Maar steeds als hij in de buurt van een conclusie kwam, behoedde zijn gevoel voor poëzie hem ervoor om het op te schrijven.

Het is een soort niets dat ik zoek. Wat je overhoudt

als je uit de kom van je beide handen hebt willen drinken:

je beide handen.

 

Dat gevoel voor omgaan met proporties kenmerkt ook zijn poëzie. Wat groot oogt, bracht hij terug tot een ontroerende miniatuur. Wat te klein lijkt voor een gedicht, groeide onder de pen van de dichter uit tot de essentie van de dingen.

 

De Coninck lijkt gemakkelijk te dichten, maar misschien is dat niet altijd zo. En de gedichten zijn ook gemakkelijk toegankelijk, maar tegelijk is er veel meer dan je er zo op het eerste gezicht aan afziet.

 

In een selectie van gedichten willen we meemaken wat Leonard Nolens schrijvend over de Coninck bedacht in zijn gedicht Klein:

Ook ik moet mijn gezicht vergeten.

Ook ik moet met geen vorm en geen gewicht

het diep in van een ander land.

 

Dagen             Vijf dinsdagen (14.00–16.30 uur)

Data                7 okt 21 okt 4 nov 18 nov – 2 dec

Kosten            50 euro

Begeleiding    Janneke Krijger en Cees Savelkouls

Met Antoine de Saint-Exupéry op zoek

Leven is langzaam geboren worden

Wij kunnen het wezenlijke niet voorzien.

Ieder van ons heeft de innigste vreugden beleefd daar waar niets ze hem deed verwachten.

 

Antoine de Saint-Exupéry is vooral bekend door het prachtige sprookje van De kleine Prins, dat hij in 1943 schreef. Het verhaal werd wereldberoemd en is in meer dan 160 talen vertaald. Maar behalve dat heeft Saint-Exupéry (1900 – 1944) heel wat meer op zijn naam staan en is hij nog steeds een van de belangrijkste auteurs van Frankrijk.

 

Antoine de Saint-Exupéry, die je een moderne mysticus kunt noemen, gaat in zijn verhalen op zoek naar het wezen van de mens. Zijn beroep als vliegenier heeft daartoe zeker bijgedragen. Hij behoort tot de pioniers in de luchtvaart. Met gevaar voor eigen leven verkende hij het luchtruim, werd beschoten, maakte noodlandingen, liep verschillende keren ernstige verwondingen op en werd met zijn toestel uiteindelijk op het eind van de tweede wereldoorlog neergeschoten. Door zijn avontuurlijke en riskante ondernemingen kwam hij meerdere malen in onherbergzame gebieden en in benarde omstandigheden terecht. Daarin trachtte hij moedig te overleven, zonder de hoop te verliezen. Zelf zegt hij:

 

Een mens zijn, dat wil juist zeggen verantwoordelijk zijn. Dat wil zeggen, zich beschaamd gevoelen over een ramp waarvoor men toch eigenlijk niet aansprakelijk is. Mens zijn dat is trots zijn op een overwinning die kameraden hebben behaald. Mens zijn dat is het gevoel hebben te helpen bij het bouwen van de wereld als men zijn eigen steentje bijdraagt. (…) Zijn eigenlijke deugd is niet zijn moed. Zijn ware grootheid is dat hij zich verantwoordelijk voelt.

 

Saint-Exupéry dacht diep na over hetgeen hem overkwam. Hij weet daarover meesterlijk te vertellen en tegelijk aan zijn ervaringen grote diepte te geven. Deze piloot, die ook technicus was en als geen ander de praktische kant van het leven op z’n waarde schatte, kon onderscheiden wat werkelijk van belang is in het leven.

 

Leven is langzaam geboren worden. Het zou wat al te gemakkelijk zijn als we zomaar een andere ziel zouden kunnen lenen! Soms lijkt het, dat een plotselinge verlichting van de geest een bestaan een geheel nieuwe wending geeft. Maar die verlichting betekent alleen, dat de Geest plotseling een weg aanschouwt, die langzaam voorbereid is.

 

Saint-Exupéry beschrijft wat de feitelijke situatie in hem oproept en welke wezenlijke vragen er naar boven komen. Hij zoekt naar de waarheid van iedere mens. Goed omgaan met elkaar, vriendschap, verantwoordelijkheid en solidariteit, daarin bestaat het wezenlijke van het menszijn. Het is zien met het hart.

 

Alleen als wij met onze broeders verbonden zijn door een gemeenschappelijk doel dat buiten ons ligt, kunnen wij vrij ademen. De ervaring leert ons dat liefhebben niet betekent dat wij naar elkaar kijken, maar dat wij samen in dezelfde richting kijken.

 

Voor de bijeenkomsten maken we een selectie uit zijn teksten over God, ons menszijn, over omgaan met elkaar, solidariteit en vriendschap. De teksten worden ter plekke ter beschikking gesteld. We hopen dat de verhalen van Antoine de Saint-Exupéry ons raken en ons ook uitnodigen onze eigen ervaringen te leren ‘zien met het hart’.

 

Dagen             Vijf woensdagen (14.00–16.30 uur)
Data                8 okt – 22 okt − 5 nov– 19 nov – 3 dec
Kosten            50 euro
Begeleiding    Wil Simis−Goddijn en Riet Spierings

Levenskunst volgens Teresa van Avila

Het levensverhaal van een wijze vrouw

Mijn God,

ik hoef niet naar de hemel te klimmen

om met U te spreken

en bij U mijn vreugde te vinden.

Ik moet mijn stem niet verheffen

om met U te praten.

Al fluisterde ik heel zacht,

Gij hoort me al; want Gij zijt in mij,

ik draag U in mijn hart.

(Teresa van Avila)

 

Van Teresa van Avila (1515-1582) is bekend dat zij op een eigenzinnige wijze haar leven vorm heeft gegeven. Samen met enkele anderen heeft zij een nieuwe stijl van religieus leven ontwikkeld, goeddeels tegen de heersende vanzelfsprekendheden in. Haar vastberadenheid daarin moge mede door karakter en aanleg bepaald zijn, het gevoel voor de goede richting en de maatvoering heeft zij al doende moeten vinden.

 

Hoe is zij in haar tijd tot dat onderscheidingsvermogen gekomen? Wat is haar geheim om bij de vele heftige en tegengestelde invloeden niet verloren te lopen? We trachten elementen van dat geheim op te sporen in haar autobiografie, het boek van haar leven.* Vervolgens proberen we te zien hoe die elementen, wellicht in een voor onze tijd gewijzigde vorm, ook ons eigen leven richting kunnen geven.

 

Om te beginnen kijken we of de uitstekende inleiding van de hieronder genoemde editie nog aanleiding geeft tot vragen of gesprek. Deze tekst geeft een goed beeld van het hele boek. Van tevoren zullen we laten weten welke teksten tijdens de bijeenkomsten worden besproken, zodat iedereen zich hierop kan voorbereiden.

 

*Teresa van Avila, Het boek van mijn leven. Ingeleid door Elisabeth Peeters en Ulrich Dobhan; vertaald door Carlos Noyen, Carmelitana, Gent 2009, 458 blz.,

ISBN 978 90 7667 170 3.

 

Dagen             Drie zaterdagen (11.00–16.30 uur)

Data                15 nov – 29 nov – 13 dec

Kosten            60 euro

Begeleiding    Frans Maas

 

Leesgroep Speling

Lees- en levenservaringen uitwisselen

Speling* is een driemaandelijks tijdschrift voor bezinning en geeft ruimte aan eigentijdse spiritualiteit en mystiek. De artikelen kenmerken zich door diepgang, veelzijdigheid en aansluiting bij het alledaagse leven. Dit jaar is het aan zijn 65ste jaargang toe. Sinds enkele jaren zijn door heel het land leesgroepen opgericht. Op dit moment zijn ruim 20 groepen actief. Ook in Haarlem zijn wij twee jaar geleden gestart. We komen vier keer per jaar bij elkaar en bespreken dan samen het laatst verschenen nummer en delen onze ervaringen. Vooraf leest ieder het nummer zelf. Het betreft een doorlopende groep.

 

Elk jaar staat een ander thema centraal in Speling. Jaargang 2014 gaat over thema’s en fenomenen waar we heden ten dage mee worden geconfronteerd. Onderwerpen die zich opdringen, waar we niet omheen kunnen, die emoties oproepen en de boventoon voeren in gesprekken. Met dit jaarthema van Speling probeert de redactie niet alleen enkele van deze werelden (Seks, Sport, Sociale media en Stress) in kaart te brengen, maar ook zicht te krijgen op de praktijken en op de onderliggende waarden. Waar bieden die gebieden ontwikkelingsmogelijkheden voor lichaam en geest? Waar zijn ze beknellend? Wanneer spreek je van vormend en verrijkend, wanneer is er sprake van verarming en hedendaagse gekte?
Volgend jaar (2015) staat er weer een nieuw thema op het programma: Leven, een hele kunst.

 

In het najaar starten we met het tweede nummer van jaargang 2014 over Sport. We houden de bijeenkomsten ’s avonds om ook werkende mensen in de gelegenheid te stellen deel te nemen aan deze doorlopende groep. De huidige groep bestaat uit een tiental deelnemers en twee begeleiders. Er zijn nog mogelijkheden om aan te sluiten.

 

*Een jaarabonnement op het tijdschrift Speling kost € 27.50 en is te bestellen bij
Drukkerij Giannotten bv,  Postbus  9228,  5000  HE  Tilburg,  Tel: 013-542 50 50,
e-mail: speling@gianottenprintedmedia.nl

 

Dagen             Dinsdagen (19.30–22.00 uur)
Data                10 feb – 2 juni
Kosten            40 euro per jaar
Begeleiding    Connie van den Herik en Krijn Kramer

Programma voorjaar 2013
Voorwoord

Met genoegen bieden wij u bij deze het nieuwe programma voorjaar 2013 aan van het Karmelitaans Centrum voor Spiritualiteit. We hebben geprobeerd een veelzijdig programma samen te stellen waarin vele rijke schakeringen van het spirituele palet zijn vertegenwoordigd. Ons aanbod kent een grote schare trouwe deelnemers terwijl we ieder jaar ook veel nieuwe mensen mogen verwelkomen. In onze cycli proberen wij aan te sluiten bij wat mensen van nu beweegt, waar ze naar op zoek zijn en wat hen ter harte gaat. In reactie op de toenemende onrust en stress in onze samenleving wil het KCS juist een plaats zijn van onthaasting en rust. Een plaats met ruimte om stil te staan bij je eigen leven en persoonlijke beleving en daarover in gesprek te gaan met anderen.

 

Thema’s als rust, stilte en ontspanning zijn in ons aanbod dan ook ruim vertegenwoordigd. Zie hiervoor bijvoorbeeld de cyclus Zen-zien-tekenen. Van oudsher waren het de christelijke spiritualiteit/mystiek en de kloostertradities die wezen op het belang van innerlijke aandacht en stilte. In een van de cycli (Hunkeren naar rust) wordt de benedictijnse spiritualiteit verrassend beschreven door een nog jeugdige maar hogelijk geïnteresseerde journalist. Verder is er een cyclus Levenskunst volgens Teresa van Avila, de wijze en eigenzinnige mystica wier vijfde eeuwfeest van haar geboorte uitgebreid gevierd zal worden in 2015.

 

Wie zich graag verdiept in de grote filosofen zal zich aangesproken voelen door het nieuwe aanbod rond Søren Kierkegaard (Ieder mens is uniek), een serie die op veler verzoek wordt voortgezet.

Voor de boeiende relatie tussen kunst en spiritualiteit wordt op het KCS een belangrijke plaats ingeruimd. Er is weer een programma rond Marc Chagall, waarbij ditmaal wordt ingegaan op zijn verbeelding van het verhaal van David: Door schade en schande mens worden… Een klassieker op het KCS is ook het filmaanbod. Dit voorjaar worden er prachtige films vertoond rond het thema Groeien in mededogen.

Tot slot een cyclus die direct wil aansluiten bij de eigen levensfase en ervaring van oudere deelnemers: Een leven lang groeien.

 

Als KCS zijn wij verheugd dat er de laatste jaren een goede samenwerking tot stand is gekomen met het Haarlemse Stem in de Stad* en de Groenmarktkerk*. De cyclus Geaard zijn in goede grond wordt aangeboden vanuit deze samenwerking.

Daarnaast verdiepen we de samenwerking met het tijdschrift Speling* en wordt een Leesgroep Speling opnieuw aangeboden op het KCS.

 

Tot besluit. Alle cycli op het KCS zijn er vooral op gericht dat deelnemers kunnen stilstaan bij hun eigen innerlijke ervaring en die van anderen en daarover met elkaar in gesprek kunnen gaan. Het KCS is geen studiecentrum waarin kennis wordt overgedragen of bediscussieerd. Voor zover het om kennis gaat, is dat kennis van het hart. Het gaat om verdieping en verrijking van ieders eigen ervaringen door wat er wordt aangeboden aan teksten, films, poëzie, yoga enz. en door het gesprek hierover, bij voorkeur in een enigszins meditatieve sfeer en met eerbied en respect voor elkaar.

 

Meer over onze doelstelling, werkwijze etc. is te lezen in KCS in vogelvlucht.

 

*Voor meer informatie zie: www.stemindestad.nl, www.groenmarktkerk.nl en www.speling.nl.

Levenskunst volgens Teresa van Avila

Het levensverhaal van een wijze vrouw

Mijn God,
ik hoef niet naar de hemel te klimmen
om met U te spreken
en bij U mijn vreugde te vinden.
Ik moet mijn stem niet verheffen
om met U te praten.
Al fluisterde ik heel zacht,
Gij hoort me al; want Gij zijt in mij,
ik draag U in mijn hart.

(Teresa van Avila)

 

Van Teresa van Avila (1515-1582) is bekend dat zij op een eigenzinnige wijze haar leven vorm heeft gegeven. Samen met enkele anderen heeft zij een nieuwe stijl van religieus leven ontwikkeld, goeddeels tegen de heersende vanzelfsprekendheden in. Haar vastberadenheid daarin moge mede door karakter en aanleg bepaald zijn, het gevoel voor de goede richting en de maatvoering heeft zij al doende moeten vinden.

 

Hoe is zij in haar tijd tot dat onderscheidingsvermogen gekomen? Wat is haar geheim om bij de vele heftige en tegengestelde invloeden niet verloren te lopen? We proberen elementen van dat geheim op te sporen in haar autobiografie, het boek van haar leven.* We proberen vervolgens te zien hoe die elementen, wellicht in een voor onze tijd gewijzigde vorm, ook ons eigen leven richting kunnen geven.

 

*Teresa van Avila, Het boek van mijn leven. Ingeleid door Elisabeth Peeters en Ulrich Dobhan; vertaald door Carlos Noyen, Carmelitana, Gent 2009, 458 blz., ISBN 978 90 7667 170 3.

 

Dagen: Drie zaterdagen (11.00 – 16.30 uur)
Data: 12 jan – 9 feb – 9 mrt
Kosten: 60 euro
Begeleiding: Frans Maas

Geaard zijn in goede grond

Als een boom, geplant aan stromend water

… zijn als een boom,
geplant aan stromend water.
Op tijd draagt hij vrucht,
zijn bladeren verdorren niet.
Alles wat hij doet komt tot bloei.
(Psalm 1, 3)

 

Psalm 1 prijst de mens gelukkig, die zal zijn als deze boom. Zo geaard te zijn, wie verlangt dat niet? Veelal lijken we op bomen die soms hun stevigheid voelen en tegen een stevige rukwind kunnen, maar andere keren door tegenslagen of teleurstellingen sterk uit balans kunnen raken. Dan kan het gevoel opkomen dat de grond onder je voeten wegzakt en dat je op drijfzand terecht komt.

 

Hoe opnieuw te aarden in goede grond, bij moeilijke of teleurstellende ervaringen? De Duitse benedictijn Anselm Grün, die ook in Nederland grote bekendheid geniet door zijn bestsellers op het gebied van geloof en spiritualiteit, is daar sterk naar op zoek. Grün haalt in zijn boeken ervaringen uit het dagelijkse leven naar voren en reikt gedachten aan die tot verheldering en verdieping kunnen leiden. Mogelijk worden deze handreikingen voor de lezer richtingwijzers om dieper in zichzelf te aarden.

 

Grün gaat hierbij de weerbarstige realiteit niet uit de weg. Volgens hem zijn In ieders leven bronnen aan te boren, die reinigen, verfrissen en opnieuw werkzaam kunnen worden. Het zijn levensbronnen die al in je kindertijd aanwezig zijn. Met voorbeelden en verhalen verwijst hij hiernaar. Deze nieuwe krachten krijgen pas een kans als je niet alleen je situatie onder ogen ziet, maar ook accepteert wie je bent. Dan ontstaat er een innerlijke ruimte met de mogelijkheid om te veranderen en te groeien.

 

Graag spreekt Anselm Grün in dit verband over een geaarde spiritualiteit, die groeit uit eigen levenservaring. Goed leven, vreugde en geluk zijn er de vrucht van. Voor Grün is geluk willen zijn wie je bent.

 

Geluk is een stille vogel.
Hij zal niet komen als de slaap of de droom,
wanneer je hem roept.
Steek je hand heel rustig uit en het is best mogelijk
dat hij erop gaat zitten.
Als je hem grijpt, jaag je hem weg.

(Uit: Anselm Grün, Het grote boek van het ware geluk)

 

In de cyclus Geaard zijn in goede grond lezen we teksten van Anselm Grün en van andere auteurs en kijken we hoe we er door geraakt worden. Door onderling gesprek en het beleven van stilte proberen we zicht te krijgen op wat voor ons goed leven is. Ook andere werkvormen kunnen ons daarbij behulpzaam zijn.

 

Dagen: Vijf dinsdagen (19.30 – 22.00 uur)
Data: 15 jan – 29 jan – 12 feb – 26 feb – 12 mrt
Kosten: 50 euro (Voor medewerkers van Stem in de Stad
en Groenmarktparochie 12.50 euro)
Begeleiding: Jody van der Velde en Riet Spierings

Groeien in mededogen

Monsieur Lazhar, Le fils, Le grande voyage

In het voorjaarsprogramma 2013 drie films die mededogen thematiseren. Compassie is voor ieder van ons onontbeerlijk. ‘Mededogen is zelfs onze menselijke bestemming’, zegt Hein Stufkens. Karen Armstrong heeft met het Handvest voor Compassie aangetoond dat mededogen inderdaad van alle tijden en plaatsen het bindend visioen is van religies. Ook veel films laten zien hoezeer het in het leven en samenleven draait om mededogen. Soms in positieve beelden, denk maar aan de films Des hommes et des dieux en As it is in heaven, die tonen hoe een leven vanuit mededogen mogelijk is. Maar het kan ook gebeuren dat films verbeelden hoe moeilijk het is om te leven vanuit mededogen. Ze zetten de kijker eerder aan het denken over wat er nodig is om te groeien in compassie.

 

Dat groeien in mededogen noodzakelijk is in onze globaliserende samenleving, staat echter buiten kijf. We zijn op elkaar aangewezen en hebben elkaar nodig, over de traditionele grenzen heen, tussen generaties en landen in. Filmbeelden kunnen ons helpen hoe daaraan gestalte te geven. De drie Franstalige films, die we zullen zien, helpen ons op weg. Ouders en kinderen, leraren en leerlingen, christenen en moslims, ze zullen elkaar in deze films vroeg of laat ontmoeten in mededogen.

 

Monsieur Lazhar

 

Een doodgewone donderdagmorgen op een keurige basisschool in Montréal. De elfjarige Simon is aan de beurt om de melkpakjes klaar te zetten en loopt een paar minuten voor de bel gaat alvast naar binnen. In zijn klas treft hij juf Martine aan, opgeknoopt aan haar eigen sjaal in de hoek van het lokaal. In Monsieur Lazhar komen zelfmoord, rouw, asielbeleid, pesten, fysiek contact tussen kinderen en volwassenen aan bod, maar wel door regisseur Philippe Falardeau op een heel fijnzinnige manier gebracht. Het had een overvol melodrama kunnen opleveren, maar dat is het niet geworden. De klas krijgt een vervangende meester, Bachir Lazhar, een Algerijnse immigrant. Zijn lesmethoden blijken nogal ouderwets, maar de pijn van de kinderen voelt hij haarfijn aan. Zijn kracht zit in zijn vermogen tot mededogen, niet in de laatste plaats door wat hij zelf in Algerije aan schokkends heeft meegemaakt. Monsieur Lazhar toont ons positieve beelden van mededogen, zij het met een treurig randje en zonder veel sentiment. De film werd beloond met een Oscarnominatie voor de beste niet-Engelstalige film en de publieksprijs op het filmfestival van Rotterdam 2012.

 

Le fils

 

Deze film van de gebroeders Jean-Pierre en Luc Dardenne heeft ook een leraar als hoofdpersoon, maar is veel beklemmender van aard. Olivier is een heel goede leraar. Hij woont in Luik en is gescheiden. Met veel geduld brengt hij vmbo-leerlingen het vak van timmerman bij. Totdat een nieuwe leerling zich aandient. Dan zien we Olivier veranderen in een man die geobsedeerd raakt. Langzaam wordt duidelijk welke tragische gebeurtenis de leraar en leerling met elkaar verbindt. Elke scène is gefilmd in één shot en duurt drie à vier minuten. De beweeglijke camera filmt de personages bijna uitsluitend op de rug, als het ware achter de feiten aan lopend. Elk detail heeft effect op de psychologische werking van de vertelling. We wilden alles zo insnoeren en onder druk zetten dat je het gevoel krijgt dat de boel gaat exploderen. De timmerman staat voor de keuze: blijft hij hangen in het verleden of kiest hij voor het leven? De film is intens en verwarrend en vertelt over de onzekerheid die het zetten van belangrijke stappen met zich meebrengt. Iemand die in de omstandigheden van Olivier nog compassie op kan brengen, getuigt van grote menselijkheid.

 

Le grande voyage

 

De Marokkaanse vader Mustapha voelt dat hij niet lang meer te leven heeft. Voor hij sterft wil hij nog een pelgrimstocht maken naar Mekka. Hij draagt zijn jongste zoon Reda, die in Frankrijk is opgegroeid, op om hem te brengen met de auto. Een welhaast onmogelijke opgave voor de jonge man, die net voor zijn eindexamen staat en ook nog zijn vriendinnetje moet achterlaten. Bovendien verloopt de communicatie tussen de moderne Reda en zijn traditionele vader uitermate stroef. Zelfs nu ze noodgedwongen de hele dag samen doorbrengen, slagen ze er nog niet in elkaar te begrijpen. De pelgrimstocht naar Mekka is ruim 4500 kilometer lang, maar de afstand tussen vader en zoon lijkt nog veel groter te zijn. Verder maken komische voorvallen, toevallige ontmoetingen en persoonlijke confrontaties de reis onvoorspelbaar. Maar eindelijk praten ze dan toch met elkaar. Deze film is een grote oefening in mededogen tussen twee generaties moslimimmigranten in Europa. Regisseur Ismaël Ferroukhi deed inspiratie op voor het verhaal toen hij met zijn eigen vader een tocht naar Mekka maakte. Le Grand Voyage won in 2004 in Venetië de Gouden Leeuw voor Beste Debuutfilm.

 

Van de deelnemers wordt verwacht dat ze in verband met het groepsproces aan de hele cyclus meedoen.

 

Dagen: Drie zaterdagen (11.00–16.30 uur)
Data: 19 jan – 2 feb – 23 feb
Kosten: 60 euro
Begeleiding: Marjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

Ieder mens is uniek

Søren Kierkegaard als gids en inspirator

Het is beslist waar, zoals de filosofen zeggen, dat het leven naar achteren moet worden begrepen. Maar ze vergeten de andere kwestie, dat het leven naar voren moet worden geleefd. (Søren Kierkegaard)

 

De belangstelling voor Kierkegaard (1813-1855) blijft onverminderd groot, al leefde hij in de eerste helft van de negentiende eeuw. Ook het afgelopen jaar zijn er weer nieuwe vertalingen van zijn werk verschenen. Kierkegaard heeft aangevoeld dat zijn gedachten furore zouden maken. Weliswaar op termijn. Want hij besefte dat hij met zijn beschouwingen over het leven pas lang na zijn dood begrepen zou worden. Met humor en zelfspot neemt hij daarom voorlopig machteloos genoegen met de rol van clown, die hij in zijn dagboeken beschrijft:
Toen er eens brand uitbrak achter de coulissen in het theater, rende de clown voor het voetlicht om terstond het publiek te waarschuwen. Maar dit dacht dat het een grap was en begon spontaan te applaudisseren. Hij herhaalde zijn waarschuwing, maar men jubelde nog harder. Zo gaat, me dunkt, heel de wereld ten onder: onder het algemeen gejubel van al die pientere koppen, die menen dat het een grap is.

 

Kierkegaard wordt de grondlegger van het existentialisme genoemd. Deze filosofische stroming legt de nadruk op het bestaan, de vrijheid en de eigen keuze. Een mens vormt zichzelf en zijn wereld. Hij is subject van zijn eigen bestaan.

 

Kierkegaard is een religieus denker die met beide benen op de grond staat. Hij houdt van paradoxen: volgens hem is het gewone leven een schipperen tussen tijd en eeuwigheid. Naarmate men evenwel de eeuwigheid in zijn leven van groter gewicht laat zijn, kan men een vastere koers varen.

 

Wij willen in de dagboeken van Kierkegaard lezen en daarover met elkaar in gesprek gaan. Deze filosoof is soms niet makkelijk. En daarom bij uitstek geschikt om samen te lezen, om hem te begrijpen en vooral om in gesprek te raken over ons eigen leven. Iedere keer blijkt weer hoe verrijkend het is naar aanleiding van de kwesties, die Kierkegaard aanreikt, te luisteren naar elkaars levenservaringen.

 

Als basis gebruiken we het boek Kierkegaard. Dagboeknotities, een keuze samengesteld, vertaald en van biografische inleidingen voorzien door drs. W.R. Scholtens met een voorwoord van prof. Dr. B. Delfgaauw, Uitgeverij Ten Have, Baarn 1971, ISBN 90 259 0078 X. Het boek is nog antiquarisch ( onder meer bij bol.com) verkrijgbaar. Voor degenen die niet in het bezit kunnen geraken van dit boek, zullen we tegen kostprijs kopieën van de leesgedeelten verstrekken.

 

Dagen: Vijf maandagen (14.00 – 16.30 uur)
Data: 21 jan – 4 feb – 18 feb – 4 mrt– 25 mrt
Kosten: 50 euro
Begeleiding: Riet Spierings en Krijn Kramer

Een leven lang groeien

Ouder worden: gave en opgave

Zij dragen nog vrucht als ze oud zijn
en blijven krachtig en fris.
(Psalm 92, 15)

 

Ouder worden gaat vanzelf. De jaren tellen, we worden wat trager en het lijkt soms of de tijd steeds sneller gaat. In het ouder worden gebeurt er veel met een mens. Niet alleen lichamelijk verandert er veel, maar ook innerlijk. Lichamelijk gezien zijn er op den duur sporen van aftakeling. Het leven kan soms een hele opgave worden.

 

In geestelijk opzicht kan er zich een levensweg ontplooien waarin niet van achteruitgang, maar van groei sprake is. Innerlijk groeien naar wijsheid en geestelijke ruimte is een gave. En wie verlangt daar niet naar…

 

‘Oud worden is ook niet alleen maar verliezen. Het is fijn dat er niets meer van je verwacht wordt. De vrijheid die je krijgt is groot, er komt innerlijke ruimte om te doen wat jij belangrijk vindt. Je hebt steeds minder te verliezen… En alles wat je loslaat geeft ruimte voor nieuwe dingen, geeft tijd om na te denken, beter om je heen te kijken, wijzer te worden, meer te geven en meer te ontvangen.’ Agnes Grond

 

Aan de hand van teksten en gedichten gaan we in gesprek met elkaar. Teksten waarin niet voorbijgegaan wordt aan wat ouder worden moeizaam maakt. We proberen met elkaar te ontdekken of ook in het moeizame ruimte, innerlijke ruimte en vrede te ontdekken is. We kijken naar onderwerpen zoals: weglopen vóór en beamen van het ouder worden, vreugde en verdriet, vasthouden en loslaten, zin geven en zin ontvangen, afhankelijkheid en vrijheid, toenemende beperkingen en overgave, eenzaamheid en stilte, op weg naar het einde en ontvankelijk worden.

 

We kijken naar de teksten vanuit onze eigen ervaringen met het ouder worden en oud-zijn. We proberen een spiritualiteit op het spoor te komen die past bij de weg die we gaan in de derde levensfase. De ervaring is dat in het er samen over praten behalve herkenning vooral ook verdieping kan groeien. Misschien dat we zo een eigen weg kunnen gaan, waarin we de innerlijke vrede vinden die in de ouderdom bij ons hoort.

 

Later
word ik een lief oud mens
mild en wijs
mijn ogen verraden
van die kleine binnenpretjes
wie met verhalen komt
vindt een geduldig oor
en allen zijn ze me even lief
want het leven
heeft van mij
een vredig mens gemaakt
ja laat ik dat eens doen
(bewerking van C. Bekius)

 

Dagen: Vijf woensdagen (14.00 – 16.30 uur)
Data: 23 jan – 6 feb – 20 feb – 6 mrt − 20 mrt
Kosten: 50 euro
Begeleiding: Joanne Kruiswijk Jansen en Wil Simis−Goddijn

Hunkeren naar rust

In gesprek met een benedictijnse levenshouding

Wij hebben gezegd dat iedereen naar het beraad wordt geroepen en wel om de volgende reden: de Heer openbaart vaak aan een jongere wat het beste is. (Benedictus van Nursia)

 

Rick Timmermans (1987) is freelance journalist en schrijver. In 2011 publiceert hij zijn eerste boek. Hij is dan 24 jaar. Ruim een jaar eerder studeerde hij af aan de Christelijke Hogeschool Ede op het onderwerp Wat is Benedictus’ boodschap voor vandaag? Zijn eerste boek ligt in de lijn van zijn zeer hoog gewaardeerde scriptie. Dit boek met als titel Hunkeren naar rust. Pelgrimeren door de Regel van Benedictus* lezen we in deze cyclus.

 

Met de vraag ‘zou Benedictus ook in deze tijd een boodschap hebben voor mensen buiten het klooster?’ begint de jonge journalist, die gereformeerd is opgevoed, aan zijn pelgrimage langs kloosters in binnen- en buitenland. Het is een journalistieke zoektocht geworden met gesprekken met monniken in Nederland en Frankrijk en met oblaten van de St.-Willibrordabdij te Doetinchem en van de abdij Sint Benedictusberg in Vaals. Van deze oblaten, onder wie Petra den Dulk en Wil Derkse, zijn korte portretten opgenomen.

 

In diverse hoofdstukken komen verschillende actuele thema’s als geld, tijd, stress, bidden, eten, vrede en duurzaamheid aan bod. De onderwerpen verrassen door de frisse toon waarop ze worden beschreven. De levendige gesprekken met benedictijnen en de persoonlijke betrokkenheid van de schrijver zorgen ervoor dat de items concreet worden behandeld. De persoonlijke bevindingen en de voorbeelden uit de gelééfde ervaring laten zien dat de auteur niet wegzweeft van de realiteit. Hij toont niet alleen de mooie kanten van het monastieke leven, maar ook de moeilijke. Mislukkingen, zwakheden en worstelingen krijgen ruimschoots aandacht. Met andere woorden, de benedictijnse zijns- en leefwijze is net zo menselijk als het leven buiten de muren van een abdij. Er is dan ook veel herkenning in dit veelzijdige onderzoek naar de betekenis van de benedictijner leefregel voor deze tijd.

 

In zijn zoektocht naar grondhoudingen, die vruchtbaar kunnen zijn voor de inrichting en oriëntatie van zijn leven, ontdekt Rick Timmermans dat zoeken naar balans het beste gebeurt met mate en dat er meer ruimte voor de ander kan komen als je minder op jezelf bent gericht. Pauline Weseman eindigt haar boekbespreking in Trouw min of meer in dezelfde geest: Timmermans ontdekking dat alles niet perfect hoeft, dat je voor God goed bent zoals je bent, geeft hem rust. En met dat besef vangt hij misschien wel meer de geest van Benedictus dan menig ander boek over deze heilige.

 

Op vijf donderdagmiddagen wisselen we uit wat ons in Hunkeren naar rust het meest heeft geraakt. In gesprek met elkaar hopen we door te dringen tot benedictijnse levenskunst en tot de levenskracht, die ons beweegt in het persoonlijke en maatschappelijke leven.

 

*Rick Timmermans, Hunkeren naar rust. Pelgrimeren door de Regel van Benedictus. Ten Have 2011, 176 blz., ISBN 978 90 259 6151 0.

 

Dagen: Vijf donderdagen (14.00 – 16.30 uur)
Data: 7 feb – 21 feb – 7 mrt – 21 mrt – 4 apr
Kosten: 50 euro
Begeleiding: Lia Vergouwen en Vic Bos

Door schade en schande mens worden…

Het verhaal van David door de ogen van Marc Chagall

Kom, kom, wie je ook bent.
Schande is hier onbekend.
Al zwoer je duizend eden
die je keer op keer weer brak.
Kom, blijf komen, kom.

(Soefidichter Rumi)

 

David… jongste en achtste zoon van Isaï, achterkleinzoon van Ruth… een herdersjongen op wie God, zo vertelt het Bijbelverhaal, zijn oog laat vallen om tot koning gezalfd te worden. Vaardig met de lier en goed van de tongriem gesneden. Berichten over sterke staaltjes van krijgsmankunst, afgewisseld met verhalen over vriendschap en over een groot vermogen het beste in mensen naar boven te halen. Een man met charisma voor wie God zelf een zwak lijkt te hebben.
Maar ook een twijfelachtige echtgenoot en een vader die niet veel bespaard blijft. Een leider die – eenmaal gewend aan de macht? – een verschrikkelijk scheve schaats rijdt.

 

Wie is David? Herdersjongen, zanger, guerrillaleider, koning, Messias? De man David, vriend, vader, minnaar: Marc Chagall weet er meer van. Wie vaker een cyclus bij onderstaande begeleiders heeft meegemaakt, weet inmiddels dat Chagall voor hen een bijzondere inspiratiebron en gids begint te worden. Deze grote joodse schilder helpt ons met kleur, vorm en beweging kijken, lezen en duiden. Brengt ons in beweging en raakt ons. En dan blijkt ook de geschiedenis van David actueel en inspirerend.

 

Voor ieder die van echte mensen houdt, mensen van vlees en bloed. Zeker geen perfecte mensen maar wel kleurrijk en sterk, vol esprit. In David hopen we een aanstekelijk voorbeeld te vinden van echt mens-zijn. Een authentiek mens wiens leven juist door alle ups en downs heen een bron van wijsheid is geworden en ons brengt bij onze oorspronkelijkheid, bij wat mogelijk de bedoeling is van ons leven. Een levensverhaal ook met een onderstroom van onvoorwaardelijkheid, met verrassende perspectieven en nieuwe inzichten.

 

Een keuze uit het werk van Chagall over David en de daarbij passende verhalen brengen ons bij onszelf en in gesprek met elkaar. Voor het lezen van de teksten maken we gebruik van de methode van de Lectio Divina waardoor we de teksten op een meditatieve manier zullen lezen.

 

Dagen: Drie vrijdagen (10.30 – 16.30 uur)
Data: 22 feb − 8 mrt – 22 mrt
Kosten: 60 euro
Begeleiding: Dinette Kooiman en Mineke Kroes

Zen Zien Tekenen

De kunst van het onbevangen waarnemen

Zen-Zien-Tekenen is een stille meditatie met als oefening intensieve aandacht, onbevangen waarnemen en met als werkvorm tekenen.

 

Tekenen als een vorm van mindfulness: om de wereld werkelijk te leren zien. Om te leren waarnemen zonder te oordelen.

 

Tekenen als vorm van actieve meditatie: je zondert je niet af, maar bent juist volop aanwezig in het hier en nu. Het helpt je om met volle aandacht in het leven te staan. Er ontstaat rust, je krijg meer energie en je neemt scherper waar.

 

Tekenen kun je overal en alles, het maakt niet uit, alles in onze omgeving is onderwerp om te tekenen. Alle heel gewone dagelijkse dingen worden bijzonder als je ze ziet met een oog dat tekent. Als je ogen opengaan is alles inspirerend. Al tekenend ga je zien, en al ziende ontdek je en leef je in verbondenheid met alles wat je ziet. Potlood of pen en papier is alles wat je nodig hebt.

 

Het Zen-Zien-Tekenen is niet op de eerste plaats gericht op het leveren van artistieke prestaties en is ook niet bedoeld als ‘creatieve bezigheid’. Ervaring met zenmeditatie en ‘kunnen tekenen’ is geen vereiste. Wel wordt van de oprechte beoefenaar van Zen-Zien-Tekenen openheid, doorzettingsvermogen, inzet en vertrouwen verwacht. Ook vioolspelen leer je niet in één dag.

 

Aanbevolen literatuur: De boeken van Frederick Franck, m.n. Zen zien, zen tekenen (ISBN 9063500637) en Maria Adriaens, Ruimte zien (ISBN 9056700936). Voor verdere informatie zie ook www.zenzientekenen.nl.

 

Dagen: Twee zaterdagen (11.00 – 16.30 uur)
Data: 2 mrt – 16 mrt
Kosten: 40 euro
Begeleiding: Leo van Vegchel

Leesgroep Speling

Lees- en levenservaringen uitwisselen

Speling is een driemaandelijks tijdschrift voor bezinning. Het tijdschrift geeft ruimte aan eigentijdse spiritualiteit, die midden in het leven staat, en zoekt daarin naar verdieping. In 2009 vierde Speling haar 60-jarig bestaan. Ter ere van die verjaardag gaf Peter Nissen, redactielid van Speling, een lezing. Een korte impressie hieruit als aanbeveling van het tijdschrift: ‘De Nederlandse samenleving ruist en ritselt sinds het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw van de spiritualiteit. Sinds enkele jaren staat de hele maand november in Nederland in het teken van de spiritualiteit. De boekhandels liggen vol boeken over spiritualiteit. (…) Ik vermoed in elk geval dat de Nederlandse karmelieten deze ontwikkeling zestig jaar geleden niet hadden durven voorspellen, toen zij in 1948 begonnen met het tijdschrift Carmel, met de ondertitel Tijdschrift voor Carmelitaanse geschiedenis en geestelijk leven, en nog minder veertig jaar geleden, toen zij hun tijdschrift Carmel omdoopten in Speling. Speling is al die jaren een toonaangevend tijdschrift geweest van christelijke spiritualiteit. (…)

 

Er is op de markt van zingeving en spiritualiteit behoefte aan onderscheidingsvermogen en dus aan bezinning, in de zin waarin het tijdschrift Speling die verstaat. Met een open oog en een open oor voor wat er ruist en ritselt in onze tijd, wil Speling de voorraadschuren van de christelijke traditie van spiritualiteit wijd open zetten om de spirituele honger van onze tijd te kunnen stillen, niet met fast food uit een religieuze McDonalds, maar met degelijke kost. Dat is waar Speling voor wil staan, in deze bewogen tijden. (…) Speling wil de vinger bij de pols van de tijd houden. Het tijdschrift is steeds op zoek geweest naar geaarde, belichaamde en bijdetijdse spiritualiteit. (…) Het heeft vanaf zijn oprichting de tekenen van de tijd willen verstaan, zonder trendy of modieus te willen worden.’

 

Op diverse plekken in het land zijn inmiddels leesgroepen opgericht. Artikelen uit recente Spelingnummers worden gelezen en besproken. Naar aanleiding daarvan worden persoonlijke ervaringen uitgewisseld. Ook in Haarlem zijn we, onder de vleugels van het KCS, in het najaar van 2012 gestart met een dergelijke leesgroep. Er hebben zich inmiddels al verschillende gegadigden gemeld.

 

Om een idee te krijgen: het jaarthema van 2012 was: Op zoek naar bronnen van bezieling. Ieder nummer diept een thema uit, te weten: muziek, de natuur, kunst en inspirerende mensen en teksten.

 

Dag: Dinsdagavond 26 maart (19.30 – 22.00 uur)
Data: Nader overeen te komen
Kosten: 40 euro per jaar
Begeleiding: Connie van den Herik en Krijn Kramer

Programma najaar 2013
Leesgroep Speling

Lees- en levenservaringen uitwisselen

Speling is een driemaandelijks tijdschrift voor bezinning. Het tijdschrift geeft ruimte aan eigentijdse spiritualiteit, die midden in het leven staat, en zoekt daarin naar verdieping. Het steeds weer qua vorm en inhoud prachtig uitgegeven blad bestaat al vanaf 1948. Sindsdien is de belangstelling voor spiritualiteit alleen maar toegenomen. Speling is al die jaren een toonaangevend tijdschrift geweest van christelijke spiritualiteit.

 

Peter Nissen, redactielid van Speling schreef naar aanleiding van het 60-jarig bestaan van het tijdschrift: ‘Er is op de markt van zingeving en spiritualiteit behoefte aan onderscheidingsvermogen en dus aan bezinning, in de zin waarin het tijdschrift Speling die verstaat. Met een open oog en een open oor voor wat er ruist en ritselt in onze tijd, wil Speling de voorraadschuren van de christelijke traditie van spiritualiteit wijd open zetten om de spirituele honger van onze tijd te kunnen stillen, niet met fast food uit een religieuze McDonalds, maar met degelijke kost. Dat is waar Speling voor wil staan, in deze bewogen tijden. Speling wil de vinger bij de pols van de tijd houden. Het tijdschrift is steeds op zoek geweest naar geaarde, belichaamde en bijdetijdse spiritualiteit. Het heeft vanaf zijn oprichting de tekenen van de tijd willen verstaan, zonder trendy of modieus te willen worden.’

 

Op diverse plekken in het land zijn inmiddels leesgroepen opgericht. Artikelen uit recente Spelingnummers worden gelezen en besproken. Naar aanleiding daarvan worden persoonlijke ervaringen uitgewisseld. Ook in Haarlem zijn we, onder de vleugels van het KCS, vorig jaar gestart met een dergelijke leesgroep. De groep bestaat thans uit een tiental leden en twee begeleiders.

 

Het jaarthema van 2013 is: ‘Oefeningen voor de ziel. Waarom zouden we?’ In deze jaargang wil Speling onderzoeken wat klassieke geestelijke praktijken nú kunnen betekenen. Ieder nummer diept een thema uit, te weten: bidden, waken, vasten en lezen.

 

We houden avondbijeenkomsten om ook werkende mensen in de gelegenheid te stellen deel te nemen aan deze doorlopende groep.

 

Dagen: Dinsdagen (19.30–22.00 uur)
Data: 10 sep – 10 dec – 11 mrt – 10 juni
Kosten: 40 euro per jaar
Begeleiding: Connie van den Herik en Krijn Kramer

Op zoek naar diepte in muziek

Luisteren naar de taal van componisten

‘De componist openbaart het diepste wezen van de wereld en spreekt de diepste wijsheid uit, in een taal die zijn rede niet kan verstaan. In heel deze uiteenzetting van de muziek heb ik duidelijk proberen te maken, dat zij in een universele taal het diepste wezen, het “op zichzelf” van de wereld verwoordt.’ Aldus Arthur Schopenhauer in het begin van de 19de eeuw. Pas sinds Schopenhauer zijn we muziek als diep gaan benoemen. Waarschijnlijk zou iemand als Johann Sebastian Bach – een eeuw voor Schopenhauer – zijn muziek niet beschouwd hebben als de hoogste der kunsten en als de kunst die het diepste wezen van de wereld openbaart. Toch zouden wij Bachs muziek zeker als diep willen kwalificeren. Van sommige muziekstukken zeggen we immers dat ze ‘diep’ zijn, andere vinden we eerder oppervlakkig. Wat maakt de muziek van Bach dieper dan die van Händel? Waarom gaat Schubert dieper dan Johann Strauss? Schrijven Taverner en Pärt diepe muziek?

 

Ieder kan zijn lijstje maken van favoriete diepe muziekstukken. Die lijstjes zullen uiteenlopen, maar toch zal er ook wel een zekere overeenstemming bestaan met betrekking tot de vraag welke muziek diep is en het hart raakt, en welke niet. De interessante kwestie is natuurlijk: wat is diepe muziek?

 

Tijdens dit programma zullen we al luisterend, aan de hand van een reeks muziekvoorbeelden, op zoek gaan naar bouwstenen voor een antwoord. Daarbij is de ervaring het uitgangspunt, maar we zullen die ervaring ook dialogisch proberen te onderzoeken, want waar komt die ervaring van diepte in de muziek nu eigenlijk vandaan?

 

Dag: Woensdag (11.00–16.00 uur)
Datum: 11 september
Kosten: 20 euro
Begeleiding: Erik Heijerman

Fill the void

Een mooi gekleurd verhaal over verlies, rouw, liefde en …vrouwen

Orthodoxe vrouwen leren bescheiden te zijn. Dat maakt ze niet zwak, maar juist heel sterk. Ze krijgen een soort ‘noblesse de coeur’ aangeleerd, zielenadel. Ze schreeuwen niet als ze een doel willen bereiken, maar gaan rustig aan de slag, zoals Shira’s moeder, die de affectie tussen haar dochter en schoonzoon allang in de peiling had. Uiteindelijk krijgt ze precies wat ze wil. Ja, misschien wel als een soort ’godmother’. (Rama Burshtein)

 

In Fill the void (Vul de leegte) volgt de debuterende Israëlische regisseuse Rama Burshtein de tweestrijd van de 18-jarige Shira, die na de dood van haar zus in het kraambed, door haar moeder gevraagd wordt om met haar zwager Yochai te trouwen. Shira wil eerst niet. Ze wil een nieuwe, eigen man. Maar je ziet de erotische spanning tussen de twee gaandeweg groeien in prachtige close ups van blikwisselingen vol ingehouden verlangens. Het orthodoxe Fill the Void is een film die uitnodigt om met open blik naar een onbekende wereld te kijken. De wereld van vrome chassidische joden. Nu eens niet gefilmd door een buitenstaander met een kritische en afkeurende blik, maar van binnenuit door een lid van die gemeenschap zelf.

 

Hoe vul je de leegte die achterblijft na het verlies van een dierbare? Fill the void is anders dan al die andere films over rouw, omdat het verhaal zich hier afspeelt binnen een gesloten religieuze gemeenschap. Hier wordt het dagelijks leven bepaald door het strikt naleven van eeuwenoude voorschriften. De familie- en gemeenschapsbanden zijn sterk en de ‘rebbe’ is de spirituele leider die met zijn kennis van de traditie de gemeenschap met raad en daad bijstaat. Ook bij vragen rond rouwen en trouwen. In deze met de rug naar de moderne wereld levende gemeenschap fungeren de moeders als de managers van het patriarchaat. De moeder die haar kleinkind niet wil verliezen, lobbyt bij de weduwnaar, spreekt met haar man, oefent druk uit op haar dochter. Je vraagt je onwillekeurig af hoe een vrouw van nu deze onderdanigheid nog kan accepteren.

 

Burhshtein filmt dicht op de huid, maar velt geen oordeel. Ze klaagt de chassidische regels niet aan, maar ze romantiseert ze ook niet. Op den duur kunnen de voortdurende begroetingen en besprekingen, het eindeloze geprevel van de gelovigen in de nauwe ruimtes beklemmend werken, evenals de stilte in de keuken op de avond van het Poerimfeest. Maar betovering is er ook, bijvoorbeeld in de intimiteit tussen de vrouwen, zoals die tussen moeder en dochter wanneer die op het diepst van de crisis op bed tegen elkaar aankruipen. Shira straalt op haar huwelijksdag, als ze, gehuld in witte tulen, de gelukwensen en liefkozingen van de andere vrouwen ontvangt. Maar in een later aangrijpend beeld zie je toch ook angst op haar gezicht. In deze meerduidigheid schuilt de kunst en de vrijheid van deze filmmaakster, die met Fill the void een rijke, bijzondere, tot nadenken stemmende film heeft gemaakt.

 

Burshtein is de eerste filmmaker die het orthodoxe joodse leven van binnenuit portretteert. Ze groeide op in een seculiere omgeving in Tel Aviv, maar werd op haar 26ste heel religieus. Ik trouwde, kreeg vier kinderen en keek mijn ogen uit in die oude, wijze, spirituele wereld. Toen ik werd geïntroduceerd in die prachtige, 3000 jaar oude cultuur, voelde dat als thuiskomen.

 

Dag: Zaterdag (11.00–16.30 uur)
Datum: 21 september
Kosten: 20 euro
Begeleiding: Marjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

Thomas Merton in gesprek met stilte

Kracht en tegenkracht van bezielde stilte

Er is meer troost in het hart van de stilte dan in een antwoord op een vraag. (Thomas Merton, 4 juli 1952)

 

Lezen in de geschriften van schrijver, dichter en monnik Thomas Merton (1915-1968) is boeiend en verrassend. We maken kennis met een man die in zijn leven een houding cultiveerde van waakzame aandacht om op een vruchtbare manier inhoud te geven aan zijn zoekend bestaan. Zo wordt hij zich bewust van zijn plaats in het grote geheel. Op die eigen plek onder de hemel, in de alomvattende kosmos, buigt Thomas Merton zich naar binnen, trappist én wereldburger, leeg én vervuld, zwijgend én sprekend, eenzaam én verbonden met wereld en mensheid. Een monnik bij wie contemplatie en actie zijn als in- en uitademen.

 

In zijn werk ontmoeten we een mens die ons veel facetten van zijn persoon laat zien: een denker, een brief- en dagboekschrijver, een poëet, een kunstenaar, een natuurbeschouwer, een zoeker, een vriend en een vreemdeling. Zijn woorden en zijn tekeningen weerspiegelen steeds zijn eigen beleving en ervaring.

 

Merton uit zich o.a. als een kritisch contemplatief die openstaat voor God en wereld, als een warm voorstander en pionier van de interreligieuze dialoog en als een hartstochtelijk advocaat van gerechtigheid en vrede. Vele van zijn kritische waarnemingen en beschouwingen zijn nog steeds actueel. Enkele korte fragmenten voor een indruk.

 

Heer, mijn God, / ik weet niet waar ik heen ga. / Ik ken de weg niet die voor me ligt. / Ik kan niet met zekerheid zeggen / waar hij zal eindigen. (1958)

 

Het is heerlijk plots te ontwaken in de eenzaamheid van de bossen en naar de lucht te kijken en de volslagen onzin van alles in te zien, zelfs van de hoogdravende spiritualiteit van de experts in het geestelijk leven en dan gewoon in lachen uit te barsten en te lachen om de lucht en de bomen, want God is niet te vangen in woorden of in systemen, ook niet in liturgische plechtigheden, zelfs niet in ‘contemplatie’ met een hoofdletter of in ascese of iets dergelijks en evenmin in het apostolaat. Heel zeker ook niet in boeken. Ik kan rustig doorgaan met schrijven, al zou men van mijn boeken evengoed papieren vliegtuigjes kunnen maken. (18 september 1958)

 

Mag ik wel zeggen dat ik een antwoord heb gevonden op de vragen die de mensen van onze tijd kwellen? Ik weet niet of ik wel antwoorden heb gevonden. Toen ik pas monnik was, was ik veel zekerder van ‘antwoorden’. Maar naarmate ik ouder word in het monastieke leven en verder doordring in de eenzaamheid, word ik er mij van bewust dat ik pas begonnen ben met het zoeken naar de vragen. (21 augustus 1967)

 

Aan de hand van Thomas Mertons werk In gesprek met de Stilte* én onze eigen inzichten en ervaringen proberen we op het spoor te komen van een levenshouding die bij ons persoonlijke en maatschappelijke leven past. We lezen dit boek met de bedoeling ons ermee uiteen te zetten en ons te laten raken, ook als hetgeen ons treft weerbarstig en paradoxaal is of haaks staat op wat wij menen te weten.

 

*Thomas Merton, In gesprek met de Stilte. Gebeden en tekeningen, Samengesteld door Jonathan Montaldo en vertaald door Constant Broos, Ten Have, Baarn / Davidsfonds, Leuven, 2002, 128 blz., ISBN 90 806883 5 5. Aangezien deze uitgave niet meer in de handel is zijn er aan het begin van de bijeenkomsten kopieën beschikbaar voor hen die niet in het bezit zijn van het boek.

 

Dagen: Zes donderdagen (14.00–16.30 uur)
Data: 26 sep – 17 okt – 31 okt – 14 nov – 28 nov – 12 dec
Kosten: 60 euro
Begeleiding: Jetske Nicolaas en Vic Bos

Het mechaniek van de ontroering opnieuw gezocht

Met dichter Rutger Kopland

…het is vreemd, het is vreemd mooi ook
(…)
zoals een pasgeboren kind kijkt alsof het kijkt
naar iets in zichzelf, iets ziet daar
wat het meekreeg

 

Een stem, een geur, een licht, een omhelzing … en een woord dat daarna verwijst. Ontroering heeft iets buitengewoon intrigerends. Wat is het toch dat een paar regels, een gebaar, een grap, een foto, een schilderij, dat die iets teweeg kunnen brengen, iets onverhoeds kunnen laten gebeuren, dat lijkt op het losspringen van een slot. Een op het eerste gezicht onbetekenende sleutel past op het slot, waarvan je niet wist dat je dat in je omdroeg. Het maakt iets helder, een inzicht in het eigen bestaan, een stukje van de melodie van jouw leven.

 

Op vijf maandagen loopt Rutger Kopland (1934-2012) met ons mee en wij met hem, nieuwsgierig naar die sleutels en die sloten, dat mechaniek van de klik. Met een andere selectie van gedichten was Kopland hierbij al eerder onze gids. Als uitgangspunt nemen we dit keer diverse gedichtenreeksen in verschillende toonaarden, variërend van ernstig en weemoedig over nadenkend tot opgewekt en hilarisch. Het centrale thema is de beleving van het mooie. En dat dan in de betekenis van Kopland zelf: Mooi, maar dat is het woord niet.

 

Dagen: Vijf maandagen (14.00 uur–16.30 uur)
Data: 30 sep − 14 okt − 28 okt − 11 nov − 25 nov
Kosten: 50 euro
Begeleiding: Janneke Krijger en Cees Savelkouls

Hildegard van Bingen

Een eigen visie, een eigen geluid

De gehele kosmos in de vorm van een reusachtig ei, zo kijkt Hildegard van Bingen (1098-1179) naar het universum. Maar zij ziet ook hoe de omarmende moederliefde van God ons leidt en voedt en door gevaren heen helpt en hoe God de mens, als Zijn grote werk en Zijn kostbare parel, in barmhartigheid gedachtig is. Hildegard gebruikt beelden in haar visioenen en brieven die in hun symboliek verstrekkende betekenis hebben voor de manier waarop wij in de wereld staan en ons verhouden tot het Goddelijke. Ook in haar liedteksten en muziek zien en horen wij dit terug: de bijzondere plaats van de mens in de na te streven heelheid van zijn bestaan. Veel van de betekenis die Hildegard voor ons kan hebben is niet te begrijpen zonder de benedictijnse spiritualiteit waarin zij is grootgebracht. Deze spiritualiteit met deugden als deemoed en matiging heeft haar leven in belangrijke mate beïnvloed. Hetzelfde geldt voor het benedictijns koorgebed dat zij dagelijks meemaakte.

 

Hildegard was een bijzondere vrouw die ons veel te bieden heeft, maar ook haar bewogen leven is interessant. Op 42-jarige leeftijd trad zij met haar visioenen naar buiten, ‘brak zij door’ en kreeg bekendheid met name door de correspondentie met belangrijke personen uit haar tijd, door haar composities (gezangen) en kruidenboeken. Zij groeide op in het klooster van de Disibodenberg, maar stichtte een eigen klooster, genaamd de Rupertsberg, aan de Rijn bij Bingen. Grote moed was hiervoor nodig, ook om de vele tegenslagen het hoofd te bieden die zij op haar pad tegenkwam. Hoewel Hildegard zich doorstroomd voelde door Gods genade, heeft ze zich ook vaak zwak en onzeker gevoeld. Het was de goddelijke inspiratie die haar staande hield. Op hoogtepunten kon haar ziel zingen O kracht van Wijsheid, die cirkelend zijt rondgecirkeld, alles omvattend in één weg, die het leven bevat…

 

De spirituele weg die zij aflegde kan voor ons herkenbaar zijn en ons wellicht dienen als ‘voorbeeld’: hoe blijven we trouw aan onszelf in wat we ten diepste vinden en in wat ons beroert en inspireert? Paus Benedictus XVI heeft haar weg officieel erkend door haar in 2012 heilig te verklaren. Op 7 oktober van hetzelfde jaar heeft hij haar uitgeroepen tot kerklerares. Hildegard is de vierde kerklerares naast Catherina van Siëna, Teresa van Avila en Thérèse van Lisieux.

 

Tijdens deze cyclus willen we ons bezighouden met de levensgeschiedenis van Hildegard, enkele afbeeldingen van haar visioenen bekijken en een paar brieven lezen, afgewisseld door haar muziek. In gesprek met elkaar zullen we bezien of de visie van Hildegard op de schepping met de mens daarin en de vrouw in het bijzonder, ons nu iets te zeggen heeft. Verder zullen we op een rustige, meditatieve manier naar haar gezangen luisteren en met elkaar delen wat de muziek met ons doet. Kunnen we daarbij iets verstaan van waar Hildegard zo vervuld van was: de levendige presentie van het Goddelijke?

 

Dagen: Vijf dinsdagen (10.30–13.00 uur)
Data: 1 okt – 15 okt – 29 okt – 12 nov – 26 nov
Kosten: 50 euro
Begeleiding: Tony Lindijer en Riet Spierings

Van de schoonheid en de troost

In gesprek met Vladimir Ashkenazy, Rudi Fuchs en Rutger Kopland

Van de schoonheid en de troost: zo luidt de titel van een veelgeprezen en bekroond programma dat Wim Kayzer in de jaren negentig maakte voor de VPRO-televisie. Hij interviewde 26 befaamde kunstenaars, schrijvers, wetenschappers, filosofen en musici over datgene wat het leven voor hen de moeite waard maakt. Hoe weten zij te leven te midden van de vaak chaotische alledaagse werkelijkheid?

 

Kayzer legde hen de vraag voor wat in hun leven schoonheid vertegenwoordigt en of die schoonheid in staat is om troost te bieden in een somtijds mistroostig en bar bestaan. Een moeilijke vraag, waarop zijn gesprekspartners zoekend en tastend een antwoord zochten, zowel vanuit hun werk als hun persoonlijk leven. De reacties waren zeer uiteenlopend. Waar voor de een schoonheid en troost schuilen in de ordening van het heelal, vindt de ander deze juist in het onvoorspelbare en het vergankelijke. Maar ook in muziek, oude familiefoto’s en zelfs in verdriet kan schoonheid schuilgaan.

 

Aan de hand van enkele interviews zullen ook wij ons in deze cyclus bezighouden met de vraag wat ons leven de moeite waard maakt. Wat biedt mij zowel schoonheid als troost om me te verzoenen met het leven en met mijn persoonlijk leven?

 

In deze cyclus bekijken we drie interviews met mensen uit de wereld van de schone kunsten: Vladimir Ashkenazy, Rudi Fuchs en Rutger Kopland. Het zijn ontroerende, diepgravende en soms weerbarstige gesprekken met mensen voor wie de woorden schoonheid en troost waardevol en onmisbaar zijn.

 

De beroemde Russische pianist en dirigent Vladimir Ashkenazy zegt: Troost is onlosmakelijk verbonden met liefde. Schoonheid geeft ons een basis om te doorgronden wat liefde inhoudt. Zonder schoonheid is dat minder makkelijk te onderkennen. Voor hem is de esthetische ervaring niet los te zien van de ethische kant van het bestaan. Op bijzondere wijze laat hij ons drie prachtige muziekstukken horen, die hij vergezeld doet gaan van fijnzinnig commentaar.

 

Rudi Fuchs is kunsthistoricus en voormalig directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Hij beschrijft de taalkundige machteloosheid die we voelen als we oog in oog staan met een kunstwerk. We voelen hoe het ons beroert, we zien wat het is, maar we kunnen het niet uitdrukken. Toch proberen we het, misschien wel omdat de moderne mens niet meer in staat is in geheimen en wonderen te geloven en daar commentaar op moet hebben. Het is buitengewoon verrassend hoe hij zelfs tussen alledaagse ansichtkaarten en kunst een relatie weet te leggen.

 

Rutger Kopland noemt zichzelf de man van twee ambachten. Hij is namelijk dichter en psychiater. Hij wordt beschouwd als een van de grootste dichters in ons taalgebied. Hij is onder andere bekroond met de P.C. Hooftprijs. Kopland is de dichter van de paradoxen: beweging en stilstand, aanwezigheid en afwezigheid, leven en dood. En over de mens die wil blijven en weggaan, zijn en niet zijn. Een hele complexe en boeiende thematiek. De Vlaamse dichter Herman de Coninck heeft over de poëzie van Kopland gezegd: Het zijn gedichten waar je heel gemakkelijk inkomt, maar niet meer uit geraakt.

 

We kijken naar drie indringende gesprekken en zullen graven naar de onderstroom die ons leven kleurt, maar waar we doorgaans niet zo uitvoerig bij stilstaan. Wie gelooft dat schoonheid en troost geen illusies zijn, maar mogelijk kunnen bijdragen aan een zinvol bestaan, is van harte welkom.

 

Bij de serie is destijds een boek verschenen dat helaas is uitverkocht: Wim Kayzer, Het boek van de schoonheid en de troost. Op internet worden er nog tweedehands exemplaren aangeboden.

 

Dagen: Drie vrijdagen (11.00–16.30 uur)
Data: 4 okt – 18 okt – 8 nov
Kosten: 60 euro
Begeleiding: Wil van der Heijden en Lia Vergouwen

Levensverlangen dat blijft

Over het zoeken van de weg door het ouder worden

Wandelaar, je voeten zijn de weg en niet meer dan dat.
Wandelaar, er is geen weg, de weg ontstaat al gaande.
Al gaande ontstaat de weg en als je achterom
kijkt zie je het pad, dat je nooit meer kunt gaan.

(13e eeuwse inscriptie op een kloostermuur in Toledo)

 

Al wandelend door het leven worden we vanzelf ouder. Mooi en boeiend is dat of kan het zijn, maar in het algemeen wordt daar niet zo tegenaan gekeken. Ouder worden is lichamelijke aftakeling, niet meer kunnen wat je wilt, gemis en verdriet meemaken, eenzamer worden omdat geliefde familieleden en vrienden wegvallen. Toch is er meer dan dat, ouder worden geeft ook nieuwe keuzes en kansen. We hoeven niet zoveel meer van onszelf, er wordt minder van ons verwacht, we hebben meer tijd voor bezinning en verdieping. Als we leren omgaan met deze aspecten van ouder worden, kan er ruimte ontstaan voor het onverwachte: nieuwe perspectieven en verdere groei. Het levensverlangen hoeft niet op te houden, het kan ons blijven bemoedigen om die perspectieven op te zoeken en om (opnieuw) geïnspireerd te raken.

 

Met elkaar gaan we in gesprek om op het spoor te komen van die nieuwe, andere kanten van dat blijvende levensverlangen. Ons vertrekpunt is die onbekende weg, die zich uitstrekt onder onze voeten en waarop we niet kunnen terugkeren. We lezen en bespreken met elkaar gedichten en prozateksten die raken aan thematieken over ouder worden: het beamen van het ouder worden, terugkijken en loslaten, innerlijke ruimte ontdekken, zin geven en zin ontvangen. De prozateksten worden ontleend aan het werk van Herman Andriessen, en we lezen gedichten van bv. Rutger Kopland, Ida Gerhardt, M. Vasalis en Hans Andreus.

 

Samen lezen we de teksten en we delen wat ons hierin raakt, wat raakt aan ervaringen op onze weg door het leven. Door er samen over te praten en te erkennen wat mooi en wat moeilijk was en is, kunnen we herkenning vinden bij elkaar, en zo verder groeien naar aanvaarding met het leven achter ons en vertrouwen in de weg die voor ons ligt. Zo vinden we vrede met onszelf en met de weg van het ouder worden want:

 

Wij groeien met de jaren
naar binnen
waar wij als ’t ware
niet meer verjaren
omdat beminnen
en leven samengaan
en wij het ‘andere’ ontginnen.

(Jos Van den Broeck)

 

Dagen: Vijf woensdagen (10.30–13.00 uur)
Data: 9 okt – 23 okt – 6 nov – 20 nov – 4 dec
Kosten: 50 euro
Begeleiding: Joanne Kruijswijk Jansen en Wil Simis–Goddijn

Levenskunst volgens Teresa van Avila

Het levensverhaal van een wijze vrouw

Mijn God,
ik hoef niet naar de hemel te klimmen
om met U te spreken
en bij U mijn vreugde te vinden.
Ik moet mijn stem niet verheffen
om met U te praten.
Al fluisterde ik heel zacht,
Gij hoort me al;
want Gij zijt in mij,
ik draag U in mijn hart.

(Teresa van Avila)

 

Van Teresa van Avila (1515-1582) is bekend dat zij op een eigenzinnige wijze haar leven vorm heeft gegeven. Samen met enkele anderen heeft zij een nieuwe stijl van religieus leven ontwikkeld, goeddeels tegen de heersende vanzelfsprekendheden in. Haar vastberadenheid daarin moge mede door karakter en aanleg bepaald zijn, het gevoel voor de goede richting en de maatvoering heeft zij al doende moeten vinden.

 

Hoe is zij in haar tijd tot dat onderscheidingsvermogen gekomen? Wat is haar geheim om bij de vele heftige en tegengestelde invloeden niet verloren te lopen? We trachten elementen van dat geheim op te sporen in haar autobiografie, het boek van haar leven.* Vervolgens proberen we te zien hoe die elementen, wellicht in een voor onze tijd gewijzigde vorm, ook ons eigen leven richting kunnen geven. Om te beginnen lezen we de uitstekende inleiding in de hieronder genoemde editie. Deze tekst geeft een goed beeld van het hele boek.

 

*Teresa van Avila, Het boek van mijn leven. Ingeleid door Elisabeth Peeters en Ulrich Dobhan; vertaald door Carlos Noyen, Carmelitana, Gent 2009, 458 blz.,
ISBN 978 90 7667 170 3.

 

Dagen: Drie zaterdagen (11.00–16.30 uur)
Data: 16 nov – 23 nov – 14 dec
Kosten: 60 euro
Begeleiding: Frans Maas

Programma voorjaar 2012
Thuiskomen

Een weg van zoeken en gevonden worden

We zijn geen menselijke wezens op een geestelijke reis. Wij zijn geestelijke wezens op een menselijke reis. (Pierre Teilhard de Chardin)

Thuiskomen is het jaarthema van Stem in de Stad en de Groenmarktkerk. Ter verdieping wordt dit thema in samenwerking met het KCS afgesloten met een cyclus van vier avonden. In een kleine groep van hoogstens 12 personen zullen we stilstaan bij wat ‘thuiskomen’ voor ons betekent.

 

Ervaren we ons huis ook als een ‘thuis’? Ieder mens is op zoek naar een ‘thuis’. Iedere nieuwe levensfase, iedere nieuwe situatie vraagt om opnieuw thuis te geraken, op deze nieuwe plek, in deze nieuwe omgeving, met deze nieuwe tochtgeno(o)t(en). Vooral jijzelf speelt in dit zoeken en vinden van een ‘thuis’ een belangrijke rol.

 

Henri Nouwen (1932-1996) schreef naar aanleiding van Rembrandts schilderij ‘De terugkeer van de verloren zoon’ het inspirerende boek Eindelijk thuis. Dit werk gaat over de worsteling in het leven om ooit thuis te komen. Nouwen zegt daarover onder meer:

Thuiskomen is een reis waar je een leven lang over doet.
Er zijn altijd weer stukjes van je die weglopen en verdwalen,
of die verstrikt raken in rancune. Voor je het weet ben je ver van huis. (…)
Op weg naar huis merk je hoe lang de reis duurt.
Maar je mag de moed niet verliezen.(…)
Als je zorgvuldig luistert, merk je dat je onderweg al een beetje thuis bent.

 

Henri Nouwen is wereldwijd bekend geworden door zijn vele lezingen en zijn boeken over spirituele en pastorale thema’s. Hij doceerde pastoraal psychologie en theologie, eerst in Nederland en later aan de Amerikaanse universiteiten van Yale en Harvard, alvorens pastor te worden van de Arkgemeenschap Daybreak in Toronto, Canada, waar mannen en vrouwen met een verstandelijke be-perking samen met hun assistenten voor elkaar een thuis creëren.

 

In Eindelijk thuis beschrijft Nouwen zijn ontmoeting met Rembrandts ‘De terug-keer van de verloren zoon’. Vele dagen en uren brengt hij met het schilderij door. Tijdens deze ontmoetingen wordt hij er diep door geraakt en denkt hij na over wat de personen op het doek voor hem betekenen. Nouwen komt via het schouwen van deze afbeelding in diep contact met zichzelf en met de liefdevolle Vader, naar wie hij een levenlang op zoek is.

 

Eindelijk thuis werd onlangs – in de maand van de spiritualiteit – uitgeroepen tot het mooiste spirituele boek. Reden te meer om dit boek voor een tweede keer de leidraad te laten zijn van een cyclus. In 1997 gebruikten we deze overwegingen voor het eerst. We zullen door beelden (het schilderij) en woorden (het boek) en door stilte het thema laten landen. We hopen zo verbonden te raken met de Parabel van de verloren zoon (Lucas 15, 11-32) dat we er sporen van ons eigen levensverhaal in gaan herkennen. Door met elkaar te delen wat ons bij het zien van het schilderij raakt en aan het denken zet, kunnen we wellicht leren van elkaar. Van harte uitgenodigd om deel te nemen aan deze zoektocht naar ‘thuis’.

 

Het is wenselijk Eindelijk thuis. Gedachten bij Rembrandts ‘De terugkeer van de verloren zoon’ (ISBN 9020947745) gedurende deze bijeenkomsten ter beschikking te hebben.

 

Dagen: Vier donderdagen (19.30 – 21.30 uur)
Data: 12 jan – 26 jan – 9 feb – 23 feb
Kosten: 40 euro (voor vrijwilligers van Stem in de Stad 10 euro)
Begeleiding: Jody van der Velde en Riet Spierings

Onbezorgd als de vogel en de lelie

Wijsheid van Søren Kierkegaard

De lelie vraagt niet ongeduldig wanneer nu eindelijk de lente komt. Als het ogenblik komt, begrijpt de zwijgzame lelie dat dit het ogenblik is en weet het te benutten. O, jullie diepzinnige meestertjes van eenvoud, die weten dat men het ogenblik nooit kan treffen als men praat. (Søren Kierkegaard)

 

Søren Kierkegaard heeft naast zijn filosofische boeken ook een groot aantal toespraken geschreven. Deze zijn vooral bedoeld om te inspireren tot een goed leven. Veelal zijn deze toespraken gebaseerd op Bijbelse thema’s. Een aantal daarvan is onlangs uitgegeven. Onbezorgd als de vogel en de lelie is een van die toespraken die vorig jaar voor het eerst in het Nederlands is vertaald.

 

Kierkegaard begint in het boek met een gebed: Vader in de hemel! Als de lente komt keert in de natuur alles met een nieuwe frisheid en schoonheid terug. De vogel en de lelie hebben sinds de vorige keer niets verloren – geef dat wij net zo onveranderd terugkeren naar het onderwijs van deze leermeesters! En als wij in de tussentijd achterop zijn gekomen, geef dan dat wij geestelijk weer gezond worden door opnieuw te leren van de lelies op het veld en van de vogels van de hemel.Achtereenvolgens behandelt hij een zevental zaken, waarover wij ons zorgen zouden kunnen maken. Het gaat om onderwerpen als armoede, overvloed, zorgen over het gevoel dat we niet veel voorstellen of dat juist onze hoogmoed zorgen baart. Kierkegaard behandelt de thema’s op zijn eigen specifieke manier, vol humor, met een ongeëvenaarde opmerkingsgave, erudiet en dwingt de lezer tot zelfonderzoek en het maken van keuzes.

 

Zorgen maken is van alle tijden. Als je je teveel zorgen maakt, raak je erin verstrikt. Je zorgen maken verandert dan in piekeren, piekeren in cirkeltjes over dingen die mis zouden kunnen lopen. Het leidt niet tot een oplossing en verliest z’n functie. Sterker nog: je wordt er angstig, nerveus en gespannen van. Kierkegaard neemt ons mee en laat zien hoe we onbezorgd kunnen zijn als de vogel en de lelie, het Bijbels perspectief.

 

Steeds blijkt weer hoe vruchtbaar het is om Kierkegaard in groepsverband te lezen. We willen dat wéér doen. Het lijkt goed te doen om in vijf bijeenkomsten het boekje van ruim 100 bladzijden met elkaar te lezen en met elkaar in gesprek te gaan. Kierkegaard is de schrijver bij uitstek, die je terugwerpt op je eigen leven, confronterend is en ondanks het tijdsverschil van meer dan 160 jaar eigentijdse problemen aan de orde stelt. We proberen de tekst in onze eigen ervaring en in onze eigen situatie te verstaan.

 

Bij de tekst gebruiken we: Søren Kierkegaard, Onbezorgd als de vogel en de lelie. Zeven opbouwende toespraken, Vertaald door Lineke Buijs en Andries Visser, Buijten & Schipperheijn B.V., Amsterdam 2010, 134 blz.,15 euro, ISBN 978 90 5881 481 4.

 

Dagen: Vijf dinsdagen (14.00–16.30 uur)
Data: 17 jan – 31 jan – 14 feb – 28 feb – 13 mrt.
Kosten: 50 euro
Begeleiding: Riet Spierings en Krijn Kramer

Wanneer God begraven is …

Lezen in het dagboek en de brieven van Etty Hillesum

Wanneer die inzichten, die ik me achter m’n bureau, in omgang met de edelste gees-ten, verover, niet doordringen tot in de kleinste dingen van het dagelijkse leven, wan-neer niet iets van het grote besef over menselijke waarden, tot in de verst verwijderde ademtocht doordringt, dan heeft dat “geestelijke leven” (…) geen betekenis. (Etty Hillesum, 10 juni 1942)

 

Etty Hillesum (Middelburg, 15 januari 1914 – Auschwitz, 30 november 1943) is een jonge, joodse vrouw, die volop bezig is zichzelf te ontdekken wanneer de tweede wereldoorlog uitbreekt. In haar dagboek en haar brieven laat zij openhartig zien hoe intens ze zoekt naar de zin van het leven en hoe ze worstelt om alles, het mooie én het absurde, een plaats te geven in haar bestaan. Gaandeweg wordt haar keuze voor verzet én lotsverbondenheid steeds duidelijker. Op 7 september 1943 wordt zij met haar ouders en haar broer Mischa vanuit het deportatiekamp Westerbork getransporteerd naar het concentratiekamp Auschwitz in Polen. Haar oudste broer Jaap volgt enkele weken later. Volgens het Rode Kruis sterft Etty enkele maanden later op 30 november.

 

26 Augustus (1941), Dinsdagmiddag

Binnen in me zit een heel diepe put. En daarin zit God. Soms kan ik erbij. Maar vaker liggen er stenen en gruis voor die put, dan is God begraven. Dan moet hij weer opgegraven worden.

 

23 Juli (1942), Donderdagavond, 9 uur

Toen ik gisterenavond dat grote eind door de regen gelopen had met die blaar onder aan m’n voet, ben ik toch op het eind nog een straatje omgelopen om een bloemenkar te zoeken en ik kwam met een grote bos rozen thuis. En daar staan ze. Ze zijn net zo werkelijk als al de ellende, die ik op een dag meemaak. Er is voor veel dingen plaats in één leven. En ik hèb zoveel plaats, mijn God.
Uit de brieven die Etty Hillesum vanuit het doorgangskamp Westerbork schrijft, blijkt hoe zij in die barre werkelijkheid met beide benen op de grond is komen te staan.

 

Westerbork, 24 Augustus, 1943

Als ik denk aan die gezichten van het groengeüniformeerde, gewapende begeleidingspeloton, mijn God, die gezichten! Ik heb ze stuk voor stuk bekeken, verdekt opgesteld achter een venster, ik ben nog nooit van iets zo geschrokken als van deze gezichten. Ik ben in de knoei geraakt met het woord, dat het leidmotief van mijn leven is: En God schiep de mens naar Zijn Evenbeeld. Dat woord beleefde een moeilijke ochtend met mij.

 

Op acht donderdagmiddagen wisselen we uit wat ons in het dagboek en de brieven van Etty Hillesum het meest heeft geraakt. In gesprek met elkaar hopen we door te dringen tot wat haar bezielt en tot de levenskracht die ons beweegt.

 

Bij de tekstlezing gebruiken we: Etty. De nagelaten geschriften van Etty Hillesum 1941 – 1943, Onder redactie van Klaas A. D. Smelik, Uitgeverij Balans, Amsterdam 1986, 20085 , ISBN 978 90 5018 812 8, € 19,50.

 

Dagen: Acht donderdagen (14.00−16.30 uur)
Data: 19 jan − 2 feb − 16 feb – 1 mrt −15 mrt − 29 mrt − 12 apr − 26 apr
Kosten: 80 euro
Begeleiding: Lia Vergouwen en Vic Bos

Bewaar de stilte…dan zal de stilte U bewaren

Yoga en meditatie

Deze tekst staat boven de ingang van een kerk in een Frans dorp om de mensen in de kerk tot stilte te manen. Kernachtiger kan het belang van stilte niet worden uitgedrukt. Stilte die ons bewaart, voor ons zorgt! Er is echter een voorwaarde aan verbonden: zelf de stilte betrachten.

 

Dat is niet gemakkelijk in een cultuur waar stilte eerder problematisch is door het alom aanwezige geluid en de vele communicatiemiddelen. Geen wonder dat veel mensen op zoek gaan naar stilte: in de natuur, in kerken en kloosters of op een stilteplek in het eigen huis. Het is belangrijk een plaats en een tijd af te bakenen dat er niets moet, dat we tot rust en tot onszelf kunnen komen.

 

Door de inspanning gedurende de fysieke oefeningen is de ontspanning daarna des te meer voelbaar. Daaruit vloeit de verstilling voort naar lichaam en geest en kan er vrede groeien in ons bestaan. Mogelijk dat stilte dan meer en meer een metgezel wordt en doet raken aan het geheim van het leven.

 

Enkele dagdelen waarin we door middel van yoga-, ontspannings- en meditatieoefeningen de stilte beoefenen en bewaren in de hoop en het vertrouwen dat de stilte ons zal bewaren.

 

Aan de yoga, zoals we die in deze cyclus beoefenen, kan iedereen meedoen. Van belang is de eigen grenzen die het lichaam stelt in acht te nemen.

 

Dit is de eerste keer dat er op het KCS yoga in het programma voorkomt. Er zijn geen hulpmiddelen aanwezig die voor de yoga nodig zijn. Daarom is het van belang dat U zelf het volgende meeneemt:

  • Een dekentje of slaapzak om op de parketvloer te leggen voor de zittende en liggende oefeningen.
  • Mocht U een rubber of kunststof matje bezitten dan kunt U dat ook meenemen. Noodzakelijk is dat echter niet.
  • Vindt U het moeilijk om met het hoofd plat op de grond te liggen dan is een klein kussen ter ondersteuning prettig.
  • Het is van belang dat U gemakkelijk zittende kleding draagt.

Iedereen is welkom, ook degenen die geen ervaring hebben met yoga en meditatie.

 

Yoga beoogt het zoeken naar evenwicht met het in acht nemen van eigen grenzen en het ontdekken van je eigen mogelijkheden. Een prachtige leidraad in deze is het volgende citaat van George Sheehan: Als je het antwoord wil vinden op de grote vragen over je ziel, kun je maar het beste beginnen met de kleine antwoorden over je lichaam.

 

Dagen: Drie vrijdagen (14.00–16.30 uur)
Data: 20 jan − 3 feb – 17 feb
Kosten: 30 euro
Begeleiding: Wil van der Heijden

Verdriet kit al mijn gedachten samen

Middenin het leed, een weg naar intens leven

Verdriet kit al mijn krachten samen,
zodat ik roerloos word als steen.
Mijn hele wezen wordt materie,
een ondoordringbaar star mysterie,
o sla de rots, opdat ik ween.

(M. Vasalis)

 

Soms worden we geconfronteerd met een breuk in het bestaan: een ingrijpende ziekte, verlies van een dierbare, scheiding, pijn en onrecht. Bij onszelf of bij anderen. In het begin is er bijna altijd paniek, woede, zelfrechtvaardiging, protest, verwijt, radeloosheid, verkramping, eenzaamheid. Bijna altijd wordt geprobeerd het verlies te herstellen, er iets tegen over te stellen of het in te ruilen voor iets beters.

 

De eigenlijke ervaring van zo’n wezenlijk verlies bestaat hierin dat de manier waarop wij ons leven en onszelf tot nu toe hebben gedefinieerd, niet meer opgaat. Ons ‘levensontwerp’ is stuk.

 

Het leven blijkt plotseling minder maakbaar te zijn dan gedacht. De vraag naar de zin van het leven komt sterker dan ooit naar voren. Of: wat is de zin van het leven als ik er geen zin meer aan kan geven?

 

Wie wezenlijk verlies wil goedmaken – en spontaan wil dat bijna iedereen – is in het gevaar een kans te verspelen; en dat gevaar loopt bijna iedereen. Het wezenlijke verlies, het leed kan een kans worden om een weg te gaan naar het Geheim van het leven. (Andriessen)

 

Aan de hand van verschillende teksten gaan we in gesprek over het leven waar het lijden bij hoort. Het leed wordt niet weggeredeneerd of goedgepraat. Het lijden wordt overigens ook niet verheerlijkt zoals in een verouderde en voorbije christelijke lijdensspiritualiteit. Het lijden blijft lijden, de breuk blijft breuk.

 

Stilstaan bij het lijden – het lijden van onszelf, het lijden van anderen – kan zo een weg van uitzuivering zijn. De breuken in het leven kunnen soms tot bronnen worden waarmee het leven nieuwe zin en betekenis krijgt. Een weg om intenser bij het leven te komen en misschien de Kern soms even te raken.

 

Deze cyclus is geen lotgenotencontact of therapie. Natuurlijk verdient het leed dat we met ons meedragen een plaats en is het goed om uit te wisselen hoe we omgaan met verlies. Maar we zijn bijeen voor iets anders. We willen naar lijden en leven kijken vanuit een ander, verrassend perspectief, aangereikt in teksten, om ons te helpen een eigen spirituele weg in het leven te gaan, waar ziektes, lijden, breuken en wonden bijhoren.

 

Dagen: Vijf donderdagen (14.00−16.30 uur)
Data: 26 jan – 9 feb – 23 feb – 8 mrt – 22 mrt
Kosten: 50 euro
Begeleiding: Wil Simis-Goddijn en Harm van Grol

Zen Zien Tekenen

De kunst van het onbevangen waarnemen

De meditatievorm Zen Zien Tekenen legt op een directe wijze verband tussen wat het zuivere oog ziet, het open hart beweegt en de vrije hand beschrijft. Het is een intense meditatievorm en een geconcentreerde oefening in aandacht. Het is ten diepste wakker worden in het hier en nu. Het is thuiskomen in de harmonie van je diepste natuur.

 

Zen Zien Tekenen wordt gezien als een van de jongste loten aan de stam van de traditionele zenmeditatie. Het is een actieve maar toch verstilde meditatievorm, die goed aansluit bij onze traditionele maar beweeglijke westerse spirituele cultuur.

 

Het Zen Zien Tekenen is niet op de eerste plaats gericht op het leveren van artistieke prestaties en ook niet bedoeld als ‘creatieve bezigheid’. Ervaring met zenmeditatie en ‘kunnen tekenen’ zijn geen vereisten. Wel wordt van de oprechte beoefenaar van Zen Zien Tekenen inzet, doorzettingsvermogen, openheid en vertrouwen verwacht. Ook vioolspelen leer je niet in één dag.

 

Deze intense en verrassende cyclus bestaat vooral uit praktisch oefenen met het Zen Zien Tekenen, zoals dr. Frederick Franck dat heeft ontwikkeld.

 

Aanbevolen literatuur: De boeken van Frederick Franck, m.n. Zen zien, zen tekenen (ISBN 9063500637) en Maria Adriaens, Ruimte zien (ISBN 9056700936).

 

Dagen: Twee zaterdagen (11.00–16.30 uur)
Data: 28 jan – 18 feb
Kosten: 40 euro
Begeleiding: Leo van Vegchel

Des hommes et des dieux

Brug tussen ‘goden’ en mensen

De gevierde film Des hommes et des dieux (Van mensen en goden) van regisseur Xavier Beauvois werd in Cannes bekroond. De film is gebaseerd op een waar gebeurd verhaal. In 1996 werd een zevental Franse Cisterciënzer monniken uit hun klooster in Tibhirine in Algerije ontvoerd en onthoofd teruggevonden. De actie werd meteen opgeëist door de militante Groupe Islamique Armé, (GIA, Gewapende Islamitische Groep), maar aan de ware toedracht wordt tot op de dag van vandaag getwijfeld. De Franse geheime dienst stuitte namelijk op bewijzen dat de gruweldaden wel eens het resultaat konden zijn van een grove fout van het Algerijnse leger.

 

Wat we te zien krijgen zijn acht Franse monniken die in volstrekte harmonie leven met hun islamitische dorpsgenoten. Ze nemen met ritmisch handgeklap deel aan een besnijdenisfeest en broeder Luc staat met zijn medische kennis de lokale bevolking bij. Ook helpen de monniken de mensen aan werk en levensmiddelen. Maar het is onrustig in de regio en de invloed van terreur en angst wordt steeds merkbaarder. Nadat een groep buitenlandse werknemers op brute wijze door een militante Islamitische groepering wordt afgeslacht, duurt het niet lang voor deze terroristen het klooster met een bezoek vereren.

 

Het knappe is dat de regisseur zich op geen enkele wijze een oordeel aanmeet. Er is geen sprake van superioriteit, christelijk of islamitisch. Waar geweld het belangrijkste wapen is, zijn er immers alleen maar verliezers en gooit het elk geloof te grabbel. De monniken doen juist hun uiterste best de Islam te omarmen en verdiepen zich erin. Op hun nachtkastje ligt naast de Bijbel de Koran. Beauvois laat zien hoe verschillende culturen en religies in perfecte harmonie met elkaar kunnen samenleven. Hij heeft aandacht voor de schoonheid van het geloof. Ook voor de rituelen van de monniken is veel aandacht en de respectvolle wijze waarop hun gebeden in de film in beeld worden gebracht is rustig en sereen. Alsof hij stond te filmen op het ritme van een lofpsalm, registreert de cineast de dagelijkse rituelen in het klooster: het wieden van het onkruid, de maaltijden (frieten!), de avondgebeden. Het komt niet vaak voor in de hedendaagse cinema dat religie in zo’n positief daglicht wordt gesteld.

 

Maar uiteindelijk gaat Des Hommes et des Dieux over de persoonlijke afwegingen van de acht monniken, die voor zichzelf moeten uitmaken om te blijven of te vluchten voor het gevaar. Beauvois trekt veel tijd uit voor onderlinge discussies en laat zien hoe iedereen worstelt met de juiste beslissing. Uiteindelijk blijven de monniken, omdat ze een belofte hebben afgelegd aan elkaar en aan God. Ze zijn zich bewust van de gevolgen van hun keuze, maar wijken niet. Dit wordt benadrukt in een zeldzaam ontroerende scène die ik nu niet zal verklappen.

 

Om zijn verhaal te vertellen heeft de regisseur er de structuur van een passieverhaal aan gegeven. Des Hommes et des Dieux toont het fundamentele belang van compassie, van tolerantie, van oprechte menselijkheid, van ‘humanistische’ religie. De regisseur zegt daarover: ‘Voordat je geloof hebt, heb je vrijheid, gelijkheid, broederschap. Liberté, égalité, fraternité. Deze monniken zijn vrije mannen, die zichzelf als gelijken zien tegenover elkaar, maar ook als broeders, van elkaar én van de moslims. Het zijn intelligente, gepassioneerde mensen: ze praten met elkaar, bevragen elkaar, zijn geïnteresseerd in elkaar. Ze verkeren kortom in een staat van zijn, en niet zoals velen van ons in een staat van doen.’

 

Dag: Zaterdag (11.00–16.30 uur)
Datum: 11 februari
Kosten: 20 euro
Begeleiding: Marjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

Kiezen vanuit het hart

Ruth lezen en beluisteren, en kijken met Marc Chagall

En wanneer die donker kom
En jou mensen my ontwyk
Sal ek my liefde gee
Totdat die haat verdwyn
Want jou huis is my huis
Jou angs is my angs
Jou stilte my stilte
Jou land is my land (Stef Bos)

 

Het boek Ruth neemt in het eerste testament van de Bijbel een bijzondere plaats in. Het is een klein boek met grote literaire zeggingskracht. Een pakkende novelle waarin in eerste instantie twee vrouwen, de Moabitische Ruth en haar joodse schoonmoeder Naomi, de hoofdrol spelen. Het verhaal vormde het uitgangspunt voor de preek van ds. Carel ter Linden bij de huwelijksinzegening van prins Willem-Alexander en de Argentijnse Maxima, nu bijna 10 jaar geleden.

 

Aangrijpend in het verhaal is het moment waarop Ruth onvoorwaardelijk en zonder aarzeling haar eigen lot aan dat van haar schoonmoeder verbindt. Als Naomi na de dood van haar man en zonen besluit vanuit Moab terug te keren naar haar geboortestad Bethlehem, besluit Ruth om bij haar te blijven. Deze keuze blijkt een keerpunt te zijn in de geschiedenis van de twee vrouwen. Maar ook in de geschiedenis van beide families en zelfs in die van de beide volkeren, Israël en Moab. In ‘Lied van Ruth’ verwoordt de zanger Stef Bos deze keuze in het Afrikaans als volgt:

 

Maar jou land is my land
Jou volk is my volk
Jou taal is my taal
Jou God is my God
Jou droom is my droom
Jou pad is my pad
Jou toekoms my toekoms
Jou hart is my hart

 

Het is de aanloop naar een meeslepend verhaal met meerdere lagen, die voor ons als lezers vele perspectieven openen. Hebben wij zelf wel eens zo’n onverdeelde keuze gemaakt? Of misschien willen maken? Of heeft iemand anders voor òns zo’n keuze gemaakt? Hoe kom je er toe? En wat kunnen de gevolgen zijn? Maar ook: wat betekent het precies om ‘terug naar je land’ te gaan? En wat betekent het dan om ‘in den vreemde’ te zijn? Hoe zit het eigenlijk met ‘geluk hebben’?

 

Het boek Ruth heeft ons veel te zeggen over de pijn van scheiding en verlies. Maar ook over hoop en herkenning, over grenzen van cultuur, taal en geloof heen. Een zoektocht van hele gewone mensen naar een leven in heelheid en verbinding.

 

Gedurende drie vrijdagen lezen we het boek Ruth. We gebruiken hiervoor de methode van de Lectio Divina, het meditatief lezen van de Bijbel. Naast lezen zullen we ook kijken. Marc Chagall maakte bij het boek Ruth vijf prachtige schilderijen in voornamelijk bruine en rode tinten. Kleuren van vruchtbaarheid en liefde. Ook deze schilderijen krijgen in de cyclus hun plaats. En natuurlijk luisteren we naar het mooie lied van Stef Bos.

 

Dagen: Drie vrijdagen (10.30−16.30 uur)
Data: 2 mrt − 16 mrt – 30 mrt
Kosten: 60 euro
Begeleiding: Dinette Kooiman en Mineke Kroes

Programma najaar 2012
Voorwoord

Met genoegen bieden wij u bij deze het nieuwe programma 2012-2013 aan van het Karmelitaans Centrum voor Spiritualiteit. We hebben geprobeerd een veelzijdig programma samen te stellen waarin vele rijke schakeringen van het spirituele palet zijn vertegenwoordigd. Ons aanbod kent een grote schare trouwe deelnemers terwijl we ieder jaar ook veel nieuwe mensen mogen verwelkomen. In onze cycli proberen wij aan te sluiten bij wat mensen van nu beweegt, waar ze naar op zoek zijn en wat hen ter harte gaat. In reactie op de toenemende onrust en stress in onze samenleving wil het KCS juist een plaats zijn van onthaasting en rust. Een plaats met ruimte om stil te staan bij je eigen leven en persoonlijke beleving en daarover in gesprek te gaan met anderen.

 

Thema’s als rust, stilte en ontspanning zijn in ons aanbod dan ook ruim vertegenwoordigd. Zie hiervoor de cycli Innerlijke rust, Zen – zien – tekenen, Adem licht (Yoga en meditatie). Van oudsher waren het de christelijke spiritualiteit/mystiek en de kloostertradities die wezen op het belang van innerlijke aandacht en stilte. In dit kader zijn er opnieuw cycli rond benedictijnse spiritualiteit, waarbij in Kracht en tegenkracht van bezielde stilte tevens geput wordt uit zenboeddhistische bronnen. In de voorjaarscyclus wordt de benedictijnse spiritualiteit verrassend beschreven door een nog jeugdige maar hogelijk geïnteresseerde journalist (In gesprek met een aandachtige levensstijl). Verder is er een cyclus Levenskunst volgens Teresa van Avila, de wijze en eigenzinnige mystica wier vijfde eeuwfeest van haar geboorte uitgebreid gevierd zal worden in 2015.

 

Wie zich graag verdiept in de grote filosofen zal zich aangesproken voelen door het nieuwe aanbod rond Kierkegaard (Ieder mens is uniek), een serie die op veler verzoek wordt voortgezet.
Voor de boeiende relatie tussen kunst en spiritualiteit wordt op het KCS een belangrijke plaats ingeruimd. Voor liefhebbers van gedichten is er een cyclus rond het schitterende getijdenboek van Rilke (Van ieder ding het diep begrip…). De vertederende en wereldwijd gelezen klassieker De Kleine Prins staat centraal in de gelijknamige cyclus. Daarnaast is er weer een programma rond Chagall, waarbij ditmaal wordt ingegaan op zijn verbeelding van het verhaal van David: Door schade en schande mens worden… Een klassieker op het KCS is ook het filmaanbod. Dit jaar worden er prachtige films vertoond rond het thema Groeien in mededogen.

Tot slot een cyclus die direct wil aansluiten bij de eigen levensfase en ervaring van oudere deelnemers: Een leven lang groeien.

Als KCS zijn wij verheugd dat er de laatste jaren een goede samenwerking tot stand is gekomen met het Haarlemse Stem in de Stad en de Groenmarktkerk. Meer hierover en over het aanbod vanuit deze samenwerking (drie lezingen en een cyclus) kunt u lezen onder het kopje Samenwerking met Stem in de Stad, Groenmarktkerk en Speling en bij de cyclus Aarden in goede grond, die in het voorjaar wordt gegeven.
Daarnaast verdiepten we de samenwerking met het tijdschrift Speling en wordt voor het eerst op het KCS een Leesgroep Speling aangeboden. Zie ons aanbod in het najaar.

We vestigen ook graag alvast uw aandacht op het Speling Symposium Bronnen van bezieling, zie hiervoor Samenwerking met Stem in de Stad, Groenmarktkerk en Speling.

 

Tot besluit. Alle cycli op het KCS zijn er vooral op gericht dat deelnemers kunnen stilstaan bij hun eigen innerlijke ervaring en die van anderen en daarover met elkaar in gesprek kunnen gaan. Het KCS is geen studiecentrum waarin kennis wordt overgedragen of bediscussieerd. Voor zover het om kennis gaat, is dat kennis van het hart. Het gaat om verdieping en verrijking van ieders eigen ervaringen door wat er wordt aangeboden aan teksten, films, poëzie, yoga enz. en door het gesprek hierover, bij voorkeur in een enigszins meditatieve sfeer en met eerbied en respect voor elkaar.

Meer over onze doelstelling, werkwijze etc. is te lezen in KCS in vogelvlucht.

Kracht en tegenkracht van bezielde stilte

Putten uit zenboeddhistische en benedictijnse bronnen

De benedictijnse spiritualiteit en het zenboeddhisme zijn de twee longen geworden waarmee ik adem. (Bieke Vandekerckhove)

 

Bieke Vandekerckhove (1969) wordt als 19-jarige psychologiestudente ziek. Ze lijdt aan de dodelijke spierziekte A.L.S.: Amyotrofische Lateraal Sclerose. ‘Verloop: progressieve verlamming van de spieren, ademhalingsmoeilijkheden, slikproblemen, met de dood als gevolg.’ De dokters schatten haar levensverwachting op twee tot vijf jaar. Na 3 jaar melden dezelfde dokters dat de ziekte is gestabiliseerd, maar altijd weer de kop kan opsteken. Beter worden blijft onmogelijk.

In 2010 schrijft Bieke Vandekerckhove hoe haar levensweg vanaf het moment van die onverbiddelijke diagnose is verlopen. Ze deelt haar ervaringen op een openhartige en ontroerende manier zonder te vervallen in goedkope en nietszeggende gemeenplaatsen. Ze zoekt, worstelt, wanhoopt, verlangt, zwijgt. Ze is stil en probeert te horen wat het leven haar (nog) te zeggen heeft.

In zevenentwintig korte hoofdstukjes geeft ze helder en indringend weer wat ze meemaakt en beleeft. Hoe autobiografisch Vandekerckhove ook schrijft, deze stukjes vormen geen chronologisch levensverhaal en kunnen afzonderlijk worden gelezen. Alle onderwerpen, zoals angst, troost, verveling, niet-weten, humor, leegte en veerkracht blijven dichtbij haar ervaring en beleving. De schrijfster verbloemt niks en is wars van mooipraterij. Haar tastende woorden zetten dan ook aan tot denken, tot nadenken over hoe je in het leven staat en kunt staan en hoe je wijsheid kunt puren uit de schoonheid en de rauwheid van het leven.

Haar boek De smaak van stilte. Hoe ik bij mezelf ben gaan wonen* kreeg in Leuven de Prijs voor het Spirituele boek 2011. Deze prijs bekroont een boek waarin op een toegankelijke wijze wordt bijgedragen tot de zoektocht naar zin, bezinning en bezieling in de huidige samenleving. Volgens de jury overstijgt ‘haar boek met verve het pure emo-verhaal. De auteur schrijft gedreven en goed gedocumenteerd over haar ontdekking van de benedictijnse spiritualiteit en over haar ontmoeting met de stilte van zen. Een boek dat traditie en leven met elkaar verbindt.’ Kortom: een boek dat naar meer smaakt.

Aan de hand van De smaak van stilte én onze eigen inzichten en ervaringen proberen we op het spoor te komen van een levenskunst die bij ons persoonlijke en maatschappelijke leven past. We lezen dit boek met de bedoeling ons ermee uiteen te zetten en ons te laten gezeggen, te laten raken door de tekst, ook als deze weerbarstig en paradoxaal is of haaks staat op wat wij menen te weten.

 

*Bieke Vandekerckhove, De smaak van stilte. Hoe ik bij mezelf ben gaan wonen. Ten Have/Lannoo, Kampen/Tielt 2010, 160 blz., ISBN 978 90 599 5979 8.

 

Dagen: Zes donderdagen (14.00 – 16.30 uur)
Data: 27 sep – 11 okt – 25 okt – 8 nov – 22 nov – 6 dec
Kosten: 60 euro
Begeleiding: Jetske Nicolaas en Vic Bos

Groeien in mededogen

The Tree of Life

In het jaarprogramma 2012-2013 vier films die mededogen thematiseren. Compassie is voor ieder van ons onontbeerlijk. ‘Mededogen is zelfs onze menselijke bestemming’, zegt Hein Stufkens. Karen Armstrong heeft met het Handvest voor Compassie aangetoond dat mededogen inderdaad van alle tijden en plaatsen het bindend visioen is van religies. Ook veel films laten zien hoezeer het in het leven en samenleven draait om mededogen. Soms in positieve beelden, denk maar aan de films Des hommes et des dieux en As it is in heaven, die tonen hoe een leven vanuit mededogen mogelijk is. Maar het kan ook gebeuren dat films verbeelden hoe moeilijk het is om te leven vanuit mededogen. Ze zetten de kijker eerder aan het denken over wat er nodig is om te groeien in compassie. Dat groeien in mededogen noodzakelijk is in onze globaliserende samenleving, staat echter buiten kijf. We zijn op elkaar aangewezen en hebben elkaar nodig, over de traditionele grenzen heen, tussen generaties en landen in. Filmbeelden kunnen ons helpen hoe daaraan gestalte te geven. Een Amerikaanse en drie Franstalige films helpen ons op weg. Ouders en kinderen, leraren en leerlingen, christenen en moslims, ze gaan elkaar in deze films vroeg of laat ontmoeten in mededogen.

 

De mythe van Job in een nieuw jasje

 

Gouden Palm winnaar 2011 The Tree of Life is een filmisch meesterwerk. Allereerst is de film een genot voor de zintuigen. Regisseur Terrence Malick vertrouwt op de kracht van poëtische beelden, klassieke muziek en meditatieve voice-overs om zijn verhaal te communiceren. Het overgrote deel van de film bestaat dan ook niet uit scènes met dramatisch geacteerde dialogen tussen personages, maar uit symfonieën. Zoals de sequentie waarin we hoofdpersoon Jack zien opgroeien en die begint bij de relatie van zijn ouders en eindigt als hij er een broertje bij krijgt. Op de tonen van Smetana’s De Moldau zwiert de camera door de natuur en door een Texaanse buitenwijk in de jaren vijftig en vertelt zo op wonderschone wijze het universele en toch altijd weer unieke ontstaan van leven. Nog abstracter is een eveneens elegante sequentie over het ontstaan van de aarde, die niets letterlijks met die jeugd te maken heeft, maar er slechts thematisch mee is verbonden. Ze begint met een caleidoscopisch kleurenspel begeleid door Preisners Lacrimosa, waarin de kiem van de filosofische en spirituele tegenstelling wordt verkend waar Malick in de rest van de film op voortbouwt: die tussen de weg van de natuur en de weg van genade als twee mogelijke levenspaden.

 

De film volgt de herinneringen van Jack O’Brien, oudste van drie zonen in een Amerikaans middenklasse gezin in de jaren vijftig. Langzaamaan komen we te weten hoe zijn jeugd en de dood van zijn broertje aan de basis liggen voor de volwassen Jack, een verloren ziel in de moderne wereld. Jacks serene moeder vertegenwoordigt met haar onvoorwaardelijke liefde de genade en levensvreugde, terwijl de controlerende vader met geweld en strengheid de natuur vertegenwoordigt. Beiden oefenen invloed uit op de jonge Jack; moeder door hem te beschermen en vader door hem met harde hand te leren zichzelf voor alles te stellen. De twee verschillende levensvisies vloeien in de film vrij in elkaar over, van het begin der aarde tot aan de volwassen Jack, van dinosaurussen tot aan wolkenkrabbers, van simpele huiselijke taferelen tot bomen, vanuit allerlei perspectieven tot imaginaire droomlocaties. En dat allemaal prachtig ritmisch aan elkaar en door elkaar gemonteerd. De film is een grote ‘stream of consciousness’ (stroom van bewustzijn) van de volwassen Jack, die evenals zijn ouders na de dood van het broertje op zoek is naar zijn relatie tot God en de wereld.

 

Jack vraagt zich af waar het kwaad in hemzelf vandaan komt en waarom onschuldigen worden gestraft? Antwoord krijgt hij echter niet. Als een moderne Job op de mestvaalt bidt hij weliswaar, maar hij blijft in het duister tasten. God antwoordt niet. Die stelt alleen een wedervraag aan Job. Die wedervraag vormt het motto waarmee de film opent: Waar was jij toen ik de aarde grondvestte? (Job 38, 4). Gods beschikkingen in de natuur vormen weliswaar aanwijzingen voor zijn beleid in het leven van de mens, maar de mens zelf kan die niet doorzien. The Tree of Life poogt een nieuwe gestalte te geven aan de oude mythe van Job en dat is waardevol. Eeuwige vragen, de mens stelt ze immers telkens weer opnieuw. Het zijn de eigentijdse verbeeldingen die ons het dichtst bij een ‘antwoord’ brengen. Waartoe ben ik hier op aarde en waarom is er kwaad, lijden en sterfelijkheid? Het ‘antwoord’ van The Tree of Life: het universum en onze plaats daarin, het blijft een wonderbaarlijk, ondoorgrondelijk mysterie. De weg van de natuur, het overlevingsinstinct is de meest basale, maar zeker niet de meest spirituele weg door het leven. Dat is de weg van de genade. Volwassen worden kan niet zonder verlies van onschuld, maar liefhebben maakt mededogen mogelijk.

 

Dag: Zaterdag (11.00–16.30 uur)
Datum: 29 september
Kosten: 20 euro
Begeleiding: Marjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

De Kleine Prins

Zien met het hart

Dit is mijn geheim, het is heel eenvoudig: alleen met het hart kun je goed zien. Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar.

 

Dit prachtige moderne sprookje is geschreven voor jong en oud. Antoine de Saint-Exupéry schreef het in 1943. Het verhaal van De Kleine Prins werd wereldberoemd en is in meer dan 160 talen vertaald. De tekeningen zijn van de schrijver zelf en zijn minstens zo bekend geworden als de tekst. De taal is helder en tegelijk poëtisch.

 

Antoine de Saint-Exupéry (1900 – 1944) was vliegenier en schrijver. Hij behoort tot de pioniers in de luchtvaart. Met gevaar voor eigen leven heeft hij het luchtruim verkend. Hij werd beschoten, maakte noodlandingen en liep een aantal schedelbasisfracturen op. Op 31 juli 1944 keert hij niet terug van een verkenningsvlucht.

 

Als schrijver ontmoeten we hem in enkele novelles, een viertal romans (Postvlucht naar Dakar, Nachtvlucht, Het rijk der mensen, Oorlogsvlieger), en in zijn postume werk Citadelle, zijn geestelijk testament. Zijn meest bekende werk is het beeldende sprookje: De Kleine Prins.

 

Antoine de Saint-Exupéry, die je een moderne mysticus kunt noemen, gaat in zijn verhalen op zoek naar het wezen van de mens.

 

In De Kleine Prins maken we kennis met de verteller, een piloot die in de woestijn een noodlanding maakt. Hij herinnert zich in die benarde situatie hoe hij als zesjarige tekeningen maakte die niet begrepen werden. Zijn droom van een schildersloopbaan moest hij laten varen voor zaken die de grote mensen wél belangrijk vinden.

 

Daar in de woestijn ontmoet de vliegenier de kleine prins die van een andere planeet afkomstig is en die hem vraagt een tekening van een schaap voor hem te maken. Zijn zorgvuldig bewaarde kindertekeningen worden door de kleine prins wél begrepen.

 

De kleine prins vertelt hem van zijn reis door het heelal. Van zijn ontmoetingen met bewoners van andere planetoïden en van zijn komst in de woestijn. In de gesprekken tussen de vliegenier en de kleine prins krijg je als lezer het vermoeden dat dit tegelijk over iets meer gaat. En wie er oog voor heeft ervaart dat de gesprekken tussen verteller en kleine prins ook gaan over wie wij zijn, over onze innerlijke weg, over ons mens zijn en over ons omgaan met elkaar. Een weg naar het wezenlijke, alleen te zien met het hart.

 

De woestijn is zo mooi, doordat er ergens een put verborgen is, zei de kleine prins.

 

Tot mijn verbazing begreep ik ineens die geheimzinnige uitstraling van het zand.

 

We gebruiken de Nederlandse vertaling van Laetitia de Beaufort van Hamel. Het is nodig dat u over déze vertaling beschikt. Antoine de Saint-Exupéry, De Kleine Prins. Ad. Donker, Rotterdam 19511, 2010, ISBN 978 90 6100 639 8

 

Dagen: Vijf woensdagen (14.00 – 16.30 uur)
Data: 3 okt − 17 okt – 31 okt − 14 nov – 28 nov
Kosten: 50 euro
Begeleiding: Wil Simis−Goddijn en Riet Spierings

Innerlijke rust

Wegen naar meer harmonie in ons leven

De titel van deze cyclus is ontleend aan het gelijknamige, prachtige boek van de benedictijner monnik Anselm Grün. In dit boek beschrijft hij hoe wij in onze tijd ten prooi zijn gevallen aan onrust, jachtigheid en gehaastheid. We weten niet eens altijd waar die onrust vandaan komt. Persoonlijke problemen kunnen er de oorzaak van zijn. Of zorgen die we ons maken over de wereld waarin we leven. Het kan ook te maken hebben met de vele mogelijkheden die het leven te bieden heeft en het gevaar onszelf daarin te verliezen, omdat we moeilijk keuzes kunnen maken.

 

Om duidelijkheid te krijgen in wat er schuilgaat onder de rusteloosheid en wat er speelt in de diepere lagen van ons gemoed is innerlijke rust van groot belang. Die komt ons echter niet zomaar aanwaaien.

 

In deze cyclus gaan we via verschillende wegen op zoek naar die innerlijke rust die een voorwaarde is om meer harmonieus met onszelf, met anderen en met de wereld om ons heen te kunnen leven.

 

Leven met aandacht lijkt daartoe onontbeerlijk. Dat vraagt niet alleen rust, maar ook het aanbrengen van ordening in de tijd, van ritmes waar werken, feesten, zorgen, samenzijn, alleen-zijn en stilte een rol in spelen. De Bijbelse Prediker zei in al zijn wijsheid al dat alles een tijd heeft. En dat vraagt naast beginnen ook ophouden en afbakenen. Zo brengen we niet alleen orde aan in de tijd maar ook in ons leven. En deze ordening zorgt ervoor dat er weer ruimte komt voor de ziel, dé plaats waar ieder mens haar diepste waarden heeft verankerd.

 

In vier middagen nemen we ruim de tijd voor de volgende thema’s:
1. Aandachtig leven. Wat is dat en hoe doe je dat?
2. Rust en onrust. Waar kan onrust vandaan komen? De rol van het lichaam en de emoties daarbij.
3. Ritme en ordening van de tijd. Welke ritmes brengen we aan gedurende de dag, in dag en nacht, gedurende de week, in het jaar en de seizoenen.
4. Leven vanuit de ziel als leven vanuit een innerlijke rust en ordening, waarbij we het leven ten diepste als een eenheid ervaren. Hoe kan zo’n eenheidservaring eruitzien?

 

Op onze zoektocht naar een harmonieus leven bewandelen we deze middagen diverse wegen:

 

  • We lezen aansprekende teksten over stilte, rust en ruimte en het zoeken naar ritme en eenheid.
  • We doen eenvoudige oefeningen om tot rust en ontspanning te komen.
  • We luisteren naar verstilde muziek.
  • We werken met meegebrachte symbolen.
  • We gaan met elkaar in gesprek over ieders eigen ervaringen.

 

Als basisliteratuur bij deze cyclus gebruiken we o.a. hoofdstukken uit het hierboven genoemde boek.*

 

Iemand schreef eens: God woont niet in een hart dat bezet is. Iedereen heeft, om welke reden dan ook, wel eens het gevoel dat het hart niet helemaal vrij is of de ziel wat onder het stof ligt. Deze cyclus biedt de mogelijkheid om af te stoffen en ruimte te maken, zodat de ziel weer zingen kan. Welkom!

 

*Anselm Grün, Innerlijke rust. Hoe kom ik in harmonie met mezelf? Lannoo/Kok, 2002, ISBN 9059950712

 

Dagen: Vier vrijdagen (13.00 – 16.30 uur)
Data: 5 okt – 19 okt – 2 nov – 16 nov
Kosten: 50 euro
Begeleiding: Wil van der Heijden en Lia Vergouwen

Adem licht

Yoga en meditatie

maar onvoorstelbaar naamloze, jij die
bekleed werd en omkleed met zoveel namen
waar niemand meer van weet of weten wil,

 

laat soms me even merken dat je er bent,
niet in een blinkend inzicht, bliksemflits,
maar als een lichtheid in mij ademend.

 

Hans Andreus verwoordt hier in de slotregels van het gedicht Steeds de mogelijk diepere betekenis van de adem. Meestal gaan echter vele ademoefeningen vooraf aan een dergelijke ervaring.

 

Het ademen vergezelt ons van de wieg tot het graf als een levensnoodzakelijk ritme. Gelukkig is het een proces waar we doorgaans niet bij hoeven na te denken. Emoties en spanningen beïnvloeden het echter wel, omdat het een proces is dat binnen- en buitenwereld, lichaam en geest met elkaar verbindt. Daarom is het juist ook de adem die weer rust kan brengen in lichaam en geest. Hoe subtieler we leren ademen hoe meer we kunnen ervaren dat de adem het leven rustiger en lichter maakt.

 

In deze dagen van yogaoefeningen, meditatie en ontspanning is de adem de leidraad. We maken ons bewust van de wijze waarop we ademen en oefenen een diepe en volledige ademhaling, meestal in combinatie met fysieke oefeningen. In de ontspanning en de meditatie brengen we de adem in diepe rust. Misschien wordt dan even een verbinding gelegd met de naamloze als een lichtheid in mij ademend.

 

Iedereen is welkom, ook degenen die geen ervaring hebben met yoga en meditatie. Aan de yoga, zoals we die in deze cyclus beoefenen, kan iedereen meedoen. Van belang is om de eigen grenzen, die het lichaam stelt, in acht te nemen.

 

Wilt U het volgende meenemen naar de cyclus:

 

  • Een dekentje of slaapzak om op de parketvloer te leggen voor de zittende en liggende oefeningen.
  • Mocht U een rubber of kunststof matje bezitten dan kunt U dat ook meenemen. Evenals een poefje of bankje voor de meditatie. Noodzakelijk is dat echter niet.
  • Vindt U het moeilijk om met het hoofd plat op de grond te liggen dan is een klein kussen ter ondersteuning prettig.
  • Het is belangrijk om gemakkelijk zittende kleding te dragen.

 

Yoga beoogt het zoeken naar evenwicht met het in acht nemen van eigen grenzen en het ontdekken van je eigen mogelijkheden. Een goede leidraad in deze is het volgende citaat van Plato: Men moet de vaardigheden van het lichaam oefenen om die van de geest te verkrijgen.

 

Dagen: Drie vrijdagen (14.00 – 16.30 uur)
Data: 12 okt – 26 okt – 9 nov
Kosten: 30 euro
Begeleiding: Wil van der Heijden

Van ieder ding het diep begrip…

Het getijdenboek van Rainer Maria Rilke

Ik hou van je, jij allerzachtste wet
waaraan wij rijpten, wij die met je vochten;
jij reuze heimwee dat wij nooit bedwongen,
jij woud waaruit we nooit een uitweg zochten,
jij lied met ieder zwijgen weer gezongen,
jij donker net
waarin zich vluchtend de gevoelens drongen.

 

Het getijdenboek (Stundenbuch) is een eerste hoogtepunt in het vroege werk van Rilke (Praag 1875 – Valmont 1926). Het vormt, naar Rilke’s eigen zeggen, een uitdrukking van zijn directe relatie tot God, tot de grond van zijn leven; een relatie die ook zonder de traditionele en kerkelijke binding volledig kan bestaan.

 

Etty Hillesum schrijft in haar dagboek dat ze het Stundenbuch en Brieven aan een jonge dichter van Rilke, samen met de Bijbel wil meenemen in haar rugzak.
Vanuit Westerbork laat ze in een van haar brieven weten: ‘En waarover moet je nu praten als je met vele zorgen en verantwoordelijkheden op enige vierkante meters afgerasterde heidegrond zit (…). Natuurlijk over Rainer Maria Rilke. Zijn Stundenbuch dat ik altijd in mijn tas meedraag, lag daar opeens op de houten tafel tussen onze rooiekool die koud werd (…). Behalve aan mijn beschutte bureau blijkt Rilke nu ook te kunnen aarden in deze ingesloten, weerloze mensengemeenschap…’

 

‘Leven’, voor Rilke wil dat zeggen: ‘Alles is dragen, in ons omdragen, en dan baren. Iedere indruk en iedere kiem van een gevoel volkomen in zichzelf, in het donker, in het woordloze, onbewuste, zich laten voleinden, onbereikbaar voor het eigen verstand, en dan in diepe deemoed en geduld het uur, waarin de nieuwe klaarheid doorbreekt, afwachten’. Mystiek ook seculier.

 

Deze cyclus staat open voor mensen, die weliswaar langs het pad van de taal – wij lezen de Nederlandse tweetalige editie uit 2009* – willen delen, maar ook in zichzelf willen waarnemen, luisteren, ontvangen, toelaten. Openstaan voor hymnen die zwijgen. Het accent ligt niet op analyseren en verklaren van teksten, maar op de eigen beleving, het waarnemen van die onzegbare, structuurloze, onuitsprekelijke, ondenkbare Aanwezigheid in onszelf.

 

*Rainer Maria Rilke, Het getijdenboek. Gedichten uit Das Stundenbuch. Vertaling Piet Thomas, Ten Have, Kampen 2009, 119 blz., ISBN 978 90 259 5975 3.

 

Dagen: Vijf maandagen (14.00 – 16.30 uur)
Data: 22 okt – 29 okt – 12 nov – 26 nov– 10 dec
Kosten: 50 euro
Begeleiding: Janneke Krijger en Cees Savelkouls

Leesgroep Speling

Lees- en levenservaringen uitwisselen

Speling is een driemaandelijks tijdschrift voor bezinning. Het tijdschrift geeft ruimte aan eigentijdse spiritualiteit, die midden in het leven staat, en zoekt daarin naar verdieping. In 2009 vierde Speling haar 60-jarig bestaan. Ter ere van die verjaardag gaf Peter Nissen, redacteur van Speling, een lezing. Een korte impressie hieruit als aanbeveling van het tijdschrift: ‘De Nederlandse samenleving ruist en ritselt sinds het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw van de spiritualiteit. Sinds enkele jaren staat de hele maand november in Nederland in het teken van de spiritualiteit. De boekhandels liggen vol boeken over spiritualiteit. (…) Ik vermoed in elk geval dat de Nederlandse karmelieten deze ontwikkeling zestig jaar geleden niet hadden durven voorspellen, toen zij in 1948 begonnen met het tijdschrift Carmel, met de ondertitel Tijdschrift voor Carmelitaanse geschiedenis en geestelijk leven, en nog minder veertig jaar geleden, toen zij hun tijdschrift Carmel omdoopten in Speling. Speling is al die jaren een toonaangevend tijdschrift geweest van christelijke spiritualiteit. (…)

 

Er is op de markt van zingeving en spiritualiteit behoefte aan onderscheidingsvermogen en dus aan bezinning, in de zin waarin het tijdschrift Speling die verstaat. Met een open oog en een open oor voor wat er ruist en ritselt in onze tijd, wil Speling de voorraadschuren van de christelijke traditie van spiritualiteit wijd open zetten om de spirituele honger van onze tijd te kunnen stillen, niet met fast food uit een religieuze McDonalds, maar met degelijke kost. Dat is waar Speling voor wil staan, in deze bewogen tijden. (…) Speling wil de vinger bij de pols van de tijd houden. Het tijdschrift is steeds op zoek geweest naar geaarde, belichaamde en bijdetijdse spiritualiteit. (…) Het heeft vanaf zijn oprichting de tekenen van de tijd willen verstaan, zonder trendy of modieus te willen worden.’

 

Op diverse plekken in het land zijn inmiddels leesgroepen opgericht. Artikelen uit recente Spelingnummers worden gelezen en besproken. Naar aanleiding daarvan worden persoonlijke ervaringen uitgewisseld. Ook in Haarlem willen we, onder de vleugels van het KCS, in het najaar starten met een dergelijke leesgroep. Er hebben zich inmiddels al enkele gegadigden gemeld.

 

Om een idee te krijgen: het jaarthema van 2012 is: Op zoek naar bronnen van bezieling. Ieder nummer diept een thema uit, te weten: muziek, de natuur, kunst en inspirerende mensen en teksten.

 

We willen starten met een avondbijeenkomst om ook werkende mensen in de gelegenheid te stellen deel te nemen aan deze in principe doorlopende groep. Onze gedachten gaan uit naar vier bijeenkomsten per jaar. Werkwijze, frequentie en tijdstippen zullen in de eerste bijeenkomst in onderling overleg worden vastgesteld.

 

Dag: Maandagavond 17 september (19.30 – 22.00 uur)

Data: Nader overeen te komen

Kosten: 40 euro per jaar

Begeleiding: Connie van den Herik en Krijn Kramer

Samenwerking met Stem in de Stad, Groenmarktkerk en Speling

Aarden in goede grond

Drie Stadslezingen

 

De laatste twee decennia heeft er een omwenteling plaats gevonden in de theologie. De grote woorden en dogmatische begrippen raakten op de achtergrond. Slechts de specialisten houden  zich er (nog) mee bezig. Boeken over de ‘hardere’ theologische onderwerpen (zonde, genade, vergeving en kerk) worden nauwelijks meer verkocht, laat staan gelezen. De ‘zachte’ kanten van de religie namen een hoge vlucht, met het begrip spiritualiteit voorop. Ervaring en gevoel, de hartskant en de esoterie – daarvoor kun je goed terecht bij de boekhandels. Voor elk wat wils, een bricolage aan gedachtegoed, zingevingpakketten en zelfspiritualiteit is voorhanden om de zoekende mens anno nu te begeleiden. Geen kwaad woord daarover trouwens. Maar wel genoeg reden om weer eens te kijken naar de doorgegane ontwikkelingen in het hart van de theologie. We bedoelen dé grote ‘woorden’ – oftewel, hoe moderne theologen aankijken tegen God, Jezus en de Heilige Geest? Wat is de zeggingskracht ervan in een emo-cultuur als de onze? Waar staan ‘deze drie’ voor in een samenleving van ieder voor zich en ‘god’ voor ons allen, in een maatschappij waar kerken kleine minderheden zijn geworden?

 

Daarom in deze drie stadslezingen terug naar de ‘hardware’ van de theologie, in dialoog met de filosofie (die zo hoog scoort op dit moment) en de talloze maatschappelijke stromingen. Het zullen spannende avonden worden. Niet terug naar af, maar vooruit naar nieuwe vergezichten. Voor Stem in de Stad is dit tevens de drive op diaconaal-sociaal gebied, vandaar dit experiment.

 

We hebben gekozen voor de term masterclass. Dat wil zeggen, dat een meester of meesteres (kundige theologen in dit geval) ons op een studieuze, collegeachtige manier wegwijs maakt in het onderwerp, en daarna in het tweede deel van de avond de ‘nieren proeft’ van de deelnemers. Wij denken dat er op dit moment een grote behoefte bestaat aan een ‘terug naar de bronnen’. Als u dat met ons vindt, weet u dan van harte uitgenodigd. Jurjen Beumer

 

Data: dinsdag 18 september en woensdag 3, 10 en 17 oktober 2012 (20.00 uur).

Plaats: grote zaal Stem in de Stad, Nieuwe Groenmarkt 22 (± 100 personen)

Dinsdag 18 september

Het thema wordt ingeleid door een interactieve lezing van Anne Stael

 

Daarna volgen drie theologische masterclasses:

De GROND van ons bestaan

Een masterclass theologie over GOD met Erik Borgman (3 oktober)

 

Geboren in GOEDE AARDE

Een masterclass theologie over JEZUS door Rinse Reeling Brouwer (10 oktober)

 

Met beide benen op de GROND

Een masterclass theologie over DE GEEST door Jean-Jacques Suurmond (17 oktober)

 

Stem en in de Stad organiseert in samenwerking met Groenmarktkerk en het KCS op vrijdagmiddag 23 november (13.30-17.00 uur) het jaarlijkse SPELINGSYMPOSIUM. Het thema is: Bronnen van bezieling. Het symposium wordt gehouden in de Groenmarktkerk (Nieuwe Groenmarkt 14, Haarlem).

 

Verder organiseert Stem in de Stad op zaterdag, 1 december (19.30-21.30 uur) de Henri Nouwen Lezing met Antoine Bodar in de Janskerk (Janskerkhof 26) te Utrecht.

 

Ook wordt in samenwerking met de Filmschuur een FILMCYCLUS georganiseerd onder het thema Beginnelingen op de maandagen 5, 12, 19 en 26 november.

 

Voor het volledige programma van Stem in de Stad: zie www.stemindestad.nl

Voor het volledige programma van de Groenmarktkerk: zie www.groenmarktkerk.nl

Voor het tijdschrift Speling: zie www.speling.nl

Programma voorjaar 2011
What’s in a name?

De zeggingskracht van een naam

Mijn moeder is mijn naam vergeten,
mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
Hoe moet ik mij geborgen weten?

 

Noem mij, bevestig mijn bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.

 

Voor wie ik liefheb, wil ik heten.

 

Neeltje Maria Min
(Uit: Voor wie ik liefheb wil ik heten, Bert Bakker-Daamen, Den Haag 1966)

 

Dit intrigerende gedicht geeft weer hoe belangrijk je naam is en hoe belangrijk het is aangesproken te worden.

Van namen gaat een fascinatie uit. Bij onze geboorte krijgen we een naam, die met ons meereist door het leven. Onze identiteit raakt ermee verbonden. We zijn er gevoelig voor hoe onze naam wordt gebruikt. Niet zelden worden mensen door een intense ervaring of gebeurtenis die een omkeer in hun leven teweegbrengt, ertoe aangezet een nieuwe naam te kiezen, die past bij het nieuwe levensperspectief. We merken ook dat steeds meer mensen bezig zijn met het zoeken naar de betekenis van hun naam, naar hun afkomst, naar hun wortels.

 

In veel religieuze tradities wordt de kracht van de naam ervaren. Overgangen in het leven, ’rites de passage’ worden gemarkeerd en gevierd waarbij de naam een voorname rol speelt. Ze zijn terug te vinden in onze christelijke rituelen. De joods-christelijke traditie kent ook talloze verhalen over het krijgen of aannemen van een nieuwe naam. De prachtige vertelling van Jacobs worsteling met de ‘onbekende tegenstander’ bij de Jabbok in het duister van de nacht, is een van de meest sprekende.

 

En de naam van God? We blijken er grote behoefte aan te hebben te benoemen wat ons ‘heilig’ is en ons ‘te boven gaat’, ook al beseffen we dat het onmogelijk is het onnoembare te willen vatten in een naam. De meeste religies hebben gretig ingespeeld op deze behoefte door talloze namen aan te reiken om het goddelijke nabij te brengen.

 

In de ogen van velen zijn de namen voor god waarmee we zijn opgegroeid, versleten en onbruikbaar. Ze roepen zelfs weerstand op. Alle woorden laten varen maakt leeg, maar schept ook ruimte. Als we zoeken naar spirituele verdieping mogen we echter opnieuw luisteren naar de stem van ons hart, waardoor we misschien nieuwe woorden en namen vinden om het onuitsprekelijke op te roepen. Al kan het ook zijn dat het beter bevalt de ruimte open, naamloos te laten. Juist deze persoonlijke keuze heeft zeggingskracht en maakt het mogelijk dat je je een naam kunt toe-eigenen en ervan kunt gaan houden, zegt de Vlaamse psychologe Mia Leijssen in haar boek Tijd voor de ziel.

 

In deze cyclus gaan we na wat een naam persoonlijk voor ons betekent. We laten ons meenemen door enkele markante verhalen uit de Schrift en verkennen de vele Gods namen in Bijbel en Koran. Verder laten we ons inspireren door hedendaagse teksten en gedichten (bijvoorbeeld het gedicht Maria Magdalena van Michel van der Plas) bij het zoeken naar de zeggingskracht van de naam.

 

Dagen  Vijf dinsdagen (10.00 – 12.30 uur)
Data  25 jan – 8 feb – 22 feb – 8 mrt – 22 mrt
Kosten  50 euro
Begeleiding  Tony Lindijer en Riet Spierings

Zen-Zien-Tekenen

De kunst van het onbevangen waarnemen

De meditatievorm Zen-Zien-Tekenen legt op een directe wijze verband tussen wat het zuivere oog ziet, het open hart beweegt en de vrije hand beschrijft. Het is een intense meditatievorm en een geconcentreerde oefening in aandacht. Het is ten diepste wakker worden in het hier en nu. Het is thuiskomen in de harmonie van je diepste natuur. Zen-Zien-Tekenen wordt gezien als een van de jongste loten aan de stam van de traditionele zenmeditaties. Het is een actieve maar toch verstilde meditatievorm, die goed aansluit bij onze traditionele maar beweeglijke westerse spirituele cultuur.
Het Zen-Zien-Tekenen is niet op de eerste plaats gericht op het leveren van artistieke prestaties en ook niet bedoeld als ‘creatieve bezigheid’. Ervaring met zenmeditatie en ‘kunnen tekenen’ zijn geen vereisten.
Wel wordt van de oprechte beoefenaar van Zen-Zien-Tekenen inzet, doorzettingsvermogen, openheid en vertrouwen verwacht.
Ook vioolspelen leer je niet in één dag.
Deze intense en verrassende cyclus bestaat vooral uit praktisch oefenen met het Zen-Zien-Tekenen, zoals dr. Frederick Franck dat heeft ontwikkeld.
Aanbevolen literatuur:
De boeken van Frederick Franck, met name Zen zien, zen tekenen (ISBN 9063500637) en Maria Adriaens, Ruimte zien (ISBN 9056700936).
Dagen: Drie zaterdagen (11.00 – 16.30 uur)

Data: 29 jan – 12 feb – 26 feb
Kosten: 60 euro
Begeleiding: Leo van Vegchel en Wil van der Heijden (praktische  ondersteuning)

Ik houd heel erg van onaffe dingen

Gedichten lezen van Judith Herzberg

Haar gedachten gaan niet over wat hoort of over wat vaststaat, maar over de wonderlijke wandelingen van de geest, over de slingerende wegen van het leven, over wat men bedoelde maar niet zei of niet kon zeggen, over een gebaar, een gemis, over de verdeeldheid in ieders hart en hoofd.
(Uit het juryrapport van de P.C. Hooftprijs 1997)
Judith Herzberg en dat dan niet zomaar als voltooid, maar eerder als een doorgaand ogenblik, en dan niet het uitzonderlijke, maar eerder het alledaagse. En wat ze ziet wekt vaak haar verwondering en ontroert haar. Zoals ook vaak in het werk van Wisława Szymborska, die zij erg bewondert. Mensen, dieren, landschappen, dingen, doodgewone gebeurtenissen. Zie je wat ik zie? En in het gedicht blijft haar uitzicht behouden want misschien is het gedicht wel de vorm waarin dit alles toch bewaard blijft en niet wegsiepelt. Een onsentimenteel uitzicht, maar met een hart vlakbij, bedrieglijk eenvoudig soms en met gevoel voor het tweeslachtige in het bestaan. Ernstig rond zaken als onrecht, ziekte en dood en humoristisch rond alles wat je bijvoorbeeld al niet bedenken kan staande bij de bushalte. En alles kan morgen weer gebeuren, zoals het dat gisteren deed.
Haar inmiddels vele bundels gedichten (sinds 1963) zijn nog niet samengevoegd in een verzameld werk, vast iets te definitief. Maar er verscheen wel een zeer uitgebreide bloemlezing,*  die we als eerste, maar niet als enige vindplaats nemen.
*Judith Herzberg, Doen en laten. Een keuze uit de gedichten, Rainbow Essentials 16, Uitgeverij Maarten Muntinga, Amsterdam 2006, 263 blz., ISBN 978 90 417 4042 7
Dagen: Vijf maandagen (14.00 – 16.30 uur)

Data: 31 jan – 14 feb – 28 feb – 14 mrt – 28 mrt
Kosten: 50 euro
Begeleiding: Janneke Krijger en Cees Savelkouls

Ook al zou er geen God zijn…

Midden in de aardsheid van dit leven staan

Alleen wie voor de joden schreeuwt, mag ook gregoriaans zingen.
(Dietrich Bonhoeffer)
De Duitse theoloog, luthers predikant en verzetsstrijder Dietrich Bonhoeffer (1906-1945) was actief betrokken bij de Bekennende Kirche (Belijdende Kerk) én bij het verzet tegen de nazibeweging. Vanaf het begin weigerde hij te collaboreren met het Hitlerregime door bijvoorbeeld in een afgebroken radio-uitzending (31 januari 1933) te waarschuwen voor het Führerprincipe en de ariërverklaring (Ariërparagraaf, 7 april 1933) principieel af te wijzen. Vanwege zijn protest tegen het nationaalsocialisme, zijn ondergronds verzet, zijn hulp aan de joden en zijn daadwerkelijke deelname aan de samenzwering tegen Hitler en zijn bewind, werd hij op 5 april 1943 gearresteerd en gevangengezet. Twee jaar later, enkele weken voor de capitulatie van Duitsland, werd Dietrich Bonhoeffer op 9 april door ophanging geëxecuteerd in het concentratiekamp Flossenbürg.
Vanuit de gevangenis schreef Bonhoeffer brieven, waarin hij op directe en levendige wijze uiting geeft aan wat er in hem omgaat aan vragen en onzekerheden, aan angst en hoop, aan ongeloof en vertrouwen. Zijn brieven en aantekeningen vormen een fascinerend menselijk document, waarin een man in gevangenschap getuigt van vrijheid en verantwoordelijkheid tot het einde toe. Zijn cel weerhoudt hem er niet van door te gaan met het zoeken naar richting te midden van chaos. Hij denkt er als het ware hardop, verwoordt intuïties, schetst aanzetten die hij later hoopt uit te werken, leeft intens mee met mensen in en buiten de gevangenis en vraagt zich af waar de grens ligt tussen noodzakelijk verzet tegen het ‘lot’ en de even noodzakelijke overgave. (…) De grens tussen verzet en overgave is (…) niet principieel te trekken. Beide zijn noodzakelijk en met beide moeten we vastberaden leven. (21 februari 1944)
-mei 1944- Ons christenzijn zal in deze tijd bestaan uit slechts twee elementen: bidden en onder de mensen het goede doen.
-16 juli 1944- God doet ons weten dat we moeten leven als diegenen, die hun leven inrichten zonder God. De God, die met ons is, is de God die ons verlaat (Markus 15: 34). (…) Voor en met God leven wij zonder God.
-21 juli 1944- … ik ervaar het tot op dit moment, dat je pas leert geloven als je midden in de aardsheid van dit leven staat; als je er volledig van afziet iets te maken van jezelf – een heilige, een bekeerde zondaar, een man van de kerk (een priesterlijke figuur!), een rechtvaardige of een onrechtvaardige, een zieke of een gezonde; als je aards leeft, dus met alle taken en problemen, successen en mislukkingen, met alle ervaringen en twijfels; want dan geef je je helemaal over aan God …
Aan de hand van Dietrich Bonhoeffers inmiddels klassiek geworden Verzet en overgave (Widerstand und Ergebung) en onze eigen ervaringen proberen we op het spoor te komen van een spiritualiteit die bij ons persoonlijke en maatschappelijke leven past. Bij de tekstlezing gebruiken we: Dietrich Bonhoeffer, Verzet en overgave. Brieven en aantekeningen uit de gevangenis, Vertaald, geannoteerd en ingeleid door L.W. Lagendijk, Ten Have, Baarn 2003, 413 blz., ISBN 90 259 5353 0.
Dagen: Zes donderdagen (14.00 − 16.30 uur)

Data: 3 feb − 17 feb − 3 mrt − 17 mrt − 31 mrt − 14 apr
Kosten: 60 euro
Begeleiding: Lia Vergouwen en Vic Bos

Samsara

De wereld waarin wij leven

In het schilderachtige berglandschap van het Indiase Ladakh, ook wel ‘Klein Tibet’ genoemd, groeit Tashi op als boeddhistische lama. Heel zijn bestaan staat in het teken van meditatie en yoga, met de bedoeling spirituele verlichting te bereiken. Dat lijkt gelukt te zijn wanneer Tashi na drie jaar, drie maanden en drie dagen in afzondering geleefd te hebben, weer terugkeert naar het klooster. Maar de rust is niet van lange duur. Hij ervaart allerlei veranderingen bij zichzelf. Zo dringt het beeld van een jonge moeder die haar baby voedt, diep zijn geest binnen. Bovendien krijgt hij seksuele dromen. En tijdens een oogstfeest wordt hij verliefd op de mooie Pema, de huwbare dochter van een plaatselijke graanboer. Na een inwijding in het tantrisme door een boeddhistische heremiet, besluit Tashi het klooster te verlaten. Hij treedt binnen in de wereld van samsara, de cyclus van dood en wedergeboorte. Hij huwt Pema en ze krijgen een zoon: Karma. Al snel komt Tashi onder invloed van allerlei verleidingen, met de nodige pijnlijke verlangens, irritaties en verwarringen tot gevolg. Hij beslist dan ook de wereld van samsara te verlaten en terug te keren naar het klooster. Maar daarbij had hij niet gerekend op Pema, die in grote wijsheid de confrontatie met hem aangaat.
Regisseur Nalin Pan is een autodidact en schreef het scenario op basis van persoonlijke ervaringen. Zijn spirituele Ayurveda-opvoeding thuis, zijn talrijke trektochten doorheen India en Europa, zijn werkervaring in Bollywood te Bombay, zijn filmclub waar hij retrospectieven organiseerde van het werk van Tarkovski, Godard, Kurosawa, Eisenstein en Buñuel, zijn spirituele leerschool in de Himalayastreek, dat alles mondde in 2001 uit in de film Samsara. In Samsara ontwikkelt hij een cinematografie die hij doopt met de nieuwe naam ‘zenematografie’. ‘Zen’ verschijnt hier in een algemene zin en duidt op een oosterse cultuur waarin meditatie en yoga binnen een vooral boeddhistische omgeving centraal staan. In Samsara gaat het om een Tibetaans boeddhisme met veel lokale, Noord-Indische accenten en met een expliciete inbreng van het tantrisme. Een belangrijk zenematografisch aspect betreft de wereld van het licht en de daarmee verbonden kleuren. Zo introduceert de proloog de toeschouwer in de adembenemende schoonheid van het Indische hooggebergte in Ladakh. Het is het magische licht dat hier regisseert. Het onthult een landschap met een wijdte en een diepte die de mens sprakeloos maakt en tot inkeer brengt. Een ander belangrijk zenematografisch element ent zich op de spirituele titel Samsara. Daarin staat de figuur van de cirkel – de kringloop – centraal: een dynamische cirkel, die we terugvinden in het indrukwekkende openingstafereel met de arend die ook terugkeert in het slotbeeld, in de originele montage en poëzie van de eerste liefdesscène tussen Tashi en Pema en de dramatische confrontatiescène met Pema en Tashi.
In Samsara ontwikkelt Nalin Pan een denkwereld die diepe wortels heeft in de religieuze en spirituele tradities van het Oosten, alsook in de religieuze en spirituele traditie van de Europese cinema van mensen als Tarkovski, Buñuel en Godard. Wat deze Europese cineasten doen met de Europese, christelijke tradities, realiseert Nalin Pan ten aanzien van de overgeleverde oosterse tradities.
Dag: Zaterdag (11.00 − 16.30 uur)

Datum: 5 februari
Kosten: 20 euro
Begeleiding: Marjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

Als het leven anders gaat …

Kunnen ziekte en beperkingen een spirituele weg zijn?

Mijn stelling is dat ziekte ook een spirituele weg kan zijn. Als je bestaan ontmanteld wordt, je leven en werk tot een stop komt in een ziekenhuisbed, ja als niets meer zeker is, kan er iets overblijven dat ik voor het gemak maar onverklaarbare goedheid noem. Onverklaarbare godheid mag ook.
(Jean-Jacques Suurmond, Titus Brandsma Lezing 2009)
In zijn beschouwingen over ziek zijn sluit Suurmond aan bij mystici. Hij staat daarin niet alleen. Een paar regels van Johannes van het Kruis begeleiden Oliver Sacks op zijn weg in de ervaren afgrond. Een andere schrijver, Dick Stap, eindigt zijn boek Ziek zijn en God met een beschrijving van de ervaring van leegte en sluit aan bij Dionysios de Areopagiet.
Geen van deze schrijvers gaat voorbij aan de schokkende ervaring van het ziek zijn, het moeten leven met een chronische ziekte of het verder moeten na een ingrijpend ongeval. Geen van hen zal zeggen dat het lijden ergens goed voor is. Deze schrijvers hebben gemeen dat zij de moed hebben om te laten zien dat in de onzekerheid van een voortgaande ziekte een ander perspectief kan groeien.
Als de vijand ziekte je leven bedreigt, je in het nauw drijft, je ruimte afpakt en je tijd bovendien, dan is dat een schokkende ervaring. Intuïtief verweer je je door te proberen alles onder controle te krijgen. Tot je misschien ineens beseft dat het leven niet maakbaar is en de zeggenschap over je leven beperkter is dan je altijd dacht. De vraag kan dan opkomen van wie is je leven eigenlijk? Aan wie behoor ik ten diepste toe? (Henk Veltkamp in zijn boek Beterschap) Of zoals Suurmond zegt: Je ontdekt dat op een fundamenteel niveau niet jij je leven leidt, maar dat je geleid wordt.
Als het leven anders gaat dan je had gedacht betekent dat vaak dat de uiterlijke levensruimte kleiner is geworden. Werken is soms niet meer aan de orde. Je kunt niet alles meer wat je wilt. De toekomst ziet er anders uit. Aan de hand van teksten willen we op zoek gaan naar innerlijke ruimte, misschien wel heilige ruimte vanwaaruit het leven van alledag nieuwe kleur en zin kan ontvangen.
De mystica Julian van Norwich (1342 – 1416) kan vanuit dit perspectief zeggen: … het komt allemaal weer goed. Wat er ook gebeuren mag, alles komt goed. Waarmee ook zij niet zegt dat alle pijn en verdriet zijn verdwenen. Ze laat zien hoe de gebroken kanten van het bestaan bij het leven kunnen horen.
In deze cyclus lezen we teksten van genoemde schrijvers die op zoek gaan naar een weg in het ziek zijn. We kijken naar de teksten vanuit onze eigen ervaringen met het ziek zijn en het leven met beperkingen. We proberen een spiritualiteit op het spoor te komen die past bij de weg die we gaan in het leven van alledag. De ervaring leert dat in het er samen over praten behalve herkenning vooral ook verdieping kan groeien.
De cyclus is geen lotgenotencontact waarbij in de eerste plaats de medische feiten en het omgaan met ziektes worden uitgewisseld. Ook is het geen therapie waarin geoefend en geleerd wordt om te leven met een ziekte. We willen niet meer en ook niet minder dan naar het lijden en leven kijken vanuit een ander perspectief, aangereikt in teksten, om ons op weg te helpen een eigen spirituele weg  te gaan, waar beperkingen en ziekte bij horen.
Dagen: Vijf donderdagen (14.00 – 16.30 uur)

Data: 10 feb – 24 feb − 10 mrt – 24 mrt – 7 apr
Kosten: 50 euro
Begeleiding: Wil Simis-Goddijn en Harm van Grol

De ramen van Jeruzalem

Opkijken met Marc Chagall

In 1962 werden in de synagoge van het Hadassah-ziekenhuis van Jeruzalem 12 prachtige glas-in-loodramen van Chagall geplaatst. Ze worden gezien als één van Chagalls meesterwerken en zijn ook, naast ramen die hij voor kerken en musea heeft gemaakt, de enige ramen die hij heeft gemaakt voor een synagoge. De ramen symboliseren de 12 zonen van Jacob waaruit de 12 stammen van Israël zijn voortgekomen. Marc Chagall putte hiervoor uit 2 Bijbelgedeelten waarin de stammen door Jacob (Gen. 49) en door Mozes (Deut. 33) worden gezegend.
Dit waren de twaalf stammen van Israël.
En dit is wat hun vader tot hen gesproken heeft.
Hij zegende hen, een ieder van hen met een eigen zegen.

(Gen. 49: 28)Maar ook de geschiedenissen van de afzonderlijke en gezamenlijke stammen doen in de ramen mee. Omdat de joodse godsdienst de afbeelding van mensen niet toelaat, tonen de ramen ‘slechts’ de namen van de stammen, Bijbelcitaten en motieven als bloemen, kandelaars, vogels, vissen en andere dieren. De symboliek van de ramen, waarin ook de achterliggende betekenis van de Hebreeuwse letters en andere kabbalistische gegevens een rol spelen, is niet zomaar te vatten: het vraagt om een goed en zeer zorgvuldig kijken en op ons in laten werken.

 

Zoals ook bij het vele andere werk van Chagall maken de stralende kleuren een diepe indruk. Zo vormen de ramen een intense symfonie van kleur, poëzie en verbeeldingskracht. Ieder raam roept verschillende interpretaties op. In ‘gesprek’ met de ramen maken we ook contact met ons eigen verhaal: onze eigen afkomst en geschiedenis, ons eigen (al of niet) ‘gezegend’ voelen, onze eigen verbeeldingskracht en onze eigen visioenen naar de toekomst.

 

Rode draad in het omvangrijke werk van Chagall is de liefde:
Ondanks alle moeilijkheden in onze wereld heb ik de liefde waarmee ik opgegroeid ben in mijn binnenste nooit opgegeven, net zomin als de belofte die in de liefde voor de mens besloten ligt. In ons leven is er, net als op het palet van de schilder, maar één kleur die het leven en de kunst zin geeft, de kleur van de liefde. (Marc Chagall).

 

Tijdens deze cyclus van 3 vrijdagen in de periode voor Pasen kijken we met veel aandacht (in de vorm van beeldmeditaties) naar de 12 ramen van Jeruzalem. Iedere vrijdag komen 4 ramen aan de beurt. In het kijken laten we ons ondersteunen door enkele teksten. Daarna gaan we in gesprek met elkaar.

 

Dagen: Drie vrijdagen (10.30 − 16.30 uur)
Data: 4 mrt − 18 mrt − 1 apr
Kosten: 60 euro
Begeleiding: Dinette Kooiman en Mineke Kroes

Programma najaar 2011
Spirituele films wereldwijd

Departures, Altiplano en Yo, también

Dit najaar vertonen we drie spirituele films. Uit het Oosten komt de film Departures, uit het Zuiden de film Altiplano en uit het Westen de film Yo, también. Wat ze met elkaar gemeen hebben is dat ze mooi zijn, en spiritueel. Ze laten zien hoe belangrijk de spiritualiteit van een lokale gemeenschap is voor een humane samenleving. Ze stellen meer of minder direct vragen aan de spiritualiteit van de globale samenleving. Die is immers voorwaarde voor een humaniteit wereldwijd.

 

De Japanse film Departures van Yogiro Takita won in 2009 terecht de Oscar voor Beste Buitenlandse Film. Een ontroerend melodrama over de jonge werkloze cellist Daigo, die met zijn vrouw terugkeert naar zijn geboorteplaats op het platteland en daar, bij toeval, werk vindt bij een uitvaartondernemer. Na aanvankelijke weerzin – vandaag de dag is ook in Japan de dood een taboe − ontdekt hij de waarde van dit beroep. Langzaam maar zeker wordt Daigo zich bewust van de waarde van een traditioneel Japans ritueel dat je alleen nog maar op het Japanse platteland aantreft: het afleggen en kisten van de overledene volgens aloud Shintoïstisch gebruik.
Het wordt een heftige initiatie voor Daigo, niet alleen in de omgang met de doden, maar ook in zijn eigen onverwerkte rouw om zijn vader. Hij dreigt zelfs zijn vrouw te verliezen, omdat zij niet kan leven met het feit dat hij zo’n onrein en impopulair beroep heeft. Toch houdt hij zich staande en laat hij zich door zijn leermeester inwijden in de kunst van het afleggen in het bijzijn van de nabestaanden. De nabestaanden worden op hun beurt door verdriet overmand, en tegelijkertijd getroost door de gebaren van toewijding en respect.
De film vertelt over de waarde van afscheidsrituelen, niet alleen in Japan maar waar ter wereld ook. Aandachtig en ritueel afscheid nemen van de dierbare overledene helpt je je verdriet te integreren om zo de overledene en daarmee de dood, een plaats te geven in je hart. Dat kan niet zonder de gemeenschap daarin te betrekken. Een humane boodschap over het leven in de dood en de dood in het leven.
Altiplano, een film van Peter Brosens en Jessica Woodworth, speelt zich af in een afgelegen bergdorp in de Andes (Peru). De dorpsbewoners bereiden zich in de kerk voor op een processie. Ze dragen het Mariabeeld naar buiten. In de zinderende zon blijkt de grond bezaaid met een glinsterend zilveren substantie. Gefascineerd schieten de kinderen naar voren om snel dat moois aan te kunnen raken. In hun enthousiasme stoten ze Ignacio omver. Hij verliest zijn evenwicht en het Mariabeeld valt op de grond te pletter. Deze symboliek van de korte proloog, waarmee de film inzet, is de opmaat voor rampspoed: in het dorp Turubamba voltrekt zich een milieuramp. Het geheimzinnige zilver blijkt kwik te zijn uit de nabijgelegen goudmijnen. De jonge Saturnina verliest haar prille geliefde Ignacio aan het vergiftigde water van de rivier.
Aan de ander kant van de wereld in Bagdad heeft oorlogsfotografe Grace de meest traumatische ervaring in haar carrière. Zij keert onverwijld terug naar België en staakt haar beroep. Door een tragische samenloop van omstandigheden verliest ook zij haar man Max in Turubamba. Max is arts op een nabijgelegen dokterspost.
Altiplano volgt het broze spoor van het lot en de zielsverwantschap tussen Saturnina en Grace. In haar verdriet om het verlies van haar geliefde, besluit de geestkrachtige Saturnina zich op te offeren. Zij tekent hiermee eenzaam protest aan tegen de corruptie van het Westen. Na Saturnina’s dood neemt Grace op haar zoektocht naar de toedracht van de dood van Max haar plaats in. Deze film is een groot pleidooi voor een humanisering van de globalisering.
‘Door jou voel ik me normaal’, zegt Daniel op een zeker moment tegen Laura. De hechte vriendschap tussen de twee wordt door hun collega’s flink bekritiseerd. Daniel heeft namelijk het syndroom van Down. De Spaanse film Yo, también (Ik, ook) van Antonio Naharro en Álvaro Pastor, maakt op intrigerende wijze voelbaar dat ieder mens recht heeft op dat kleine beetje geluk in de liefde. Handicap of niet.
Die 34-jarige Daniel is dankzij de intensieve steun van zijn ouders gedurende zijn hele leven intellectueel geprikkeld, wat ervoor gezorgd heeft dat hij als eerste Europese man met het downsyndroom een universitair diploma in de wacht sleept. Al snel kan hij aan de slag bij een overheidsinstelling in Sevilla, waar hij de vrijzinnige Laura ontmoet. Ze raken verwikkeld in een ingewikkelde vriendschap. Natuurlijk trekt dit de aandacht van familie en vrienden, die denken dat Laura misbruik maakt van Daniel en hem uiteindelijk met een gebroken hart zal achterlaten.
Een film maken over een verliefd hoofdpersonage met een handicap is een delicate kwestie. Pastor en Naharro zijn uiterst fijngevoelig met de thematiek omgesprongen en vrijwaren zich van stereotiepe beelden. Vanuit Daniels perspectief worden de vooroordelen rond mensen met het downsyndroom, de verwachtingen die hij zelf heeft in de liefde en de te nemen hindernissen die daarmee gepaard gaan in een relatief kader geplaatst, met een flinke portie zelfspot en humor. Maar dat vergroot de tragedie des te meer. Voor Laura wordt het een confrontatie met een liefdeloos verleden.
Hoewel deze film een pijnlijke werkelijkheid toont, is ze bovenal een schitterende ode aan de onverwoestbare kracht van de liefde die twee mensen tot elkaar brengt. Een les voor ons in het Westen en voor de wereld, om in het reine te komen met ‘gehandicapten’.

Dagen          Drie zaterdagen (11.00–16.30 uur)
Data             24 sep – 29 okt − 17 dec
Kosten          60 euro
Begeleiding  Marjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

Een eigen weg te gaan

De levenskunst van het ouder worden

Ik oefen als een jonge vogel op de rand
van ’t nest, dat ik verlaten moet
in kleine haperende vluchten
en sper mijn snavel.
(Uit het gedicht Ouderdom van M. Vasalis)
Oud word je vanzelf, maar het is pas voelbaar als er iets gaat haperen of als anderen je er stilletjes opmerkzaam op maken. Stapsgewijs treed je een nieuwe levensfase binnen. Het tijdperk van de ouderdom kan lang zijn – soms tientallen jaren bestrijken – en in verschillende fasen verlopen. Iemand van zestig beleeft het tot de ‘ouderengeneratie’ behoren wellicht anders dan een hoogbejaarde van negentig. Voor wie vitaal is en mobiel blijft, is oud zijn iets anders dan voor iemand die afhankelijk is geworden van hulp van anderen. Kortom ouderen zijn niet over een kam te scheren.
H. Andriessen noemt ouder worden een zoektocht in een nieuw land:
Ouderdom is een nieuw land waarin we ons moeten oriënteren. Er zijn geen pasklare regels voor. We gaan erin met de bagage die we in het leven hebben verworven en ook met de ballast. We leren onszelf opnieuw kennen. Het is de toets van al het voorafgaande. Ouderdom roept in ons de laatste en dikwijls ook de meest persoonlijke levensvorm op. De stand van ons verlangen, onze betrekking tot het Geheim en onze levenservaringen zijn er de bouwstenen van.
Andriessen spreekt hier over het oud worden als over een binnentreden in een nieuw land, waarin een weg gevonden moet worden. Veel van wat vroeger was is voorbij. Het expansief en gedreven ’voorwaarts’ gaan, is afgeremd of stilgelegd. Leren omgaan met deze ‘vertraagdheid’ en het voortdurend loslaten van veel wat vertrouwd was, is een persoonlijke zoektocht. We nemen onszelf mee in het verkennen van het nieuwe land, met de oogst van het verleden, inclusief de ballast. Gaandeweg leren we onszelf opnieuw kennen als persoon, die in het eindtijdperk van het leven staat. Dat kan confronterend zijn, maar ook kansen bieden. Niet alleen om in het reine te komen met alles wat is gebeurd aan lukken en mislukken. Maar paradoxaal genoeg kunnen de beperkingen van de ouderdom een positieve kracht zijn. Juist als we blinder en dover worden en minder mobiel, kunnen we meer oog en oor krijgen voor het hier en nu, voor wat er is en wat er nóg is.
Ida Gerhardt zegt het treffend in haar gedicht Genesis:
Oud worden is het eindelijk vermogen / ver af te zijn van plannen en getallen; / een eindelijke verheldering van ogen…
Wanneer plannen en getallen er niet veel meer toe doen, kan een ‘verheldering van ogen’ plaatsvinden, met een nieuw zicht op de dingen en een nieuw levensgevoel.
Het is het uiteindelijk vermogen om ouder worden niet alleen te zien als verval. Maar de stilte te koesteren en verwonderd te zijn over wat vroeger door drukte en haast onopgemerkt bleef. Met de ogen van het hart kan alles een andere glans krijgen. Ida Gerhardt heeft het hier over een begenadigd moment, dat het Geheim van het leven raakt. Een verhelderd zien, misschien na een lange periode van niet zien en geslotenheid. Soms lijkt die verhelderde blik een bestaanswijze geworden. Het zijn de oude mensen die mildheid uitstralen en vrede hebben in zichzelf.
In deze cyclus gebruiken we teksten uit het boek Een eigen weg te gaan, ouderen en spiritualiteit van Herman Andriessen. Het boek is helaas uitverkocht. We zorgen er voor dat iedereen de gekozen teksten kan lezen. Deze zullen we bezien vanuit onze eigen beleving van het ouder worden en het oud-zijn. Onze ervaring is dat door er samen over te praten behalve herkenning ook verdieping kan groeien.
Dagen          Vijf maandagen (14.00–16.30 uur)

Data             26 sep – 10 okt − 24 okt – 7 nov − 21 nov
Kosten          50 euro
Begeleiding  Wil Simis−Goddijn en Riet Spierings

Leven rondom een open ruimte

Spiritualiteit als levenskunst

Onze abdij is gebouwd rond een groot leeg vierkant. Het centrum van onze gebouwen is onbezet. Niet de kerk, niet de eetzaal, niet de gemeenschapsruimte en ook niet de bibliotheek staan in het middelpunt, maar een lege binnentuin. We wandelen elke dag in het vierkant van de kloostergang rond die tuin. In dit centrum gebeurt niets. Het is onze long. Veranderen we van activiteit, dan moeten we noodgedwongen langs die binnentuin – dan herschikken we onze energieën. We elimineren de slechte. We ademen, denken aan niets en trekken verder met een verruimd hart. (Benoît Standaert)

 

Benoît Standaert (1945) is benedictijn van de Sint-Andriesabdij in Zevenkerken-Brugge. In binnen- en buitenland is hij betrokken bij vormings- en opleidingswerk. Onlangs schreef hij het boek Spiritualiteit als levenskunst. Met kennis van zaken, humor en het gezag van iemand die uit eigen ervaring en beleving spreekt, denkt hij in dit werk na over een levenskunst die jarenlang is getest binnen de muren van een abdij en die ook werkzaam is daarbuiten. Stevig geworteld in de gedegen benedictijnse traditie en met een grote openheid naar andere levensbeschouwingen, culturen en godsdiensten zoekt deze monnik kritisch en zo onvooringenomen mogelijk naar wijsheid en levenservaring. In zijn zoektocht koppelt hij eruditie en traditie aan actualiteit en huidige tijdgeest.

 

Door een groot aantal levenswijzen te beschrijven laat Benoît Standaert zien dat spiritualiteit een essentiële dimensie van het leven is, een ‘spirit’, een levenskracht die zin en vorm geeft aan het bestaan. Spiritualiteit is een ‘kunst’ die helpt het leven met al zijn mogelijkheden en onmogelijkheden te leven. Een kunst van aandacht, verwondering en verontwaardiging. Scholing in en toeleg op deze levenskunst wil structuur en beweging, orde en flexibiliteit, betrokkenheid en vrijheid aanbrengen.

 

In een praktisch en toegankelijk boek staat de schrijver stil bij verschillende elementaire levensvormen, zoals ademen, eten, slapen, glimlachen, klagen, lezen, wandelen, luisteren en zwijgen. Allemaal doorkijkjes, die het leven kunnen inspireren; handreikingen, die een tegenwicht kunnen vormen voor de prestatie- en consumptiemaatschappij. De auteur toont aan hoe je door ‘eenvoudige dingen’ zo volkomen mogelijk uit te voeren het leven in zijn onvolkomenheid zo goed mogelijk kunt leven. Hij verwijst naar een uitspraak van Rikyu, een Japanse zenmeester uit de zestiende eeuw: Het leven is onmogelijk. Laat ons iets mogelijks goed doen. Misschien maakt dit het leven toch mogelijk? Of met de woorden van Prediker (9, 10): doe wat je hand te doen vindt. Doe het met volle inzet… Doen wat op je weg komt en daar niet met een boog omheen lopen.

 

Aan de hand van Spiritualiteit als levenskunst én onze eigen inzichten en ervaringen proberen we – rondom een open ruimte − op het spoor te komen van een levenskunst die bij ons persoonlijke en maatschappelijke leven past. We lezen fragmenten uit dit boek met de bedoeling ons ermee uiteen te zetten en ons te laten gezeggen door de tekst, ook als deze weerbarstig is of ’als een graat in je keel blijft steken’. We gebruiken de uitgave: Benoît Standaert, Spiritualiteit als levenskunst. Alfabet van een monnik, Lannoo, Tielt 2010, 320 blz., ISBN 978 90 209 8823 9.

 

Dagen: Zes donderdagen (14.00–16.30 uur)

Data: 29 sep – 13 okt – 27 okt – 10 nov – 24 nov – 8 dec
Kosten: 60 euro
Begeleiding: Jetske Nicolaas en Vic Bos

Tot een inzicht ontroerd

…om te begrijpen, dat dit juist het leven is

Langs lopend, te gezond, te naakt
en door een lichte wijn in een soort droom bewegend,
besef ik plotseling de enig werkelijke zonde:
dat ik door het verwonderlijkste nauw geraakt,
zonder besef door het bestaan gezegend
en door de schadelijkste dingen nauw geschonden,
ver van de werkelijkheid ben weggeraakt.
 (M. Vasalis)

 

Gedichten lezen van M. Vasalis (1909-1998) is lopen op het pad van haar woorden en, haar achterna, een inzicht beleven, omdat je – zoals haar biografe Maaike Meijer het zegt – ‘heel dicht bij het kloppend hart van het leven’ bent geraakt. Vasalis ‘Zag’ – die hoofdletter hebben anderen erin herkend – en schreef haar gezichten in gedichten op. Dat zijn er alles bij elkaar niet veel. Drie bundels in 15 jaar tijdens haar leven en vele jaren later een postume bundel samengesteld door haar kinderen.

 

Haar werk is vaak bekroond o.a. met de Constantijn Huygensprijs in 1974 en de P.C. Hooft-prijs in 1982, omdat kwaliteit niet in de hoeveelheid ligt of in het zoeken van publiciteit. Intussen zijn enkele van haar gedichten allang en breed klassiek. Haar beperkte oeuvre maakt het mogelijk om vooraf geen strenge keuze van haar gedichten te hoeven maken. In beginsel zullen we per bijeenkomst stil staan bij één gedichtenbundel.

 

Zo presenteert zij ons poëzie waarin we eigen ontdekkingen kunnen doen en die we samen kunnen delen. De bundels gaan over de grote thema’s van leven, liefde, dood, eenzaamheid en vreugde en altijd over de ontroering waarin een mens iets ontsloten wordt.

 

De gedichten van Vasalis zijn verkrijgbaar zowel in afzonderlijke bundels als in verzameld werk: M. Vasalis, Verzamelde gedichten, Uitgeverij G. A. van Oorschot, Amsterdam 2006, ISBN 90 282 4062 4

 

Dagen: Vijf maandagen (14.00 uur–16.30 uur)

Data: 3 okt − 17 okt − 31 okt − 14 nov − 28 nov
Kosten: 50 euro
Begeleiding: Janneke Krijger en Cees Savelkouls

Van de schoonheid en de troost

In gesprek met Simon Schama, George Steiner en György Konrád

Van de schoonheid en de troost: zo luidt de titel van een veelgeprezen en bekroond programma dat Wim Kayzer in de jaren negentig maakte voor de VPRO-televisie. Hij interviewde 26 befaamde kunstenaars, schrijvers, wetenschappers, filosofen en musici over datgene wat het leven voor hen de moeite waard maakt. Hoe weten zij te leven te midden van de vaak chaotische alledaagse werkelijkheid?

 

Kayzer legde hen de vraag voor wat in hun leven schoonheid vertegenwoordigt en of die schoonheid in staat is om troost te bieden in een somtijds mistroostig en bar bestaan. Een moeilijke vraag, waarop zijn gesprekspartners tastend een antwoord zochten, zowel vanuit hun werk als hun persoonlijke leven. De reacties waren zeer uiteenlopend. Waar voor de een schoonheid en troost schuilen in de ordening van het heelal, vindt de ander deze juist in het onvoorspelbare en het vergankelijke. Maar ook in muziek, oude familiefoto’s en zelfs in verdriet kan schoonheid schuilgaan.

 

Aan de hand van enkele interviews zullen ook wij ons in deze cyclus bezighouden met de vraag wat ons leven de moeite waard maakt. Wat biedt mij zowel schoonheid als troost om me te verzoenen met het leven en met mijn persoonlijke leven?

 

Dit keer bekijken we drie interviews met denkers van joodse afkomst: Simon Schama, George Steiner en György Konrád. Het zijn mensen die zelf en via hun familie voor altijd verbonden zijn met herinneringen aan de woelingen van de afgelopen eeuw en vooral van de Tweede Wereldoorlog. Dat levert weerbarstige, ontroerende en diepgravende gesprekken op met mensen voor wie de woorden schoonheid en troost waardevol, maar allerminst vanzelfsprekend zijn. Om Konrád te citeren:Schoonheid en troost vormen een suikerzoete combinatie. Laten we er alsjeblieft de nodige bitterheid aan toevoegen om de maaltijd geslaagd te maken.

 

De Engelse historicus Simon Schama heeft over historische onderwerpen diverse boeken geschreven. Ook over de Nederlandse cultuur in de Gouden Eeuw. Hij heeft documentaires gemaakt voor de BBC over Rembrandt, van Gogh en andere beeldende kunstenaars. Een uitspraak die als een rode draad door het gesprek loopt: Ik vind vooral die schoonheid aangrijpend die een afspiegeling is van onze eigen situatie, in al zijn verval en vuiligheid.

 

De Europese schrijver en filosoof George Steiner is bovenal een denker. Zijn grote belezenheid maakt begrijpelijk waarom hij zichzelf benoemt als: slechts een lezer met anderen. Hij is van jongs af gefascineerd door de onaantastbare, rotsvaste kern van het uitzonderlijke, het specifieke, het unieke. Hieruit komt zijn wantrouwen voort tegen allesomvattende theorieën en modellen. Toch blijft hij zoeken naar de samenhang der dingen.

 

De Hongaarse schrijver György Konrád wordt door Kayzer treffend geïntroduceerd: Konrád heeft een eeuw meegemaakt, de vorige. Hij heeft er alle details van moeten leren. Of hij wilde of niet. Dat is wat je vooral merkt als je hem ontmoet. Je zit niet tegenover een Hongaar, een dissident, een schrijver, nee, je zit tegenover een eeuw. En Kayzer wilde te weten komen of hij aan die eeuw enige troost wist te ontlenen.

 

We kijken naar drie indringende gesprekken en zullen graven naar de onderstroom die ons leven kleurt, maar waar we doorgaans niet zo uitvoerig bij stilstaan. Wie gelooft dat schoonheid en troost geen illusies zijn, maar mogelijk kunnen bijdragen aan een zinvol bestaan, is van harte welkom.

 

Bij de serie is destijds ook een boek verschenen dat helaas is uitverkocht, maar mogelijk nog wel antiquarisch is te verkrijgen: Wim Kayzer, Het boek van de schoonheid en de troost, Olympus, 2000, 333 blz., ISBN 978 90 467 0273 4.

 

Dagen: Drie zaterdagen (11.00–16.30 uur)

Data8 okt – 22 okt – 5 nov
Kosten60 euro
BegeleidingWil van der Heijden en Lia Vergouwen

Zo’n mens is het leven zelf

Meister Eckhart over levenskunst

Voorwaar ik zeg: Zolang je je werken verricht om het hemelrijk of omwille van God of je eeuwige zaligheid, dus om iets buiten je, zolang is het werkelijk nog niet goed met je gesteld. Men mag dan wel van je nemen, maar het beste is het toch niet. Want werkelijk, wanneer je meent in diepe verzonkenheid, vrome stemming, zoete vervoering en uitzonderlijke begenadiging meer van God te bekomen dan bij het haardvuur of in de stal, dan doe je niets anders dan God nemen, een mantel om zijn hoofd wikkelen en hem onder een bank schuiven. Want wie God op een bepaalde ‘wijze’ zoekt, die grijpt wel de wijze maar mist God die in de wijze verborgen is. Maar wie God zonder ‘wijze’ zoekt, die grijpt hem vast zoals hij in zichzelf is. Zo’n mens leeft met de Zoon en hij is het leven zelf. (Meister Eckhart)

 

Levenskunst is een hedendaagse thematiek. Wat daar dan ter sprake komt, is de vraag hoe, met het oog op geluk en burgerzin, je leven zelf vorm te geven. Met een grote nadruk op zelf: je moet zelf beslissen, zelf kiezen, zelf de zaak in handen houden. Sommige mensen krijgen het er heel benauwd van, van al dat ‘zelf’. Merkwaardigerwijs heeft de middeleeuwer Meister Eckhart (1260-1328) daaraan een en ander toe te voegen, waar de zaak zeker niet slechter van wordt. Hij handhaaft de moderne zin voor eigen vormgeving, maar weet ook van de basis en de ruimte om daartoe in staat te zijn.

 

Eventueel reeds te lezen literatuur: Jaap Goedegebuure & Oek de Jong (red.), Eckhart nu. Tien visies op Meister Eckhart, Uitgeverij Augustus, Amsterdam/Antwerpen 2010, 253 blz., ISBN 978 90 457 0448 7 (met daarin o.a. Frans Maas, Zo’n mens is het leven zelf. Over de levenskunst van Meister Eckhart. Blz. 170-193)

 

Dagen: Drie zaterdagen (11.00–16.30 uur)

Data: 12 nov – 26 nov – 10 dec
Kosten: 60 euro
Begeleiding: Frans Maas

Le gamin au vélo

Woede, mededogen en hartstocht

Le gamin au vélo (Het jochie op zijn fiets) is de nieuwste film van de gebroeders Dardenne. Net zoals in hun andere films zien we een sociaalmenselijk drama dat zich afspeelt in het Franstalige verstedelijkt gebied van België. De gebroeders Dardenne ontvingen voor hun werk al vele prijzen. Voor deze laatste film (mei 2011) ontvingen ze in Cannes de ‘Grand Prix’ (de tweede prijs).

 

De film vertelt over de bijna twaalfjarige Cyril die door zijn vader tijdelijk in een kindertehuis is geplaatst. Tevergeefs wacht Cyril op de beloofde terugkeer van zijn vader. Cyril probeert hem te bereiken, maar hij blijkt niet meer op hun oude adres te wonen en is ook telefonisch niet meer bereikbaar. Radeloos maar ook strijdlustig bijt Cyril zich vast in de zoektocht naar zijn vader. Hij komt in contact met Samantha, een kapster in het dorp waar hij woonde. Zij bezorgt hem zijn fiets terug die zijn vader eerder te koop had aangeboden. Cyril vraagt haar of hij de weekends bij haar door mag brengen en Samantha stemt, na enig nadenken, met dit ‘pleegouderschap’ in. Samen zetten ze de zoektocht naar zijn vader voort. Er ontstaat tussen Samantha en Cyril een bijzondere maar niet altijd eenvoudige (opvoedings)relatie.

 

De gebroeders Dardenne blijven met deze film stilistisch gezien zichzelf trouw. Net zoals in hun andere films filmen ze hun personages vaak met een handcamera. Dit zorgt voor een naturalistische en documentaireachtige stijl. Er zijn ook verschillen met hun vorige films. Le gamin au vélo werd in de zomer gedraaid en doet daardoor ‘lichter’ aan. Daarnaast wordt er meer gebruik gemaakt van muziek die op pakkende wijze in de film is geïntegreerd.

 

De niet altijd eenduidige scheiding tussen goed en kwaad speelt in deze film een belangrijke rol. Enerzijds is de film eenvoudig van opzet maar tegelijkertijd (of juist daardoor) weet hij diep te raken. We worden op indrukwekkende wijze geconfronteerd met een aantal zeer essentiële vragen: Hoe ver ga je voor je kind? Hoe ver ga je voor je ouders? Wat doe je in de opvoeding met de boze buitenwereld? (En weten we wel wat die boze buitenwereld is?) Hoe zit het eigenlijk met ‘vaderschap’ en ‘moederschap’? Waar begint en eindigt onvoorwaardelijkheid?

 

In het gesprek dat we na het bekijken van de film zullen hebben, komen deze (en andere) vragen ruimschoots aan de orde. Iedereen is welkom om deze dag mee te maken, maar we willen het thema ‘opvoeding’ tijdens deze bijeenkomst duidelijk naar voren halen. Ouders en andere opvoeders van kinderen worden dus in het bijzonder uitgenodigd zich voor deze boeiende filmdag in te schrijven.

 

Dag: Vrijdag (10.00−15.00 uur)

Datum: 25 november
Kosten: 20 euro
Begeleiding: Dinette Kooiman en Mineke Kroes

Programma voorjaar 2010
As it is in heaven

Leren ervaren van leven

De Zweedse film As it is in heaven is de publiekslieveling van de afgelopen jaren op filmfestivals en in filmhuizen, ondanks het feit dat de pers helemaal niet te spreken was over de film. Maar dat hield jong en oud niet weg. Integendeel, men was en is laaiend enthousiast. Kay Pollak, de regisseur, had al twintig jaar geen film meer gemaakt. Hij was trainer in persoonlijke ontwikkeling geworden. Toen hij 68 jaar oud was besloot hij alsnog een film te maken, namelijk over het Zweden van nu. Hij had inmiddels veel ontzieling en overspannenheid geconstateerd en had zich een idee gevormd over hoe je tot een maatschappelijk helingsproces kunt komen, waardoor spanningen kunnen verminderen. Zijn idee kreeg gestalte in de film As it is in heaven.

 

Pollak snijdt allerlei thema’s aan in dit melodramatische verhaal over een internationaal vermaarde dirigent van middelbare leeftijd, die vanwege overspannenheid een hartinfarct krijgt. Hij moet rust nemen. Onder zijn artiestennaam Daniel Daréus keert hij terug naar zijn geboortedorp in het hoge noorden van Zweden. Daar stijgt onder zijn inspirerende leiding het plaatselijke kerkkoor uit tot grote muzikale en spirituele hoogte. Vanuit zijn passie voor muziek weet Daniel als een ware mystagoog niet alleen het zingen, maar ook het leven van de koorleden op subtiele wijze te dirigeren. Overigens blijft hij zelf niet buiten spel. Machtsverhoudingen, oude conflicten en onuitgesproken tegenstellingen komen in beweging.

 

En zo ontdekken we dat muziek niet alleen van buiten komt. Alle muziek was er altijd al van binnen en wil eigenlijk alleen maar naar buiten waar de muziek altijd al was. De grote levenskunst is om ‘binnen’ af te stemmen op ‘buiten’. Een kwestie van aansluiting zoeken bij ‘het lied van het universum’. Daniel laat de koorleden letterlijk en figuurlijk hun eigen stem, hun authenticiteit vinden. Zo komen ze weer in contact met hun diepste verlangens, pijn en verdriet en nemen ze beslissingen die ze al jaren koesteren, maar niet genomen hebben.

 

Kay Pollak heeft een koor genomen als metafoor voor de ideale samenleving. In een koor verbinden verschillende stemmen zich met elkaar om tot een harmonieuze muzikale prestatie te komen. Maar dat lukt alleen als iedereen eerst naar zijn eigen innerlijke stem heeft geluisterd. Pas dan ben je in staat echt naar de ander te luisteren en samen te werken. De cineast gaat uit van het principe dat door anderen te ontmoeten je je eigen innerlijke stem leert kennen.

 

In relatie tot dit thema in de film schreef Pollak: Als twee of meer mensen elkaar ontmoeten zonder angst is er alleen liefde tussen hen. Ik noem dat een ‘Hemelse ontmoeting’, hetgeen hetzelfde is als de ‘Hemel op aarde’.

 

Het themalied van de film heet Gabriella’s song. Gabriella is een jonge moeder die meezingt in het koor. Het hele dorp weet dat zij mishandeld wordt door haar man. Iedereen zwijgt echter. Op een bepaald moment schrijft Daniel een lied op Gabriella. Via dit lied vindt zij haar innerlijke stem terug. In beelden, die het hart van de film vormen, zien we dan hoe het zingen van haar lied Gabriella in staat stelt haar angst te transformeren in moed en, later, haar agressie in mededogen. Voor het eerst neemt ze haar eigen plek in. Het is haar lied, een loflied, een Magnificat. De naam Gabriella betekent: God is mijn kracht. Het lied geeft haar de kracht weg te lopen van de mishandeling.

 

Gabriella’s song

 

Vanaf nu is m’n leven van mij

Mijn tijd op aarde is maar kort
Mijn verlangen bracht me hierheen
Alles wat ik miste en alles wat ik kreeg

 

En toch is het de weg die ik koos

Mijn vertrouwen was eindeloos
Dat mij ‘n klein stukje toonde
Van de hemel die ik nooit vond

 

Ik wil voelen dat ik leef

Elke dag die ik heb
Ik wil leven zoals ik het wil
Ik wil voelen dat ik leef
Weten dat ik goed genoeg ben

 

Ik ben mezelf nooit verloren

Ik heb het alleen laten sluimeren
Misschien had ik nooit ‘n keuze
Behalve dan de wil om te leven

 

Het enige dat ik wil is gelukkig zijn

Zijn wie ik ben
Sterk zijn en vrij
De dag uit de nacht zien opkomen
Ik ben hier en mijn leven behoort alleen aan mij
En de hemel waarvan ik overtuigd was

Zal ik daar ergens vinden

 

Ik wil voelen

Dat ik mijn leven heb geleefd

 

As it is in heaven getuigt van die verrukkelijke vitaliteit en maakt zo – als een juweeltje binnen de filmkunst – waar dat films sleutels kunnen zijn tot de spirituele vermogens van de mens, namelijk het leren ervaren van leven.

 

Belangstellenden onder de 45 jaar en nieuwkomers krijgen voorrang bij inschrijving voor deze dag. Graag dus uw leeftijd vermelden.

 

Dag: Zaterdag (11.00 – 16.30 uur)

Datum17 april
Kosten20 euro (inclusief lunch)
BegeleidingMarjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

De ziel gaat te voet

Op weg naar Assisi – naar de plek in onszelf waar het zwijgen begint

Twee mensen gaan te voet vanuit Nederland naar Assisi. Onderweg lezen ze uit de Fioretti, De bloemetjes van Franciscus. Thuisgekomen schrijven ze neer wat ze aan de weg en aan de verhalen over Franciscus hebben beleefd. Het resultaat is een rijk en spiritueel boek, waarin het gaat om de innerlijke stem, het deemoedig leren en het wijs worden aan de weg. Geen zoetsappige, maar tegendraadse verhalen, soms ronduit irritant, waaraan je je als lezer kunt schuren.

 

Wij lezen dit reisverhaal en in dit verhaal de verhalen over Franciscus. Dit zal ons zeker uitnodigen elkaar te vertellen van onze eigen weg. In de weerbarstigheid van het alledaagse ligt (onze) wijsheid verborgen en daar laten we elkaar in delen.

 

Het eerste wat opvalt in de Fioretti is het verlangen naar het eeuwig leven. Andriessen laat in zijn hervertelling zien dat de verhalen hun zin ook hebben buiten dit middeleeuwse verlangen om, in onze wereld waarin eeuwig leven veranderd is in authentiek leven. Het tweede wat opvalt, zijn de volstrekt geschifte situaties waarin Franciscus en zijn broeders verzeild raken, nogal eens door toedoen van Franciscus zelf, willens en wetens. Franciscus probeert daarin als geestelijk leraar het ego van zijn medebroeders te breken. Soms krijgt de geschapen situatie het karakter van een koan. En tenslotte, wat de lezing van het boek van Andriessen en Mooren zo boeiend maakt, is het voortdurend speuren naar wat Franciscus en zijn broeders drijft. Naar het ‘iets’ dat ze gezien hebben. Naar de plek in onszelf waar het zwijgen begint.

 

We lezen passages uit het boek van Herman Andriessen en Ciel Mooren,De ziel gaat te voet. Met Franciscus naar Assisi, Uitgeverij Meinema, Zoetermeer 2008, 199 blz., ISBN 90 211 4178 7. De oorspronkelijkeBloemetjes kun je vinden en plukken in de vertaling van Linda Pennings,De Fioretti. Verhalen over Sint-Franciscus, Uitgeverij Gottmer, Haarlem 1999, 216 blz., ISBN 90 257 3084 1.

 

Dagen: Vijf woensdagen (10.30 – 13.00 uur)

Data17 mrt – 31 mrt – 14 apr – 28 apr – 12 mei
Kosten45 euro
BegeleidingWil Simis en Harm van Grol

Maria Magdalena

Ontmoetingen met een intrigerende vrouw

In het evangelie naar Johannes komt een prachtige episode voor waarin Jezus na zijn dood voor de eerste keer verschijnt. In de tuin van Josef van Arimatea vindt een aangrijpende ontmoeting plaats tussen Jezus en een wanhopig treurende en zoekende vrouw, Maria Magdalena. Zij is daarmee de eerste mens die de verrezen Jezus ziet en de opdracht vervult ‘de anderen’ te vertellen dat ze Hem heeft gezien. Later wordt ze daarom wel ‘de apostel der apostelen’ genoemd.

 

Toch speelt deze Maria, mede omwille van een ander verhaal over haar in de Evangeliën, in de kerkelijke traditie vooral een rol als voorbeeld van boetvaardigheid en inkeer. Het is pas de laatste jaren dat heel andere aspecten van haar duidelijk op de voorgrond treden: Maria Magdalena als ingewijde en bijzondere vriendin van Jezus. Ze staat hierdoor, mede als gevolg van het succes van de bestseller ‘De Da Vinci Code’, volop in de belangstelling.

 

Petrus zei tegen Maria:

‘Zuster, we weten dat de Verlosser jou liefhad boven de andere vrouwen, breng ons de woorden van de Verlosser over die jij je weet te herinneren, die jij kent, maar wij niet, en die wij ook niet gehoord hebben.’

Maria antwoordde en zei:

‘Wat voor jullie verborgen is gebleven, zal ik je bekend maken.’

En zij zette zich ertoe hen het volgende voor te houden:
‘Ik,’ zei ze, ‘ik zag de Heer in een visioen en ik zei hem: “Heer, ik heb u vandaag in een visioen gezien.”
Hij antwoordde mij en zei: “Gelukkig jij die niet twijfelt als je mij ziet, want daar waar het inzicht is, is de schat.”

 

(Uit: Het evangelie naar Maria Magdalena, hersteld, verantwoord en toegelicht door Maria de Groot, Ten Have 2007, 111 blz., ISBN 10 9025957684)

 

Daar tegenover staat het sobere ‘Het Evangelie naar Maria’. Een apocrief Bijbelboek dat waarschijnlijk dateert uit de tweede eeuw en helaas niet meer helemaal volledig is. Hierin wordt verteld van een aantal gesprekken tussen Jezus en zijn discipelen na zijn verrijzenis en het opmerkelijke optreden van Maria Magdalena. Ondanks felle tegenstand ontleent zij haar gezag aan de ontmoeting met de Opgestane in de tuin.

 

In deze cyclus gaan we op zoek naar Maria Magdalena. Niet dat we verwachten uitsluitsel te krijgen over wie zij nu precies was, wel om stap voor stap iets dichter te komen bij deze bijzondere vrouw, die door theologe en schrijfster Maria de Groot wel ‘Maria Magdalena van de Liefde’ wordt genoemd.

 

Tijdens deze cyclus van drie vrijdagen in het vroege voorjaar lezen we verschillende teksten (Evangelieteksten, legenden en teksten van o.a. Maria de Groot en Anselm Grün ) die haar aan het licht brengen. Ook zullen er filmfragmenten en muziekstukken worden ingebracht. De ontmoeting met Maria Magdalena en met elkaar staat daarbij steeds centraal. Wat doet haar getuigenis met ons?

 

Dagen: Drie vrijdagen (10.30 – 16.30 uur)

Data: 12 mrt – 26 mrt – 16 apr
Kosten: 54 euro
Begeleiding: Dinette Kooiman en Mineke Kroes

Zen-Zien-Tekenen

De kunst van het onbevangen waarnemen

De meditatievorm Zen-Zien-Tekenen legt op een directe wijze verband tussen wat het zuivere oog ziet, het open hart beweegt en de vrije hand beschrijft. Het is een intense meditatievorm en een geconcentreerde oefening in aandacht. Het is ten diepste wakker worden in het hier en nu. Het is thuiskomen in de harmonie van je diepste natuur. Zen-Zien-Tekenen wordt gezien als een van de jongste loten aan de stam van de traditionele zenmeditaties. Het is een actieve maar toch verstilde meditatievorm, die goed aansluit bij onze traditionele maar beweeglijke westerse spirituele cultuur.

 

Het Zen-Zien-Tekenen is niet op de eerste plaats gericht op het leveren van artistieke prestaties en het is ook niet bedoeld als ‘creatieve bezigheid’. Ervaring met zenmeditatie en ‘kunnen tekenen’ zijn geen vereisten. Wel wordt van de oprechte beoefenaar van Zen-Zien-Tekenenopenheid, vertrouwen, doorzettingsvermogen en inzet verwacht. Ook vioolspelen leer je niet in één dag.

 

Deze intense en verrassende cyclus bestaat vooral uit praktisch oefenen met het Zen-Zien-Tekenen, zoals dr. Frederick Franck dat heeft ontwikkeld.

 

Aanbevolen literatuur: De boeken van Frederick Franck, m.n. Zen zien, zen tekenen (ISBN 9063500637) en Maria Adriaens, Ruimte zien (ISBN 9056700936).

Bij deze cyclus dient u rekening te houden met een wachtlijst i.v.m. het aantal mensen dat zich al heeft ingeschreven.

 

Dagen: Drie zaterdagen (11.00 – 16. 30 uur)

Data: 30 jan – 13 feb – 27 feb
Kosten: 54 euro
Begeleiding: Wil van der Heijden en Leo van Vegchel

Hadewijch Liederen

De minne is al!

Wie minne wil veroveren,
mag niet in gebreke blijven,
maar geve zichzelf altijd aan de minne.

(Uit: Lied 24, strofe 9)

 

De afgelopen jaren is er veel over Hadewijch geschreven. Een teken dat deze grote middeleeuwse schrijfster en mystica volop in de belangstelling staat. Haar geschriften blijven vanuit verschillende hoeken boeien, al is ze niet altijd gemakkelijk te verstaan.Sinds kort ligt er een bijzonder boekwerk over Hadewijch in de boekwinkel: Hadewijch Liederen, Veerle Fraeters & Frank Willaert (red.), m.m.v. Louis Peter Grijp [Historische Uitgeverij, Groningen 2009, 49,95 euro, ISBN 978 90 6554 478 0].

 

Hoewel weinig over Hadewijch bekend is moet zij in haar tijd (13e eeuw) al iemand geweest zijn met een uitstraling die veel verder reikte dan de beweging van religieuze vrouwen die buiten de gewone kaders een eigen spirituele weg gingen.

 

Jan van Leeuwen de beroemde de kok van het klooster Groenendaal, waar de mysticus Jan van Ruusbroec prior was, prees haar (eind 14e eeuw) als een heylich en glorieus wijf, wiens woorden direct van God komen. Een prachtige typering voor iemand die fier en zelfbewust met vriendinnen en geestverwanten deelde wat haar ten diepste bezielde. Vermoedelijk schreef Hadewijch vooral voor hen, die haar als een waremeesteres beschouwden, haar vele Brieven, Gedichten en Visioenen, die in deze kringen niet alleen gretig werden gelezen maar ook werden gezongen en voorgedragen.

 

In alle geschriften van Hadewijch is steeds minne het sleutelbegrip. Want voor alles gaat het haar om de liefde als weg naar God. Dit verkeer met God is voor Hadewijch een grenzeloos boeiend, maar ook een hachelijk avontuur, waarin een mens met heel haar wezen in kan worden meegesleurd. Gepassioneerd en zonder compromis bezingt ze de beleving van deze minne als een woedende begeerte. Soms gepaard gaand met grote verrukkingen en zalige genietingen, maar ook tijden kennend van gemis en diepe verlatenheid. De minne wekt de weelde van het genieten én het wee van het gemis en tekort.

 

Bij dit alles blijkt dat de beleving van de hoge minne voor Hadewijch geen afgezonderd stuk van haar bestaan is, maar deel is van heel haar leven en handelen. De Minne is voor haar geen bezit, maar een opdracht; geen verzadiging maar honger; geen vervulling maar dienst; geen geneugte maar verlangen (Hadewijch Liederen, blz. 43).

 

Na zoveel eeuwen zijn nu voor het eerst een aantal van Hadewijchs gedichten op muziek gezet. Het pas uitgekomen boek met een nieuwe vertaling van haar Strofische Gedichten gaat vergezeld van een viertal cd’s waarop een aantal gedichten worden gezongen of voorgedragen.

 

In de loop der jaren heeft het KCS meerdere keren Hadewijch in het programma opgenomen en met succes. Haar werk is van een onuitputtelijke rijkdom. Aan de hand van deze nieuwe uitgave willen we Hadewijch opnieuw ter sprake brengen. We hopen dat het beluisteren van enkele gezongen en voorgedragen gedichten een nieuwe mogelijkheid biedt om Hadewijch direct tot ons te laten spreken. Het is niet nodig om zelf de uitgave Hadewijch Liederen ter beschikking te hebben. 

 

Dagen: Vijf dinsdagen (10.00 – 12.30 uur)

Data: 26 jan – 9 feb – 23 feb – 9 mrt – 23 mrt
Kosten: 45 euro
Begeleiding: Tony Lindijer en Riet Spierings

En God zwijgt…

Lezen in het dagboek van Dag Hammarskjöld

Wanneer de Zweedse econoom en diplomaat Dag Hammarskjöld (1905-1961) de Noor Trygve Lie opvolgt als secretaris-generaal van de Verenigde Naties, wordt hij door zijn voorganger verwelkomd met de woorden: Je volgt mij op in de meest onmogelijke baan die er op de wereld bestaat.

 

Bijna vijftig jaar later zegt de vorige VN-topman, de Ghanees Kofi Annan: Er bestaat voor een secretaris-generaal op een moment van een nieuwe uitdaging of crisis geen betere vuistregel dan zich af te vragen: ‘Hoe zou Dag Hammarskjöld gehandeld hebben?’

 

Ruim acht jaar lang zet Dag Hammarskjöld zich met hart en ziel in om de wereldorganisatie van de Verenigde Naties uit te bouwen tot een Centrum waarin geweldloze omgang van volkeren met elkaar voorop staat. Hammarskjöld ontpopt zich als een briljant bemiddelaar en een discrete leider met een grote uitstraling. Tijdens de Congo-crisis komt hij samen met vijftien andere inzittenden om bij een mysterieus vliegtuigongeluk in de buurt van Ndola, Noord-Rhodesië (het huidige Zambia).

 

In zijn woning in New York, waar het hoofdkwartier van de VN is gevestigd, treft men een manuscript aan, getiteld Merkstenen. Er is een brief bijgevoegd aan zijn vriend de Zweedse politicus Leif Belfrage. Deze brief eindigt als volgt: Als je vindt dat ze (deze aantekeningen) het waard zijn om gedrukt te worden, heb je het recht dat te doen, als een soort ‘witboek’ over mijn dialoog met mezelf – en God.

 

In dit vanaf 1925 bijgehouden spirituele dagboek wordt stap voor stap de levensweg getekend van een mens die verlangt naar een doel in zijn eigen bestaan, een mens die zoekt naar zin en met een zuiver gevoel en een warm verstand voortdurend uit is op een leven waarin intense betrokkenheid op de wereld en religieuze diepgang samengaan.

 

Pinksteren 1961, enkele maanden voor zijn plotselinge  dood, schrijft Dag Hammarskjöld: Ik weet niet wie – of wat – de vraag stelde. Ik weet niet wanneer zij gesteld werd. Ik herinner me niet dat ik antwoordde. Maar eens zei ik ja, tegen iemand – of iets. Vanaf dat moment heb ik de zekerheid dat het leven zinvol is …

 

Op een zestal middagen willen we door gezamenlijke bespreking vanMerkstenen de ervaring en het zoeken van Dag Hammarskjöld beter verstaan en tegelijk onze eigen ervaring en ons eigen zoeken op het spoor komen. Misschien wordt zo de stille wens van Hammarskjöld, die door velen wordt beschouwd als een mysticus, vervuld: Het kan immers voor de een of ander zin hebben om de weg van een leven te zien waarover de levende zelf niet wilde praten.

 

Meer dan veertig jaar na het verschijnen van de eerste editie van de Nederlandse vertaling heeft R.F.M. Boshouwers, dezelfde vertaler als toen, dit werk geheel herzien en waar nodig aangepast aan nieuwe inzichten. Het is deze vernieuwde uitgave die we bij de tekstlezing gebruiken: Dag Hammarskjöld, Merkstenen, Uitgeverij Ten Have, Kampen 2007, 175 blz., ISBN 978 90 259 5774 2.

 

Bij deze cyclus dient u rekening te houden met een wachtlijst i.v.m. het aantal mensen dat zich al heeft ingeschreven.

 

Dagen: Zes donderdagen (14.00 – 16.30 uur)

Data: 28 jan – 18 feb – 4 mrt – 18 mrt – 8 apr – 22 apr
Kosten: 54 euro
Begeleiding: Lia Vergouwen en Vic Bos

Het mechaniek van de ontroering

Herinneren aan het onbekende

Een mooi schilderij en een mooi gedicht roepen herinneringen op aan wat je nog nooit hebt meegemaakt. Met de weemoed die daarbij hoort: zo is het dus, alsof we even zagen hoe de wereld eruit zag toen wij er nog niet waren en eruit zal zien als wij er niet meer zullen zijn. Hoe zij haar gang gaat, ook zonder ons.

 

Rutger Kopland schreef deze regels in zijn boek over Jopie Huisman, de voddenkoopman en kunstschilder van afgedankte, waardeloze voorwerpen waar niemand meer naar omkijkt. Een oud en verweerd emaillen botervlootje, een paar versleten pantoffels, een rafelige lappenpop. Elke schaduw, elke verkleuring, elke slijtageplek daarop heeft de schilder met intense aandacht weergegeven, alsof hij zeggen wil: verder kijken dan de buitenkant heeft geen zin, het wezen van de dingen ligt verborgen aan het oppervlak. Het is een kwestie van goed kijken om te zien wat we voorheen niet zagen.

 

Een dichter die zijn vak verstaat, zo zegt Rutger Kopland, doet net zo iets. Hij vestigt onze aandacht op zaken die er wel zijn, maar waar we doorgaans geen oog voor hebben. Hij opent als het ware een gordijn waarvan je niet wist dat het open kon en waardoor uitzicht verschijnt op een wereld die je herkent zonder hem ooit te hebben gezien. Alsof je ineens ervaart hoe de wereld is.

 

Goede poëzie brengt iets in herinnering waarvan wij ons tevoren niet bewust waren, iets dat dieper in ons brein ligt opgeslagen. Daarmee ‘herinnert zij ons aan het onbekende’ met een gevoel van weemoed en ontroering als gevolg.

 

We willen gaan lezen in het uitgebreide werk van Rutger Kopland, hoe dat mechaniek van de ontroering werkt. Het wordt geïllustreerd in de omvangrijke bloemlezing Geluk is gevaarlijk (Rainbow Essentials 27, Uitgeverij Maarten Muntinga, Amsterdam 2002, 8ste druk 2008, 218 blz., ISBN 978 90 417 4036 6), die we als eerste maar niet als enige vindplaats nemen.

 

Wanneer we op het KCS gedichten lezen dan doen we dat ook om lezend en sprekend met elkaar eigen belevingen op het spoor te komen. Spiritualiteit en alles waar zij voor staat willen we immers niet laten ontvoeren door de buitenissigheid, maar laten zijn wat ze op de eerste plaats is: de beleving van het leven, van je eigen leven, de melodie ervan. En in die van anderen herkennen we het verreikende onderscheid en de samenklank.

 

Dagen: Vijf maandagen (14.00 – 16.30 uur)

Data: 18 jan – 1 feb – 15 feb – 1 mrt – 15 mrt
Kosten: 45 euro
Begeleiding: Janneke Krijger en Cees Savelkouls

Programma najaar 2010
Opvoeding als levenskunst

Een dag voor ouders van jonge kinderen

Vaarwel zei de vos, dit is mijn geheim: Het is heel eenvoudig: echt zien kun je alleen maar met je hart. Het essentiële wordt door je ogen niet gezien.
(Uit: Antoine de Saint-Exupéry, De kleine prins)

 

Kinderen helpen het beste uit zichzelf te halen. Dit kunnen we zien als een van de belangrijkste uitdagingen in het opvoedingsproces met onze kinderen. Hoe doen we dat in ons volgeboekte leven met onze drukke gezinsagenda’s? Leren we kinderen hun unieke eigenheid zo goed mogelijk te ontplooien? En wat heeft je kind dan precies nodig?De bekende monnik en schrijver Anselm Grün geeft aan dat het in de opvoeding belangrijk is dat kinderen vooral gaan ervaren en voelen dat hun leven er echt toe doet, dat ze met hun leven, ieder op zich, daadwerkelijk een uniek spoor in deze wereld trekken. Ieder kind, zegt hij, is een uniek oerbeeld van God. Wie met dat oerbeeld in aanraking komt, wordt er door in beweging gezet. Als opvoeders hebben we dan ook iets te doen met ‘levenskunst’. Dat wil zeggen dat we een manier van leven vinden waarbij we in verbinding komen met het diepere van onszelf, zodat dit ruimte krijgt om te ademen en te bestaan.

 

Als opvoeders zetten we kinderen op weg om zich de kunst van het leven eigen te maken. Tegelijkertijd nodigt de ontmoeting met onze kinderen ook uit zelf een gelukkige ouder of opvoeder te zijn (of te worden). Deze thema’s staan deze zaterdag in november centraal. Een dag om eens stil te staan bij jezelf als opvoeder en bij het unieke proces dat je als opvoeder gaat met ieder kind. Een dag die je jezelf als opvoeder eens mag gunnen in de hectiek van het leven van alledag.

 

Tijdens deze bijeenkomst werken we met een aantal praktische en eenvoudige oefeningen, laten we ons in beweging zetten door een aantal teksten (o.a. van Anselm Grün) en gaan we in gesprek met elkaar. Ervaringen uit het concrete dagelijks leven zijn steeds het uitgangspunt van deze inspirerende dag. De begeleiding is in handen van twee moeders van kinderen tussen 7 en 12 jaar.

 

Dag  Zaterdag (11.00 − 16.30 uur)
Datum  20 november
Kosten  20 euro
Begeleiding  Dinette Kooiman en Mineke Kroes

Trois Couleurs: bleu, blanc et rouge

Drie filmmeditaties over vrijheid, gelijkheid en broederschap

De Poolse cineast Krysztof Kieslowski, overleden in 1996, heeft met zijn indrukwekkende filmoeuvre, de Dekalog cyclus, La double vie de Véronique en het filmdrieluik Trois couleurs – bleu, blanc et rouge een onuitwisbaar stempel gedrukt op de Europese filmcultuur. Als geen ander wist hij de tijdgeest filmisch tot uitdrukking te brengen én te bevragen. En nog steeds openen zijn films de ogen voor levensfacetten die in ons (media)technologische tijdvak dreigen te verkommeren. Tot grote schade van de mens en zijn leefmilieu. Hij zag in dat wij de technologie wel beheersen, maar niet goed meer weten waar ze voor dient. Vandaar de heersende collectiviteit en anonimiteit. Zijn films weerspiegelen dan ook die tragiek van onze tijd. Kieslowski betreedt spirituele paden in zijn zoektocht naar beelden van verlossing voor de hedendaagse, verscheurde, westerse mens.

 

In de trilogie Trois Couleurs – bleu, blanc et rouge is elk luik genoemd naar één van de kleuren van de Franse vlag, die respectievelijk voor de ideologische gedachten Liberté, Egalité, Fraternité staan. Zo heeft iedere film zijn leidmotief – kleur meegekregen. De drie films zijn geen letterlijke illustraties van de Franse slagzin, maar subtiele meditaties over wat die woorden en idealen in het huidige maatschappelijke verkeer kunnen en moeten betekenen.

 

In Trois couleurs – bleu verliest Julie bij een auto-ongeval haar man en kind. Zij besluit om in absolute vrijheid een nieuw leven op te bouwen. Maar het verleden laat haar niet los en langzaam wordt ze zich bewust van de leegte en eenzaamheid van deze absolute vrijheid. Een nieuw leven opbouwen is slechts zinvol waar liefde de vrijheid doordesemt. Dit wordt aan het eind van de film lyrisch opgeroepen, wanneer de muziek van het Concert voor Europa opklinkt met als hoogtepunt de samenzang op de woorden van het paulinisch hooglied op de liefde (1 Kor. 13).

 

Trois couleurs – blanc is een zwarte komedie én een poëtische tragedie. De Parijse Dominique scheidt van haar Poolse kapper Karol, omdat het huwelijk niet voltrokken is. Karol heeft alles verloren: liefde, vrouw en kapsalon. Terug in Polen wil hij Dominique met gelijke munt terugbetalen. Onder de schijn van gelijkheid kan een bezitterige relatiestijl, een botte hebzucht en een allesoverheersend egoïsme schuilen. Blanc is een aanklacht die romantisch en luimig is, met de lichtvoetigheid van echte ernst.

 

Trois couleurs – rouge speelt zich af in Genève waar een jonge vrouw, Valentine, studeert en werkt. Zij gelooft oprecht in liefde, goedheid en rechtvaardigheid. Heel toevallig maakt zij kennis met een op rust gestelde rechter. De man is uitgeblust, cynisch, verzuurd, bitter, grimmig: een misantroop. Zij wordt aangetrokken door zijn levenswijsheid, hij door haar levenslust, optimisme en geloof in het goede en schone. Er groeit een louterende vriendschap en broederschap.

 

Als religieus mens had Kieslowski kritiek op zijn tijd: Ik denk dat het naoorlogse atheïsme en agnosticisme ons ogenschijnlijk veel vrijheid heeft gegeven op het vlak van ons intiem innerlijk leven. Maar het verwerpen van god als een van de mogelijkheden is een valkuil gebleken. Heel veel mensen hebben dat in de gaten. Alleen weet niemand hoe men daar weer uit komt. Of wij dragen hem met ons mee of we doen dat niet. Als we het wel doen hebben we een kans, als we dat niet doen, kunnen we er tenminste naar op zoek gaan.

 

Kieslowski wist zíjn eigen zoektocht te verbeelden in sublieme filmkunst die wij op drie zaterdagen gaan bekijken en bespreken.

 

Dagen: Drie zaterdagen (11.00 – 16.30 uur)

Data16 okt – 30 okt – 27 nov
Kosten60 euro
BegeleidingMarjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

Van de schoonheid en de troost

Wat het leven de moeite waard maakt

Van de schoonheid en de troost: zo luidt de titel van een veelgeprezen en bekroond programma dat Wim Kayzer in de jaren negentig maakte voor de VPRO-televisie. Hij interviewde 26 befaamde kunstenaars, schrijvers, wetenschappers, filosofen en musici over datgene wat het leven voor hen de moeite waard maakt. Hoe weten zij te leven te midden van de vaak chaotische alledaagse werkelijkheid?

 

Kayzer legde hen de vraag voor wat in hun leven schoonheid vertegenwoordigt en of die schoonheid in staat is om troost te bieden in een somtijds mistroostig en bar bestaan. Een moeilijke vraag, waarop zijn gesprekspartners zoekend en tastend een antwoord zochten, zowel vanuit hun werk als hun persoonlijke leven. De reacties waren zeer uiteenlopend. Waar voor de een schoonheid en troost schuilen in de ordening van het heelal, vindt de ander deze juist in het onvoorspelbare en het vergankelijke. Maar ook in muziek, oude familiefoto’s en zelfs in verdriet kan schoonheid schuilgaan.

 

Aan de hand van enkele interviews zullen ook wij ons in deze cyclus bezighouden met de vraag wat ons leven de moeite waard maakt. Wat biedt mij zowel schoonheid als troost om me te verzoenen met het leven en met mijn persoonlijke leven?

 

We kiezen andere gesprekken dan in de twee voorgaande cycli. Nu staan een schrijver, een schilder en een musicus centraal.

 

De Nigeriaanse schrijver Wole Soyinka was ten tijde van het interview voortvluchtig omdat het dictatoriale bewind in Nigeria hem ter dood had veroordeeld. Een citaat uit het gesprek: ‘Schoonheid is diep verbonden met het kortstondige en is nooit ver verwijderd van een lichte droefheid.’

 

De kunstenaar Karel Appel zegt: ‘Na de dood van mijn vrouw Machteld heb ik een jaar niet geschilderd. Het gaf me geen enkele troost. Met moeite ben ik na dat jaar zachtjesaan weer begonnen. Maar met veel wit. Ik kwam als het ware weer terug op de aarde om weer opnieuw te schilderen met het wit uit de hemel.’

 

De violist en dirigent Yehudi Menuhin, die kort na de opnames is overleden, spreekt over de schoonheid en de troost van de muziek: ‘Na de Negende van Beethoven zijn de luisteraars zo gelouterd dat zij vijf minuten goede mensen zijn.’

 

In de bijeenkomsten kijken we naar drie indringende gesprekken en graven we naar de onderstroom die ons leven kleurt, maar waar we doorgaans niet zo uitvoerig bij stilstaan. Wie gelooft dat schoonheid en troost geen illusies zijn, maar mogelijk kunnen bijdragen aan een zinvol bestaan, is van harte welkom.

 

Bij de serie is destijds ook een boek verschenen: Wim Kayzer, Het boek van de schoonheid en de troost, Olympus, 2000, 13de druk 2008, 333 blz., ISBN 978 90 467 0273 4.

 

Dagen: Drie vrijdagen (11.00 – 16.30 uur)

Data8 okt – 22 okt – 5 nov
Kosten60 euro
BegeleidingWil van der Heijden en Lia Vergouwen

Betrokken en aandachtig leven

Verlangen om volop mens te zijn

Het kosmisch savoir vivre
mag dan over ons zwijgen,
verlangen doet het toch iets van ons:
enige aandacht, een paar zinnen Pascal
en verwonderde deelname aan dit spel
met onbekende regels.

(Wisława Szymborska)

 

Christopher Jamison (1951), abt van Worth Abbey in het Engelse Sussex, is door de in 2005 uitgezonden spraakmakende tv-reeks The Monastery (Het Klooster) een bekende monnik geworden. Vijf moderne mannen verbleven 40 dagen en nachten in de benedictijnenabdij waar Jamison abt is. In deze periode namen ze deel aan het leven van de monniken, terwijl tv-camera’s hen in hun eerlijke zoektocht volgden en zo hun ontwikkeling vastlegden. De wijsheid van de abt en de monniken maakte een diepe indruk op dit vijftal en op de talrijke BBC-kijkers. Het televisieprogramma trok een miljoenenpubliek.

 

Na deze, voor velen verrassende tv-serie schreef Christopher Jamison, die voordat hij in 2002 tot abt werd gekozen 30 jaar leraar was, een inspirerend boek, waarin hij de waarde van de monastieke weg propageert en laat zien hoe deze levenswijze ook buiten de context van een abdij van betekenis kan zijn. In Levenslessen van een abt. De zeven stappen naar een leven volgens Benedictus (Vertaald door Hans van der Heiden, Lannoo, Tielt 2007, 220 blz., ISBN 978 90 209 7179 8) laat de auteur zien hoe belangrijk de inzichten van Benedictus van Nurcia (ca. 480-550) kunnen zijn voor mensen buiten het klooster. Hij begint met aan te tonen hoe je vorm kunt geven aan rust en stilte in de drukte, de stress en het lawaai van het alledaagse leven. Daarna beschrijft hij de zeven stappen: stilzwijgen, contemplatie, gehoorzaamheid, nederigheid, gemeenschap, spiritualiteit, hoop. Met deze zeven klassieke kwaliteiten spreekt de abt vooral al te bezige mensen aan die op een of andere manier hongeren naar authentiek leven, naar volop mens-zijn. Het gaat over het ontsnappen aan de waan van de dag.

 

In dit vlot lezend en toegankelijk boek, dat inmiddels een bestseller is geworden, weet de abt de eeuwenoude traditie dichterbij te brengen. Daarbij komt dat hij zijn overwegingen heeft laten toetsen door het leven van de monniken van nu. De man die hier spreekt is stevig geworteld in de benedictijnse traditie én in de huidige samenleving. Hij staat met beide voeten op de grond en weet juist daardoor met veel begrip en mededogen te schrijven. Hij doet suggesties om inzichten in praktijk te brengen, vertelt anekdotes, reikt sleutels aan en zet wegwijzers uit naar de leefregel van Benedictus die heel wat herkenbare trekken blijkt te hebben.

 

Zijn verhelderende inzichten en aanwijzingen staan vaak haaks op de huidige tijdgeest. Ze nodigen ons nog al eens uit onze eigen ideeën over hoe het leven in elkaar zit te herzien. Geen vrome en zweverige praat over spiritualiteit, maar een pleidooi om onszelf niet te misleiden door de verantwoordelijkheid voor het leven af te schuiven op anderen of op de omstandigheden. Soms houdt hij ons op een humoristische en kritische manier een spiegel voor van de maatschappij waarin we leven. Zo zegt hij bijvoorbeeld dat nederigheid gaat over onze strijd om voluit mens te zijn, over het verlangen om in het echte aardse ik geworteld te zijn en je niet te laten bedriegen door de leugen van het goddelijke ik.

 

In een zestal bijeenkomsten proberen we aan de hand van Levenslessen van een abt, onze eigen inzichten en onze ervaringen op het spoor te komen van een spiritualiteit die bij ons persoonlijke en maatschappelijke leven past.

 

Dagen  Zes donderdagen (14.00 – 16.30 uur)

Data  30 sep – 14 okt – 28 okt – 11 nov – 25 nov – 9 dec
Kosten  60 euro
Begeleiding  Jetske Nicolaas en Vic Bos

Geloven met Kierkegaard

Søren Kierkegaard houdt ons een spiegel voor

Zes jaar na het verschijnen van zijn boek Vrees en beven, in 1849, schrijft Søren Kierkegaard in zijn dagboek: ‘O, als ik eenmaal dood ben zal alleen Vrees en beven al genoeg zijn om mijn naam als schrijver onsterfelijk te maken.’ Kierkegaard heeft gelijk gekregen, het boek is in talloze talen vertaald en is voor iedere tijd weer actueel.

 

Kierkegaard neemt in dit boek de geschiedenis van Abraham en Izaäk als voorbeeld van een situatie waarin het ethische niet het laatste woord heeft omdat het de mens kan weerhouden om het bevel van God onvoorwaardelijk op te volgen. Ethisch gezien is het moord om je eigen zoon te doden, terwijl het in religieus opzicht een onvoorwaardelijke plicht is om Izaäk te offeren, want God zelf heeft immers het bevel gegeven. Het eigenaardige grensconflict tussen het ethische en het religieuze weet Kierkegaard prachtig uit te beelden, te beschrijven en in de juiste context te plaatsen. Het gevaar van religieus gemotiveerd terrorisme en fundamentalisme is niet denkbeeldig. Het gaat uiteindelijk niet om Abrahams vrees het gebod om zijn zoon te doden uit te voeren of te negeren, maar om zijn rotsvaste geloof dat hij Izaäk terugkrijgt, dat voor wie gelooft niets onmogelijk blijkt en om de uiteindelijke liefde van God voor de mens. Hoe actueel is dit thema niet in onze tijd!

 

Kierkegaard lees je het best in groepsverband. Hij is soms moeilijk te verstaan. Wanneer je hem met elkaar leest, blijkt hij veel rijker te zijn dan wanneer je dit alleen doet. Hij werpt je op jezelf terug, confronteert je met de waarheid van je eigen leven.

 

Op vijf dinsdagmiddagen willen we het boek van 132 bladzijden in zijn geheel lezen en met elkaar daarover in gesprek gaan. We proberen de tekst in onze eigen ervaring en in onze eigen situatie te verstaan.

 

Bij de tekstlezing gebruiken we: Søren Kierkegaard, Vrees en Beven,Vertaling en verklarende noten van Andries Visser, Uitgeverij Damon, Budel 2006, 19,90 euro, ISBN 13 978 90 5573 737 6.

 

Dagen: Vijf dinsdagen (14.00 – 16.30 uur)

Data28 sep − 12 okt − 26 okt − 9 nov − 30 nov
Kosten50 euro
BegeleidingRiet Spierings en Krijn Kramer

De tijd te vriend houden

De levenskunst van het ouder worden

Niemand die houdt van de man met
de tijd, maar iedereen houdt hem
te vriend, want men weet dat
ieder uur telt en de teller is hij.

(Rutger Kopland)

 

De dagen gaan voorbij en een mens wordt vanzelf ouder. Toch gebeurt er veel in het ouder worden. Veel van wat eens vanzelfsprekend was in het leven gaat verloren. Op allerlei manieren kan de ouderdom ons voor het blok zetten. De gewone dagelijkse dingen vragen meer tijd. We worden voortdurend met onze neus op ons oud worden gedrukt. Ouderdom heeft op een bijzondere manier met de tijd van doen. We hebben niet zoveel tijd meer. Ieder uur en elke dag beginnen te tellen. Wanneer houdt de weg op? Willen we niet in die onzekerheid gevangen worden gezet dan is het wel zaak om de tijd te vriend te houden. (Andriessen)

 

Herman Andriessen (1927) zelf oud, gaat in zijn boek* op zoek naar een spiritualiteit in het ouder worden. Hij gaat uit van de levenservaring van andere oudere mensen die we als zijn gesprekspartners in het boek tegenkomen. Ook een enkel gedicht van M. Vasalis, Ida Gerhardt, Wisława Szymborska en Rutger Kopland zijn voor hem uitgangspunt bij het zoeken naar hoe een spiritualiteit in de derde levensfase gestalte kan krijgen.

 

In het helder geschreven en prettig leesbare boek komen thema’s aan de orde zoals: oud worden, tijd nemen, dankbaarheid, de eigen spirituele weg, ouderdomsidealen, ‘ja’ zeggen, zelf beslissen, sterven, innerlijke ruimte, beamen van de ouderdom, ‘wat heb ik er nou van gemaakt?’, gelukkig zijn, mededogen, doodgewone dingen, balans.

 

Door al deze thema’s loopt een lijn van zoeken naar hoe in het gewone dagelijkse leven in het oud worden en de ouderdom de eigen en persoonlijk doorleefde spiritualiteit gestalte kan krijgen. Dat is altijd ‘vandaag’, op het moment dat een mens leeft en probeert te maken wat er van te maken valt. Er wordt dus niet voorbijgegaan aan de moeilijkere dingen in het leven.

 

In de onderwerpen komt de ouderdom naar voren als een nieuwe wording. Een levensfase waarin een ander licht kan gaan vallen op onszelf, ons leven, op de vele dingen die lukten en de dingen die zijn mislukt. Er kan een ruimte komen waarin we voor het Levensgeheim worden geopend.

 

In de cyclus gebruiken we het boek De tijd te vriend houden.* Aan de hand van de teksten en genoemde dichters gaan we in gesprek met elkaar. We kijken naar de teksten vanuit onze eigen ervaringen met het ouder worden en oud−zijn. De ervaring is dat in het er samen over praten behalve herkenning vooral ook verdieping kan groeien. Misschien dat we zo een eigen weg kunnen gaan waarin we de ‘de tijd te vriend houden’ ofwel de innerlijke vrede vinden die in de ouderdom bij ons hoort. Leven wil tot in onze ouderdom geleerd worden, zegt de schrijver.

 

*H. Andriessen, De tijd te vriend houden. Spiritualiteit bij het ouder worden, Uitgeverij Ten Have, Kampen 2009, 139 blz., € 17.90, ISBN 978 90 259 5978 4.

 

Dagen  Vijf maandagen (14.00 – 16.30 uur)

Data  20 sep – 4 okt − 18 okt – 1 nov − 15 nov
Kosten  50 euro
Begeleiding  Wil Simis−Goddijn en Riet Spierings
De mystieke liefde van Simone Weil

Een waakzaam leven

Teksten van de Franse filosofe en schrijfster Simone Weil (1909−1943) brengen ongemakkelijke onderwerpen ter sprake: de afwezigheid van God, dorst die tevens drinken is, ongeluk, onkerkelijkheid, christendom als slavengodsdienst. Maar deze thema’s zijn doortrokken van een mystieke liefde.

 

Al heel vroeg voelt zij zich betrokken bij mensen die lijden en onderdrukt worden, aanvankelijk in een marxistische, later veel meer in een universeel religieuze en vaak expliciet christelijke context. Zij ervaart zelf aan den lijve de fysieke dwang en de economische uitbuiting van de fabrieksarbeiders in Frankrijk. Tegen deze achtergrond doet zij in 1935 een indringende ervaring op bij een toevallig aanschouwde processie in Portugal. Zij schrijft daarover:

 

Het was aan het strand. De vissersvrouwen gingen in processie langs de boten; zij droegen kaarsen en zongen, ongetwijfeld zéér oude liederen, die van een hartverscheurende droefheid waren. Niets is in staat de indruk daarvan weer te geven. Ik had nog nooit zoiets schrijnends gehoord, behalve misschien het gezang van de mannen, die de schepen over de Wolga trekken. Daar had ik plotseling de zekerheid dat het christendom bij uitstek de godsdienst van slaven is, dat slaven wel christenen móéten zijn, en dat ik tot hen behoor.

 

Met dat besef van onderdrukking gaat zij totaal anders om dan bijvoorbeeld Nietzsche die om die reden de christelijke religie als een slavenmoraal veracht, of Marx die godsdienst beschouwt als opium van het volk. Voor Simone Weil is godsdienst de plek waar liefde kan groeien en waar kan blijven worden gezongen.

 

Aan de hand van haar vaak weerbarstige maar glasheldere teksten proberen we met elkaar te zien in welke mate Simone Weils zicht op Liefde in ons eigen leven tot ruimte en kracht kan leiden.

 

Dagen: Drie zaterdagen (11.00 – 16.30 uur)

Data11 sep – 9 okt – 6 nov
Kosten60 euro
BegeleidingFrans Maas

Programma voorjaar 2009
Rond de waterput

Belangrijke ontmoetingen

Dagen: Drie vrijdagen (10.30 – 16.30 uur)
Data: 6 mrt – 20 mrt – 3 apr
Kosten: 54 euro
Begeleiding: Dinette Kooiman en Mineke Kroes

 

Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef mij wat te drinken’. (…) De vrouw antwoordde: ‘ Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’  (Johannes, 4, 6-9)

 

De waterput was en is in het Midden-Oosten een essentiële plaats. Hier wordt het levensnoodzakelijke water geput om mens, dier en boom in leven te houden, ook in tijden van droogte.

 

Naast de functie van feitelijke levensbron vonden en vinden er bij de waterput ook vele ontmoetingen plaats. Alledaagse maar soms ook verrassende of ingrijpende ontmoetingen. Ontmoetingen die het leven een andere wending geven. Ook Jezus had aan de waterput een belangrijke ontmoeting, en wel met een vrouw. Haar leven nam na deze ontmoeting een belangrijke kering.

 

Jezus had meer van zulke ontmoetingen met vrouwen in zijn leven: wijze vrouwen, zoekende vrouwen, hartstochtelijke vrouwen, wanhopige vrouwen. Eén ding hadden de vrouwen gemeen. Na deze ontmoeting was hun leven niet meer hetzelfde.

 

Jezus is de laatste jaren onmiskenbaar ‘terug’, zo meldt ons het tijdschrift ‘Happinez’. De stapel boeken met een andere kijk op het leven en de boodschap van Jezus groeit. Daarbij gaat het niet alleen maar om nieuwe ontdekkingen, interpretaties en uitgangspunten. Er lijkt ook ruimte vrijgekomen te zijn om ons met frisse moed en een onbevooroordeelde blik af te vragen wat voor mens hij eigenlijk moet zijn geweest en wat hij te zeggen had.

 

In deze cyclus lezen we een aantal verhalen waarin ontmoetingen tussen Jezus en vrouwen centraal staan. We gebruiken ze als spiegelverhalen voor ons eigen leven. Herkennen we ons in deze vrouwen, kunnen we iets van hen leren? Bieden deze verhalen ons een nieuw of breder perspectief? Of hebben wíj deze vrouwen en deze Jezus misschien iets te zeggen?

 

Naast de ontmoeting met de verhalen, is er ook de ontmoeting en het gesprek met elkaar. Ook deze nemen we mee in het verhaal van ons leven. Rond de waterput …

 

Een vader vertelt zijn kind een verhaal.

De luisteraar vertelt,
De verteller luistert.
Vader en kind worden een en al oor.
Vader en kind worden een.

(Uit: Rumi, Gedichten)

 

Als uitgangspunt gebruiken we bij deze cyclus de Bijbelverhalen zelf, aangevuld met andere teksten (o.a. van Anselm Grün) en gedichten. We proeven van de weldaad van de stilte, maken een korte wandeling of doen een meditatieve oefening in de buitenlucht.

Ook mannen zijn van harte welkom!

Betrokken leven

Verlangen naar goede dagen

Dagen: Zes donderdagen (14.00 – 16.30 uur)
Data: 5 feb – 19 feb – 5 mrt – 19 mrt – 2 apr – 23 apr
Kosten: 54 euro
Begeleiding: Lia Vergouwen en Vic Bos

 

Hoe ingericht ook, monastiek leven is niet bedoeld als een ascetische kerker waarin mensen klein en beknot worden gehouden, maar een plek om tot wasdom te komen, als persoon en als gemeenschap. Het is opmerkelijk dat deze levensstijl al ongeveer 1500 jaar vitaal is gebleven, waarbij er natuurlijk historische en lokale zorgelijke perioden zijn geweest en nog zullen komen. (Wil Derkse)

 

Wil Derkse (1952), scheikundige en hoogleraar filosofie, is als oblaat verbonden aan de Sint-Willibrordsabdij in Doetinchem. Een oblaat is iemand die, zonder zelf een monnik te zijn, belooft zich in zijn leven te laten leiden door de regel van de monniken. Voor de Sint-Willibrordsabdij is de regel van Sint-Benedictus van Nurcia (ca. 480-550) een oriënterend richtsnoer, een leidraad voor het samenleven. In 2001 publiceerde Derkse Een levensregel voor beginners. Benedictijnse spiritualiteit voor het dagelijks leven. In dit boek vertaalt de auteur het benedictijnse leven naar levensvormen buiten de context van een abdij.

 

Zes jaar later verscheen er een vervolg: Gezegend leven. Benedictijnse richtlijnen voor wie naar goede dagen verlangt, Lannoo, Tielt 2007 (144 blz.). In dit vervolg zoekt de schrijver op een realistische en inspirerende wijze antwoorden op negatieve kenmerken van de huidige tijdgeest, zoals haast, drukte, lawaai, tijdsdruk, oppervlakkigheid, vrijblijvendheid en onrust. De auteur staat onder andere stil bij stilte en rust, bij toewijding aan dagelijks werk en studie en bij de waarde van deemoed als moed om te dienen. In het voetspoor van Benedictus onderstreept hij onder meer het belang van gastvrijheid, van vruchtbaar en duurzaam rentmeesterschap, van discipline en ruimte, van aandachtig en van harte luisteren en het spreken van ‘goede woorden’. Allemaal waarden die de waan van de dag overstijgen.

 

Wil Derkses zoektocht naar grondhoudingen en voorwaarden, die vruchtbaar kunnen zijn voor de inrichting en oriëntatie van je leven, is helder en verfrissend geschreven. De praktische tips en de voorbeelden uit de gelééfde ervaring zorgen ervoor dat schrijver en lezer met beide voeten op de grond blijven.

In een zestal bijeenkomsten proberen we aan de hand van Gezegend leven en onze eigen ervaringen en inzichten op het spoor te komen van een spiritualiteit die bij ons persoonlijke en maatschappelijke leven past.

De reis van je hoofd naar je hart

Leefregels voor het bestaan van alledag

Dagen: Vijf donderdagen (10.30 – 13.00 uur)
Data: 12 feb – 26 feb – 12 mrt – 26 mrt – 9 apr
Kosten: 45 euro
Begeleiding: Wil Simis-Goddijn en Harm van Grol

 

Durf te beginnen

aan de langste reis in een mensenleven,
van je hoofd naar je hart. (…)
Ontdek dat al je verdriet wordt genezen,
al je angst van je weggenomen,
en je fantasie weer alle ruimte krijgt,
door de tedere kracht van de liefde.
Je hart wordt weer een veilige plaats
van geluk en schoonheid,
van stil en verborgen verlangen
naar het moment dat je ziel vleugels krijgt.

 

David Hodges, trappist van de abdij op Caldey Island

 

De bovenstaande tekst is te vinden in het boek: De reis van je hoofd naar je hart. Leefregels voor het bestaan van alledag, geschreven door tv-presentator Leo Fijen ( Ten Have, Kampen 2004, 183 blz. [6e druk 2007] ISBN 978 90 259 5455 0). De auteur zoekt hoe hij dichter bij de diepste stem van zijn hart kan komen om van daaruit te leven. Zijn zoektocht brengt hem bij een vijftal Nederlandse abten en abdissen van kloosters op prachtige plekken in Europa.

 

In deze cyclus lezen we de teksten van de interviews met deze vijf mensen. De abten en abdissen vertellen open over hun leven en wat hen bezig houdt. Ze laten ons delen in hun ervaringen waarin idealisme en realisme samengaan. Met hun eerlijke verhalen laten zij zien dat je de weg van je hoofd naar je hart oneindig moet gaan.

 

Trappist Daniël van Santvoort, abt op Caldey Island, vertelt over ’gevoel houden met de plaats waar je leeft’ en hoe ‘het leven op een beperkte plek je kan openen voor het eindeloze en het eeuwige’. Hij spreekt over ‘het leven gewoon te laten ademen’, over de donkere kanten van het bestaan, over de leegte die geen afwezigheid is en over God als het onverwachte in ons leven.

 

Zuster Minke de Vries, ex-priorin van Grandchamp, vertelt over de schepping en de zorg voor de schepping, over hoe we voor elkaar als bloemen mogen zijn, over het kwaad dat in onszelf huist, over vertrouwen en vergeving.

 

Trappist Bruno Gooskens, abt van Mariawald, spreekt over eenzaamheid en stilte, over hoe hij ervaart dat God er altijd is en dat wij er niet altijd zijn, over het bevrijdende van vergeving en dat het om het leven in het hier en nu gaat.

 

Benedictines Elaiè Bollen, abdis van Lioba, maakt ons deelgenoot van haar denken over barmhartigheid, hoe barmhartigheid je hele leven kan omkeren. Ze vertelt dat zelfs uit het duister leven kan voortkomen en wat zij als heilige plekken ervaart. Voor haar is stil worden niet altijd de ogen sluiten. Het kan ook betekenen de ogen openen. ‘Stilte geeft me de kans af te dalen naar de deur van mijn hart.’

 

Marcellin Theeuwes, prior van de kartuizers van La Grande Chartreuse. In dit strengste klooster ter wereld wordt maar uiterst zelden een interview gegeven. Woorden als eenzaamheid en stilte komen steeds terug in het gesprek. ‘Stilte is nodig om jezelf te beluisteren, om te ontdekken dat de diepste horizon waar we toch allemaal naar verlangen diep in onszelf ligt.’ (…) ‘Ik hoef de hele wereld niet over, ik heb de hele wereld al.’

 

In deze interviews liggen heel wat aanknopingspunten voor hedendaagse zoekers die niet in contemplatieve ordes leven. Gespreksonderwerpen die het leven raken en misschien richting geven om in de huidige tijd af en toe meer vanuit het hart te leven.

Mystieke aandacht en geestelijke gezondheid

Tekstlezing: Juan de la Cruz en andere mystici

Dagen: Drie zaterdagen (11.00 – 16.30 uur)
Data: 17 jan – 14 feb – 7 mrt
Kosten: 54 euro
Begeleiding: Frans Maas

 

Er wordt beweerd dat volgehouden meditatie de menselijke geest weerbaar zou maken tegen depressiviteit en andere eigentijdse kwalen. Dit wordt met onderzoek gestaafd.

 

We lezen fragmenten van Johannes van het Kruis en andere mystici. Deze teksten zijn geschreven in hun eigen dynamiek naar God toe. We lezen ze met op de achtergrond de vraag naar een mogelijk verband en misschien ook verschil tussen mystieke aandacht en mentale vitaliteit.

 

Het zoeken naar zo’n positief verband tussen mystiek/spiritualiteit en menselijk welzijn zal zeker ook kritisch moeten blijven. Want wat gebeurt er, wanneer we spiritualiteit langs de invalshoek van de functionaliteit – dus waarvoor het op het vlak van menselijke behoeften nuttig is – benaderen? Hier geldt wellicht wat voor geloof en religie überhaupt geldt, wanneer het om hun potentieel aan menselijk welzijn gaat.

 

In de klassieke fundamentele theologie wordt de kwestie als volgt gesteld: Geloof kan alleen een antropologische functie vervullen, als het geloof niet vanuit die functie begrepen wordt, als het met andere woorden niet om die functie gaat. Of positief geformuleerd: Geloof is heilzaam op het menselijk vlak, maar slechts als neveneffect van een inzet op iets anders, namelijk op God. Als spiritualiteit in een context van bijvoorbeeld psychische balans of weerbaarheid tegen eigentijdse kwalen een bijdrage levert, kan dat alleen doordat er een andere grondintentie voorop staat in de spiritualiteit. De functionele bijdrage is een bijeffect, onrechtstreeks, misschien zelfs onbedoeld. Spiritualiteit werkt, dat is zeker, maar zij werkt in het voorbijgaan, op weg naar een verder liggende bestemming, in de nadering tot God. Naarmate men uitdrukkelijker op dat effect gericht is, grijpt men naar de periferie van spiritualiteit en die zal gauw leeg zijn, wanneer zij niet vanuit haar centrum telkens volstroomt.

What’s in a name?

De zeggingskracht van een naam

Dagen: Zes woensdagen (10.00 – 12.30 uur)
Data: 14 jan – 28 jan – 11 feb – 25 feb – 11 mrt – 8 apr
Kosten: 54 euro
Begeleiding: Tony Lindijer en Riet Spierings

 

Maria Magdalena op Paasmorgen

 

Ik was een schreiend kind, ik moest maar weggaan

voordat ze zouden lachen om mijn dwaasheid;
ik moest maar weggaan, net als al de anderen,
weg uit de spooktuin, uit het valse licht,
als al de anderen. En ik keerde me om
en veegde met mijn mouw mijn tranen weg,
toen ik de tuinman zag. Hij stond er zo
gerust en groot. En ’t was of al de bloemen
nu opeens bloemen werden en de bomen
hun groen herkregen, toen hij naar me keek,
en of ik niet alleen meer was, en of
het graf achter mijn rug niet meer bestond,
niet meer als leegte, als holle angst, en of
een leeuwerik opschoot in zijn stem: Maria!

 

Michel van der Plas (Fragment uit: Maria Magdalena op Paasmorgen)

 

Je naam te horen … het overkomt ons dag in dag uit. Maar wanneer gebeurt het dat bij het horen van je naam alles in je in beweging komt en heel de wereld rondom een andere kleur krijgt? Wat Maria Magdalena meemaakt op die prille Paasmorgen is dat wonderlijk, buitenissig? Of herkenbaar, misschien …?

 

Vanaf onze geboorte dragen we de naam, die ons werd gegeven en waar we al of niet gelukkig mee zijn. We worden ermee aangesproken en hij is ons eigen geworden. We zijn bekend bij onze naam en dragen hem met ons mee waar we ook gaan. Onze identiteit is ermee verbonden. Wie is er niet gevoelig voor hoe haar/zijn naam wordt gebruikt? Terecht of ten onrechte – ontlenen mensen macht en aanzien, eer of minachting aan een goede of slechte naam en faam.

 

Van oudsher spreekt de naam tot de verbeelding. In verschillende religieuze tradities is de naam een centraal thema dat met verhalen en rituelen is omgeven. Zo kent ook de Schrift talloze verhalen over naamgeving, over geroepen worden, over zending en opdracht, over naam en levensbestemming.

 

En de naam van ‘God’? Al beseffen wij vanaf mensenheugenis dat ‘de ziel van ons bestaan’ onuitsprekelijk is, toch roept ieder mens en iedere generatie opnieuw de Onnoembare in ontelbare variaties bij een ‘eigen’ naam.

 

In deze cyclus gaan we na wat in naamgeving verborgen ligt aan zin en betekenis en welke zeggingskracht ervan kan uitgaan, positief of negatief. We lezen daarbij enkele roepingsverhalen uit de Schrift en beluisteren opnieuw het verhaal van Maria Magdalena uit het evangelie volgens Johannes en het gedicht Maria Magdalena op Paasmorgen van Michel van der Plas. We willen ook de kerkelijke traditie met haar rijke rituelen rond naam en naamgeving (bv. bij doop en uitvaart) in deze cyclus betrekken.

 

En wat gebeurt er als een kind wordt gedoopt in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest? Op een hele speciale manier beschouwt Hildegard van Bingen de doop in één van haar visioenen: Vrouwe Kerk. Naast dit visioen zullen we gaandeweg nog andere teksten en gedichten bezien en bespreken. En dan zijn er nog onze eigen verhalen rond:

What ’s is in a name?

Spiritualiteit slaat toe!

Drie oriëntaalse films

Dagen: Drie zaterdagen (11.00 – 16.00 uur)
Data: 10 jan – 24 jan – 7 feb
Kosten: 54 euro

Begeleiding: Marjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

 

In deze cyclus worden drie oriëntaalse, magisch-realistische films vertoond en besproken. Deze films laten zien dat spiritualiteit helemaal niet soft is, maar juist ingrijpend kan toeslaan.

 

Spring, summer, fall, winter… and spring (Kim Ki-duk, Korea, 2003). Een oude, wijze boeddhistische monnik leeft in een drijvende tempel. We zien hoe hij ‘in de lente’ een kleine jongen leert mededogen te hebben met al wat leeft. Jaren later ‘in de zomer’ ondervindt de inmiddels jongeman wat begeerte is. ‘In de herfst’ betaalt hij daarvoor een zware prijs. Als hij ‘in de winter’ terugkeert naar de tempel heeft hij alles geleerd om zelf monnik te worden.

 

Kadakh (Brosens & Woorward, Mongolië, 2007) toont ons Bagi, een jonge Mongoolse schaapherder, die weigert gehoor te geven aan zijn roeping om sjamaan te worden. Zo’n weigering blijkt levensgevaarlijk. In prachtige beelden vertelt Kadakh over de clash tussen een traditionele levenswijze en spiritualiteit (één met voorouders en natuur) en een kapitalistische samenleving. Kan een nomadenvolk daarin overleven?

 

The Return (Zviaguintsev, 2003) verbeeldt de barre overlevingstocht van twee broers, de 12-jarige Ivan en de 15-jarige Andrei, en hun verloren gewaande vader. Andrei gehoorzaamt zijn vader, Ivan komt in opstand. Wie is toch die onvoorspelbare, zwijgzame vader die de ene keer uit pure willekeur en dan weer barmhartig lijkt te handelen? De fascinerende film laat meerdere (religieuze) interpretaties toe.

Programma najaar 2009
Van de schoonheid en de troost

Wat het leven de moeite waard maakt

Van de schoonheid en de troost: zo luidt de titel van een veelgeprezen en bekroond programma dat Wim Kayzer indertijd maakte voor de VPRO-televisie. Hij interviewde 26 befaamde kunstenaars, schrijvers, wetenschappers, filosofen en musici over datgene wat het leven voor hen de moeite waard maakt. Hoe weten zij te leven te midden van de vaak chaotische alledaagse werkelijkheid?

 

Kayzer legde hen de vraag voor wat in hun leven schoonheid vertegenwoordigt en of die schoonheid in staat is om troost te bieden in een somtijds mistroostig en bar bestaan. Een moeilijke vraag, waarop zijn gesprekspartners zoekend en tastend een antwoord zochten, zowel vanuit hun werk als hun persoonlijke leven. De reacties waren zeer uiteenlopend. Waar voor de een schoonheid en troost zitten in de ordening van het heelal, vindt een ander deze juist in het onvoorspelbare en het vergankelijke. Maar ook in muziek, oude familiefoto’s en zelfs in verdriet kan schoonheid schuilgaan.

 

Aan de hand van enkele indrukwekkende interviews zullen ook wij ons in deze cyclus bezighouden met de vraag wat ons leven de moeite waard maakt. Wat biedt mij zowel schoonheid als troost om me te verzoenen met het leven en met mijn persoonlijke leven?

 

We bekijken interviews met de filosoof Roger Scruton, de biologe Jane Goodall en de dichter en psychiater Rutger Kopland.

 

Deze cyclus heeft jarenlang veel belangstelling getrokken in het voormalige vormingscentrum van de norbertijnenabdij te Heeswijk o.l.v. Wil van der Heijden, en wordt nu vanwege grote belangstelling voor de tweede maal aangeboden in het KCS.

 

Bij de serie is destijds ook een boek verschenen:

Wim Kayzer, Het boek van de schoonheid en de troost, Olympus, 2000, 13de druk 2008, 333 blz., ISBN 978 90 467 0273 4.

 

In de bijeenkomsten zullen we graven naar de onderstroom die ons leven kleurt, maar waar we doorgaans niet zo uitvoerig bij stilstaan. Wie gelooft dat schoonheid en troost geen illusies zijn, maar mogelijk kunnen bijdragen aan een zinvol bestaan, is van harte welkom.

 

Dagen: Drie vrijdagen (11.00 – 16.30 uur)
Data23 okt – 6 nov – 20 nov
Kosten54 euro
BegeleidingWil van der Heijden en Lia Vergouwen

De rijkdom van onze levensweg

Leren van elkaars ervaringen

Eén van de sterke troeven van het Karmelitaans Centrum voor Spiritualiteit is het aanreiken van de mogelijkheid tot vertrouwvolle gesprekken en tot het leren van elkaars levenservaringen naar aanleiding van een gekozen thema.

 

Een onderwerp dat velen bezighoudt is ‘de invulling van onze levensweg’. Is mens-zijn niet op weg zijn? Waar vandaan en waar naar toe? Hoe verloopt onze levensweg? Zijn er hedendaagse wegwijzers? Niet alle wegwijzers van vroeger zijn kennelijk zondermeer nog voldoende.

 

Door de wetenschappelijke ontwikkelingen, moderne communicatie- middelen, het openbreken van andere werelden worden wij met nieuwe wegen in contact gebracht. Dat kan verwarring bij ons oproepen, onze oorspronkelijke weg wordt soms onder kritiek gesteld met als gevolg de vraag: ‘Is de door mij ingeslagen weg nog wel zinvol en inspirerend?’ Kortom: ‘Is het nog de juiste weg?’

 

Kan het zijn dat onze route deels aan vernieuwing toe is? Heeft het zin onze levensweg af en toe te herijken? Zijn er wellicht ‘nieuwe’ verrijkende elementen ‘onderweg’ op te nemen? Zou de toegang naar de spirituele bron in mijzelf verbreed en verdiept kunnen worden tot vreugde van ons mens- en medemens-zijn?

 

Het kan een erg boeiende tocht worden wanneer onze innerlijke levensbron sterker wordt geactiveerd in samenspraak met teksten uit de Bijbel, uit andere levensgebieden, menselijke ontmoetingen en/of menselijke ervaringen.

 

Zie hier het thema: De rijkdom van onze levensweg.

 

  • Drie dagen gaan we met elkaar onderweg, luisterend naar elkaars verhalen met als leidraad: Zijn er teksten in de Bijbel, die je speciaal geraakt hebben en die zicht hebben gegeven op jouw levensweg?
  • Zijn er liturgische momenten richtingbepalend voor je geweest?
  • Hebben daarnaast nog andere teksten, voorwerpen of ontmoetingen je wegrichting bepaald?

Dagen: Drie maandagen (10.30 – 16.00 uur)

Data19 okt – 26 okt – 9 nov
Kosten54 euro
BegeleidingWim Bonarius en Joop Stam

Van opgesloten naar bevrijd

Drie ontroerende films over leven in isolement

We bekijken en bespreken drie Europese films die sterk verschillen van toon en thema, maar die alle drie laten zien, hoe mensen op een of andere manier vastzitten en wegen vinden om zichzelf met behulp van anderen te bevrijden uit hun isolement (Van locked-in, naar locked-out).

 

In Il y a longtemps que je t’aime van Philippe Claudel volgen we een vrouw die na haar gevangenisstraf bij haar zus gaat wonen. Zij is jarenlang opgesloten geweest, fysiek, maar ook psychisch. Langzaam maar zeker komen we erachter wat haar ‘misdaad’ is. Met behulp van haar zus en vooral met de hulp van een vriend slaagt zij er heel geleidelijk in uit haar zelfgekozen isolement te komen, uit haar psychische dood als het ware. Zij leert weer deel te nemen aan het leven en aan de liefde …

 

In The diving bell and the butterfly van Julian Schnabel belandt hoofdredacteur van modemagazine Elle na een infarct in een locked-in syndroom, een zeer hoge dwarslaesie. Het enige wat hij nog kan is horen en met één oog zien. Dankzij zijn logopediste leert hij een boek te ‘dicteren’ door met zijn ooglid te knipperen. Zijn locked-in syndroom ervaart hij als leven in een duikerspak: opgesloten, ademhalend door een slang. Maar gelukkig heeft hij zijn verbeelding nog waarmee hij af en toe kan wegvlinderen. Tot hij sterft …

 

In de Zweedse film Så som i himmelen (As it is in heaven) van Kay Pollak keert een beroemde dirigent voor een verplichte rustkuur terug naar het geboortedorp dat hij ooit is ontvlucht. Daar komt hij erachter dat niet alleen hijzelf, maar ook de dorpsbewoners opgesloten blijken te zitten in sociale, religieuze en psychische patronen. Als hij dan op heel unieke wijze het plaatselijke koor gaat dirigeren, komt er weer leven in de brouwerij en weet iedereen met behulp van elkaar zichzelf en zijn of haar eigen unieke toon terug te vinden. Én de muziek van de sferen …

 

Dagen: Drie zaterdagen (11.00 – 16.30 uur)

Data10 okt – 24 okt – 14 nov
Kosten54 euro
BegeleidingMarjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

Teresa van Avila

De draagkracht van eigen ervaring

Gedurende enkele jaren verlangde ik in de gebedstijd heel dikwijls meer naar het einde ervan en naar de slag van de klok, dan naar andere goede dingen. (…) Opdat ik niet zou gaan bidden maakte de duivel, of mijn slechte gewoonten, het me ongelooflijk moeilijk. (…) Al mijn moed – en naar men zegt, bezit ik er niet weinig – had ik nodig om me te overwinnen. (…) Het gebed was, klaar en duidelijk, hét geneesmiddel voor al mijn kwalen. (…) Er zal nog veel gezegd worden over het God-smaken dat de Heer geeft aan wie in gebed volhardt. Daarom spreek ik er hier niet over. Ik zeg alleen hoe het gebed de deur is waardoor de Heer mij zo’n grote gunsten schonk. Is die gesloten, hoe zal Hij dan geven. Ik weet het niet.

(Teresa van Avila, Mijn leven, 8, 7-9).

 

In de zestiende eeuw komt er grote aandacht voor de persoonlijke ervaring als een belangrijke impuls voor het geloofsleven en de Godsrelatie. Met uiteenlopende anderen, zoals Johannes van het Kruis, Ignatius van Loyola en Maarten Luther, is ook Teresa van Avila een groot paradigma van deze religieuze stijl. Maar ervaring is ook moeizaam, want controversieel en ambivalent.

 

We lezen met het oog daarop haar autobiografie:

Teresa van Avila, Mijn leven. Autobiografie, Carmelitana, Gent 1984, 502 blz., ISBN 90 70092 29 8.

Voor wie nog onbekend is met Teresa is het zinnig iets over haar te lezen, bijvoorbeeld: Otger Steggink, Teresa van Avila, Vrouw – mysticia – kerklerares, Kok, Kampen 2009, 144 blz., ISBN 978 90 435 1606 8 (licht gewijzigde versie van: Aan de bron. Teresa van Avila: vrouw en mystica, Kok, Kampen 1989, 114 blz., ISBN 90 242 4289 4); of een levensbeschrijving over haar, bijvoorbeeld die van Marcelle Auclair, Gods dolende edelvrouwe. Leven van Teresia van Avila (1515-1582),Carmelitana, Gent 1981, 499 blz., ISBN 90 70092 19 0.

 

Dagen: Drie zaterdagen (11.00 – 16.30 uur)

Data3 okt – 7 nov – 12 dec
Kosten54 euro
BegeleidingFrans Maas

Leven met aandacht

Gelukkig willen zijn

Elke keer dat men werkelijk aandacht schenkt,
breekt men een stukje  kwaad in zichzelf af.
 (Simone Weil)

 

Christopher Jamison (1951), abt van Worth Abbey in het Engelse Sussex, is door de in 2005 uitgezonden spraakmakende tv-reeks The Monastery (Het Klooster) een zeer bekende monnik geworden. Vijf moderne mannen verbleven veertig dagen en nachten in de benedictijnenabdij waar Jamison abt is. In deze periode namen ze deel aan het leven van de monniken, terwijl tv-camera’s hen in hun eerlijke zoektocht volgden en zo hun ontwikkeling vastlegden. De wijsheid van de abt en de monniken maakte een diepe indruk op dit vijftal en op de talrijke BBC-kijkers.Na deze, voor velen verrassende tv-serie schreef Christopher Jamison, die voordat hij in 2002 tot abt werd gekozen 30 jaar leraar was, twee inspirerende boeken, waarin hij de waarde van de monastieke weg propageert en laat zien hoe deze levenswijze ook buiten de context van een abdij van betekenis kan zijn. In zijn eerste boek Levenslessen van een abt. De zeven stappen naar een leven volgens Benedictus (Lannoo, Tielt 2007) laat de auteur zien hoe belangrijk de inzichten van Benedictus van Nurcia (ca. 480-550) kunnen zijn voor mensen buiten het klooster. De abt spreekt vooral mensen aan die in de drukte en de chaos van alledag op zoek zijn naar ruimte en rust en op een of andere manier verlangen naar authentiek leven.

 

Zijn tweede boek Gelukslessen van een abt. De benedictijnse weg naar een goed leven (Vertaald door Maria ter Steeg, Lannoo, Tielt 2008, 232 blz., ISBN 978 90 209 8043 1) heeft als onderwerp het vinden van geluk en menselijke vervulling. Monastieke wijsheid en traditie leiden tot het inzicht dat geluk niet op ons wacht op het einde van een zoektocht, maar dat je geluk krijgt door jezelf te geven en te delen. Geluk is een gave, een geschenk en niet het resultaat van een prestatie. Het is de vrucht van geven en ‘durven’ ontvangen. De rode draad door dit werk is dat geluk ons langs een omweg, indirect bereikt, als het ons lukt de oorzaken van onvrede en onbehagen weg te nemen, als we het aandurven onszelf in alle oprechtheid onder ogen te zien en onszelf aanvaarden zoals we zijn.

 

Abt Christopher gaat uit van de klassieke Acht Gedachten die in het leven van de monniken een rol spelen. Van deze gedachten – te weten: Gulzigheid, Begeerte, Hebzucht, Woede, Droefheid, Akedia, IJdelheid, Hoogmoed – zijn de Zeven Hoofdzonden afgeleid. Opvallend is dat de schrijver zijn overwegingen van de Gedachten begint met de oude monastieke akedia, spirituele onverschilligheid, lusteloosheid, onachtzaamheid, zorgeloosheid. Hij doet dit omdat volgens hem deakedia, de geestelijke onverschilligheid of apathie de grootste bron van ongelukkig zijn is in onze wereld.

 

In dit vlot lezend en toegankelijk boek weet de abt de eeuwenoude traditie dichterbij te brengen. Daarbij komt dat hij al zijn overwegingen heeft laten toetsen door het leven van de monniken van nu. De man die hier spreekt staat dan ook met beide voeten op de grond en weet juist daarom met veel begrip en mededogen te schrijven. Hij doet suggesties om inzichten in praktijk te brengen, vertelt anekdotes, zet wegwijzers uit en reikt essentiële sleutels aan. Zijn raadgevingen en aanwijzingen staan vaak haaks op de huidige tijdgeest. Geen vrome praat en zoete broodjes over geluk, maar een pleidooi om onszelf niet te misleiden door de verantwoordelijkheid voor het leven af te schuiven op anderen of op de omstandigheden. Een oproep om de confrontatie aan te gaan met onze demonen (de Acht Gedachten), ze openlijk tegemoet te treden en ze uit te schakelen.

 

In een zestal bijeenkomsten proberen we aan de hand van Gelukslessen van een abt en onze eigen inzichten en ervaringen op het spoor te komen van een spiritualiteit die bij ons persoonlijke en maatschappelijke leven past.

 

Dagen: Zes donderdagen (14.00 – 16.30 uur)

Data1 okt – 15 okt – 29 okt – 12 nov – 19 nov – 17 dec
Kosten54 euro
BegeleidingJetske Nicolaas en Vic Bos

Wijsheid van Kierkegaard

Søren Kierkegaard houdt ons een spiegel voor

Er verschijnen de laatste tijd weer veel vertalingen van de werken van de Deense filosoof en theoloog Søren Kierkegaard (1813–1855). Hij leefde meer dan anderhalve eeuw geleden, maar nog steeds spreekt hij ons aan. Het is wonderbaarlijk hoe hij het raadsel van het leven nader probeert te verklaren en op te lossen, zoekend naar een verbinding tussen zijn eigen menselijke ervaringen en de religieuze wortels die hij vanuit zijn opvoeding aangereikt krijgt. Op dat grensvlak van psychologie en religie begeeft hij zich. Hij onderzoekt, verhaalt, verklaart op een zodanige manier dat de lezer gedwongen wordt de opgeworpen vragen zelf te beantwoorden. Ieder mens is uniek en ieder mens zal zijn eigen antwoorden hebben. Kierkegaard geeft de denkrichting aan, maar laat het antwoord over aan de lezer.

 

Er zijn veel parallellen te trekken met onze eigen tijd: de idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap kwamen in Kierkegaards tijd onder spanning te staan en ook nu staat de menselijkheid onder druk. Afgunst en wantrouwen, het ontlopen van echte betrokkenheid hebben een concurrentiesamenleving voortgebracht, die ons in een diepe economische crisis heeft gestort. Hoe mens te blijven in een wereld die slechts oog heeft voor de buitenkant en materieel gewin vooropstelt?Kierkegaard stelt de juiste vragen en helpt ons onze eigen antwoorden te vinden.

 

De onlangs overleden franciscaan en Kierkegaardkenner Hans van Munster heeft voor elke dag van het jaar teksten uit Kierkegaards werken verzameld en vertaald. De teksten die ter overweging worden aangeboden, gaan over de gewone dingen van het leven: goed en kwaad, God nodig hebben, ironie, lijden, zorg voor stilte, mens-zijn, hoop op eeuwigheid enzovoort.

 

De teksten zijn op een zodanige manier gegroepeerd, dat zij met elkaar in gesprek gaan en de lezer vragen om mee te praten en zijn eigen bestaan in te brengen, zo staat op de omslag van de bundel te lezen.Aan hand van het boek Wijsheid van Kierkegaard. 365 teksten voor elke dag van het jaar, (verzameld, vertaald en ingeleid door Hans van Munster, Lannoo, Tielt 2006, 344 blz., ISBN-10 90 209 6775 4, 19,95 euro), willen we op zoek gaan naar onze eigen ervaringen en deze respectvol met elkaar delen. We hopen ons zo aan de wijsheid van Kierkegaard en aan de inbreng van elkaar te verrijken.

 

Dagen: Zes dinsdagen (14.00 – 16.30 uur)

Data29 sep – 13 okt – 27 okt – 10 nov – 24 nov – 8 dec
Kosten54 euro
BegeleidingRiet Spierings en Krijn Kramer

Programma voorjaar 2008
De Koningin en de Wilde Vrouw

De kracht van vrouwelijke archetypen in de bijbel

Dagen: Drie vrijdagen (10.30 – 16.30 uur)
Begeleiding: Dinette Kooiman en Minke Kroes

 

Welke vrouw voelt zich een ‘koningin’? En wie zou zich als ‘wilde vrouw’ willen typeren? Veel vrouwen voelen zich aangetrokken tot deze beelden, maar het blijkt nog niet zo eenvoudig deze facetten van vrouw zijn in jezelf toe te laten.

 

Archetypische beelden betreffen onze psychische ervaringen die ons sinds de vroegste tijden bewegen. In deze beelden komen krachten en ervaringen naar boven die ieder in zich heeft en ook kan ervaren.

 

Anselm Grün heeft samen met zijn jongere zus Linda Jarosch veertien vrouwelijke arche-typen beschreven en deze verbonden met vrouwenfiguren uit de Bijbel. Deze beelden zijn bedoeld om vrouwen te helpen hun eigen wezen te ontdekken en vanuit de innerlijke rijkdom van hun vrouw zijn te leven. Ook kunnen deze beelden vrouwen sporen aanreiken om wonden te helen die valse vrouwbeelden hen hebben toegebracht en hen helpen hun eigen heelheid te vinden. Daarbij staan de ‘wilde vrouw’ (Tamar) en de ‘koningin’ (Es-ter) centraal. Volgens de schrijvers zijn deze twee typen wezenlijk voor het vrouw zijn. Als een vrouw deze typen in zichzelf toelaat, zal ze ook de andere typen, zoals bijvoorbeeld de ‘moeder’(Eva), de ‘priesteres’ (Lydia), de ‘hartstochtelijk liefhebbende vrouw’ (Maria Magdalena) en de ‘lachende vrouw’ (Sara) een zinvolle plaats in haar leven kunnen geven.

 

Bij nadere lezing blijken al deze vrouwen in de Bijbel boeiende persoonlijkheden, die ons een levendige indruk geven van wat er met de genoemde archetypen wordt bedoeld.

 

De auteurs hebben het boek geschreven met het doel vrouwen te stimuleren in gesprek met andere vrouwen én met mannen te ontdekken wat hun diepste identiteit is, zodat ze deze ook meer kunnen beleven en zich er over verheugen. Ditzelfde doel beogen wij in deze cyclus.

 

In drie vrijdagen laten we de verschillende archetypen aan bod komen en gaan hierover met elkaar in gesprek. Ook mannen zijn van harte uitgenodigd! Om aan de cyclus te kun-nen deelnemen dient u het boek van Anselm Grün en Linda Jarosch (Je ware vrouwelijkheid ontdekken.Ten Have/Lannoo, 2006. ISBN: 90 599 5993 0) ter beschikking te hebben.

Wanneer God begraven is…

Lezen in het dagboek en de brieven van Etty Hillesum

Dagen: Acht donderdagen (14.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Lia Vergouwen en Vic Bos

 

Etty Hillesum (1914 – 1943) was een jonge, joodse vrouw, die volop bezig was zichzelf te ontdekken toen de tweede wereldoorlog uitbrak. In een dagboek liet zij openhartig zien hoe intens ze zocht naar de zin van het leven en hoe ze worstelde om alles, het mooie én het absurde, een plaats te geven in haar bestaan.

 

26 Augustus (1941), Dinsdagmiddag

Binnen in me zit een heel diepe put. En daarin zit God. Soms kan ik erbij. Maar vaker liggen er stenen en gruis voor die put, dan is God begraven. Dan moet hij weer opgegraven worden.

 

23 Juli (1942), Donderdagavond, 9 uur

Toen ik gisterenavond dat grote eind door de regen gelopen had met die blaar onder aan m’n voet, ben ik toch op het eind nog een straatje omgelopen om een bloemenkar te zoeken en ik kwam met een grote bos rozen thuis. En daar staan ze. Ze zijn net zo werkelijk als al de ellende, die ik op een dag meemaak. Er is voor veel dingen plaats in één leven. En ik heb zo-veel plaats, mijn God.

 

Uit de brieven die Etty Hillesum vanuit het doorgangskamp Westerbork schreef, blijkt hoe zij in die barre werkelijkheid met beide benen op de grond was komen te staan.

 

Westerbork, 24 Augustus, 1943

Als ik denk aan die gezichten van het groengeüniformeerde, gewapende begeleidingspelo-ton, mijn God, die gezichten! Ik heb ze stuk voor stuk bekeken, verdekt opgesteld achter een venster, ik ben nog nooit van iets zo geschrokken als van deze gezichten. Ik ben in de knoei geraakt met het woord, dat het leidmotief van mijn leven is: En God schiep de mens naar Zijn Evenbeeld. Dat woord beleefde een moeilijke ochtend met mij.

 

Op acht donderdagmiddagen wisselen we uit wat ons in het dagboek en de brieven van Etty Hillesum het meest heeft geraakt. In gesprek met elkaar hopen we door te dringen tot wat haar bezielde en tot de kracht die ons doet leven.

 

Bij de tekstlezing gebruiken we: Etty. De nagelaten geschriften van Etty Hillesum 1941 – 1943. Uitgeverij Balans, Amsterdam 1986.

Mystieke Duetten

De kracht van vriendschap

Dagen: Vijf woensdagen (10.00 – 12.30 uur)
Begeleiding: Tony Lindijer en Riet Spierings

 

Een vriendschap voor het leven. Zoiets kan ontstaan door het beleven van ingrijpende gebeurtenissen of bijzondere ontmoetingen. Mensen die het meemaken weiden er meestal niet over uit. Er is een besef van verbondenheid, ook al leven deze vrienden soms op grote afstand van elkaar en ontmoeten ze elkaar zelden. Met iemand iets meege-maakt hebben wat diep raakt kan een speciale band scheppen die aan anderen moeilijk is uit te leggen.

 

Hechte vriendschappen kunnen ook voorkomen op grond van zielsverwantschap. Men-sen voelen zich begrepen en vertrouwd bij elkaar. Zij herkennen elkaar in een soort ge-lijkgestemdheid van gedeelde verlangens, drijfveren en idealen. Zij ervaren dat ze elkaar iets te bieden te hebben, wat beiden goed doet. Zo een vriendschap kan veel betekenen, omdat ze berust op een vorm van natuurlijke affiniteit, maar vooral omdat ze wordt ge-dragen door geloof en vertrouwen in de ander en in de persoonlijke weg die zij of hij gaat.

 

Met iemand kunnen delen wat je pijnlijk bezighoudt, verlangt en hoopt is iets wat niet iedereen zomaar overkomt. Een vriendschap met een geest of zielsverwant(e) is daarom waard om ‘gekoesterd’ te worden.

 

De mystieke traditie kent beschrijvingen van unieke vriendschapsbanden tussen twee personen: mystieke duetten. Het zijn fragmenten uit levensverhalen waarin onverwacht de affectieve, menselijke trekken naar voren komen van vrouwen en mannen, die alle kaarten gezet hebben op een leven met God. Niet te min laten ook zij zien hoe ze inspira-tie, kracht en voldoening putten uit menselijke vriendschap. Een relatie die hen stimuleert op de weg van geestelijke groei.

 

Augustinus is hiervan een klassiek voorbeeld. Vriendschap is voor hem een soort levens-noodzaak. In zijn boek Augustinus verhaalt T.J. van Bavel er uitgebreid over. Twee dingen, schrijft Augustinus in zijn ‘Belijdenissen’, zijn noodzakelijk in deze wereld: het leven en de vriendschap. (…) Kernstuk van de vriendschap is de liefde en wel een wederkerige, steunend op een gezamenlijke inzet: gemeenschappelijke belangstelling, gemeenschappelijke liefheb-berij, gemeenschappelijk belang, gemeenschappelijke ideeën of idealen. (…) Wat was het anders dat mij vreugde gaf dan te beminnen en bemind te worden?

 

In de geschiedenis zijn verschillende voorbeelden te vinden van geestverwanten die in voortdurend gesprek met elkaar hun leven vorm hebben gegeven. Hoe het wel en wee van de ander hen beroert, vreugde geeft en pijn doet en hoe diepe genegenheid soms met grote eenzaamheid gepaard gaat.

 

Otger Steggink schrijft in Aan de bron. Teresa van Avila, vrouw en mystica, over de bijzon-dere vriendschapsbeleving van Teresa met pater Jerónimo Gracián. Steggink noemt het een pijnlijke bekentenis van Teresa als zij een maand voor haar dood aan haar grote vriend Gracián schrijft: Het is niet genoeg mij herhaaldelijk te schrijven om mijn verdriet weg te nemen, ofschoon mij het zeer goed heeft gedaan te vernemen dat u het goed maakt. (…) Ik weet niet wáárom, maar ik heb uw afwezigheid in deze omstandigheden zo scherp ge-voeld, dat ik geen lust meer had u te schrijven. Daarom heb ik dit tot nu toe, nu de noodzaak mij dwingt, uitgesteld.

 

In deze cyclus laten we ons inspireren door de bundel Mystiek Duet. Tweestemmigheid binnen christelijke spiritualiteit, onder redactie van Bert Blans (ISBN 90 5625 236 4, Uitge-verij Valkhofpers, 2006), waarin dergelijke vriendschappen beschreven staan. Het gaat bijvoorbeeld om Augustinus en zijn relatie tot zijn moeder Monnica en tot zijn vrienden; de verbondenheid van Franciscus en Clara; de vriendschap van Teresa van Avila met Jo-hannes van het Kruis en vooral die met Jerónimo Gracián. Daarnaast willen we ook ande-re spirituele vriendschappen met hun eigen kleur en betekenis op het spoor komen door middel van korte teksten, die door deze mensen zelf zijn geschreven. We hopen dat we het belang van geestelijke vriendschap en de betekenis ervan voor onszelf meer leren ontdekken en waarderen.

Wislawa Szymborska

Onder één kleine ster

Dagen: Vijf maandagen (14.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Janneke Krijger en Cees Savelkouls

 

Soms droom ik van situaties die nooit waar kunnen worden. Zo verbeeld ik me bijvoorbeeld stoutmoedig dat ik de kans krijg om met Prediker te praten, de schrijver van die ontroeren-de klacht over de vruchteloosheid van alle menselijk pogen. Ik zou diep voor hem buigen, want hij is tenslotte een van de grootste dichters, voor mij tenminste. En dan zou ik zijn hand grijpen. ‘Er is niets nieuws onder de zon,’ dat schreef jij Prediker. Maar je bent zelf onder de zon geboren. En het gedicht dat jij schiep, is ook nieuw. Want niemand vóór jou schreef het op. En al je lezers zijn ook nieuw onder de zon, want wie vóór jou leefde kon het gedicht niet lezen. (…) En Prediker ik wil ook nog vragen aan wat voor nieuwe dingen onder de zon je nu wilt gaan werken. Een nadere toevoeging aan de gedachten die je al neerschreef? Of zou je sommige ervan nu willen weerspreken? In je eerdere werk noemde je vreugde – het geeft toch niet dat ze vergankelijk is? Misschien gaat je nieuwe onder de zon gedicht dus wel over vreugde. Heb je aantekeningen, een paar ontwerpen? Ik betwijfel dat je zult zeggen: ‘Ik heb alles al opgeschreven, ik heb niets toe te voegen.’ Geen enkele dichter ter wereld kan dat zeggen en wel het minst van al een groot dichter als jij.

 

Aldus Wisława Szymborska in 1996 in haar toespraak bij de uitreiking van de Nobelprijs voor literatuur. Zelf schrijft ze zoals Prediker over alles onder de zon. Een spiritualiteit van het dagelijkse leven. Bekeken metgeestdrift en vertwijfeling en met de humor die beide relativeert, en altijd, meent ze ook zelf met ‘verwondering’, verbazing zelfs. Verontschul-digend ‘onder één kleine ster’, maar niettemin een ster en in aandacht en inzicht nooit klein. Rond haar gedichten houden we in het voorjaar een vijftal bijeenkomsten op maan-dagmiddag.

 

We willen haar vooral zelf aan het woord laten in een thematische keuze uit haar gedich-ten. De thema‘s en de keuze van de gedichten zijn om te beginnen van haar zelf. Maar Szymborska zal – nu 84 jaar oud en met zo pas een nieuwe bundel Dubbele punt, ook in het Nederlands – nog altijd de eerste zijn om ons uit te nodigen zelf ook met een keuze te komen. En dat hebben we dus gedaan.

Juan de la Cruz

Lezing van fragmenten uit zijn Geestelijk Hooglied

Dagen: Drie zaterdagen (11.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Frans Maas

 

Waar houdt Gij U verborgen,

Beminde, en Ge laat me in zuchten achter?
Gelijk een hert ontvlucht Ge,
Nadat Ge mij gewond hebt;
Ik liep en riep U na en Gij waart spoorloos.

 

Och herders, als gij tóch ginds
Van d’een naar d’andre schaapskooi heuvelop gaat
En ge bij toeval zien mocht
Dien ‘k boven alles liefheb,
Zegt Hem dan, dat ik pijn lijd, kwijn en wegsterf.

 

Al zoekend naar mijn liefde
Ga ik de bergen op en langs de oevers;
Ik wil geen bloemen plukken,
Geen wilde dieren duchten;
Geen sterke burcht of grens kan mij weerhouden.

 

O bossen en struwelen,
Geplant hier door de hand van de Beminde,
O welig groene weide,
Bezaaid met bonte bloemen,
Zegt mij, is Hij door u voorbij gekomen?

 

Ruim vier eeuwen geleden schreef Johannes van het Kruis een extatisch gedicht over de liefde. Later becommentarieerde hij het als bijdrage aan geestelijk leven. Al lezende pro-beren wij het ritme van de liefde in beeld te krijgen als achtergrond van en spiegel voor het eigen leven en de actuele cultuur.

In de rouw

Als het leven zeer doet

Dagen: Drie dinsdagen (11.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Marjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

 

Alleen onder deze voorwaarde, dat hij aan alle kanten en tot in zijn diepste innerlijk altijd voor de smart open staat, kan hij openstaan voor de fijnste en hoogste vormen van geluk.

(Friedrich Nietzsche)

 

Doodgaan doe je maar één keer… daarom grijpen sterven en alles wat er rond gebeurt, diep in het leven van de mens in. De dood van de geliefde ander treft ons tot in onze diepste vezels. Het contact met de dood overweldigt ons. De onafwendbaarheid en vooral de onomkeerbaarheid ervan, maken ons haast radeloos. Plots zal het nooit meer zijn zoals vroeger. De dood kan onverwacht komen of min of meer verwacht, maar altijd is ze een spelbreker die ons leven overhoop gooit.

Diep verdriet overvalt ons als een geliefde sterft. Het afscheid van alles wat ons dierbaar is, valt erg zwaar. Als je iemand verliest van wie je houdt, is het net alsof de hele wereld opeens veranderd is. Niet alleen je geliefde is er niet meer, maar alles en iedereen lijkt anders te zijn. De wegaanduidingen kloppen niet meer, de veilige plaatsen lijken verdwe-nen. Verdergaan durf je niet, want waarheen moet je gaan. Stilstaan kun je niet, want dat doet teveel pijn.

 

De steen, die al maanden op mijn borst lag

die de toegang naar mijn hart,
naar mijn creativiteit,
naar mijn levensvreugde en kracht
naar mijn toekomst
naar mijn nieuwe levensmogelijkheden afsloot,
is weg.

(Anselm Grün)

 

Als je rouwt sta je voor de uitdaging om die ‘nieuwe’, ongewenste maar heel reële wereld te verkennen, om stap voor stap een levenskaart te tekenen, die richting en zin geeft. Hoe kun je als overlevende omgaan met de rouw en de pijn? Hoe kun je je aanpassen aan de realiteit van het verlies? Hoe kom je door de ervaring van de pijn en het verdriet heen zonder eraan onderdoor te gaan? Hoe kan je gestalte geven aan een nieuw leven waarin de overledene niet meer aanwezig is? En tenslotte: hoe kun je de overledene emotioneel een nieuwe plaats geven en zelf verdergaan met leven?

 

Allemaal vragen die we gaan verkennen aan de hand van drie films.

 

La stanza del figlio (Nanni Moretti, Italië, 2000). Psychiater Giovanni, zijn vrouw Paola en hun beider kinderen Irene en Andrea vormen ogenschijnlijk een harmonisch en gelukkig gezin. Totdat hun zoon Andrea om het leven komt bij het uitoefenen van zijn duikhobby. Dan begint bij de drie nabestaanden een rouwproces dat geen einde lijkt te nemen. Ze vinden nauwelijks steun bij elkaar, de kerk biedt weinig soelaas, de levenslust vloeit weg. Totdat een eendagsvriendinnetje van Andrea opduikt.

 

Sous le sable (Francois Ozon, Frankrijk, 2000). Marie, professor Engelse literatuur aan een Parijse universiteit, is al 25 jaar gelukkig getrouwd met Jean. Tijdens een van hun zomer-vakanties aan de kust in Zuidwest-Frankrijk, laat Jean Marie zonnebadend achter op het strand om te gaan zwemmen. Als Marie wakker wordt, kan ze Jean niet vinden. Heeft hij haar in de steek gelaten? Heeft hij zelfmoord gepleegd? Is hij verdronken? Ze weet het niet, want zijn lichaam is immers niet gevonden. Marie gaat zich gedragen alsof Jean nog leeft.

 

In America (Jim Sheridan, USA, 2002). Een jong Iers gezin vestigt zich anno 1982 illegaal in de ruige buurt Hell’s Kitchen van Manhattan. Na een hoopvol begin volgt een moeilijke start. Het is met name de elfjarige dochter Christy die het gezin bij elkaar houdt. Zij be-grijpt als geen ander hoe haar ouders lijden onder het recente verlies van hun zoontje. Met haar kleine camcorder maakt ze een film in de film. Terwijl ze filmt denkt ze in voi-ce over na over haar overleden broertje en legt ze hem, over de grens van de dood heen, drie wensen voor.

Actie en contemplatie

Twee oevers van één rivier

Dagen: Vijf maandagen (14.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Wil Simis-Goddijn en Riet Spierings

 

Er zijn doeners en denkers, Martha’s en Maria’s. Mensen die zich zo inzetten voor alles en iedereen dat ze zichzelf soms voorbijlopen en mensen die het liefst de stilte zoeken, ruimte voor inkeer en nadenken; mensen die vooral handelend in het leven staan en men-sen die een meer beschouwend bestaan leiden. Actie en contemplatie lijken tegenpolen. Ook binnen het leven van één mens worden ze als een spanningsveld ervaren. Op een gegeven moment kunnen ze zelfs als een heftig probleem worden beleefd. Aan de ene kant het verlangen naar inkeer en contemplatie en aan de andere kant – tegelijkertijd – de druk dat er steeds mensen zijn die zorg en aandacht vragen en dat er gewerkt dient te worden aan een rechtvaardige wereld.

 

In deze cyclus gaan we op zoek naar balans in dit spanningsveld. Als bemiddeling gebrui-ken we teksten van mensen die in de drukte van alledag zoeken naar momenten van in-keer. We lezen bijvoorbeeld hoe Etty Hillesum ontdekt dat mediteren voor haar een noodzaak is om vanuit hoofd én hart te leven. Simone Weil beschrijft hoe het dagelijks uitspreken van het Onze Vader in het Grieks een ervaring wordt van schoonheid die haar voor even boven zichzelf uittilt en waarin zij een moment van contemplatie ervaart. We zien hoe de trappist Thomas Merton een weg van contemplatie zoekt en ontdekt dat die weg een monnik niet zomaar tegemoetkomt. Van Teresa van Avila, de grote Spaanse mystica en stichteres van verschillende kloosters, leren we hoe contemplatief leven sa-mengaat met betrokken en solidair zijn met alles wat je in het dagelijks leven tegenkomt. Zij houdt haar zusters voor: Als jullie bijvoorbeeld in de keuken werken, weet dan dat God zich bevindt tussen de potten en de pannen.

 

In de christelijke traditie zijn Maria en Martha vaak gezien als prototypes van handelen en contemplatief leven. In deze zin is het Bijbelverhaal van Lucas, 10, 38-42 talloze keren uit-gelegd en becommentarieerd. In deze cyclus gaan wij echter in gesprek met enkele au-teurs die soms tot verrassende bevindingen komen over hoe het Maria en het Mart-ha zijn kunnen samengaan. Zo betoogt Dorothee Sölle dat mystiek en verzet bij elkaar horen. Mystiek is verzet, schrijft zij en wijdt er een heel boek aan.

 

Door te lezen, door te luisteren en door met elkaar in gesprek te gaan proberen we een spoor te vinden waar doen én denken, actie én bezinning, hoofd én hart bij elkaar komen en als twee oevers van één rivier met elkaar verbonden zijn door het stromende water. Is dit een weg naar een bezield bestaan?

Programma najaar 2008
Wat de liefde doet…

Lezen in het werk van Søren Kierkegaard

Dagen: Vijf dinsdagavonden (19.30 – 22.00 uur)
Data: 21 okt – 4 nov – 18 nov – 2 dec – 16 dec
Kosten: 45 euro
Begeleiding: Riet Spierings en Krijn Kramer

 

Want er zijn maar een paar daden die de menselijke taal in het bijzonderen mondjesmaat liefdedaden, liefdewerk noemt. Maar in de hemel krijgt geen enkele daad bijval als het geen liefdedaad is.

 

Het blijft aantrekkelijk om in de werken van Søren Kierkegaard te lezen, al leefde hij meer dan honderdvijftig jaar geleden. Hij schrijft diepzinnig en is soms moeilijk te volgen. Als geen ander beschrijft hij de mens tussen twee vuren, tijdelijkheid en eeuwigheid. Hij neemt de eeuwigheid uiterst serieus: hij hoopt en gelooft en koppelt daaraan zijn filosofie.

 

Het hoofdwerk van Kierkegaard over de liefde is onlangs verschenen in een nieuwe vertaling. Wat de liefde doet is de titel. Ook als het de liefde betreft, plaatst Kierkegaard de mens tussen twee vuren: het gaat om de goddelijke liefde die bron en grond is van alle menselijke liefde. Mag aardse liefde, gebaseerd op passie en aantrekking, er zijn? Heeft het christendom bedenkingen tegen beminnen en vriendschap? Of gaat het erom de menselijke liefde te verankeren in het eeuwige? Dat zijn de vragen die Kierkegaard aan de orde stelt.

 

Wat de liefde doet heeft Kierkegaard niet onder pseudoniem geschreven. Het valt onder zijn religieuze werken, waarin hij gedachten ontwikkelt om een christelijk leven op te bouwen.

 

Op vijf dinsdagavonden willen we gedeelten uit het boek lezen en daarover met elkaar in gesprek gaan. We proberen de tekst in onze eigen ervaring en onze eigen situatie te verstaan.

 

Bij de tekstlezing gebruiken we: Søren Kierkegaard, Wat de liefde doet. Een aantal christelijke overwegingen in de vorm van toespraken,vertaling en verklarende noten van Lineke Buijs en Andries Visser, ISBN 978 90 5573 784 0, Uitgeverij Damon, Budel, € 34,90.

Eckhart Tolle

De kracht van het Nu en De Psalmen

Dagen: Drie maandagen (10.30 – 16.00 uur)
Data: 13 okt – 20 okt – 3 nov
Kosten: 54 euro
Begeleiding: Wim Bonarius en Joop Stam

 

De kerken lopen leeg en tegelijkertijd lijkt Nederland in de ban van een nieuw religieus ontwaken. Is het mogelijk dat het officiële spreken van de kerken niet meer wordt verstaan, waardoor de heilige boeken, waarop de religies zijn gebaseerd, aan waarde verliezen? Of worden ze niet meer begrepen, omdat ze geschreven zijn in een taal uit een oude cultuur? Niettemin blijkt in onze dagen de honger naar religiositeit groot te zijn, kennelijk een algemeen menselijke eigenschap, want de niet aan enige oude religie verwante ‘spirituele’ boeken vliegen over de toonbank.

 

Één van die boeken, met een oplage van ca. 150.000 exemplaren, is De kracht van het Nu van Eckhart Tolle (Ankh-Hermes, 2003, 191 blz.). Alleen al het feit dat de inhoud van dit boek zo velen schijnt aan te spreken nodigt ons uit er kennis van te nemen en ons zo mogelijk door de spirituele inhoud ervan te laten verrijken.

 

Ware religiositeit en mystiek hebben een duidelijke kern in zich, een kern waarin een zekere herkenning van kwaliteit zichtbaar wordt. De oude religieuze boeken, – voor het christendom blijven toonaangevend: het Oude- en Nieuwe Testament – , hebben in het verleden velen geïnspireerd en doen dat ook nu nog. Ze hebben daarmee a.h.w. hun religieuze kwaliteit bewezen. Deze geschriften bevatten namelijk vele ervaringsverhalen van mensen die in de verschillende omstandigheden van hun tijd inhoud probeerden te geven aan de zin van hun leven. Op deze wijze werden velen van hen ook gevoelig voor het GEHEIM van hun leven.

 

Is het mogelijk de inhoud van de nieuwe spirituele boeken langs die meetlat te leggen? Hebben de oude boeken een kritische en zuiverende functie in het verstaan van de hedendaagse werken? Maar andersom ook: hebben de nieuwe boeken een kritische en zuiverende, zelfs een functie van een eyeopener in het verstaan van de oude boeken? En zo niet op de oude boeken, dan wel op het functioneren van de instituties, die naar het schijnt de inhoud van die oude boeken verduisteren?

 

We willen op onderzoek gaan naar de overeenkomsten en de verschillen in de religieuze kernen van met name De Psalmen en het bovengenoemde boek van Eckhart Tolle. Wat inspireert ons en wat spreekt ons niet (meer) aan?

Niet iets, maar iemand zijn

Thomas Merton, trappist én wereldburger

Dagen: Zes donderdagen (14.00 – 16.30 uur)
Data: 9 okt – 23 okt – 6 nov – 20 nov – 4 dec – 18 dec
Kosten: 54 euro
Begeleiding: Gertruud Padberg en Vic Bos

 

Lezen in het werk van schrijver, dichter en monnik Thomas Merton (1915-1968) is boeiend en verrassend. We maken kennis met een man die in zijn aandachtige aanwezigheid in de vrije natuur zich bewust wordt van zijn plaats als deel van die natuur. Op die eigen plek onder de hemel, in de alomvattende kosmos, buigt Thomas Merton zich naar binnen, leeg én vervuld, eenzaam én verbonden met wereld en mensheid. Een monnik bij wie contemplatie en actie zijn als in- en uitademen.

 

In zijn geschriften ontmoeten we een mens die ons veel facetten van zijn persoon laat zien: een denker, een brief- en dagboekschrijver, een poëet, een natuurbeschouwer, een zoeker, een vriend en een vreemdeling.

 

Merton uit zich o.a. als een kritisch contemplatief die openstaat voor God en wereld, als een warm voorstander en pionier van de interreligieuze dialoog en als een hartstochtelijk advocaat van gerechtigheid en vrede. Vele van zijn kritische waarnemingen en beschouwingen zijn nog steeds actueel. Enkele korte fragmenten voor een indruk.

 

In Louisville, op de hoek van de Fourth and Walnut, midden in de winkelbuurt, werd ik ineens overweldigd door het besef dat ik van al die mensen hield, dat zij bij mij hoorden en ik bij hen, dat wij geen vreemden voor elkaar konden zijn, ook al kenden wij elkaar niet eens. Het was alsof ik ontwaakte uit een droom van afgescheidenheid, van onechte zelfafzondering in een aparte wereld, de wereld van zelfverloochening en vermeende heiligheid. De hele illusie van een afgezonderd, heilig bestaan is een droom. (…) Dit gevoel bevrijd te zijn van een denkbeeldig verschil was voor mij zo’n opluchting en zo’n vreugde, dat ik bijna in lachen uitbarstte. (…) ‘Goddank, goddank, dat ik ben als de andere mensen, dat ik slechts een mens onder de mensen ben.’ (18 maart 1958)

 

Het is heerlijk plots te ontwaken in de eenzaamheid van de bossen en naar de lucht te kijken en de volslagen onzin van alles in te zien, zelfs van de hoogdravende spiritualiteit van de experts in het geestelijk leven en dan gewoon in lachen uit te barsten en te lachen om de lucht en de bomen, want God is niet te vangen in woorden of in systemen, ook niet in liturgische plechtigheden, zelfs niet in ‘contemplatie’ met een hoofdletter of in ascese of iets dergelijks en evenmin in het apostolaat. Heel zeker ook niet in boeken. Ik kan rustig doorgaan met schrijven, al zou men van mijn boeken evengoed papieren vliegtuigjes kunnen maken. (18 september 1958)

 

Mag ik wel zeggen dat ik een antwoord heb gevonden op de vragen die de mensen van onze tijd kwellen? Ik weet niet of ik wel antwoorden heb gevonden. Toen ik pas monnik was, was ik veel zekerder van ‘antwoorden’. Maar naarmate ik ouder word in het monastieke leven en verder doordring in de eenzaamheid, word ik er mij van bewust dat ik pas begonnen ben met het zoeken naar de vragen. (21 augustus 1967)

 

Door aan elkaar uit te wisselen wat ons bij het lezen van Thomas Merton het meest raakt – in welke zin dan ook – willen we op het spoor komen van wat ons beweegt, van wat voor ons leven kan zijn. De teksten, die we gebruiken, worden aan het begin van de bijeenkomsten uitgereikt.

Wislawa Szymborska

Onder één kleine ster

Dagen: Vijf maandagen (14.00 – 16.30 uur)
Data
6 okt – 27 okt – 10 nov – 24 nov – 8 dec
Kosten
45 euro
Begeleiding
Janneke Krijger en Cees Savelkouls

 

Soms droom ik van situaties die nooit waar kunnen worden. Zo verbeeld ik me bijvoorbeeld stoutmoedig dat ik de kans krijg om met Prediker te praten, de schrijver van die ontroerende klacht over de vruchteloosheid van alle menselijk pogen. Ik zou diep voor hem buigen, want hij is tenslotte een van de grootste dichters, voor mij tenminste. En dan zou ik zijn hand grijpen. ‘Er is niets nieuws onder de zon,’ dat schreef jij Prediker. Maar je bent zelf onder de zon geboren. En het gedicht dat jij schiep, is ook nieuw. Want niemand vóór jou schreef het op. En al je lezers zijn ook nieuw onder de zon, want wie vóór jou leefde kon het gedicht niet lezen. (…) En Prediker ik wil ook nog vragen aan wat voor nieuwe dingen onder de zon je nu wilt gaan werken. Een nadere toevoeging aan de gedachten die je al neerschreef? Of zou je sommige ervan nu willen weerspreken? In je eerdere werk noemde je vreugde – het geeft toch niet dat ze vergankelijk is? Misschien gaat je nieuwe onder-de-zon-gedicht dus wel over vreugde. Heb je aantekeningen, een paar ontwerpen? Ik betwijfel dat je zult zeggen: ‘Ik heb alles al opgeschreven, ik heb niets toe te voegen.’ Geen enkele dichter ter wereld kan dat zeggen en wel het minst van al een groot dichter als jij.

 

Aldus Wisława Szymborska in 1996 in haar toespraak bij de uitreiking van de Nobelprijs voor literatuur. Zelf schrijft ze zoals Prediker over alles onder de zon. Een spiritualiteit van het dagelijkse leven. Bekeken metgeestdrift en vertwijfeling en met de humor die beide relativeert, en altijd, meent ze ook zelf met ‘verwondering’, verbazing zelfs. Verontschuldigend ‘onder één kleine ster’, maar niettemin een ster en in aandacht en inzicht nooit klein. Rond haar gedichten houden we in het najaar een vijftal bijeenkomsten op maandagmiddag.

 

We willen haar vooral zelf aan het woord laten in een thematische keuze uit haar gedichten. De thema‘s en de keuze van de gedichten zijn om te beginnen van haar zelf. Maar Szymborska zal – nu 85 jaar oud en met zo pas een nieuwe bundel ‘Dubbele Punt’, ook in het Nederlands – nog altijd de eerste zijn om ons uit te nodigen zelf ook met een keuze te komen. En dat hebben we dus gedaan.

 

Deze cyclus bieden we voor de tweede keer aan, maar nu zullen er ook andere gedichten worden gelezen. Zowel deelnemers aan de vorige cyclus als nieuwe belangstellenden zijn hartelijk welkom.

Op adem komen

Oefenen in mediteren

Dagen: Zes woensdagen (14.00 – 16.30 uur)
Data: 24 sep – 8 okt – 22 okt – 5 nov – 19 nov – 3 dec
Kosten: 54 euro
Begeleiding: Riet Spierings enn Mart Vogten

 

Veel te laat heb ik jou lief gekregen

schoonheid wat ben je oud wat ben je nieuw
veel te laat heb ik jou lief gekregen.
Binnen in mij was je, ik was buiten
en ik zocht jou als een ziende blinde
buiten mij, en uitgestort als water
liep ik van jou weg en liep verloren
tussen zoveel schoonheid die niet jij is.
(Huub Oosterhuis, Naar Augustinus: Belijdenissen 10.27)

 

In de hectiek en het rumoer van de dag, vol van kleine en grote zorgen, kunnen we soms een diep verlangen voelen naar stilte; een heimwee van de ziel om naar binnen te keren; los te laten de eeuwige gedachtestroom, emoties die in de weg zitten, om in een ruimte te komen waar je kan ‘ademen met je hart’. (Paul Begheyn)

 

Meditatie is de kunst van het aandachtig worden, liefdevol aandachtig naar wat zich in het stil zijn wil tonen; zonder ons te verliezen in de onophoudelijke stroom van gedachten en gevoelens. Dat vereist alertheid, een actieve houding die we kunnen inoefenen. We kunnen ontvankelijk worden wanneer we leren luisteren naar de stem die in de stilte spreekt.

 

Komen we dan in de buurt van die beelden uit de Bijbel: ‘de schat in de akker’, ‘de kostbare parel’, ‘de verloren drachme’, ‘de innerlijke tempel’?

 

Dat klinkt mooi. Maar is de stilte opzoeken wel zo’n aantrekkelijke bezigheid, ook al verlang je er soms naar? Is stil zijn en mediteren niet ongelofelijk saai en eigenlijk ‘verloren’ tijd?

 

Isaac van Ninivé, een Syrische woestijnmonnik uit de 7e eeuw, zegt er het volgende over: Heb de stilte lief boven alle dingen: zij zal je een vrucht aandragen die in woorden onmogelijk beschreven kan worden. In het begin zijn wij het, die onszelf dwingen te zwijgen. Maar vervolgens groeit er uit ons zwijgen iets wat ons tot het zwijgen aantrekt.

 

In de zes bijeenkomsten van deze cyclus gaat het ons voor alles om het verkennen van wat mediteren kan zijn. Is het iets voor jou? En wat doet het jou?

 

We oefenen, stap voor stap. Soms gaan we uit van teksten. We wisselen ervaringen aan elkaar uit en gaan daarover zo mogelijk met elkaar in gesprek.

 

Ook aan heel praktische zaken besteden we aandacht. Bijvoorbeeld aan lichaamshouding, rituelen, plaats, tijd en volharding.

 

In de tijd tussen de bijeenkomsten kunnen we uitproberen wat bij ons past.

Van de schoonheid en de troost

Wat het leven de moeite waard maakt

Dagen: Drie zaterdagen (11.00 – 16.30 uur)
Data: 20 sep – 4 okt – 18 okt
Kosten: 54 euro
Begeleiding: Wil van der Heijden en Lia Vergouwen

 

Van de schoonheid en de troost: zo luidt de titel van een veelgeprezen en bekroond programma dat Wim Kayzer indertijd maakte voor de VPRO televisie. Hij interviewde 26 befaamde kunstenaars, schrijvers, wetenschappers, filosofen en musici over datgene wat het leven voor hen de moeite waard maakt. Hoe weten zij te leven te midden van de vaak chaotische alledaagse werkelijkheid?

 

Kayzer legde hen de vraag voor wat in hun leven schoonheid vertegenwoordigt en of die schoonheid in staat is om troost te bieden in een somtijds mistroostig en bar bestaan. Een moeilijke vraag, waarop zijn gesprekspartners zoekend en tastend een antwoord zochten, zowel vanuit hun werk als hun persoonlijke leven. De reacties waren zeer uiteenlopend. Waar voor de een schoonheid en troost zitten in de ordening van het heelal, vindt een ander deze juist in het onvoorspelbare en het vergankelijke. Maar ook in muziek, oude familiefoto’s en zelfs in verdriet kan schoonheid schuilgaan.

 

Aan de hand van enkele indrukwekkende interviews zullen ook wij ons in deze cyclus bezighouden met de vraag wat ons leven de moeite waard maakt. Wat biedt mij zowel schoonheid als troost om me te verzoenen met het leven en met mijn persoonlijke leven?

 

We bekijken interviews met de filosoof Roger Scruton, de biologe Jane Goodall en de dichter en psychiater Rutger Kopland.

 

Deze cyclus heeft jarenlang veel belangstelling getrokken in het voormalige Vormingscentrum van de Norbertijner Abdij te Heeswijk o.l.v. Wil van der Heijden, en wordt nu voor het eerst aangeboden in het KCS.

 

In de bijeenkomsten zullen we graven naar de onderstroom die ons leven kleurt, maar waar we doorgaans niet zo uitvoerig bij stilstaan. Wie gelooft dat schoonheid en troost geen illusies zijn, maar mogelijk kunnen bijdragen aan een zinvol bestaan, is van harte welkom.

Programma voorjaar 2007
Ars vivendi -ars moriendi

Over de kunst van leven en sterven

Dagen: Drie dinsdagen (11.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Marjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

 
De dood is geen taboe meer in de filmcultuur. Tot aan de jaren tachtig was overlijden iets wat in de cultuur in het algemeen en dus ook in de filmcultuur grotendeels buiten beeld bleef. De laatste jaren echter krijgt de laatste levensfase wereldwijd volop aandacht. Denk maar aan internationaal politiek en religieus gevoelige thema’s als de wens tot zelfbeschikking en euthanasie, met als tegenreactie de wens om stervenden tot aan hun levenseinde ‘total care’ te bieden op lichamelijk, psycho-sociaal en spiritueel vlak – ook wel palliatieve zorg genoemd.

 
Over deze levensfase zijn de laatste tijd in de westerse wereld een aantal boeiende films verschenen. Films als Les invasions barbares (Canada), Simon (Nederland), Mar adentro (Spanje), Iris en Wit (Groot-Brittannië). Al deze films brengen op een diverse wijze de ars vivendi en de ars moriendi, de kunst van leven en sterven in beeld.

 
Hoofdpersoon in het filmisch drama is vanzelfsprekend altijd de stervende. We worden getuige van zijn of haar levenslust én doodsangst, innerlijke onmacht én vrede, zijn of haar vragen naar zin én onzin van leven en dood, zijn of haar behoefte om met geliefden in het reine te komen en de eventuele rol van religie en spiritualiteit in dat proces.

 
In een aantal van deze films komt in de laatste fase van aanvaarding van de dood als onderdeel van het leven heel expliciet de wens tot zelfbeschikking (tot euthanasie bijvoorbeeld) aan de orde. De stervende verzet zich dan vooral tegen de voortgaande onbegrensde, ontluisterende lichamelijke aftakeling. Een lichamelijke aftakeling die het ondraaglijke gevoel geeft uitgeleverd te zijn aan de totale afhankelijkheid van zorg door anderen – professionele hulpverleners en/of familieleden – zelfs wanneer die zorg goed is. Bovendien voelt de stervende zich uitgeleverd aan ondraaglijke fysieke en/of psychische pijn, met een ervaring van identiteitsverlies als gevolg. Vanaf dat moment ervaart de stervende het leven niet meer als waard om nog verder geleefd te worden.

 
Pittige vragen stellen deze films aan de orde, waar we ook in Nederland mee worstelen – ook al is het recht op euthanasie wettelijk geregeld en staat de palliatieve zorg volop in de belangstelling. Immers, de ervaring van de dood in het leven blijft vol ambivalenties, waarmee we vroeg of laat geconfronteerd worden. Tijdens de filmcyclus zullen we deze en andere vragen door drie films op laten roepen en bespreekbaar maken.

 


Mar adentro
is een Spaans drama gebaseerd op het ware verhaal van Ramón Sampedro, die na een duikongeluk grotendeels verlamd raakte. Hij slijt zijn dagen in bed in het huis van zijn oudere, gelovige broer in Galicië. Vanuit die plek voert de man, die alleen nog maar zijn hoofd kan bewegen, zijn strijd voor een waardige dood.

 
De Britse film Wit toont het verhaal van Vivian Bearing, een gevierd professor in de 17e eeuwse Engelse poëzie. Ze krijgt te horen dat ze een agressieve vorm van kanker heeft in een vergevorderd stadium. Ten dienste van de wetenschap onderwerpt ze zich aan een langdurige en zware experimentele chemotherapie. Bearing is een autoriteit op het gebied van de poëzie van de dichter John Donne. Haar hele leven heeft ze zich door middel van zijn gedichten bezig gehouden met de dood. Ineens ziet ze zichzelf geconfronteerd met een ongeneeslijke ziekte.

 
Iris is een waar gebeurd verhaal van de levenslange liefde tussen de schrijfster Iris Murdoch en haar man John Bayley, van hun studententijd tot en met hun gevecht tegen het trage mentale aftakelingsproces als gevolg van Alzheimer.

Leven van binnenuit

Dagen: Drie vrijdagen (10.30 – 16.00 uur)
Begeleiding: Dinette Kooiman en Mineke Kroes

 
Als een gazelle is mijn lief,
als het jong van een hert.
Kijk! Hij staat al bij de muur.
Hij blikt door het venster,
tuurt door de spijlen.

 


Mijn lief roept mij toe:
Sta op, vriendin!
Mooi meisje, kom!
Kijk! De winter is voorbij,
voorbij zijn de regens, weggegaan.

 


De bloemen zijn verschenen op het veld,
nu breekt de zangtijd aan,
het koeren van de duif klinkt op het land.

 


De vijgenboom is al vol vruchten,
de wijnstok rankt en geurt.

 
(Hooglied 2, 9-13)

 
Geen seizoen zo uitbundig als de maand mei! Vele bloemen springen open, bomen bloeien en frisse zoete geuren kunnen je zomaar overvallen. Het is een seizoen van nieuw leven, dat op alle fronten openbarst.

 
Dat leven komt van binnenuit. Vanuit de binnenkant, vanuit het donker en de diepte komt het naar boven en naar buiten. Nieuwe levensvormen ontplooien zich met de levenskracht die vanuit diepe, verborgen wortels naar boven stuwt, naar het licht. Met Pasen kunnen we het ook hebben ervaren: levenskracht die zich keert naar het licht en ondanks mislukking, verlies en dood, zich opnieuw ontplooit. Zouden wij ons naar deze weg van alle leven kunnen richten? Hoe kunnen wij zo – van binnenuit – leven?

 
We komen bij elkaar in het pand van het KCS, maar zullen ook genieten van de mooie parken, pleinen en singels van Haarlem. We ontmoeten elkaar op vrijdag in de periode tussen Pasen en Pinksteren rond poëzie (o.a. het Hooglied), een psalm of een icoon, er is gelegenheid voor stilte en eigen expressie, en we ondergaan de sensaties van een stadswandeling en meditatieve oefeningen in de buitenlucht.

Hoe houd ik het vol?

Dagen: Vijf dinsdagen (19.30 – 22.00 uur)
Begeleiding: Ernst Evelo en Jan-Kees Kense

 
‘Is dit het nu?’ is een vraag die we onszelf ongetwijfeld meerdere keren stellen in het leven. Niet alleen op momenten van ziekte, verlies, werkloosheid, ouderdom of midlifecrisis, maar ook op momenten van vreugde en het vieren van zaken die we bereikt hebben. Het is een universele vraag waarop we in elke levensfase een antwoord moeten geven om verder te kunnen en willen gaan. De vraag weerspiegelt het ‘tekort van het oude’. Een gevoel van eenzaamheid bekruipt ons. We zullen ons op een nieuwe manier moet verhouden tot de werkelijkheid in afwachting van het nieuwe, van dat wat komen gaat. Het zijn momenten waarop een vraag als ‘hoe houd ik het vol?’ naar boven kan komen.

 
In deze cyclus willen we focussen op het perspectief en de antwoorden die de existentiële vraag ‘Hoe houd ik het vol?’ biedt. Hoe creëren we een nieuw uitzicht? Hoe komen we voorbij de pijn of de eenzaamheid van het moment? Wat drijft ons? Welke bron spreken we daarbij aan? Wie of wat voedt ons? Brengt het ons dichter bij of juist verder af van onze eigen (goddelijke) bron?

 
Het gaat dus over spiritualiteit. ‘Hoe houd ik het vol?’ is in onze ogen een ‘grondvraag’ van de definitie van spiritualiteit. Het zegt iets over de drijvende kracht in elk van ons die we zelf aanspreken en soms delen met anderen. Des te meer redenen om daar eens verder naar te kijken.

 
Al met al zijn er vragen te over waarop we tijdens de cyclus op een creatieve en verrassende manier antwoorden willen vinden. Zo zullen we als begeleiders op de eerste avond elkaar diepgaand bevragen en zo proberen om onze eigen plaats te bepalen. Een wederzijds gesprek waaraan iedereen uit de groep kan deelnemen. Daarmee willen we een aanzet geven voor de volgende avonden waarin we het thema uitdiepen. Tijdens het verloop van de cyclus zullen we ook mensen van buiten bevragen die op bijzondere wijze vorm hebben gegeven of geven aan hun leven, in een poging te ontdekken hoe zij het volhouden. Naast dit alles zijn we natuurlijk ook benieuwd naar elkaars verhaal en willen graag gebruik maken van uw creatieve kant. Elke avond sluiten we af met het maken van een ‘landkaart’ als resumé. Uiteindelijk komt op deze manier het landschap van het thema in beeld. Kortom, we bieden u tijdens de cyclus alle ingrediënten aan om te ontdekken wat nodig is om het vol te houden.

De donkere nacht van Juan de la Cruz

Over het ongekende weten van de liefde

Dagen: Drie zaterdagen (11.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Frans Maas

 
In de nacht gebeuren dingen waar mensen geen controle over hebben. Dromen geven onbeheersbare bewegingen van de geest vrij spel. Wat zich onttrekt aan de regulering van het bewustzijn, dient zich aan in de nacht. De nacht is de ontketening van wat overdag aan banden gelegd of afgehouden wordt. Het is de tijd van het oneindige. De nacht is van vitaal belang voor de geestelijke gezondheid. Het is het moment waarop zich een dilemma voordoet: willen houden wat men bereikt heeft ofwel alles eraan wagen om verder te komen. Het is passen of spelen. Juan de la Cruz betrekt deze keuze op de nadering tot God. Het gedicht en het latere kommentaar De donkere nacht van de ziel gebruiken wij als gids bij deze levenskunst.

 
We lezen fragmenten uit: Jan van het Kruis, Donkere nacht (vert. Cees Bartels, Marika Meijer, Kees Waaijman), Sun/Carmelitana, Nijmegen/Gent, 2001, ISBN 90 6168 663 6.

Pelgrims onderweg

Gesprekken met mensen van ervaring

Dagen: Vijf woensdagen (14.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Riet Spierings en Mart Vogten

 
Lucette Verboven wandelt al jarenlang met schrijvers, denkers, monniken, nonnen en kunstenaars. Zij treft hen aan op hun pad, stelt vragen en luistert naar hun verhalen over de weg die ze hebben afgelegd, over het doel van hun zoeken, over het beeld dat zij van de wereld maken en over wat de bestemming van dat alles kan zijn. Waarheen zijn deze mensen onderweg? Wat drijft hen?

 
Al lezende gaan we zelf een eind met elk van hen op stap.
Met Anselm Grün, de Duitse benedictijner monnik, die vertelt over dromen en het diepste heimwee van de ziel en hoe vaste rituelen structuur aan het leven geven.

 
Met Catharina Visser, voor wie taal een geschenk en schrijven een levensbehoefte is. Zij spreekt over het licht in de mens, waardoor de hemel ‘hier’ is. Toch begon de lange pelgrimstocht van deze vrouw met het helse beeld van een oorlogstafereel.

 

 

Met de Belgische dominicaan en professor Emilio Platti en de Pakistaanse moslima en feministe Durre Ahmad die de ontwikkeling in de hedendaagse islam laten zien.

 
Met de voormalige Noorse vice-minister van Buitenlandse Zaken Janne Haaland Matlary die verhaalt over haar weg van atheïsme naar de christelijke religie en hoe in haar ogen het feminisme opnieuw de vrouwelijkheid in de vrouw kan ontdekken.

 
Er wordt in deze bundel interviews – net zo min als in onze gesprekken – niet gestreden om de waarheid en er wordt niet brutaal inbreuk gepleegd op de gevoelswereld van de gesprekspartner. Diep respect voor de persoonlijke beleving van al deze mensen loopt als een rode draad door de gesprekken heen. Precies zó willen wij met elkaar een eindje oplopen en in gesprek komen over wat ons het meeste raakt wanneer we de verhalen lezen.

 
Olivier Clément is momenteel een van de meest vooraanstaande theologen van de orthodoxe kerk. Ofschoon hij afkomstig is uit een atheïstisch milieu, in zijn jeugd grote leegte en angsten kende en met bedelaars onder de bruggen van Parijs samenleefde, vond hij via eenzaamheid en vriendschap, moed en vertrouwen in het leven.

 
Iégor Reznikoff, vertelt gepassioneerd over sacrale muziek, haar invloed op het lichaam en de ‘bewegingen van de ziel’.

 
Sebastian Painadath, de Indische jezuïet en kenner van de mystieke weg in hindoeïsme en christendom wijst erop dat echte spiritualiteit sociale (politieke) gevolgen moet hebben.

 
Elaine MacInnes, toont ons de betekenis van meditatie. In Kamakura (Japan) leerde zij de zenmeditatie kennen en werd de eerste vrouwelijke rooms-katholieke zenmeester. Later begeleidde zij op de Philipijnen meditaties in gevangenissen. Haar levenslange inzet voor gevangenen werd in een film vastgelegd.

 
Gavin D’Costa, de Aziaat die in Afrika opgroeide, confronteert ons met een vreemdeling op de vlucht. Als hoogleraar theologie en betrokken op de interreligieuze dialoog, staat hij kritisch tegenover de moderne tijd die de religie bedreigt met de ondergang.

 
Om vruchtbaar aan de cyclus te kunnen deelnemen is het van belang het boek van Lucette Verboven Pelgrims onderweg, spirituele ervaringen en gesprekken, (Pelckmans/Meinema, Kapellen 2006 ) ter beschikking te hebben.

Naar God vragen en het uitblijvend antwoord

De vragen stellende spiritualiteit van C. O. Jellema

Dagen: Vijf maandagen (14.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Janneke Krijger en Cees Savelkouls

 
C.O. Jellema (1936 – 2003) was dichter, essayist en germanist. Hij studeerde theologie en germanistiek, was leraar en vanaf 1967 tot 1988 docent voor nieuwere Duitse letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Jellema debuteerde in 1961 met de bundel Klein Gloria en andere gedichten. Hij is de vertaler van de middeleeuwse mysticus Meister Eckhart, die zich zo bekommerde om de verborgen kant van God. Jellema leest Eckharts preken als pure poëzie. Misschien mag je zelfs zeggen, dat zijn behoefte of verlangen om Eckhart te vertalen vooral voortkomt uit zielsverwantschap met deze mysticus.

 
En omdat dit hem niet ontging is de dichter blijven vragen: naar God, die toch onvergankelijk leek in het geloof van zijn jeugd, naar geloof hoewel hij uit het belijden van zijn kerk was weggegleden, naar blijvendheid toen de vergankelijkheid van alle leven steeds intenser werd, naar verenigd zijn toen hij de gescheidenheid van het bestaan steeds duidelijker begon te ervaren. Jellema hoopte voortdurend verlost te worden van een gescheidenheid, die nimmer went.

 
Jellema was behalve een goed en vaak groot ook een religieus dichter. Een groot religieus dichter. Een romanticus, maar iemand die – al wordt dat wel over hem ontkend – tegelijk ook door de secularisering is heengegaan. Hij is er alleen eerder en anders uitgekomen, anders dan velen: niet zonder geloof wel zonder feitelijk steen – en steevast belijden. God, samenhang, het voorbijgaan van de tijd en het verlangen naar vervulling… Hij aarzelde nooit om die thema’s op te nemen. Maar dan wel zoekend, vragend achter de woorden.

 
Zoals bij het gedicht: Kerkje van Fransum:
Kleine sarcofaag van het geloof dichtte hij over het kerkje en met dit beeld raakte hij bij velen een gevoelige snaar. Ik vraag naar heet het even verder. En van het uitblijvend antwoord noemt hij het kerkje de schrijn.

 
Het vertalen van Eckhart heeft ook zijn eigen spreken niet onberoerd gelaten. Ontmaskerend. Denkend, maar zoekend verder dan dat. Niet bang soms voor ironie. Niet aflatend eerlijk. Zich herinnerend, maar wat ook weer precies? Vragend: Heeft iemand iets gezegd? Ontwerpend aan eigen wereld en wereldbeeld.

 
Jellema roept herinneringen, vragen en ontwerpen op om je eigen ervaringen naast te leggen. Aan de hand van zijn verdichte ervaringen ook met het geloof der vaderen, en een galerij van beelden uit bijbel en traditie, zullen ze ter sprake komen de belevingen van bevrijding en verbondenheid en onthechting en van vervulling althans voor even. Contouren van een nieuwe religiositeit. Een levenshouding dichterlijk aan geschamper, schaamte en verstijving voorbij. Dat kan inspirerend zijn. We willen zien hoe we aan die vragende spiritualiteit kunnen leren.

Programma najaar 2007
In de rouw

Als het leven zeer doet

Dagen: Drie dinsdagen (11.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Marjeet Verbeek en Wilbert Sentienie

 
Alleen onder deze voorwaarde, dat hij aan alle kanten en tot in zijn diepste innerlijk altijd voor de smart openstaat, kan hij openstaan voor de fijnste en hoogste vormen van geluk.
(Friedrich Nietzsche)

 
Doodgaan doe je maar één keer…daarom grijpen sterven en alles wat er rond gebeurt, diep in het leven van de mens in. De dood van de geliefde ander treft ons tot in onze diepste vezels. Het contact met de dood overweldigt ons. De onafwendbaarheid en vooral de onomkeerbaarheid ervan, maken ons haast radeloos. Plots zal het nooit meer zijn zoals vroeger. De dood kan onverwacht komen of min of meer verwacht, maar altijd is ze een spelbreker die ons leven overhoop gooit.

 
Diep verdriet overvalt ons als een geliefde sterft. Het afscheid van alles wat ons dierbaar is, valt erg zwaar. Als je iemand verliest van wie je houdt, is het net alsof de hele wereld opeens veranderd is. Niet alleen je geliefde is er niet meer, maar alles en iedereen lijkt anders te zijn. De wegaanduidingen kloppen niet meer, de veilige plaatsen lijken verdwenen. Verdergaan durf je niet, want waarheen moet je gaan. Stilstaan kun je niet, want dat doet teveel pijn.

 
De steen, die al maanden op mijn borst lag
die de toegang naar mijn hart,
naar mijn creativiteit,
naar mijn levensvreugde en kracht
naar mijn toekomst
naar mijn nieuwe levensmogelijkheden afsloot,
is weg.

(Anselm Grün)

 
Als je rouwt sta je voor de uitdaging om die ‘nieuwe’, ongewenste maar heel reële wereld te verkennen, om stap voor stap een levenskaart te tekenen, die richting en zin geeft. Hoe kun je als overlevende omgaan met de rouw en de pijn? Hoe kun je je aanpassen aan de realiteit van het verlies? Hoe kom je door de ervaring van de pijn en het verdriet heen zonder eraan onderdoor te gaan? Hoe kan je gestalte geven aan een nieuw leven waarin de overledene niet meer aanwezig is? En tenslotte: hoe kun je de overledene emotioneel een nieuwe plaats geven en zelf verder gaan met leven?

 
Allemaal vragen die we gaan verkennen aan de hand van drie films.

 
La stanza del figlio (Nanni Moretti, Italië, 2000). Psychiater Giovanni, zijn vrouw Paola en hun beider kinderen Irene en Andrea vormen ogenschijnlijk een harmonisch en gelukkig gezin. Totdat hun zoon Andrea om het leven komt bij het uitoefenen van zijn duikhobby. Dan begint bij de drie nabestaanden een rouwproces dat geen einde lijkt te nemen. Ze vinden nauwelijks steun bij elkaar, de kerk biedt weinig soelaas, de levenslust vloeit weg. Totdat een eendagsvriendinnetje van Andrea opduikt.

 
Sous le sable (Francois Ozon, Frankrijk, 2000). Marie, professor Engelse literatuur aan een Parijse universiteit, is al 25 jaar gelukkig getrouwd met Jean. Tijdens een van hun zomervakanties aan de kust in Zuidwest Frankrijk, laat Jean Marie zonnebadend achter op het strand om te gaan zwemmen. Als Marie wakker wordt, kan ze Jean niet vinden. Heeft hij haar in de steek gelaten? Heeft hij zelfmoord gepleegd? Is hij verdronken? Ze weet het niet, want zijn lichaam is immers niet gevonden. Marie gaat zich gedragen alsof Jean nog leeft.

 


In America
(Jim Sheridan, USA, 2002). Een jong Iers gezin vestigt zich anno 1982 illegaal in de ruige buurt Hell’s Kitchen van Manhattan. Na een hoopvol begin volgt een moeilijke start. Het is met name de elfjarige dochter Christy die het gezin bij elkaar houdt. Zij begrijpt als geen ander hoe haar ouders lijden onder het recente verlies van hun zoontje. Met haar kleine camcorder maakt ze een film in de film. Terwijl ze filmt denkt ze in voice-over na over haar overleden broertje en legt ze hem, over de grens van de dood heen, drie wensen voor.

De eigen weg te gaan

Zin en waarde van de laatste levensfase

Dagen: Vijf donderdagen (10.30 – 13.00 uur)
Begeleiding: Marijke Rijkes en Harm van Grol

 
Deze titel is ontleend aan het laatste gedicht van Vasalis.

 
Ook Herman Andriessen gebruikt deze woorden in de titel van zijn boek: Een eigen weg te gaan. Ouderen en spiritualiteit, Kampen, Ten Have 2004.

 
Sub finem

 


En nu nog maar alleen
het lichaam los te laten –
de liefste en de kinderen te laten gaan
alleen nog maar het sterke licht
het rode, zuivere van de late zon
te zien, te volgen – en de eigen weg te gaan.
Het werd, het was, het is gedaan.

(M. Vasalis)

 
De laatste gedichten van Vasalis en de notities van Andriessen vormen het uitgangspunt voor een serie bijeenkomsten over het toeleven naar oud zijn.

 
Ouder worden dat willen we wel, niet meer werken en genieten van onze vrijheid. Eindelijk al die leuke dingen doen waar we nooit aan toe kwamen. Maar ‘oud zijn’? De ouderdom komt met gebreken, is een fase van afzien.

 
Maar is het daarmee gezegd? Als we Vasalis mogen geloven, is er veel meer: Het enige dat oud lijkt is dit ogenblik. De ouderdom is niet een dikke punt achter het leven, maar een levensfase in zichzelf, met alle mogelijkheden van dien, als we er ons voor openstellen. Wat zou het eigene van deze levensfase kunnen zijn?

 
Op zoek naar een antwoord op die vraag, volgen we de suggesties van Vasalis en Andriessen en gaan we vooral bij onszelf te rade. Wat is voor elk van ons het bijzondere van de ouderdom, de eigen weg die we hebben te gaan? Zit daar zin en waarde in? Kan het waar zijn dat we zo nog wat dichter bij onze kern komen? En is er voltooiing?

 
In vijf bijeenkomsten lezen we teksten van Vasalis en Andriessen en delen we onze eigen ervaringen met ouder worden, zodat we elkaar kunnen inspireren, op weg helpen en ons kunnen laten verrassen.

Marc Chagall

Ik heb alleen een land dat ligt in mijn ziel

Dagen: Vijf donderdagen (19.30 – 22.00 uur)
Begeleiding: Til Hermans en Krijn Kramer

 
Er was een ballingschap nodig,
een oorlog en lijden,
om alles wat er in mij is,
op te roepen;
het ging uiteindelijk mijn leven bepalen.

 
(Marc Chagall)

 
Marc Chagall heeft op een ongeëvenaarde wijze de religieuze expressie van het Eerste en het Tweede Testament in zijn werk herschapen. Wij mogen, aldus Chagall, ons leven, zolang het duurt, in kleuren van onze liefde en onze hoop uitbeelden. Voor hem is de volmaaktheid in leven en kunst te vinden in de Bijbel als bron.

 
Kunst die een meditatie waard is: dat is het uitgangspunt in de bijeenkomsten rond de schilderijen van Marc Chagall.

 
De volgende vijf levensthema’s komen aanbod:
Schepping en geboorte – de verloren zoon/dochter,
mensbeeld – eigenliefde en naastenliefde,
Godsbeeld – richtlijnen,
twijfel – onmacht,
roeping – vertrouwen.

 
We verstillen met elkaar in liefdevolle aandacht,
laten de beelden op zielsniveau op ons inwerken
en wisselen met elkaar die ervaringen uit.

 
Achtergrondinformatie over de kunstenaar Chagall zal worden gegeven aan de hand van de schilderijen die we bespreken.

 
De thematieken worden verder uitgediept aan de hand van bijpassende teksten uit het Eerste en Tweede Testament.

Bronnen van Martin Luther King

De man tussen Gandhi en Mandela

Dagen: Zes donderdagen (14.30 – 17.00 uur)
Begeleiding: Gertruud Padberg en Vic Bos

 
In een van mijn New Yorkse seminars over mystiek en verzet kwam een student op me af en vroeg of ik Martin Luther King (1929-1968) wilde behandelen. Een beetje in de war gebracht vroeg ik: ‘King, geweldig, maar – een mysticus?’ Hij vroeg me of ik het verhaal van de keukentafel kende. Ik had geen idee en leerde op deze manier iets over ‘de donkere nacht van de ziel’ in het leven van King.
(Dorothee Sölle)

 
In deze tijd, waarin het ‘wij-zij-gevoel’ de kop opsteekt, is de spiritualiteit van Martin Luther King hoogst actueel. Kennismaken met zijn preken en toespraken geeft ons inzicht in de spirituele bronnen, die deze dominee en leider van de zwarte burgerrechtenbeweging de kracht gaven tot geweldloos verzet en verzoening. Daarmee staat hij op één lijn met Mahatma Gandhi en Nelson Mandela.

 
Gandhi was waarschijnlijk de eerste mens in de geschiedenis, die de ethiek van de liefde van Jezus uittilde boven de simpele interactie tussen individuen, tot een indrukwekkende en effectieve sociale kracht op grote schaal. (…) Het was in deze Gandhiaanse nadruk op liefde en geweldloosheid dat ik de methode ontdekte tot sociale verandering, waarnaar ik zoveel maanden op zoek was geweest.

 
King geloofde in een langzame weg naar verandering die zou leiden tot een solidaire samenleving, waarin zelfrespect en altruïsme het winnen van zelfgenoegzaamheid en egoïsme. Jezus was degene die hem inspireerde, terwijl hij van Gandhi de methode van geweldloos verzet overnam. Kings idealen en strijdbaarheid hebben hemzelf, zijn vrouw, kinderen en medestanders veel lijden bezorgd, maar hij bleef vertrouwen op God, die hij zag als levensnabije en zachtmoedige Vader. Een dag na de moord op Martin Luther schreef Thomas Merton aan Coretta King dat haar man het grootste heeft gedaan wat een mens kan doen: Zijn leven geven voor zijn vrienden en zijn vijanden.
Ter illustratie enkele citaten uit het gedachtegoed van King.

 
Geweld verwekt verbittering bij de overlevenden en wreedheid bij de daders. De oude wet van oog om oog leidt ertoe, dat tenslotte iedereen blind zal worden.

 


Wanneer ik het over liefde heb, heb ik het niet over een of andere sentimentele en zwakke respons. Ik heb het over die kracht, die alle grote godsdiensten hebben beschouwd als het soevereine eenmakende levensprincipe. Liefde is op een of andere wijze de sleutel, die de deur ontsluit die tot de uiterste werkelijkheid leidt.

 


Wij hebben macht, macht die niet schuilt in de molotovcocktails, maar wij hebben macht. Macht die niet schuilt in geweren en kogels, maar wij hebben macht. Het is de macht die zo oud is als de ideeën van Jezus van Nazaret en zo nieuw als de visie van Mahatma Gandhi.

 
Door aan elkaar uit te wisselen wat ons bij het lezen van Martin Luther King het meest raakt – in welke zin dan ook – willen we op het spoor komen van de bronnen die ook ons kracht kunnen geven tot een levenshouding van gerechtigheid en verzoening.De teksten die we gebruiken worden aan het begin van de bijeenkomsten uitgereikt.

Pelgrims in het leven

Gesprekken met mensen van ervaring

Dagen: Zes woensdagen (14.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Riet Spierings enn Mart Vogten

 
Als het christendom tam is geworden, moeten we opnieuw beginnen.

 
Lucette Verboven wandelt al jaren met schrijvers, denkers, monniken, nonnen en kunstenaars. Zij treft hen aan op hun pad, stelt hen vragen, zodat ze gaan vertellen over de weg die ze hebben afgelegd, over het doel van hun zoeken, over het beeld dat zij zich van de wereld maken en over wat de bestemming van dat alles kan zijn. Waarheen zijn zij onderweg? Wat drijft hen?

 
Haar interviews lezend gaan we zelf met elk van hen op stap.
Zij ontmoet Helen Prejean, die ter dood veroordeelden begeleidde. Spiritualiteit brengt ons altijd naar diepere lagen, naar een wereld waar onverzoenlijke tegenstellingen verzoend worden.

 


André Chouraqui,
ooit onderburgemeester van Jeruzalem en persoonlijk adviseur van president David Ben Goerion. Doodgaan is terugkeren, niets om bang voor te zijn, une merveilleuse illumination.

 


Augustin Ichiro Okumera
, een Japanse karmeliet, boeddhist én christen, in Rome raadgever voor de interreligieuze dialoog. Iemand zei (niet ik, maar ook niet iemand buiten mij): je aanvaardt nu alle mirakels, want zonder mirakels kan niemand het echte christendom verstaan.

 
Vincent Shigeto Oshida, dominicaan, boeddhist die Christus heeft ontmoet. Een pelgrim in het leven met niets in handen (arm), maar bevrijd van hoogmoed. Enzo Bianchi, stichter van een nieuwe gemeenschap van leken en monniken, mannen en vrouwen van verschillende geloofsovertuigingen. In de stilte wordt er gecommuniceerd.

 
Mary McAleese, expresidente van de Ierse Republiek. In plaats van een kogelvrij vest te dragen, zorgt zij ervoor dat haar ziel in een constante staat van genade is. Vergeven moet je telkens opnieuw doen, steeds weer leren niet aan de gevoelens van haat en bitterheid toe te geven.

 


Tessa Bielecki
, karmelietes en medeoprichtster van het Spiritual Life Institute of America, een religieuze gemeenschap voor celibataire mannelijke en vrouwelijke kluizenaars. Politiek beleid is belangrijk maar beperkt. Alleen contemplatie leidt tot een radicale verandering van gedachten en gevoelens…, zodat je alleen nog maar kunt doen wat goed is voor de gemeenschap.

 


Raimon Panikkar.
Ik ben als christen op zoek gegaan, heb mezelf als hindoe gevonden en keer terug als boeddhist, zonder dat ik opgehouden ben christen te zijn…Salaris is de moderne vorm van slavernij. Je werkt acht uur per dag, vijf dagen per week en op het einde van de maand krijg je geld. Wij leven onbewust en hebben angst voor de vrijheid. De westerse mens is geobsedeerd door zekerheid.

 
Willigis Jäger, benedictijner monnik en zenmeester. Religie biedt mensen beelden van God die zijn als vensters. Ze laten het licht erachter zien, maar het licht zélf zijn ze niet… Sacramenten zijn rituelen die we nodig hebben omdat we datgene wat we ervaren, ook willen uitdrukken en vieren. Echte mystiek is bij Jäger op de wereld gericht, creatief, sociaal en naar buiten tredend.

 
Paulo Coelho, de Braziliaanse succesauteur, constateert twee dingen als hij de evangeliën leest: Jezus geniet van het leven, is voortdurend met anderen aan het eten en drinken, reist veel en praat met iedereen, neemt initiatief om naar mensen te gaan. En: In het evangelie is geen scheiding tussen het sacrale en het profane. Jezus brak die muur af.

 
Om aan de cyclus te kunnen deelnemen is het van belang het boek van Lucette Verboven, Pelgrim in het leven (Pelckmans, Kapellen / Dabar-Luyten, Heeswijk 1999) ter beschikking te hebben. Dit boek is uitverkocht. Maar via het KCS is het verkrijgbaar.

De vrouw uit Nazareth

Maria, vereerd, veracht en opnieuw ontdekt

Dagen: Vijf vrijdagen (10.00 – 12.30 uur)
Begeleiding: Mineke Kroes en Riet Spierings

 
De geschiedenis van Maria kent een haast onuitputtelijke bron aan mythen en legenden, kunstafbeeldingen, liederen, devoties en bedevaartsoorden. In de katholieke traditie is Maria eeuwenlang hoog vereerd en kon zij waarachtige vroomheid oproepen.

 
Maria is in diezelfde traditie langzamerhand verwaterd tot een zoetsappige verschijning of tot een hoogverheven steriele persoonlijkheid, die niemand meer kan aanspreken. Haar naam is dikwijls besmet en omringd door zoetelijke beelden en devotionele praktijken. Een voorbeeld zijn de Mariaverschijningen van de vorige eeuw en de daarmee verbonden trek naar deze ‘heilige’ plaatsen die soms een kermisachtige allure kregen.

 
Titels als ‘onbevlekte maagd en moeder’, ‘nederige dienstmaagd’ en ‘lijdende moeder’ maakten Maria tot een benauwend voorbeeld, waarmee mensen van deze tijd niets te maken willen hebben. Niet alleen in feministische kringen riep zo een Maria figuur afkeer en weerstand op. Kort gezegd: grote dubbelzinnigheid in de beelden en titels aan Maria toegekend, ging toenadering in de weg zitten.

 
Maar Maria lijkt terug van weggeweest. Recente publicaties, tentoonstellingen, studiedagen, films, muziekuitvoeringen gewijd aan Maria, wijzen op een hernieuwde aandacht en belangstelling. Hier wordt gezocht naar een beleving van Maria als sterke vrouw en als inspiratiebron voor eigentijdse geloofsbeleving.

 
Tegenover alle zweverige aanhankelijkheid waarbij de Mariafiguur misbruikt, ontkracht en van alle aantrekkelijkheid is ontdaan, bieden bijbelse beelden en liederen een krachtig alternatief. Vooral het Magnificat van Maria (Lucas,1, 46-55) getuigt van een vrouw met lef, levensmoed en vertrouwen. Dietrich Bonhoeffer noemt de Lofzang van Maria het hartstochtelijkste, wildste, ja, je zou kunnen zeggen het revolutionairste lied dat ooit gezongen is.

 
Maria laat een andere betrokkenheid zien tegenover macht dan het heersen van de een over de ander. Zij is een vrouw die betrokken is op anderen en opkomt voor de zwakke en vernederde. Het leed van de wereld gaat haar aan zonder er onderdoor te gaan. In het bijbelboek Openbaring van Johannes wordt Maria in een visioen opgevoerd als oervrouw die de kosmos draagt en mens en kosmos samenbrengt.

 
Hiermee staat Maria in een lange traditie van Venus tot madonna. Ze staat in de lijn van oude vormen van godinnenverering in vóórchristelijke tradities van het Midden Oosten. Maria is dan het vrouwelijk gezicht van God. Een te mannelijke godsdienst roept blijkbaar om belichaming van een andere pool, die van intimiteit, troost, barenskracht, ontvankelijkheid, zorg.

 
Als we Maria opnieuw ter sprake brengen door middel van teksten, liederen, afbeeldingen, dan is het om in haar een vrouw op het spoor te komen in wie we ons kunnen herkennen in ons zoeken naar een gelovige levenshouding, waarin overgave én strijd opnieuw bron van kracht zijn. Een levenshouding die gepaard gaat met betrokkenheid op de wereld om ons heen.

Programma voorjaar 2006
Op zoek naar een tweede naïviteit

Nieuwe geloofsvoorstellingen in onze tijd

Dagen: Vijf dinsdagen (13.30 – 16.00 uur)
Begeleiding: Riet Spierings en Frits Tillmans

 
‘Ironie is spreken en handelen in oprechte onwetendheid, maar gaat toch gepaard met veinzen. (…) Welnu, in plaats van te zeggen: ‘We weten waar we het over hebben’, zegt de ironie: ‘We doen net alsof we weten waar we het over hebben, en we vergeten geen moment dat we maar doen alsof.’ Mijn definitie van ironie luidt in twee woorden: oprecht veinzen.
De ironie erkent het mysterie, en dus ook haar eigen voorlopigheid. Ze kan zichzelf ieder gewenst ogenblik corrigeren, maar ze ondermijnt zichzelf niet bij voorbaat. (…) Eerlijk gezegd kan ik me de geestesgesteldheid van de gelovige alleen als ironie indenken, niet als het hogere inzicht van een bevoorrechte. De gelovige heeft met nog wat gelijkgestemden God verzonnen, en met hun allen doen ze vervolgens alsof die nuttige fictie echt bestaat. Maar ze zouden vierkant van hun geloof afvallen als Hij binnenkwam en zei: ‘Hier ben ik.’’

 
Naast de aanduiding ‘oprecht veinzen’ van Frans Kellendonk kennen we andere gelijksoortige typeringen van het geloof in onze tijd. Dietrich Bonhoeffer spreekt over ‘leven alsof er geen God is’, Cornelis Verhoeven over ‘Rondom de leegte’, Gianni Vattimo over ‘Ik geloof dat ik geloof’, Harry Kuitert over ‘Het algemeen betwijfeld christelijk geloof’, Jacques Pohier over ‘God in fragmenten’ om aan te geven dat de God van liefde niet Alles wil zijn. Paul Ricoeur, tenslotte, vat zijn streven naar een nieuwe interpretatie samen onder de term ‘tweede naïviteit’.

 
Bij die laatste uitdrukking willen we ons aansluiten om een uitweg te vinden voor een geloofshouding die opgewassen is tegen kritiek en secularisatie. Na de moderniteit en de secularisatie zijn veel mensen, vooral ouderen, ontheemd van hun oude geloof dat een voorstellingswereld bracht van uiteindelijke geborgenheid. Het is duidelijk geworden dat God zich geeft in menselijke beelden die in Schrift en traditie zijn geordend, maar steeds nieuwe interpretatie behoeven. De beelden zijn onder kritiek gesteld door een cultuur van afstand, rationalisatie en argwaan (vgl. de drie ‘ontmaskeraars’, Marx, Nietsche en Freud). Velen zitten nu met de scherven. Hoe verder?

 
Intussen is een nieuwe beeldenwereld ontstaan van religie, maar nu ongeordend en verwilderd, versnipperd ook door de privé behoeften en wensen van eenieder. En toch is de hang van de mens naar transcendentie gebleven, het verlangen naar ‘Iets’ dat alles uiteindelijk zin en rechtvaardiging geeft. Hoe kunnen we weer terug naar de aloude samenhang van de traditie? Hoe kunnen we de symboliek weer laten spreken? Een nostalgische terugkeer naar de ‘waarheid’ van toen blijkt niet te werken en zou ons leven splijten in twee werelden, die van zelfstandigheid en die van kinderlijkheid.

 
Deze cyclus wil een zoektocht zijn naar nieuwe, zij het ook voorlopige, tekenen van en naar God. We doen dit door het lezen van enkele teksten en vooral door onderling gesprek. Is een ‘tweede naïviteit’, een tweede kinderlijkheid mogelijk?

De liefde van Simone Weil

Een waakzaam leven

Dagen: Drie zaterdagen (11.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Frans Maas

 
Teksten van de Franse filosofe en schrijfster Simone Weil (1909 – 1943) brengen ongemakkelijke onderwerpen ter sprake: de afwezigheid van God, ongeluk, onkerkelijkheid, maar ze zijn doortrokken van paradox en liefde.

 
Ik ben er heel zeker van dat er een God is, in de zin dat ik er heel zeker van ben dat mijn liefde geen illusie is. Ik ben er heel zeker van dat er geen God is, in de zin dat ik er heel zeker van ben dat er niets in de werkelijkheid is dat lijkt op wat ik op begrip breng, wanneer ik die naam uitspreek.

 


De vreugde en het ongeluk, het is om het even, zij dragen de merktekenen van het goddelijke handschrift, of het nu in vrolijk rood dan wel in bitter zwart geschreven is. Maar de auteur is afwezig. Het bestaan van God mogen we best ter discussie stellen, maar zijn liefde niet. Er is maar één godsbewijs, en dat is dat wij doorgaan met hem beminnen. God is aanwezig in onze werkelijkheid, zoals het brood aanwezig is in de honger, het water in de dorst. God is aanwezig in het onstilbare verlangen naar God. God is aanwezig in de aanhoudende klacht ‘mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?’.

 
(parafrase van Simone Weil, door Frits de Lange)

 
Aan de hand van dergelijke teksten proberen we met elkaar te vinden in welke mate Simone Weils zicht op Liefde in ons eigen leven tot ruimte en kracht kan worden. Er wordt een andere tekst gelezen dan vorig jaar.

Een ‘ja’ tot Gods aarde

Bruidsbrieven uit de cel, 1943 – 1945

Dagen: Zes donderdagen (14.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Lia Vergouwen en Vic Bos

 
Ik ben bang, dat christenen die slechts met één been op aarde durven te staan, ook maar met één been in de hemel staan. (Dietrich)

 
Ik heb een krijtstreep ter grootte van jouw cel rond mijn bed getrokken. (Maria)

 
De Duitse theoloog en predikant Dietrich Bonhoeffer (1906 – 1945) was actief betrokken bij de Belijdende Kerk én bij het verzet tegen de nazi-beweging. Vanaf het begin weigerde hij te collaboreren met het Hitler-regime en waagde hij zijn leven voor de politieke vrijheid. Vanwege zijn protest tegen het nationaal-socialisme, zijn ondergronds verzet en zijn daadwerkelijke deelname aan de samenzwering tegen Hitler en zijn bewind, werd hij op 5 april 1943 gearresteerd en gevangengezet. Twee jaar later, enkele weken voor de capitulatie van Duitsland, werd Bonhoeffer op 9 april geëxecuteerd.

 
Maria von Wedemeyer (1924 – 1977) groeide op in een familie die een grondige afkeer van de nazi’s koesterde. Grootmoeder Von Wedemeyer was bevriend met Dietrich Bonhoeffer. Ze had een bijzondere band met haar kleindochter Maria, die ze ‘haar kleine vriendin’ en ‘haar kleine heks’ noemde. Via haar ontmoetten Maria en Dietrich elkaar in de zomer van ’42. Maria was 18 en had net haar eindexamen gymnasium gedaan. In de maanden die volgden leerden ze elkaar beter kennen en begonnen ze in elkaar een toekomstige levenspartner te zien. De moeder van Maria, haar vader was in de zomer van ’42 aan het front gesneuveld, had aanvankelijk moeite met hun verhouding vanwege Maria’s jonge leeftijd en het grote leeftijdsverschil met Bonhoeffer. Ondanks een in november ’42 overeengekomen wachttijd volgde in januari ’43 hun verloving. In een brief van 13 januari met als aanhef ’Beste dominee Bonhoeffer’ schreef Maria: ‘Ik kan heden met een geheel en al onbekommerd hart ‘ja’ tegen u zeggen.’ Wel werd afgesproken dat de verloving voorlopig niet zou worden bekendgemaakt. De arrestatie van Bonhoeffer kort daarop doorbrak alle afspraken. Vanaf die tijd tot enkele maanden voor zijn terechtstelling zagen zij elkaar alleen in het bijzijn van anderen en bestond hun contact enkel in een levendige briefwisseling. Pas in juni kreeg Maria het vreselijke bericht van de dood van haar geliefde.

 
32 Jaar later, na een bewogen en rijk gevuld leven, gaf Maria op haar sterfbed aan haar oudste zus Ruth-Alice toestemming deze nalatenschap te publiceren. Enkele jaren eerder schreef ze haar zus: ‘Je hebt gelijk als je zegt dat je aan sommige zaken tijd moet gunnen en het goede moment moet afwachten. Ik sta er telkens weer versteld van hoe ongelooflijk gevoelig ik ben op het punt van Dietrich en mijn verhouding tot hem.’

 
Wij mogen in deze liefdesbrieven ervaren hoe intens Maria en Dietrich bij elkaar hoorden en hoe wreed hun saamhorigheid werd doorkruist. Over hun dood heen bieden deze geliefden ons een boeiende en ontroerende inkijk in de wijze waarop zij niet alleen ‘ja’ zeiden tegen elkaar, maar ook ‘tot Gods aarde’.
Aan de hand van Dietrich Bonhoeffers en Maria von Wedemeyers Bruidsbrieven uit de cel, 1943 – 1945 (Ten Have, Baarn 2004) en onze eigen ervaringen proberen we op het spoor te komen van een spiritualiteit die bij ons persoonlijke en maatschappelijke leven past.

La meglio gioventù

Dagen: Een zaterdag (10.00 – 21.00 uur)
Begeleiding: Marjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

 
De meeslepende, zes uur durende film van Giordana (Italië, 2003), La Meglio Gioventù (De Beste Jeugd) beslaat 35 jaar uit het leven van twee broers uit Rome: Nicola en Matteo, in 1966 allebei begin twintig. Beiden getalenteerde studenten (de een medicijnen, de ander letteren), en beiden geïnteresseerd in kunst, poëzie en politiek, maar uiteindelijk toch ieder een heel ander pad bewandelend. De levenslustige Nicola ontwikkelt zich tot een van de wegbereiders van de anti-psychiatrie. De levensangstige Matteo schrikt terug voor de chaos die het gevolg is van de bevrijding van ongeveer iedereen en wordt politieman. Tekenend voor de mildheid van La Meglio Gioventù is dat deze verschillende keuzes lange tijd geen breuk tussen de broers teweegbrengen. Zelfs niet als Nicola trouwt met Giulia, een pianiste annex wiskundige die later zal kiezen voor het terrorisme van de Rode Brigades.

 
Uitgangspunt voor dit ontroerende familiesaga zijn de levensverhalen van de twee broers en hun verwanten, vrienden en geliefden. Vooral de vrouwen in hun leven spelen een sleutelrol. Zij bepalen de grote veranderingen in de levens van de broers. En zo volgen we het levenspad van een aantal jongvolwassenen tot aan het jaar 2002. We zien hoe ze ieder vanuit hun eigen persoonlijkheid tot bepaalde keuzes komen. Keuzes die beïnvloed worden door historische omstandigheden. Met deze biografische aanpak, geplaatst in een historische context, wil de film afwijken van de stereotypen die de televisie ons aanreikt over deze zogenaamde protestgeneratie van de jaren zestig/zeventig. Eerder krijgen we aan de hand van die levensverhalen zicht op nuances, op zowel de lichtende als de duistere kanten van deze generatie.

 
La Meglio Gioventù laat zich bekijken als een ’road-movie’ door Italië, door de laatste 35 jaar van de 20ste eeuw, zoals de film Novecento (Bertolucci) uit de jaren zeventig dat was over de eerste helft van de Italiaanse 20ste eeuw. In La Meglio Gioventù is het eerste historische moment de overstroming van Florence, door de regisseur gekozen omdat ze vóór 1968 viel, een laatste moment van verbroedering tussen toeschietende studenten, het leger, de politie, voordat de strijd tussen de ideologieën zijn beslag kreeg. De film eindigt in het besef dat het met de ideologieën is misgelopen. Dat de politiek dood is. Maar de film eindigt ook in het besef dat iedere generatie, zowel de ‘beste’ als de ‘slechtste’ jeugd is. Dat is immers biologie.

 
De hele film duurt zes uur. Daarom wordt hij onderbroken door een lekker Italiaans hapje en drankje.

Johannes de Ziener

Het evangelie volgens Johannes

Dagen: Acht woensdagen (14.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Riet Spierings en Mart Vogten

 
Jan Nieuwenhuis schreef een boek met diepgang, Johannes de Ziener. Wie dit verhaal begint te lezen raakt al gauw geboeid door de bijzondere verhaaltrant. Je voelt je door de auteur bij de hand genomen als door een vriend die je een voor jou onbekende stad laat zien, waar hij al heel lang woont, daar thuis is en iedere hoek van de straat kent. Zo iemand neemt je mee van de ene plek naar de andere. Hij laat je vaak stilstaan en vertelt ademloos over wat hem in de loop der jaren is gaan fascineren. Zo gaan deuren voor je open en word je nieuwsgierig. De rondleiding wordt zo aanstekelig dat je zelf eropuit wilt trekken om met eigen ogen te zien, om plaatsen te verkennen die jou interesseren… en te vertellen wat jij zelf hebt ontdekt.

 
Jan Nieuwenhuis volgt zijn leermeester Johannes van woord naar woord, van verhaal naar verhaal, van feest naar feest, van uur tot uur naar het allesbeslissende moment voor Jezus, de hoofdpersoon van het verhaal. Voor de lezer is de auteur een inspirerende gids met grote opmerkzaamheid en humor. Hij loodst je van etappe naar etappe door het evangelie en leidt je via sleutelwoorden naar de kern van de zaak. Wat is geloven? Kan je dat leren? Daar geeft Jezus bij Johannes geen gemakkelijk antwoord op. In zeven ‘teken-verhalen’ schetst Johannes verschillende levenssituaties waarbij ‘leren zien’ schering en inslag is. Telkens krijgen we te maken met de drieslag: zien, geraakt worden en in beweging komen. Deze wijze van kijken brengt een kettingreactie teweeg.

 
´Zien´ is het sleutelwoord in elk van de ontmoetingen. Johannes de Doper, die gezien heeft en deswege kroongetuige is geworden, wijst zijn leerlingen op Jezus, en zij wijzen vrienden, collega’s, teamgenoten verder. Alle roepingen zijn een uitnodiging om te ‘zien’: het geloven komt tot stand op grond van ooggetuigenis en de ene ooggetuige opent de ogen van de volgende; het is een zich repeterend proces (…).

 
Nieuwenhuis illustreert dit ‘zien’ met een verhaal van Abel Herzberg uit ‘Brieven aan mijn kleinzoon’.

 
Hij (de grootvader) vertelde van een rebbe die de kamer in kwam waar zijn zoon in diep gebed verzonken was. In de hoek stond een wieg met een huilend kind. De rebbe vroeg zijn zoon: Hoor je niet dat het kind ligt te huilen? De zoon zei:’Vader ik was in God verzonken’. Toen zei de rebbe:’Wie in God verzonken is, ziet zelfs de vlieg, die op de muur kruipt’.

 


Zien is hier wat het betekent in heel de Schrift: weten, betrokken zijn, ter harte nemen, opkomen voor. (…) Zien is alles zien. Alles moeten aanzien. En daar niet onverschillig voor blijven.

 
Het lijkt wel of de evangelist Johannes over de eeuwen heen meegeluisterd heeft naar de mensen van nu, wat hen bezig houdt, hen ontreddert en pijn doet. Het evangelie van Johannes weerspiegelt onze eigen geschiedenis en laat zien waar het in ons eigen leven op aankomt. De lezer dient bij elk verhaal op zijn qui-vive te zijn. Wie het boek lezen wil, moet aan de spade en het vergrootglas. Hij moet leren ‘zien’.

 
In deze cyclus beperken we ons tot het lezen van het eerste deel van het boek: Het evangelie. Johannes de Ziener, Geschriften voor de gemeente van nu. Kok, Kampen 2004, ISBN 90 435 0916 7.

Leven van binnenuit

Een weekend in mei

Dagen: Zaterdag (11.00) tot zondag (16.00 uur)
Begeleiding: Dinette Kooiman, Mineke Kroes, Hanno Dompeling
Plaats: Castricum

 
Als een gazelle is mijn lief,
als het jong van een hert.
Kijk! Hij staat al bij de muur.
Hij blikt door het venster,
tuurt door de spijlen.

 


Mijn lief roept mij toe:
‘Sta op, vriendin!
Mooi meisje, kom!
Kijk! De winter is voorbij,
voorbij zijn de regens, weggegaan.

 


De bloemen zijn verschenen op het veld,
nu breekt de zangtijd aan,
het koeren van de duif klinkt op het land.
De vijgenboom is al vol vruchten,
de wijnstok rankt en geurt.

 
(Hooglied 2,9 – 13)

 
Geen seizoen zo uitbundig als de maand mei. Vele bloemen springen open, bomen bloeien en frisse zoete geuren kunnen je zomaar overvallen. Het is een maand van leven, van op alle fronten ‘naar buiten komen’.
Echt leven komt van binnenuit. Vanuit de binnenkant, vanuit het donker en de diepte komt het naar boven en naar buiten. Nieuwe levensvormen ontplooien zich met de levenskracht die vanuit diepe, verborgen wortels naar boven stuwt, naar het licht.
Ook met Pasen kunnen we die kracht hebben ervaren: vanuit het duister naar het licht, van verborgenheid naar heerlijkheid.

 


In Centrum monastieke tradities Jan 17
, prachtig gelegen in het Noord-Hollands duinreservaat in Castricum, trekken we ons aan het begin van de meimaand twee dagen terug. Het is dan drie weken na Pasen. In verbondenheid met de natuur en in ontmoeting met elkaar zullen we ervaringen opdoen van ‘naar binnen gaan’ en weer ‘naar buiten gaan’. We zoeken naar verbinding tussen de in liturgie verborgen wijsheid en het ritme van het leven, tussen wat ons hart ten diepste raakt en ons gewone dagelijkse bestaan.

 
We lezen poëzie (o.a. het Hooglied) en psalmen. We kijken naar een icoon en werken in stilte, in gesprek en met eigen expressie. We ondergaan de weldaad van een wandeling en meditatieve oefeningen in de natuur. Er is gelegenheid om aan een eenvoudig avonden ochtendgebed deel te nemen. De biologische maaltijden worden met veel zorg bereid. Kinderen zijn van harte welkom. Voor hen wordt deels een apart programma aangeboden.

Programma najaar 2006
Martin Luther King

De man tussen Gandhi en Mandela

Dagen: Zes donderdagen (14.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Gertruud Padberg en Vic Bos

 
Jezus (…) zei tot hen: ‘Zie, ik zend u als schapen midden onder wolven’ en hij gaf hun een richtsnoer. ‘Wees dan voorzichtig als slangen en argeloos als duiven.’ (…) Wij moeten (…) een waakzame, vaste geest verenigen met een zacht, vertrouwend hart.

 
In deze tijd, waarin het ‘wij-zij-gevoel’ de kop opsteekt, is de spiritualiteit van Martin Luther King (1929-1968) hoogst actueel. Kennismaken met zijn preken en toespraken geeft ons inzicht in de spirituele bronnen, die deze dominee en leider van de zwarte burgerrechtenbeweging de kracht gaven tot verzoening en geweldloos verzet. Daarmee staat hij op één lijn met Gandhi en Mandela.

 
Wat is tragischer dan een mens die zich door zelfzucht heeft opgewerkt tot de hoogste toppen van geestelijke weerbaarheid, maar tegelijkertijd is weggezonken naar de peilloze diepten van de hardheid van hart?

 
King geloofde in een langzame weg naar verandering die zou leiden tot een solidaire samenleving, waarin zelfrespect en altruïsme het winnen van zelfgenoegzaamheid en egoïsme. Jezus was degene die hem inspireerde, terwijl hij van Gandhi de methode van geweldloos verzet overnam. Kings idealen en strijdbaarheid hebben hem, zijn vrouw en kinderen veel lijden bezorgd, maar hij bleef vertrouwen op God die hij zag als levensnabije en zachtmoedige Vader. Een dag na de moord op Martin Luther schreef Thomas Merton aan Coretta King dat haar man het grootste heeft gedaan wat een mens kan doen: ‘Zijn leven geven voor zijn vrienden en zijn vijanden.’

 
Ter illustratie enkele citaten uit het gedachtegoed van King.

 
Is er onder ons wel iemand, die nooit de bittere kwelling heeft moeten doorstaan zijn verwachtingen vernietigd en zijn idealen gebroken te zien? (…) Haal uw mislukking naar de voorgrond van uw denken en zie haar moedig onder ogen. (…) Nagenoeg alles wat ons overkomt weet God voor zijn plan te gebruiken. Misschien kan het de koorden van ons mededogen langer maken; misschien kan het onze egoïstische eigendunk doorbreken.

 


De mens is niet een vleugje rook van een hoop smeulende as, hij is kind van God, ‘bijna aan de engelen gelijk’. (…) Zijn grenzenloze liefde bewaart en draagt ons, zoals een machtige oceaan de kleine droppels bewaart en draagt van elke golf. Met bruisende volheid stort Hij naar ons toe in continue beweging, en vult de kleine baaien en inhammen van onze levens met onbegrensde rijkdommen.

 
Door aan elkaar uit te wisselen wat ons bij het lezen van Martin Luther King het meest raakt – in welke zin dan ook – willen we op het spoor komen van de bronnen die ook ons kracht kunnen geven tot een levenshouding van gerechtigheid en verzoening.

 
De teksten die we gebruiken worden aan het begin van de bijeenkomsten uitgereikt.

Ars vivendi – ars moriendi

Over de kunst van leven en sterven

Dagen: Drie dinsdagen (11.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Marjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

 
De dood is geen taboe meer in de filmcultuur. Tot aan de jaren tachtig was overlijden iets wat in de cultuur in het algemeen en dus ook in de filmcultuur grotendeels buiten beeld bleef. De laatste jaren echter krijgt de laatste levensfase wereldwijd volop aandacht. Denk maar aan internationaal politiek en religieus gevoelige thema’s als de wens tot zelfbeschikking en euthanasie, met als tegenreactie de wens om stervenden tot aan hun levenseinde ‘total care’ te bieden op lichamelijk, psycho-sociaal en spiritueel vlak – ook wel palliatieve zorg genoemd.

 
Over de laatste levensfase zijn de laatste jaren in de westerse wereld een aantal boeiende films verschenen. Films als Les invasions barbares (Canada), Simon (Nederland), Mar adentro (Spanje), Le temps qui reste (Frankrijk) en Wit (Groot-Brittannië). Al deze films brengen op een diverse wijze de ars vivendi en de ars moriendi, de kunst van leven en sterven in beeld.

 
Hoofdpersoon in het filmisch drama is vanzelfsprekend altijd de stervende. We worden getuige van zijn of haar levenslust én doodsangst, innerlijke onmacht én vrede, zijn of haar vragen naar zin én onzin van leven en dood, zijn of haar behoefte om met geliefden in het reine te komen en de eventuele rol van religie en spiritualiteit in dat proces.

 
In een aantal van deze films komt in de laatste fase van aanvaarding van de dood als onderdeel van het leven heel expliciet de wens tot zelfbeschikking (tot euthanasie bijvoorbeeld) aan de orde. De stervende verzet zich dan vooral tegen de voortgaande onbegrensde, ontluisterende lichamelijke aftakeling. Een lichamelijke aftakeling die het ondraaglijke gevoel geeft uitgeleverd te zijn aan de totale afhankelijkheid van zorg door anderen – professionele hulpverleners en/of familieleden – zelfs wanneer die zorg goed is. Bovendien voelt de stervende zich uitgeleverd aan ondraaglijke fysieke en/of psychische pijn, met een ervaring van identiteitsverlies als gevolg. Vanaf dat moment ervaart de stervende het leven niet meer als waard om nog verder geleefd te worden.

 
Pittige vragen stellen deze films aan de orde, waar we ook in eigen land mee worstelen – ook al is het recht op euthanasie wettelijk geregeld en staat de palliatieve zorg volop in de belangstelling. Immers, de ervaring van de dood in het leven blijft vol ambivalenties, waarmee we vroeg of laat geconfronteerd worden. Tijdens de filmcyclus zullen we deze en andere vragen door drie films op laten roepen en bespreekbaar maken.

 
Mar adentro is een Spaans drama gebaseerd op het ware verhaal van Ramón Sampedro, die na een duikongeluk grotendeels verlamd raakte. Hij slijt zijn dagen in bed in het huis van zijn oudere, gelovige broer in Galicië. Vanuit die plek voert de man, die alleen nog maar zijn hoofd kan bewegen, zijn strijd voor een waardige dood.

 
De Britse film Wit toont het verhaal van Vivian Bearing, een gevierd professor in de 17e eeuwse Engelse poëzie. Ze krijgt te horen dat ze kanker heeft, een agressieve vorm in een vergevorderd stadium. Ten dienste van de wetenschap onderwerpt ze zich aan een langdurige en zware experimentele chemotherapie. Bearing is een autoriteit op het gebied van de poëzie van de dichter John Donne. Haar hele leven heeft ze zich door middel van zijn gedichten bezig gehouden met de dood. Ineens ziet ze zichzelf geconfronteerd met een ongeneeslijke ziekte.

 
Romain, de hoofdpersoon in de Franse film Le temps qui reste, is een mooie 30-jarige succesvolle, arrogante, homoseksuele Parijse modefotograaf op de top van zijn kunnen. Tijdens een zomerse fotosessie valt hij flauw. Het verdict van de dokter is hard: Romain heeft kanker in een terminale fase. Hij besluit zich niet meer te laten behandelen. Hij aanvaardt zijn lot en kijkt de naderende dood recht in de ogen. In de tijd die hem rest, rekent hij af met zichzelf. Hij vertelt niemand iets over zijn ziekte. Hij draagt zijn lot alleen.

De Keltische weg

Een oud geloof met perspectieven voor de toekomst

Dagen: Drie vrijdagen (10.30 – 16.00 uur)
Begeleiding: Mineke Kroes en Riet Spierings

 
Zoekend de tegenwoordigheid van God die zich niet vinden laat,
verdwalen wij op onze weg, maar vinden wij hem terug
dan volgen wij de wonderbare melodieën die bij jou
overal over de wegen van de wereld weerklinken.

 
(Uit een liefdesgedicht van een Keltische monnik († 1086) voor zijn psalmboek)

 
De Keltisch-christelijke traditie vertegenwoordigt een rijk deel van onze geestelijke erfenis, die ons veelal onbekend is gebleven. Toch blijkt uit het aanbod in de boekwinkels Keltische spiritualiteit sterk in de aandacht te staan. Sommige bezoeken zelfs Iona, een afgelegen eiland voor de Schotse westkust. Nu een uithoek van Europa maar ooit een levendig centrum van christelijke cultuur. Van hieruit begon de Ierse monnik Columba met zijn metgezellen de kerstening van Europa. In de herbouwde abdij ontstond in 1938 de Iona Community, die gaandeweg ver over de grenzen aanhang en bekendheid verwierf en nieuwe gemeenschappen vormt, ook in Nederland.

 
Vorig jaar bespraken wij op het KCS het boek Aanwezig onderweg, een bundel artikelen door Nederlandse auteurs. Dit jaar zetten we onze verkenning voort met een boek van Ian Bradley, die diepgaand studie van de Keltisch-christelijke traditie heeft gemaakt.
De eigen elementen van deze traditie komen ter sprake, zoals de grote gevoeligheid voor beelden en poezie; het weet hebben van de aanwezigheid van God in de schepping en in het leven van alledag; een hoopvol beeld van de mens. Het besef altijd onderweg te zijn als pelgrim in het leven.

 
Door de poëzie, de kleurrijke legendes, kostbare bijbelmanuscripten en heilige plaatsen in het landschap krijgen we toegang tot een religieuze cultuur die het hart van de mens raakt met al zijn zintuigen. Ook de verhalen van legendarische heiligen zoals Columba, Patrick en Brigid horen daarbij. Zij beschouwden het leven als een pelgrimsreis (peregrinatio), waarbij het onderweg zijn vol van betekenis is omdat in de tijd een glimp van de eeuwigheid, van God kan worden opgevangen. Deze sterke nadruk op de dynamiek van het bestaan en het besef dat je bestemming zich al gaande ontvouwt, is een blijvende inspiratiebron.

 
Als leidraad gebruiken we o.a. het boek van Ian Bradley, Keltische spiritualiteit, Een oud geloof met perspectieven voor de toekomst, Meinema, Zoetermeer 2005, ISBN 90 211 3671 6 (Graag zelf aanschaffen).

Een weg door de woede

Voorbij het taboe

Dagen: Vijf donderdagen (14.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Rini Rikkert en Harm van Grol

 
Woedeuitbarstingen zijn geen pretje. Ben je toeschouwer dan maak je je misschien uit de voeten. Of je probeert de persoon die zijn woede uitleeft, te kalmeren. Vermoedelijk zonder veel resultaat. Het mikpunt zijn van woede is nog lastiger. Vooral om niet zelf uit te barsten. Mensen kunnen elkaar gemakkelijk treffen en kwetsen. Vrij algemeen geldt in onze samenleving dat je met woede kwaad doet, en als je zo’n woedeuitbarsting meemaakt, weet je weer waarom. Je hoort je woede te beheersen, in te houden. En wordt je woedend, dan verlies je je gezicht. Je moet je schamen. En dat zul je weten. Woede is taboe.

 
In deze serie middagen willen we voorbij het taboe. We gaan ‘een weg door de woede’. Bijna letterlijk, in de zin van een verkenning van de woede. Waarom? Omdat we ervan overtuigd zijn dat woede niet alleen negatief is én dat we met het taboe op woede niet echt opschieten. Als we wat meer zicht hebben op (onze) woede, moet het mogelijk zijn op een volwaardiger manier om te gaan met die woede. Kennismaken met woede kan ook tot zelfbezinning leiden en zo kan een weg door de woede verrassend zijn.

 
We beginnen onze verkenning met een uitdagende tekst Warme woede – koude woede van theoloog en psycholoog Jan Bodisco Massink. Daarna lezen we teksten uit de Bijbel vanuit drie invalshoeken. Heilige woede: bestaat er zoiets als heilige woede? Is er niet zoiets als terechte verontwaardiging? En waar zou het dan om gaan? Oude woede: je kunt zo je gevoelige punten hebben. Momenten dat je je woede voelt opkomen. Dan gaat het om onverwerkte woede. En onverwerkte woede kan je persoonlijke heling en heelheid in de weg staan, zij kan blijven vreten. Woede hoeft geen probleem te zijn, wel woede die niet geuit wordt, woede die sluimert. Verwerking van actuele en oude woede is noodzakelijk om je zelf te zuiveren. De emotionele taal van de psalmen kan helpen in de bewustwording en verwerking van emoties, ook van woede. Blinde woede: woede kan je blind maken, kan je het zicht benemen op jezelf, op anderen en op God. In de bijbel, maar niet alleen daar, vinden we een God die oordeelt, en een God die vernietigt. God die zijn toorn op ons of anderen uitleeft. Hoe staat het met deze godsbeelden? Zijn zij projecties van woede en schuld? Komen we zo niet met een boog weer uit bij onszelf? Zuivering van emoties kan een noodzaak zijn op weg naar God.

Op de marktplaats

Hildegard van Bingen en de verlokkingen van het hellend vlak

Dagen: Vijf woensdagen (10.00 – 12.30 uur)
Begeleiding: Tony Lindijer en Riet Spierings

 
‘En ik zag zoiets als een marktplaats waar menselijke kostbaarheden alsook wereldse geneugten en allerlei soorten handeltjes te zien waren…
En zoals een marktkoopman zijn waren uitstalt om door de verlokkende aanblik daarvan vele kopers aan te trekken, zo biedt de duivel zijn kunsten aan, hij prijst ze hoog en noemt ze goedkoop, zodat de mensen er des te begeriger naar grijpen. De kooplustigen tuinen erin. Zij betalen met hun goed geweten de prijs…’

 
In de veelheid en de complexiteit van ons bestaan worden we vaak overladen met een constante stroom van indrukken. Iedereen kent dat wel. Het leven lijkt dan één grote marktplaats waar eenieder met loven en bieden vecht om voorrang. Hoe vinden we richting en houden we stand?

 
Daarbij is het niet alleen de grote overdaad die schaadt, maar ook de onmacht die wij voelen tegenover alle narigheid en ellende in de wereld die bij ons binnenkomt. In de terminologie van Hildegard van Bingen, een abdis, mystica en componiste uit de 12e eeuw, gaat het om het kwaad in de wereld en de duivel: de duistere krachten die er voor zorgen dat er aan de narigheid geen einde komt.

 
Het woord duivel, het boze beginsel als persoon gedacht, mag dan niet meer zo tot onze verbeelding spreken, toch blijven wij wel steeds te maken hebben met die grote verscheidenheid waarin licht en duister elkaar afwisselen, de goede en kwade dingen zich presenteren, meestal onontwarbaar met elkaar verbonden. Veelal worden het grijze, deprimerende gebieden waar we niet goed raad mee weten en die ons met een zekere verwarring achterlaten.

 
Hildegard ziet dat in haar tijd ook, de vele gedaantes van het kwaad, en zij zegt daar zinnige dingen over. Zo is alle positieve kracht waarmee wij dingen kunnen onderscheiden samengevat in de discretio, het onderscheidingsvermogen, de moeder van alle deugden. Ook andere positieve krachten kunnen ons helpen, zodat wij onze richting kunnen bepalen en het duistere tegemoet kunnen treden. Met deze positieve godskrachten of deugden komen we een heel eind in de verwarring van ons leven. Een sprankelend inzicht om de marktplaats vol verlokkingen tegemoet te treden? Wellicht voelen wij ons iets minder verloren temidden van het loven en bieden en de zuigende kracht van alle dubieuze aanbiedingen.

 
Met behulp van teksten van Hildegard, haar muziek en haar visioenen proberen we antwoorden te zoeken op de vragen die bij de wereld als marktplaats bij ons opkomen.

 
Na een korte inleiding op Hildegard van Bingen worden de visioenen gelezen waar het kwaad in diverse gedaantes naar voren komt. We kijken naar waar het ons leven raakt en waarover we met elkaar in gesprek willen gaan.

Wie de bron kent…

Het allerdaagse leven meer bewust worden

Dagen: Drie maandagen (10.30 – 16.00 uur)
Begeleiding: Wim Bonarius en Joop Stam

 
In Eeuwigheid in het Nu van Willigis Jäger staat in het voorwoord: Er zijn momenten in een mensenleven waarin de tijd stil lijkt te staan. Vaak zijn het momenten waarin we onszelf vergeten zijn, momenten van overgave – momenten waarin we volkomen ‘aanwezig’ zijn, onze gedachten en gevoelens zich terugtrekken en we er gewoon alleen maar zijn. We beleven zulke ogenblikken als momenten van geluk. Geen herinnering kwelt ons meer, geen zorgen houden ons meer bezig. In de pure aanwezigheid in het hier en nu wordt het lichter en helderder om ons heen. De wereld is in orde. Ze verschijnt in een ander licht en even bespeuren we haar alomvattende zin en betekenis. Dergelijke ervaringen van aanwezigheid zijn misschien minder bijzonder dan we denken. Ze zijn niet alleen voorbehouden aan grote mystici en leraren, die ze steeds opnieuw beleven. Ze vormen meer een stukje alledaagse spiritualiteit: ze kruisen ons levenspad om ons te helpen het contact met het wezen van onszelf en van de werkelijkheid in stand te houden.

 
Herkennen we die belevenissen in ons eigen leven? Kunnen we onze gevoeligheid voor die momenten meer bewust worden? We gaan dit jaar drie dagen met Willigis Jäger op pad aan de hand van zijn boek Wie de bron kent… Het alledaagse leven, geworteld in onze religieuze oorsprong, worden we ons dan mogelijk meer bewust. Daar kan een bevrijdende werking van uitgaan. Misschien kunnen we ook gevoeliger worden voor wat religies, en met name de christelijke religie, met ons willen delen. Een herwaardering van de religie kan daarvan het gevolg zijn.

Programma voorjaar 2005
Beeldend geloven

In gesprek met schilderijen van Marc Chagall

Dagen: Vijf woensdagen (19.30 – 22.00 uur)
Begeleiding: Til Thijssen – Hermans

 
Traditie – toekomst – leven in het hier en nu.
Onlosmakelijk hebben traditie en toekomstdromen te maken met je handelen in het hier en nu. De Joods-Russische schilder Marc Chagall (1887 –1985) schildert die drieslag op een indrukwekkende wijze.

 
Chagall betekent in het Russisch ‘vlug lopen’. Hij is een man die onophoudelijk verdergaat, bewust van hetgeen hij in zich draagt en zichtbaar maakt.

 
Een kunstcriticus schrijft over hem: ‘Hij is de schilder van symbolen, zijn fresco’s zijn bestemd voor een geestelijk tehuis, niet voor een tempel, kerk of synagoge, maar voor een tehuis, dat bepaalde elementen uit deze godshuizen verenigt, ontdaan van opgeplakte etiketten’.

 
Marc Chagall streefde naar een geestelijke werkelijkheid. Hij zegt zelf:

 
‘Ik zal gelukkig zijn als u en mijn andere vrienden bemerken, dat er in mijn bloemen een kleine bekoring schuilt, die hen doet gelijken op de bloemen van God. Ik zal erg blij zijn als u dat ontdekt’.
In de cyclus komen de volgende thema’s naar voren:Van binnen naar buiten.

 

  • Verlangen naar geluk.
  • Op zoek/ doortocht/ uittocht.
  • Wat is de basis van die uittocht?
  • Leven in openheid, de hardheid voorbij.

 

Aan de hand van Chagalls schilderijen van bijbelverhalen en andere verhalen, teksten van mystici, gedichten, muziek en stilte communiceren we over ons eigen geloven, onze wortels in de joods-christelijke traditie, onze toekomstdromen en ons handelen in het leven van alledag.

Een dak boven je hoofd

Een plek om te verblijven

Dagen: Vijf maandagen (19.30 – 22.00 uur)
Begeleiding: Janneke Krijger en Cees Savelkouls
Een plek om te schuilen, een eigen ruime, een huis misschien. In de vorige eeuw is er heel wat kaalslag gepleegd op plekken waar mensen zich ooit thuis wisten Maar dat was bij alle luidruchtigheid toch niet het laatste woord. En Gerrit Achterberg dichtte al:

 

de naam van iemand die niet meer bestaat
is soms nog lang onder de mensen.

Maar dan is er toch verbondenheid? En dan bestaat Hij toch nog? En hoe wisten ze zo zeker van niet?
Dat de mens wezenlijk religieus is, hoor je de laatste tijd weer in vele talen. En de koopman met lapjes als geborgenheid, spiritualiteit en God, die hij haast aan de straatstenen niet meer leek kwijt te kunnen, zoekt nu nerveus naar de adressen van zijn leveranciers. Want er is weer vraag en er zijn vast vele bewoonbare plaatsen voor mensen voorbij de verstrooiing, nog steeds en opnieuw. We hebben er enige gezocht. En u kunt er ook zelf meebrengen, want dat zal een leidende gedachte zijn: het huis is vast zo groot, dat er wel

 

Niemand is die er niet bij hoort

 

Het gaat erom, dat we ervaringen met elkaar delen, ze leren aanscherpen en er rijker van worden.
Wat hebben wij gevonden? We besloten te selecteren op diversiteit van onverwachte en meer vertrouwde huize, van veraf en van wat dichterbij.


De dichter C.O. Jellema
, die de sarcofaag van de Eeuwige vond, leeg maar wel de bodem van de hemel, rondom de leegte een stenen ruimte. Een uitblijvend antwoord of alleen maar uitgesteld en op welke vraag?

 

En welke troosten geborgenheid en welke uitdaging ook ligt er misschien in het luisteren, in het wijs worden en in de gedachte zelf deel van het antwoord te zijn…

 

De mysticus Charles de Foucauld, die de straat van de vrijheid in liep met niets dan het aanbod om een lege plek te zijn voor iemand om te blijven.

 

Toen hij 44 jaar oud was, ontving hij een oproep, een dringende uitnodiging om in de woestijn te gaan leven. Iedereen dacht aan een crisis, dat hij daarom, ontmoedigd, afzag van zijn werkzaamheden, van houvast. Daar, in de wonderlijke uithoeken van de Sahara, ontvangt hij een groot geschenk: de liefde voor het gebed.

 

De cineast Woody Allen. We willen gaan kijken naar een scene uit zijn ‘crimes and misdemeanors’ en de verbijstering over de gedachte dat de Eeuwige afwezig zou zijn, het geweten leeg en de liefde dus zonder betekenis. De ondraaglijkheid daarvan. Ook in zijn verlangen is de mens wezenlijk religieus.

 

De theologe Dorothee Sölle spreekt over de dood midden in het leven, de leegte, de verveling. Maar ook over de Morgenster die in het hart opgaat. Over het alleen maar functioneren, waarbij leven voortleven wordt en de mens afzakt tot werkdier. Over het alleen maar vitale dat ons weer ontvalt. En over de religieus existentiële overwinning van dit terneergeslagen zijn. Onverschilligheid, afstomping, gevoelsarmoede staat in tegenstelling tot geduld, zelfbeheersing, overgave.

 

Hoe afstand doen van onze ‘eigenschappen’, hoe alles laten sterven aan onszelf om ons zelf weer te kunnen vinden?

 

We willen hun ervaring laten spreken met de onze en plekken herkennen van verbondenheid.

Ook al zou er geen God zijn…

Midden in de aardsheid van dit leven staan

Dagen: Zes donderdagen (14.00-16.30 uur)
Begeleiding: Lia Vergouwen en Vic Bos

 
De Duitse theoloog en predikant Dietrich Bonhoeffer (1906-1945) was actief betrokken bij de Belijdende Kerk én bij het verzet tegen de nazi-beweging. Vanaf het begin weigerde hij te collaboreren met het Hitler-regime en waagde hij zijn leven voor de politieke vrijheid. Vanwege zijn protest tegen het nationaal-socialisme, zijn ondergronds verzet en zijn daadwerkelijke deelname aan de samenzwering tegen Hitler en zijn bewind, werd hij op 5 april 1943 gearresteerd en gevangengezet. Twee jaar later, enkele weken voor de capitulatie van Duitsland, werd Bonhoeffer op 9 april geëxecuteerd.

 
Vanuit de gevangenis schreef Bonhoeffer brieven, waarin hij uiting geeft aan wat er in hem omgaat aan vragen en onzekerheden, aan angst en hoop, aan ongeloof en vertrouwen. Zijn cel weerhoudt hem er niet van door te gaan met het zoeken naar richting te midden van chaos. Hij denkt er als het ware hardop, verwoordt intuïties, schetst aanzetten die hij later hoopt uit te werken, leeft intens mee met mensen in en buiten de gevangenis en vraagt zich af waar de grens ligt tussen noodzakelijk verzet tegen het ‘lot’ en de even noodzakelijke overgave.

 
– 16 juli 1944 – God doet ons weten dat we moeten leven als diegenen, die hun leven inrichten zonder God. De God, die met ons is, is de God die ons verlaat (Markus 15:34). (…) Voor en met God leven wij zonder God.

 


– 21 juli 1944 – … ik ervaar het tot op dit moment, dat je pas leert geloven als je midden in de aardsheid van dit leven staat; als je er volledig van afziet iets te maken van jezelf – een heilige, een bekeerde zondaar, een man van de kerk (een priesterlijke figuur!), een rechtvaardige of een onrechtvaardige, een zieke of een gezonde; als je aards leeft, dus met alle taken en problemen, successen en mislukkingen, met alle ervaringen en twijfels; want dan geef je je helemaal over aan God …

 
Aan de hand van Dietrich Bonhoeffers Verzet en overgave (brieven en aantekeningen uit de gevangenis, Ten Have, Baarn 2003) en onze eigen ervaringen proberen we op het spoor te komen van een spiritualiteit die bij ons persoonlijke en maatschappelijke leven past.

Passie en extase

Dagen: Drie donderdagen (11.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Marjeet Verbeek en Jan-Kees Kense

 
Mensen in extase. Een niet alledaags fenomeen. Verwonderd kijken we op van die onpeilbare diepte in de ogen van de ander. In de ogen van Teresa van Avila in de Santa Maria della Vittoria in Rome, in die van Bess in de film Breaking the Waves of van Theresia van Lisieux in de film Térèse. Beelden van – in dit geval – vrouwen die in geestesvervoering zijn geraakt, die verrukt en tegelijkertijd diep ontroerd zijn. En je voelt dat er aan hun overgave aan dat extatische moment een hartstochtelijke zoektocht is voorafgegaan. Je ziet gepassioneerde mensen. Hartstocht en extase horen dan ook onlosmakelijk bij elkaar.

 
Toch voelt niet iedereen zich even senang bij het zien van mensen in extase. Velen vinden het gênant. Anderen worden juist jaloers op de zichtbare intensiteit van de ervaring. Niet voor niets proberen veel mensen dan ook hartstochtelijk extase op te wekken door vasten en ascese, door drugs, dans, muziek en ritmisch bidden. Nagenoeg alle culturen kennen deze behoefte om in een droomwereld te belanden, waarin alles ‘heel’ is. Het bewustzijn van de omgeving, van problemen, van wat men moeilijk beheersen kan, verdampt. Het bewustzijn van het eigen lichaam daarentegen neemt toe, en daarmee het zelfvertrouwen.

 
Overigens wordt extase niet per se opgewekt door muziek, alcohol of drugs. Vormen niet ook ervaringen als de geboorte van je kind, een heftige verliefdheid of een bijna-dood-ervaring bronnen van diezelfde staat van verrukking en ontroering? Die momenten waarop je intens ervaart dat je leeft? Vandaag de dag vinden mensen deze intense levenservaringen vooral in seksualiteit, vervolgens in de natuur en tenslotte ook in de kunst.

 
Niet in de laatste plaats zijn het mystici die bekend zijn met extase. Al verwarren ze extase niet met mystieke ervaring. Maar als de mystieke ervaring extatisch is geweest, dan beseffen mystici, dat de terugval in de banale werkelijkheid nogal hard aankomt. Dan zal men hartstochtelijk terugverlangen naar die andere wereld, om erin ondergedompeld te worden. De extatische roes die iemand weer dicht bij zo’n mystieke ervaring kan brengen, is en wordt vaak nagestreefd; in Oost en West. Het is als met verliefdheid: wie zou met een ander in zee gaan als hij niet eerst werd aangetrokken door de vreugden van het verliefd zijn. De grote mystici wijzen de emotionele weg van de extase niet af, zelfs niet als deze sterk erotisch is, maar ze wijzen wel op de noodzaak van zuiverheid. Johannes van het Kruis verwijst naar Teresa van Avila als het gaat over extases. Hij erkent de emotionele weg als mogelijk, maar vindt hem nogal gecompliceerd. Voor hem is de kortste weg die van de nuchtere extase: het hartstochtelijk zoeken naar de werkelijkheid achter te dingen door radicaal los te komen uit het eigen ego.

 
Tijdens de drie donderdagen zullen we ons intensief bezighouden met passie en extase. Met die van anderen, maar natuurlijk ook met die van onszelf. Daartoe zullen we creatieve werkvormen gebruiken, waaronder een film bekijken en teksten lezen, om zo langzaam maar zeker op het spoor van onze eigen hartstochten te komen.

Meer dan het gewone

Dagen: Vier woensdagen (14.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Elly van de Vin

 
Jij vandaag gedaan?
Boek Ruth gelezen.
En?
Hartstikke mooi.

 
Nee, zo’n gesprek zul je niet gauw horen!
Wie gaat er nou voor zijn plezier de bijbel lezen?
(Nicolaas Matsier)

 
Ruth, een bijzondere vrouw, die komt te staan in een bijzondere traditie. Niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk durft deze Moabitische vrouw over grenzen heen te gaan.

 
Dit kleine bijbelboek staat in de feestrol die in de synagoge wordt voorgelezen tijdens het Wekenfeest, in de tijd van de oogst. Het verhaal van Ruth vertelt ons over een keerpunt in haar leven. Het is een verhaal van alle eeuwen.

 
‘Waar u gaat, ga ik; waar u blijft, blijf ik’. Deze woorden van Ruth tot Noömi haar joodse schoonmoeder werken tot op de dag van vandaag inspirerend. Overal ter wereld herkennen vrouwen er hun eigen situatie in en worden gesterkt om samen moeilijkheden het hoofd te bieden.

 
De grote thema’s uit het leven komen we hierin tegen: Liefde en trouw; recht en plicht; eenzaamheid en dood; hongersnood en de vlucht naar een vreemd land; het op vreemde grond moeten leven staande in twee culturen.

 
Dit alles maakt dat we nu nog geboeid raken door een verhaal dat meer dan vijfentwintig eeuwen geleden is ontstaan, omdat we er de actualiteit, waarmee we dagelijks worden geconfronteerd in herkennen. Op heel fijnzinnige wijze weet de auteur ons ook binnen te leiden in de traditie van het joodse volk.

 
We verdiepen ons gedurende vier middagen grondig in de tekst om dit pareltje uit de wereldliteratuur beter te leren verstaan. En om ons – nu in onze tijd – te laten inspireren door Ruth, die onverwachte keuzes durft te maken. We gaan op zoek naar de betekenis van dit verhaal voor onze tijd en ons leven.

De Liefde van Simone Weil

Een waakzaam leven

Dagen: Drie zaterdagen (11.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Frans Maas

 
Teksten van de Franse filosofe en schrijfster Simone Weil (1909-1943) brengen ongemakkelijke onderwerpen ter sprake: de afwezigheid van God, ongeluk, onkerkelijkheid, maar ze zijn doortrokken van paradox en liefde.

 
Ik ben er heel zeker van dat er een God is, in de zin dat ik er heel zeker van ben dat mijn liefde geen illusie is. Ik ben er heel zeker van dat er geen God is, in de zin dat ik er heel zeker van ben dat er niets in de werkelijkheid is dat lijkt op wat ik op begrip breng, wanneer ik die naam uitspreek.

 


De vreugde en het ongeluk, het is om het even, zij dragen de merktekenen van het goddelijke handschrift, of het nu in vrolijk rood dan wel in bitter zwart geschreven is. Maar de auteur is afwezig. Het bestaan van God mogen we best ter discussie stellen, maar zijn liefde niet. Er is maar één godsbewijs, en dat is dat wij doorgaan met hem beminnen. God is aanwezig in onze werkelijkheid, zoals het brood aanwezig is in de honger, het water in de dorst.God is aanwezig in het onstilbare verlangen naar God. God is aanwezig in de aanhoudende klacht ‘mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?’

(parafrase van Simone Weil, door Frits de Lange)

 
Aan de hand van dergelijke teksten proberen we met elkaar te vinden in welke mate Simone Weils zicht op Liefde in ons eigen leven tot ruimte en kracht kan worden.

Vanden Blinckenden Steen

De milde mystiek van Jan van Ruusbroec

Dagen: Vijf dinsdagen (13.30 – 16.00 uur)
Begeleiding: Riet Spierings en Frits Tillmans

 
Siet dit es die blinckende steen die den scouwenden menschen ghegheven werdt,
en in desen stene eenen nuwen name ghescreven, die niemen en weet dan dien ontfeet.
… en ik zal hem geven een blinkend steentje, en in dit steentje een nieuwe naam gegrift
die niemand kent dan die hem ontvangt

(II,1; vgl. Openb. 2,17)

 
Jan van Ruusbroec houdt van beelden en gelijkenissen. Het kleine traktaat Vanden Blinckenden Steen is ontstaan na een lang gesprek met een ons onbekende kluizenaar. Na het gesprek vroeg deze kluizenaar om een schriftelijke verheldering. De inwilliging van dit verzoek heeft ons een boekje opgeleverd dat de hoge leer van Die gheestelijke brulocht in opvallend eenvoudige taal nog eens herneemt met psychologische gevoeligheid voor de mens. Ruusbroec toont hierin grote eerbied voor ieders persoonlijke roeping en een waardering voor elke levensstaat als kans om in het geloof te groeien. In alles wat hij schrijft wil hij mensen bewust maken van de voortdurende verbinding met God in hun diepste innerlijk. Hij wil mensen helpen een ervaring hiervan op te doen of, als die ervaringen er zijn, ze te duiden en er op de juiste manier mee om te gaan.

 
Jan van Ruusbroec, uit het Brusselse afkomstig, leefde van 1293 tot 1381. Na kapelaan geweest te zijn in de Sint-Goedelekerk te Brussel stichtte hij samen met twee priesters de proosdij van Groenendaal in het Zoniënwoud. Hij zelf werd er prior en stond bekend om zijn goedheid en opmerkelijke spirituele wijsheid. Terwijl hij als priester werkzaam was in de stedelijke samenleving, beleefde hij topmomenten van mystieke ervaring, Hierover schreef hij vooral op aanvraag van anderen. Hij putte daarbij uit eigen ervaringen en uit de kennis die hij had opgedaan in zijn opleiding en door zelfstudie.

 
Ruusbroec beschermde de werken van Hadewych en Meester Eckhart; hij was goed op de hoogte van de Rijnlandse en Noord-Franse mystiek (bv. Willem van Saint-Thierry) en de klassieke werken van de grote Ordes. Tijdens zijn leven waren zijn werken al beroemd. Verschillende van zijn geschriften werden zeer vroeg vertaald in het Latijn en Hoogduits en, aan het eind van de eeuw, ook in het Engels. De leerlingen en navolgers van Ruusbroec zijn vooral te vinden in de Lage Landen (Moderne Devotie) en in het Rijnland.

 
Uit huidige studies weten we dat ook Johannes van het Kruis en Theresia van Avila door hem zijn beïnvloed. Ruusbroec blijft van grote invloed o.a. door zijn integratie van het lichamelijk-zintuigelijk leven in de mystiek, zijn ideaal van het ‘gemene’ leven, zijn beeldgebruik en zijn nuchtere en kritische kijk op het leven van de mens.

 
We lezen teksten uit Vanden Blinckenden Steen. Oorspronkelijke tekst met vertaling in modern Nederlands, door L.Moreels, Lannoo, Tielt/Bussum 1981, 111 blz. Dit boekje is op het KCS verkrijgbaar voor 5.50 euro.
Door lezing en onderling gesprek proberen we de tekst in eigen ervaring en eigen situatie te verstaan.

Programma najaar 2005
Wat ik doe is leven

Lezen in het werk van Thomas Merton

Dagen: Dagen Zes donderdagen (14.00 -16.30 uur)
Begeleiding: Gertruud Padberg en Vic Bos

 
Dit is geen kluis – het is een huis. (…) Ik draag een broek. Wat ik doe is leven. Mijn bidden is als ademhalen. (…) Hier in de bossen kun je het Nieuwe Testament zien: dat wil zeggen, de wind waait door de bomen en je ademt hem in. Mag ik ervan uitgaan dat ik duidelijk ben?

 
Lezen in het werk van Thomas Merton (1915 – 1968) is boeiend en verrassend. Wij maken kennis met een monnik die in zijn meditatieve aanwezigheid in de vrije natuur zich bewust wordt van zijn plaats als deel van die natuur.

 
Je moet alleen zijn onder de hemel voordat de dingen hun eigen plaats innemen en je te midden van dit alles je eigen plaats vindt.

 
Op die eigen plek onder de hemel, in de alomvattende kosmos, buigt Merton zich naar binnen, leeg èn vervuld, eenzaam èn verbonden met wereld en mensheid. Een monnik bij wie contemplatie en betrokkenheid zijn als in- en uitademen.

 
In zijn werk ontmoeten we een mens die ons veel facetten van zijn persoon laat zien: een denker, een schrijver, een dichter, een natuurbeschouwer, een zoeker.

 
Merton uit zich o.a. als een kritisch contemplatief die openstaat voor God en wereld, als een warm voorstander en pionier van de interreligieuze dialoog en als een hartstochtelijk advocaat van gerechtigheid en vrede. Enkele citaten kunnen dit illustreren.

 
Het geheim van mijn ware identiteit ligt verborgen in God. Hij alleen kan mij degene maken die ik werkelijk ben, of liever: degene die ik zal zijn wanneer ik eindelijk ten volle begin te zijn. Maar dit werk zal nooit voltooid zijn als ik die ware identiteit niet verlang, als ik me niet inspan om haar te ontdekken met God en in God…

 


(…) als je in de stad moet leven en werken tussen machines, als je de metro moet nemen, als je moet eten op plekken waar de radio je doof maakt met onbelangrijke en valse nieuwtjes en waar het voedsel onverteerbaar en schadelijk is, en als de sentimenten van de mensen om je heen je vervelen, word dan niet ongeduldig, maar aanvaard het, uit liefde voor God, als een zaad van eenzaamheid, geplant in je hart.

 
Door aan elkaar uit te wisselen wat ons bij het lezen van Thomas Merton het meest raakt – in welke zin dan ook – willen we op het spoor komen van wat ons beweegt, van wat voor ons leven kan zijn.

 
We gebruiken het boek New Seeds of Contemplation in een vertaling van Edward Buysse (Unistad Uitgaven, Antwerpen 1988). De Nederlandse tekst wordt aan het begin van de bijeenkomsten uitgereikt.

Aanwezig onderweg

Keltisch-christelijke spiritualiteit voor vandaag

Dagen: Vijf woensdagen (10.00 – 12.30 uur)
Begeleiding: Mineke Kroes en Riet Spierings

 
Zoekend de tegenwoordigheid van God die zich niet vinden laat,
verdwalen wij op onze weg, maar vinden wij hem terug
dan volgen wij de wonderbare melodieën die bij jou
overal over de wegen van de wereld weerklinken.

 
(Uit een liefdesgedicht van een Keltische monnik († 1086) voor zijn psalmboek)

 
De Keltisch-christelijke traditie vertegenwoordigt een waardevol, maar veelal onbekend deel van onze geestelijke erfenis. Haar eigen karakter schuilt in een besef van Gods tegenwoordigheid midden in het leven, in het dagelijks werk en de natuur, in diepe verbondenheid met alles wat is. Via poëzie, kleurrijke legendes, kostbare bijbelmanuscripten, heilige plaatsen en bronnen in het landschap en religieuze gemeenschappen die tot op vandaag uit deze traditie putten, zoals de Iona Community in Schotland, krijgen we toegang tot deze traditie.

 
Wij maken kennis met een aantal rijzige gestalten van heiligen, Patrick, Columba, Bonifatius en anderen, en met karakteristieke gebruiken als de peregrinatio, de pelgrimsweg, en de keuze van een anmchara, je zielevriend. We laten ons beroeren door gebeden, gedichten en zegenspreuken. Wellicht worden we bekoord iets van onze eigen ervaringen te verwoorden.

 
Als leidraad gebruiken we het pas verschenen boek Aanwezig onderweg. Keltisch-christelijke spiritualiteit voor vandaag. Gerke van Hiele (redactie) Kok, Kampen 2005. Kosten 14,90 euro. (Graag zelf aanschaffen). Overig materiaal wordt verstrekt.

KCS wandelingen

Dagen: Vier zaterdagen (09.30 – 17.00 uur)
Begeleiding: Jan-Kees Kense, Hanno Dompeling, Mineke Kroes, Ernst Evelo

 
De KCS wandelingen zijn actieve programma’s waarin je op pad gaat met jouw spirituele bagage op zoek naar je eigen en elkaars authenticiteit, de bron waaruit je put en wat ons vervolgens bindt; zie ook ons leidmotief ‘Niemand blijft graag alleen…’ zoals verwoord op de rechterzijde van deze pagina. Vandaar de wandelingen voor hen die een eindje met elkaar willen oplopen.

 
Wandelen is bij uitstek een manier om elkaar en alles wat verder op je pad komt te ontdekken, te zien en om tussendoor en na afloop tijd te nemen om daar eens bij stil te staan. Het is een vorm van spiritualiteit beleven waarbij het accent niet per se ligt op praten. Elke wandeling geeft volop ruimte voor stilte, reflectie, ontdekking, experiment, bewust zijn en natuurlijk ook gesprek. Elke tocht heeft zijn eigen invulling en karakter. De natuur en de seizoenen bieden daarvoor een grote inspiratiebron. Elk seizoen heeft zo zijn eigen typische karakter. Daarom krijgt elke wandeling zijn eigen thema als aanzet tot ontdekking en verdieping.

 
Van de zon genieten en de natuur in volle wasdom maken wandelen in de zomer tot een waar feest. De zomer is het seizoen bij uitstek van oogsten en vieren; dankbaarheid voor alles wat ons gegeven is en dit delen met anderen èn… opslaan wat je denkt nodig te hebben voor weer een nieuw jaar. De zomerwandeling krijgt daarom het thema oogsten en vieren mee.

 
Lopen in wind en regen, wanneer de natuur weer terugkruipt in haar schulp, is wandelen in de herfst. Tijd om zelf ook naar binnen te gaan. Dit stil worden en concentreren willen we met elkaar oefenen en we delen wat dit met ons doet. Voor de herfstwandeling is het thema inkeren gekozen.

 
Wachten is het motto waarmee we in februari op stap gaan. Onderweg zijn in de winter is je blootstellen aan het gure weer en de doodsheid van wat je omringt. Het is je verlangen verdragen en verder dragen als een gloeiend kooltje dat ieder ogenblik kan opvlammen. Het is voortgaan in dit spoor van wat je innerlijk verwarmt en… wachten.

 
Op pad gaan in de lente is je openstellen voor al wat nieuw en nog ontluikend is. Het begint met je vrijmaken, leeg worden, achterlaten van al wat je door het jaar verzameld hebt. Of het nu gaat om overtuigingen, eigenschappen of invloeden. We willen met elkaar onderzoeken waar je vooral vrij van wilt zijn en wat je graag wilt vasthouden. Deze lentetocht staat in het teken van achterlaten.

De wandelingen vinden plaats in Haarlem en omgeving. Het zijn nadrukkelijk geen prestatietochten. We streven er naar de wandelingen niet langer te maken dan 15 kilometer verdeeld over een hele dag. Er is tussendoor voldoende ruimte om uit te rusten.

De KCS wandelingen vinden plaats op genoemde data gedurende het hele jaar. U kunt voor deelname kiezen uit één enkele wandeling of meerdere.

Met Hadewijch op zoektocht naar God

Ik roep je op tot de volle vrijheid van de Minne

Dagen: Vijf dinsdagen ( 14.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Riet Spierings en Elly van de Vin

 
Nog steeds weet Hadewijch een afstand van meer dan zeven eeuwen te overbruggen. In haar brieven, visioenen en gedichten maakt ze ons deelgenoot van haar levensavontuur met God, die van haar de naam Minne krijgt. Heel bijzonder voor die tijd is dat ze dúrft te schrijven over haar mystieke ervaringen: de korte momenten van geluk en de lange weg van gemis, waarin ze stand weet te houden.

 
Eer iemand door de Minne wordt gekoesterd,
heeft hij zware avonturen te doorstaan,
aleer hij daar geraakt
waar hij
de Minne geniet.

 
(Strofische Gedichten )

 
Door deze ervaringen wist Hadewijch in haar tijd de kring van vriendinnen, de begijnen, te bemoedigen op hun zoektocht naar God en haar een weg te wijzen van trouw en volharding. Een bekende uitspraak van Hadewijch is bijvoorbeeld:

 
De minne loont altijd, al komt ze dikwijls laat.

 
(Brief 7)

 
Niet alleen voor begijnen, maar ook voor mensen van nu kan Hadewijch een uitdagende leidsvrouw zijn op weg naar God.

 
Haar houding van op zoek gaan naar de Minne, maar ook van fier de strijd aan durven gaan, vindt haar inspiratie allereerst in de Bijbel. Zij herkent zich in Job en in Jacob, die ieder op eigen wijze de strijd met God aangaan. Ook de zoektocht naar de Beminde, waarover het Hooglied zingt, weet haar te inspireren.

 
Bovendien zal het ridderideaal van moed en trouw, dat volop leefde in Hadewijchs tijd haar beïnvloed hebben. Prachtig weet ze dit vooral in haar Strofische Gedichten vorm te geven.
Dat Hadewijch ook in onze tijd mensen weet te boeien en te inspireren bevestigt dat echte kunst tijdloos is.

 
Op een vijftal dinsdagmiddagen verdiepen we ons in haar mystiek.
We willen luisteren naar de tekst en naar elkaars ervaringen. Op ieders actieve deelname wordt gerekend.
Voor het gesprek gebruiken we eigentijdse vertalingen van Hadewijchs teksten, maar ook de schoonheid van het Middelnederlands zullen we horen klinken.

Dochters van Abraham

Drie films over vrouwen en religieuze gemeenschappen

Dagen: Drie dinsdagen ( 11.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Marjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

 
Abraham, die aan het begin wordt geplaatst van drie religieuze tradities: de joodse, de christelijke en de islamitische, zou met Sara en Hagar twee zonen hebben gehad: Isaak en Ismaël. Van eventuele dochters is geen sprake. Toch zijn de drie tradities – en de gemeenschappen waarin ze zijn beleefd en overgeleverd – voor een groot deel ook door vrouwen vormgegeven en hebben ze op het leven van vrouwen een belangrijk stempel gedrukt: positief, maar ook negatief.

 
Wat betekenen deze religieuze tradities en gemeenschappen voor jonge vrouwen in onze westerse samenlevingen? Zijn ze voor hen bronnen van levensoriëntatie? Bieden ze hen een interessant religieus perspectief? Of werken ze verstikkend, onderdrukkend, dodelijk? (En welke uitwerkingen hebben ze op mannen? Hoe gaan zij ermee om?).

 
Aan de hand van drie films willen we deze vragen bespreken. Het zijn films waarin steeds andere vrouwen (en mannen) in verhouding tot een religieuze gemeenschap worden geportretteerd.

 
Left Luggage (1998) van Jeroen Krabbé naar een boek van Carl Friedman, Twee Koffers Vol, Antwerpen 1972. Een jonge filosofiestudente, Chaja, is de dochter van ouders die – mede vanwege de Holocaust – hun joodse achtergrond negeren. Ze zoekt een baantje en komt door bemiddeling van een liberaal-joodse buurman in contact met een chassidisch gezin, waar ze kindermeisje wordt. Ze blijkt een bijzondere band te krijgen met Simcha, een vijfjarig jongetje dat niets zegt. Ze komt in conflict met de strenge vader van het gezin. Langzaam leert ze de achtergronden van de chassidische gemeenschap kennen en daardoor raakt ze ook meer geïnteresseerd in de geschiedenis van haar ouders en daarmee ook in die van haar zelf.

 
The Magdalene Sisters (2002) van Peter Mullan volgt de lotgevallen van drie Ierse tienermeisjes die in de zestiger jaren van de vorige eeuw worden opgesloten in een zogenaamd Magdalena-tehuis. Margaret heeft verteld dat ze door een neef is verkracht tijdens een huwelijksfeest. Rose is bevallen van een buitenechtelijk kind. Bernadette is een zelfbewuste, knappe vrouw, naar wie jongens graag kijken. Omdat ze zondig zijn moeten ze onder het strenge regime van een zuster van Barmhartigheid hun lichaam leren beheersen. De vrouwen worden fysiek en geestelijke vernederd om daardoor gered te worden. Uiteraard proberen ze te ontsnappen.

 
Ae Fond Kiss (2004) van Ken Loach brengt ons in Glasgow bij een Pakistaanse islamitische familie. De twee dochters des huizes nemen twee tegengestelde posities in ten opzichte van het milieu waartoe ze behoren. De oudste is loyaal en laat zich uithuwelijken aan een jongeman die door haar ouders zorgvuldig is geselecteerd. De jongste is fan van de Glasgow Rangers, wil tegen de wens van haar ouders journalistiek gaan studeren en op kamers wonen. We volgen vooral hun broer die als deejay werkzaam is in hippe dansclubs. Hij is door zijn ouders beloofd aan een nichtje dat nog in Pakistan woont, maar wordt verliefd op een jonge Ierse vrouw die muziekles geeft op een katholieke school. Hun relatie stelt henzelf en de gemeenschappen, waar ze deel van uitmaken, op de proef.

 
Door aandachtig naar deze films te kijken en door de uitwisseling van onze indrukken kunnen we wellicht op het spoor komen van de lastige religieuze uitdagingen waarvoor moderne vrouwen (en mannen) zich zien geplaatst.

Elke golf is de zee

Dagen: Drie maandagen ( 10.30 – 16.00 uur)
Begeleiding: Wim Bonarius en Joop Stam

 
Oude mensen zouden ontdekkingsreizigers moeten zijn.
Hier en daar hebben geen belang
We moeten roerloos zijn en toch blijven bewegen
Naar een andere intensiteit toe
Voor een diepere eenheid, een inniger vereniging
Door de duistere koude en de lege verlatenheid,
De kreet van de golf, van de wind, de wijde wateren
Van de stormvogel en de bruinvis. In mijn einde is mijn aanvang.

 
(T.S. Eliot, East Coker, 202 – 209)

 
Met deze tekst van T.S. Eliot begint de trappist Jef Boeckmans zijn inleiding bij het boek van de Benedictijn Willigis Jäger, Elke golf is de zee. (Oorspronkelijke titel: Die Welle ist das Meer), Asoka BV, Rotterdam 2003, ISBN 90 5670 095 2.

 
Is het niet aan ontdekkingsreizigers eigen dat juist het onbekende bij hen de grootste verwondering oproept? Een verwondering die tevens een uitnodiging inhoudt verder ‘te ontdekken’. Kunnen wij aan de hand van het boek van Willigis Jäger die ontdekkingsreis beginnen en/of voortzetten? Worden wij geraakt door wat hij ons te zeggen heeft en kunnen we eventueel een eind meelopen?

 
Een verwijzend spreken over het grote Levensmysterie heeft sinds mensenheugenis prachtige literatuur opgeleverd. In het Oude Testament zijn de psalmen daar een toonaangevend voorbeeld van. Vol ontzag wordt daarin over het Levensmysterie gesproken. Worden we ook niet door wat de psalmen ons te vertellen hebben uitgenodigd tot die ontdekkingstocht? We stellen ons voor drie dagen met elkaar op zoek te gaan naar overeenkomsten tussen de oude en de hedendaagse wijze van verwijzend spreken over dat uitdagende Mysterie. We proberen met elkaar te delen waarin we geraakt zijn en waar er bij ons vragen naar boven komen.

Programma voorjaar 2004
Worstelen met je levensopdracht

Met Jona’s levensverhaal als wegwijzer

Dagen: vier woensdagen (14.30 – 16.30 uur)
Begeleiding: Elly van der Ven en Alfons Kroese

 
Aan de hand van het bijbelboek Jona, het verhaal over een tegendraadse profeet, gaan we vier middagen in gesprek over levensvragen. Dit verhaal is uit het leven gegrepen, speels, verrassend en ironisch. Jona maakt een aantal levensvragen voor ons heel herkenbaar:

 
– Wat is mijn levensopdracht?
– Hoe ga ik om met de eisen die aan mij worden gesteld?
– Kan ik staande blijven in moeilijke omstandigheden en hoe red ik dat?
– Hoe reageer ik op mislukkingen?

 
Hierover met elkaar in gesprek gaan, kan confronterend zijn, maar ook bevrijdend. Door de ogen van Jona krijgen we bovendien een heel boeiend beeld van God te zien. God is zo geheel anders dan de mens zich in zijn beperktheid voorstelt.

 
Het samen lezen en luisteren naar het verhaal van Jona, één van de boeken van het Eerste/Oude Testament, wil een wegwijzer zijn. Door bezinning en gesprek verdiepen we ons in onze eigen ervaring met als rode draad Jona: de profeet die zijn eigen gang ging.

 
Wij zijn daarbij benieuwd naar welk licht dit verhaal op ons leven kan werpen.

 
Vanzelfsprekend gaat het niet om redeneren of discussiëren, maar om het luisteren naar de tekst, het luisteren naar onszelf en naar elkaar. Het is een poging om het verhaal van Jona bij ieder tot leven te laten komen.

 
In de eerste fase stellen wij de vraag: Wat staat er in de tekst? Wij willen de tekst laten spreken.

 
In de tweede fase vragen wij: Wat roept de tekst bij mij persoonlijk op? Wat beleef ik eraan?

 
Wij wagen dan de sprong onszelf te laten spreken en onze ervaringen en belevenissen met elkaar te delen. Misschien kan zo’n samenzijn een verrijking voor ons leven betekenen, een wegwijzer zijn voor onderweg.

De betovering voorbij

Spoorzoeken naar eigen charisma

Dagen: drie dinsdagen (11.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Marjeet Verbeek en Jan-Kees Kense

 
Charismatische mensen zijn van alle tijden en alle plaatsen. Vaak onopvallende mensen in je alledaagse leven, die begeesterd hun werk doen. Hun namen reiken echter niet ver. Het zijn vooral de charismatici die verder weg op de openbare, publieke tribune optreden, die we als zodanig betitelen. Grote namen uit onze tijd zijn Mahatma Gandhi, Martin Luther King en Nelson Mandela. Maar ook Adolf Hitler moet een charismaticus geweest zijn, gezien de vele miljoenen mensen die hem volgden. Sommige mensen maken zo’n indruk, zelfs na hun dood, dat ze de tand des tijds doorstaan. Bijvoorbeeld Boeddha of Jezus. Tot op de dag van vandaag streven miljoenen mensen ernaar hun pad na te volgen. Zij brengen dan ook een andere boodschap dan Hitler of andere volksmenners. Een ‘blijde boodschap’ om in vrijheid én vanuit mededogen je eigen unieke weg te bewandelen in plaats van collectief en in afhankelijkheid van een autoritaire leider ‘anderen’ te haten en te bevechten.

 
Wat charismatische mensen gemeen hebben is dat ze inspireren, mensen in be-weg-ing brengen. Hun charisma en wat ons daarin aanspreekt gaat ook altijd gepaard met strijd. Charismatici staan op wanneer er onvrede is met de status quo, wanneer er een omkeer moet komen. Charismatici zijn dan ook vaak moedige mensen, die wanneer ze hun rol opnemen vaak maar al te goed weten welke ontgoocheling hun te wachten kan staan, gevangenschap, marteling en zelfs de dood.

 
Niet iedere charismaticus heeft echter dezelfde boodschap. Het is dus van groot belang de ‘geesten te scheiden’. Het woord charisma heeft dan ook alles met geest te maken. Het is afkomstig uit het Grieks en betekent geestesgave. We treffen het woord ook aan in het Nieuwe Testament, in de betekenis dat ieder mens, zonder uitzondering, met de gave van de Geest is geschapen ( I Kor. 12, 1-12). In de vroegchristelijke gemeenten was dan ook sprake van een gemeenschappelijk charisma van mannen en vrouwen, slaven en vrijen, joden en Grieken (Gal. 3, 26-28). Later is men dat gemeenschappelijk charisma vooral gaan zien in het kerkelijk ambt. Binnen het vroegchristelijk besef echter heeft dus ieder mens, mits hij of zij leeft in de geest van Christus, de potentie om charismatisch te zijn.

 
We zijn vaak geneigd om de gave van de geest eerder buiten ons zelf dan in ons zelf te zoeken. Waarom doen we dat? Omdat we op onze levensweg vol dwaalsporen, zoeklichten nodig hebben die ons weer op het rechte pad helpen van ons eigen charisma? Of omdat we in afhankelijkheid gemakshalve het pad van andermans charisma willen lopen? Dit zijn ondermeer de vragen die we tijdens deze cyclus gaan verkennen aan de hand van films die het thema charisma expliciet aan de orde stellen. Welke films we echter gaan bekijken, wordt door ons samen bepaald tijdens de eerste bijeenkomst.

Waar zijn onze vaders?

Leven wij in een verweesde samenleving?

Dagen: vier woensdagen (19.00 – 21.15 uur)
Begeleiding: Hanno Dompeling en Alfons Kroese

 

Zijn wij mensen niet meer dan ooit zoekend? Zijn wij soms niet de weg kwijt?

 

Zijn wij een ‘verweesde generatie’? We leven in een samenleving waar geloof en ongeloof elkaar opvolgen als dag en nacht. We zoeken – ieder op eigen wijze – naar waarden, oud en nieuw, in een leefwereld die sterk aan verandering onderhevig is. Hebben we nog wel woorden om uit te drukken wat ons ten diepste roert? Hebben we nog vormen om de weg aan te geven die we hebben te gaan? Zijn botsingen, onbegrip over en weer, met generatiegenoten en tussen generaties op dit moment niet ons lot? De Duitse krimi-reeks, Derrick, wordt reeds 24 jaar lang uitgezonden en weet telkens miljoenen kijkers te boeien. Journalisten en wetenschappers proberen een antwoord te vinden op de vraag waarom die eenvoudig opgebouwde en weinig spectaculaire reeks zo’n groot succes heeft. Het blijkt dat de positieve ondertoon van ethische waarden en de correcte houding van de vaderfiguur in deze ZDF-reeks een schot in de roos is. De ‘vaderlijke’ Oberinspektor beantwoordt aan het verborgen verlangen van de toeschouwer naar een leidinggevende figuur, naar een wegwijzer, een goede gids.Zijn ook wij niet uiteindelijk op zoek naar wegwijzers, steunpilaren (‘vaders’) die meer dan voorheen met ons op pad gaan? Of is er een andere weg om onszelf te vinden?We lezen in oude en nieuwe teksten, we bekijken oude en nieuwe beelden en gaan daarover met elkaar in gesprek om een antwoord te vinden op de vele vragen die in ons leven. Wie zich hierin herkent nodigen we graag uit!

En god zwijgt…

Lezen in het dagboek van Dag Hammarskjöld

Dagen: zes donderdagen (14.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Lia Vergouwen en Vic Bos

 
Wanneer de Zweedse econoom en diplomaat Dag Hammarskjöld (1905 – 1961) in 1953 de Noor Trygve Lie opvolgt als secretaris-generaal van de Verenigde Naties, wordt hij door zijn voorganger verwelkomd met de woorden: ‘Je volgt mij op in de meest onmogelijke baan die er op de wereld bestaat.’

 
Ruim acht jaar lang zet Dag Hammarskjöld zich in om de wereld­organisatie van de Verenigde Naties uit te bouwen tot een Centrum waarin geweldloze omgang van volkeren met elkaar voorop staat. Tijdens de Congo-crisis komt hij om bij een mysterieus vliegtuig­ongeluk in Rhodesië. In zijn woning te New York treft men een manuscript aan, getiteld Merkstenen. Er is een brief bijgevoegd aan zijn vriend Leif Belfra­ge. Deze brief eindigt als volgt: ‘Als je vindt dat ze (deze aanteke­ningen) het waard zijn om gedrukt te worden, heb je het recht dat te doen, als een soort ‘witboek’ over mijn dialoog met mezelf – en God.’

 
In dit vanaf 1925 bijgehouden dagboek wordt stap voor stap de levensweg getekend van een mens die verlangt naar een doel in zijn eigen bestaan, een mens die zoekt naar zin.

 
Pinksteren 1961
‘Ik weet niet wie – of wat – de vraag stelde. Ik weet niet wanneer zij gesteld werd. Ik herinner me niet, dat ik antwoordde. Maar eens zei ik ja, tegen iemand – of iets. Vanaf dat moment heb ik de zeker­heid dat het leven zinvol is…’

 
Op een zestal middagen willen we door gezamenlijke bespreking van Merkstenen de ervaring en het zoeken van Dag Hammarskjöld beter verstaan en tegelijk onze eigen ervaring en ons eigen zoeken op het spoor komen. Misschien wordt zo de stille wens van Hammarskjöld vervuld: ‘Het kan toch voor de een of ander zin hebben om de weg van een leven te zien, waarover de levende zelf niet wilde spreken.’ Bij de tekstlezing gebruiken we: Dag Hammarskjöld, Merkstenen, Uitgeverij Kok, Kampen 1998.

Bij de poort van de hemel

Verlangen een intens levend mens te zijn

Dagen: Drie zaterdagen (10.30 – 16.30 uur)
Begeleiding: Dinette Kooiman en Mineke Kroes

 

De veertig dagen voor Pasen zijn een tijd van zuivering, van vasten, van herbronning. Het is een tijd om een hernieuwd besef te ontvangen van wat wezenlijk van waarde is. We volgen in deze dagen het spoor van de ‘zegen’, de kracht van een rijk, gezegend leven dat vrucht draagt voor het leven van anderen. We volgen dat spoor tot op de bijbelse bronnen, tot op het woord van de Schepper die ons tot leven roept en ons bestaan met zegen bekrachtigt.

 

Ik hoef niet te wachten op een heldere nacht,
noch mijn hoofd in de nek te leggen
om de hemel te aanschouwen.
Hij is achter de rug, bij de hand en op de oogleden.
De hemel omwindt mij strak
en tilt mij van onderen op.

(Wislawa Szymborska in Hemel)

 

Je echt helemaal voelen leven. Van top tot teen, van op de huid tot diep van binnen. Innig verbonden met jezelf, met de ander en met God.

 

Tijdens deze periode van inkeer willen we ons bezighouden met wat het voor ons betekent: leven in verbondenheid, met overgave in het leven staan. Gaandeweg worden we geconfronteerd met ons eigen vermogen en onvermogen om zegen te ontvangen en tot zegen te zijn.

 

De hemel is alomtegenwoordig
zelfs in het onderhuidse duister.
Ik neem de hemel op, scheid hemel af.
Ik ben een val in een val,
een bewoonde bewoner,
een omhelsde omhelzing,
een vraag in antwoord op een vraag.
(Wislawa Szymborska in Hemel)

 

 

In deze cyclus lezen we verhalen, psalmen en gedichten; we zullen werken met een icoon en met speelse en meditatieve oefeningen.

Thérèse en de liefde

Zin aantreffen in het gaan van de weg

Dagen: drie zaterdagen (10.30 – 16.30 uur)
Begeleiding: Riet Spierings en Frans Maas

 
In de devotionele en publieke beeldvorming is de persoon van Thérèse de Lisieux bij uitstek ingezet om een nogal dubbelzinnige relatie van het godsdienstig leven tot de aardse werkelijkheid te propageren. Enerzijds is zij in haar karmelitaanse contemplatieve levensstijl het toonbeeld van teruggetrokkenheid uit de wereld, geheel in de lijn van de kerkelijke verwerping van seculiere ontwikkelingen vanaf midden negentiende tot midden twintigste eeuw.

 
Anderzijds is zij als patrones van de missionarissen juist het boegbeeld van expansieve presentie van de kerk in die wereld. Deze dubbelzinnigheid speelt op een heel andere wijze in haar spirituele groeiproces. De afkeer van dit aardse leven en de hang naar het hiernamaals heeft zij van huis uit meegekregen, maar juist haar groei in liefde tot God richt haar weer op de concrete wereld en op wat daar nodig is voor het goede leven.
In dagboekteksten van haar hand en (film)beelden van anderen over haar proberen wij met elkaar te vinden hoe deze ambivalentie – evangelisch uitgedrukt: ín de wereld maar niet ván de wereld – in onze tijd en in ons eigen leven tot ruimte en kracht kan worden.

Programma najaar 2004
In het hart van Gods schepping

Psalmen lezen – psalmen bidden

Dagen: Vijf dinsdagen ( 10.00 – 12.30 uur)
Begeleiding: Mineke Kroes en Riet Spierings

 

Al eeuwenlang verbinden de psalmen de wereld van het innerlijk met het wereldtoneel. Het perspectief van de enkeling van vertrouwen en twijfel, opstandigheid en uitgelaten vreugde, wordt voortdurend afgewisseld met trots, beklag en wroeging van een heel volk over triomf, mislukking en onrecht. Mensen vinden geborgenheid in het heiligdom waar zij stil worden; waar zij Gods lof zingen en in een adem zingen over de strijd van diezelfde God voor recht en vrede in de wereld die hij heeft gemaakt.

 

…Gelukzalig die Gij verkiest, die Gij noodt in uw hoven te wonen;
in ons daalt de weldaad van uw huis, de heiligheid van uw tempel.
Ontzagwekkend, gerechtigheid zelf, komt uw woord tot ons, God die ons redde,
toeverlaat – tot de einden der aarde, tot de verste grenzen der zee.
Gij wiens kracht het gebergte gegrond heeft, die omgeven zijt door uw almacht;

 

Die het grommen der zeeën bedaart, het donker gegrom van hun golven,
de morrende opstand der volken.
De verste bewoners der aarde vervult het ontzag voor uw tekenen;
waar de morgen zich opent, de avond, wekt gij de bazuintoon… (Psalm 65)

 

Deze voortdurende wisseling van toonaard en perspectief kan verwarrend zijn. Wij willen wel betrokken zijn op de overweldigende dingen die in de wereld gebeuren, maar hoe? Hebben we vaak niet al de handen vol aan onszelf? Kunnen deze oude teksten dan inspirerend zijn? Is dit nog wel onze taal? Zijn de psalmen zelf niet hard en gewelddadig?

 

Wie bereid is deze vragen voor een tijd open te laten, kan in de psalmen veel ontdekken. Want psalmen vragen veel, maar geven nog meer. De vrijheid om God te zeggen wat je op je hart hebt, zonder een blad voor de mond te nemen. De mogelijkheid om dankbaar je plaats in te nemen in de loop van de seizoenen, in het ritme van rusten en werken, temidden van alles wat leeft. De plaats waar je de mens kunt zijn die leeft uit God en verbonden leert zijn met het onrecht dat tallozen treft. Wie psalmen leest en psalmen bidt, biedt zijn stem en zijn hart aan voor de vreugde en de pijn van de hele schepping.

 

We zullen een aantal psalmen aandachtig lezen. We overwegen ze eerst in stilte en daarna met elkaar. We kijken en luisteren ook naar oude bijbelmanuscripten, muziekopnamen, gebedsteksten en gedichten, die ons vertellen hoe mensen door de eeuwen heen de psalmwoorden hebben verstaan en er uitdrukking aan hebben gegeven. Zo gaan we op zoek naar wat de psalmen ook in ons oproepen en in beweging brengen.

En toch zie ik licht

De lichten

Dagen: Vijf maandagen ( 14.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Riet Spierings en Elly van de Vin

 

soms
ontbreekt
ieder spoor
grauw
en grijs
is de dag…

 

de nacht
is onheilspellend
zwart
geen
enkel schijnsel
slechts
loodzware
duisternis

 

de lichten
zijn verdreven
de schepping
is weer terug bij af

 

(De lichten, Pete Pronk)

 

Er zijn perioden dat alles ons duister, zelfs zinloos voorkomt. We zien geen weg meer voor ons. Hoe houden we stand in donkere tijden? Wie kan een helpende hand reiken? Leeft diep in mensen verborgen niet toch een stille hoop, een aarzelend vertrouwen dat het ooit beter wordt? ’t Werd avond, het werd dag, dicht Ida Gerhardt.

 

Dichters weten als taalkunstenaars dit verlangen soms op een verrassende – misschien zelfs profetische – wijze onder woorden te brengen of alleen maar op te roepen. Het is alsof zij roepen: En toch… zie ik licht! Zo bieden zij perspectief.

 

Van Martinus Nijhoff is de uitspraak: Een gedicht bestaat niet alleen uit woorden – het bestaat uit woorden en stilte. Naar beide, de woorden en de stilte, willen we gaan luisteren. Vervolgens kunnen we met elkaar delen wat die poëzie ons zegt (of niet zegt).

 

In de selectie van gedichten uit de laatste eeuw zijn o.a. vertegenwoordigd: Hans Andreus, Gerrit Achterberg, Ida Gerhardt, Guillaume van der Graft, Martinus Nijhoff.

Als stille bomen die de lucht zuiveren

Lezen in het ‘dagboek’ van Thomas Merton

Dagen: Zes donderdagen (14.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Gertruud Padberg en Vic Bos

 

Als je wilt weten wie ik ben, vraag me dan niet waar ik leef of wat ik graag eet of hoe ik mijn haar kam, maar vraag me waarvoor ik leef, in detail, en vraag me wat ik denk dat me ervan weerhoudt om voluit te leven voor datgene waarvoor ik leef.

 

Lezen in het werk van Thomas Merton (1915 – 1968) is boeiend en verrassend. Wij maken kennis met een monnik die in zijn meditatieve aanwezigheid in de vrije natuur zich bewust wordt van zijn plaats als deel van die natuur. Je moet alleen zijn onder de hemel voordat de dingen hun eigen plaats innemen en je te midden van dit alles je eigen plaats vindt.

 

Op die eigen plek onder de hemel, in de alomvattende kosmos, buigt Merton zich naar binnen, leeg èn vervuld, eenzaam èn verbonden met wereld en mensheid. Een monnik bij wie contemplatie en betrokkenheid zijn als in- en uitademen. Een monnik die is als een boom die zuurstof neemt èn geeft en zo de lucht kan zuiveren.

 

In zijn dagboeken ontmoeten we een mens die ons veel facetten van zijn persoon laat zien: een denker, een schrijver, een dichter, een natuurbeschouwer, een zoeker.

 

Merton uit zich o.a. als een kritisch contemplatief die openstaat voor God en wereld, als een warm voorstander en pionier van de interreligieuze dialoog en als een hartstochtelijk advocaat van gerechtigheid en vrede. Enkele citaten kunnen dit illustreren.

 

‘De wereld’ heeft geen behoefte aan God, noch om zichzelf te verklaren, noch om met zichzelf in vrede te leven of zijn activiteit te regelen. De strijd van kerkmensen om hun plaats in de wereld te handhaven, door de wereld ervan te overtuigen dat hij hen nodig heeft, is, naar mijn gevoel, een verwarring en een gebrek aan waardigheid, die ’de wereld’ terecht als belachelijk beschouwt. (…) Mij persoonlijk komt het daarom voor dat de grondslag voor de christelijke zending in de wereld er juist in bestaat dat de christen ‘niet van deze wereld’ is. Hij is in de eerste plaats door zijn christelijk geloof bevrijd van de mythen, de afgoderij en de verwarring, eigen aan de wereld. Zijn eerste zending is dus die vrijheid te leven op welke wijze God hem die ook láát leven – of dit nu in de wereld is of erbuiten, dat maakt niet uit.

 

In het hart van het christelijk geloof ligt de overtuiging dat de dood een vervulling wordt wanneer de dood in een geest van geloof wordt aanvaard en wanneer ons hele leven op zelfgave gericht is zodat het aan het einde vrij en vreugdevol kan worden teruggegeven in de handen van de onze Schepper…

 

Door met elkaar uit te wisselen wat ons bij het lezen van Thomas Merton het meest raakt – in welke zin dan ook – willen we op het spoor komen wat ons beweegt en wat voor ons zin aan leven kan geven. We gebruiken teksten uit het boek Oplettende toeschouwer, Desclée De Brouwer, Brugge-Utrecht 1969 (op 7 oktober worden ze uitgedeeld).

Beeldend geloven

In gesprek met schilderijen van Marc Chagall

Dagen: Vijf woensdagen (19.30 – 22.00 uur)
Begeleiding: Til Thijssen – Hermans

 

Traditie – toekomst – leven in het hier en nu.

 

Onlosmakelijk hebben traditie en toekomstdromen te maken met je handelen in het hier en nu. De Joods-Russische schilder Marc Chagall (1887 –1985) schildert die drieslag op een indrukwekkende wijze.

 

Chagall betekent in het Russisch ‘vlug lopen’. Hij is een man die onophoudelijk verdergaat, bewust van hetgeen hij in zich draagt en zichtbaar maakt.

 

Een kunstcriticus schrijft over hem: Hij is de schilder van symbolen, zijn fresco’s zijn bestemd voor een geestelijk tehuis, niet voor een tempel, kerk of synagoge, maar voor een tehuis, dat bepaalde elementen uit deze godshuizen verenigt, ontdaan van opgeplakte etiketten.

 

Marc Chagall streefde naar een geestelijke werkelijkheid. Hij zegt zelf:

 

Ik zal gelukkig zijn als u en mijn andere vrienden bemerken, dat er in mijn bloemen een kleine bekoring schuilt, die hen doet gelijken op de bloemen van God. Ik zal erg blij zijn als u dat ontdekt.

 

In de cyclus komen de volgende thema’s naar voren:
– Van binnen naar buiten
– Verlangen naar geluk
– Op zoek/doortocht/ uittocht
– Wat is de basis van die uittocht?
– Leven in openheid, de hardheid voorbij

 

Aan de hand van Chagalls schilderijen van bijbelverhalen en andere verhalen, teksten van mystici, gedichten, muziek en stilte communiceren we over ons eigen geloven, onze wortels in de joods-christelijke traditie, onze toekomstdromen en ons handelen in het leven van alledag.

Mijn weg uit de duisternis

Karen Armstrong, De wenteltrap

Dagen: Vijf woensdagen (10.00 – 12.30 uur)
Begeleiding: Tony Lindijer en Riet Spierings

 

Een mens is een religieus dier, zo pareert Karen Armstrong vaak lastige vragen van mensen die het bestaan van God en godsdienst naar het rijk der fabelen verwijzen. Aangevallen en bedolven onder een stortvloed van schampere opmerkingen begint ze dan geduldig uit te leggen hoe de gave van geloof in God en godsdienst de mensen toch is aangeboren, wat ze ook van religie denken.

 

Karen Armstrong is bekend geworden door haar succesvolle boek Een geschiedenis van God, dat – zomaar even – vierduizend jaar jodendom, christendom en islam behandelt. Ook De strijd om God, haar boek over de geschiedenis van het fundamentalisme, sloeg aan omdat zij niet schuwde actuele kwesties een naam te geven en aan te pakken. Wat bezielt haar, hoe komt zij tot een zo grondige verdieping in dat immense veld van godsdienst in onze tijd? Haar eerste autobiografische boek, Door de nauwe poort, geeft een indruk van haar leven en haar intrede in het klooster. Na zeven jaar keerde ze dat de rug toe met veel twijfels, hoewel zij zegt in zekere zin altijd een non te zijn gebleven. Een reden om het klooster te verlaten was dat het haar niet lukte daar God te vinden.

 

Het autobiografische boek De wenteltrap. Mijn weg uit de duisternis (De Bezige Bij, Amsterdam 2003), beschrijft haar weg van een geknakt, mensenschuw wezen, want de aanpassing na het klooster aan ‘de wereld’ verloopt moeizaam en is vaak heel eenzaam en pijnlijk. Buiten het klooster ontdekt zij andere manieren van godsdienstig zijn dan die zij tot dan toe kent.

Ondanks haar grote talenten is het voor Karen Armstrong een lange tocht om een plaats te vinden in de maatschappij. Soms brengt dit haar aan de rand van de wanhoop. Door haar eigen weg te gaan, los van de universitaire wereld, hervindt ze zichzelf.

 

Na een periode waarin weinig haar meer boeit, bloeit haar liefde voor lezen weer op. Nu leest zij op een wijze die niet gericht is op eer of prestatie, bijvoorbeeld om met interessante ideeën indruk te maken bij collega’s. Daardoor neemt zij een nieuwe gevoeligheid waar. Nu kan zij zich openstellen voor de tekst, zich verliezen in de schoonheid van de woorden en in de wijsheid van de schrijver. Het was een vorm van extasis, een extase die geen exotische bewustzijnsverandering inhield, maar in letterlijke zin buiten jezelf treden.

 

…Zoals ik me inmiddels bewust ben is het ‘wegschrijven’ van het ego een onmisbare voorwaarde voor de religieuze ervaring. Opnieuw was ik zonder het te beseffen begonnen een van de meest universele religieuze principes in praktijk te brengen, een die centraal staat in alle wereldgodsdiensten.

 

In haar drukke maar eenzame bestaan, leert ze de stilte te waarderen en wordt eenzaamheid haar leermeester. Aanvankelijk ervoer ik deze stilte als een gebrek, als een symbool van ongewenst isolement. De eenzaamheid van mijn bestaan stond me tegen en ik kwam er tegen in opstand. Maar geleidelijk aan werd de rust iets positiefs, een bijna tastbare aanwezigheid die me behaaglijk en strelend omhulde als een zachte sjaal.

 

…De stilte waarin ik leef heeft mijn oren en ogen geopend voor het lijden in de wereld. In de stilte begin je de pijnlijke noot te horen die zoveel weergeeft van de woede en aanmatiging waarvan het hele sociale en politieke leven doortrokken is.

 

Bij het beschrijven van verschillende religieuze tradities wordt het voor Karen Armstrong steeds belangrijker zich in te leven in andere visies, rituelen en ethische praktijken. Ik schreef over drie godsdienstige tradities, maar uit niets bleek dat de een superieur was aan de ander. Vooral overeenkomsten treffen haar.

 

…Het thema compassie kwam steeds meer bovendrijven in mijn werk, omdat het de kern betreft van alle religieuze tradities – in hun beste verschijningsvorm. Schrijven wordt voor Karen Armstrong uiteindelijk een bevrijdende zoektocht.

 

In deze cyclus willen we samen het boek De Wenteltrap lezen. We nemen iedere keer een gedeelte en bespreken met elkaar wat ons raakt. Wordt het ook voor ons een bevrijdende speurtocht?

Op de vlucht

Van overleven naar leven?

Dagen: Drie dinsdagen ( 11.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Marjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

 
Dagelijks worden wij via de media, met name via de televisie, geconfronteerd met schrijnende beelden van oorlogen en rampen. In Afrika, Azië, het Midden-Oosten. Soms lijkt het dan ook alsof de wereld in brand staat. De televisie laat ons tevens de gevolgen van deze brandhaarden zien. Mensen, die als hen het leven al niet wordt ontnomen, toch in ieder geval huis en haard kwijtraken. Ze slaan op de vlucht om het vege lijf te redden in de hoop elders een nieuw, veilig bestaan op te bouwen. De meeste ontheemden komen terecht in vluchtelingenkam-pen in buurlanden, waar ze soms nooit meer uitkomen. Sommigen echter zoeken hun geluk in het ‘vrije’ westen, dat ze met veel pijn en moeite weten te bereiken.

 
Ook Nederland wordt beschouwd als een veilige haven. Al wanen wij ons zelf na 11 september, de terroristische aanslagen sindsdien en de oorlogen in Afghanistan en Irak steeds minder veilig. Maar ook de komst van al die vluchtelingen baart ons zorgen. ‘Ons land is vol’ is een uitspraak die je steeds vaker om je heen kunt horen. De vraag is dan ook of vluchtelingen zich hier ooit thuis kunnen gaan voelen. Kan en wil Nederland een thuis bieden voor deze ontheemden? Zijn het alleen asielzoekers die in onze samenleving ontheemd zijn? Of ‘herbergt’ onze ‘verzorgingsstaat’ ook autochtone burgers die buiten de boot vallen?

 
Kortom, hoe zit het met de zogenaamde ‘vierde wereld’, de vaak onzichtbare wereld van de ontheemden die tussen wal en schip raken in de veilige haven die Nederland pretendeert te zijn? Allemaal vragen die we gaan verkennen aan de hand van drie films.

 
In this world is een indrukwekkende semi-documentaire die het verhaal vertelt van twee Afghaanse jongens die wonend in een vluchtelingenkamp in Pakistan hun geluk willen gaan zoeken in Londen. Via de oude zijderoute, nu inmiddels de route van mensensmokkelaars, gaan ze op pad. De film laat zien dat, hoe zwaar en gevaarlijk een vlucht naar het westen ook is, het verlangen naar geluk sterker is dan de angst voor de dood.

 
Tussenland vertelt het verhaal van de Soedanese vluchteling en asielzoeker Majok die maar niet kan wennen in het asielzoekerscentrum en als voormalig koeherder een beetje thuis komt in een wei met oer-Hollandse koeien. Als hij dan de 80-jarige Nederlander en oud-Indiëganger Jacob leert kennen, herkennen beide mannen in elkaar hun ontheemd zijn in de Nederlandse samenleving en sluiten ze vriendschap.

 
Rosetta is een Belgisch meisje dat onder schrijnende omstandigheden samen met haar alcoholische moeder op een camping woont. Elke dag begeeft zij zich in de jungle van Luik op zoek naar werk om in haar eigen en haar moeders levensonderhoud te voorzien. Dan ontmoet ze een jongen die vriendschap met haar wil sluiten. Maar is Rosetta, die haar leven beschouwt als een oorlog die ze moet zien te overleven, wel in staat hem te vertrouwen? Zal zij thuiskomen in haar moederland?

Programma voorjaar 2003
Programma najaar 2003
Als stille bomen die de lucht zuiveren

Lezen in het ‘dagboek’ van Thomas Merton

Dagen: Zes donderdagen (14.00 – 16.30 uur)
Begeleiding
: Gertruud Padberg en Vic Bos

 

Als je wilt weten wie ik ben, vraag me dan niet waar ik leef of wat ik graag eet of hoe ik mijn haar kam, maar vraag me waarvoor ik leef, in detail, en vraag me wat ik denk dat me ervan weerhoudt om voluit te leven voor datgene waarvoor ik leef.

 

Lezen in het werk van Thomas Merton (1915 – 1968) is boeiend en verrassend. Wij maken kennis met een monnik die in zijn meditatieve aanwezigheid in de vrije natuur zich bewust wordt van zijn plaats als deel van die natuur. Je moet alleen zijn onder de hemel voordat de dingen hun eigen plaats innemen en je te midden van dit alles je eigen plaats vindt.

 

Op die eigen plek onder de hemel, in de alomvattende kosmos, buigt Merton zich naar binnen, leeg èn vervuld, eenzaam èn verbonden met wereld en mensheid. Een monnik bij wie contemplatie en betrokkenheid zijn als in- en uitademen. Een monnik die is als een boom die zuurstof neemt èn geeft en zo de lucht kan zuiveren.

 

In Vermoedens van een schuldige toeschouwer ontmoeten we een mens die ons veel facetten van zijn persoon laat zien: een denker, een schrijver, een dichter, een natuurbeschouwer, een zoeker.

Merton uit zich o.a. als een kritisch contemplatief die openstaat voor God en wereld, als een warm voorstander en pionier van de interreligieuze dialoog en als een hartstochtelijk advocaat van gerechtigheid en vrede. Enkele citaten kunnen dit illustreren.

 

Af en toe herinner ik me met verbazing dat ik me tegelijkertijd leeg en vervuld voel en tevreden omdat ik leeg ben. Mij ontbreekt niets. De Heer leidt mij.

 

Meer ter zake: het gebed dat zich naar God toe worstelt in duisternis, in beproeving droombeelden neerhalend.

 

De kerk stond stijf van plechtige, feodale en ondraaglijke ficties. Die hang naar luister, naar versiering en vertoon komt mij voor als ‘werelds’, zelfs al wordt dit alles verondersteld ‘ter ere Gods’ te zijn. De lente daarbuiten leek mij veel heiliger. Die paasmiddag ging ik naar het meer en zat daar zwijgend te kijken naar de groene knoppen; de wind scheerde over het volkomen stille wateroppervlak, een muskusrat peddelde langzaam naar de overkant.

 

Vredig en betekenisvol. Zachte lentelucht. Je kon er ademen. De alleluja’s kwamen vanzelf terug.

 

Als ik mijn katholiek-zijn bevestig enkel en alleen door alles wat islamitisch, joods, protestant, hindoeïstisch, boeddhistisch is te verloochenen, zal ik tenslotte ontdekken dat er niet veel overblijft om mij als katholiek te affirmeren, en zeer zeker niet de adem van de Geest waarmee ik dit zou kunnen affirmeren.

 

Door aan elkaar uit te wisselen wat ons bij het lezen van Thomas Merton het meest raakt – in welke zin dan ook – willen we op het spoor komen wat ons beweegt en wat voor ons zin aan leven kan geven.

 

We gebruiken teksten uit het boek Oplettende toeschouwer, Desclée De Brouwer, Brugge-Utrecht 1969.

De Koran als heilig boek

Een open verkenning

Dagen: Vijf maandagen (13.30 – 16.00 uur
Begeleiding: Janneke Krijger en Frits Tillmans

De Koran of Qur’an is het heilige en gezaghebbende boek van de islam.

 

Voor moslims is het het woord van God, dat tussen 610 en 632 rechtstreeks aan de profeet en stichter van de islam, Mohammed (omstreeks 570-632), werd geopenbaard. Het woord qur’an stamt af van het Arabische iqra, wat reciteer betekent. Voor moslims is de Koran alleen in het Arabisch gezaghebbend, omdat het de taal is waarin het volgens de traditie werd geopenbaard.

 

Mohammed leverde deze mondeling aan zijn leerlingen over. Later werd de inhoud op schrift gesteld.

 

Het lezen van de Koran is op ons Centrum niet vanzelfsprekend. We wilden al lang de tekst zelf lezen, niet in het minst gestimuleerd door de vele verschillende ideeën en zelfs angsten rondom ons heen.

 

We zijn geen islamologen en geen kenners van de Arabische taal. Wel hebben we weet van de invloed van de islam op de westerse, met name de karmelitaanse mystiek. Wat we beogen is: onze leeservaringen delen om iets te leren van de islam en van onszelf.

 

Uitgangspunt bij de lezing is de orthodoxie in de islam die de Koran ziet als de openbaring van God zelf. De islam kent geen onderscheid tussen inspiratie en openbaring zoals het jodendom en het christendom. Dit heeft natuurlijk gevolgen voor de omgang met de westerse moderniteit en secularisatie.

 

De islam kent vele stromingen en onderling wordt er veel gedebatteerd, maar de Koran geldt voor alle verdere uitwerking van de islamitische levenswijzen: de hadieth (overlevering), de salath (gebed), de zakath (gemeenschappelijke bijdrage), de ramadan (vasten), de haddj (bedevaart), de shariah (wetgeving) en de djihad (inspanning, streven).

 

Van belang is de omgang met de profeten, zoals Abraham, Noë en Jezus, en de volkeren van de Boeken. De invloed van de Koran op de mystieke traditie in de islam is diep en de nadruk op de liefde tot God is groot.

 

De Koran: meer dan een verkenning waard.

‘Vanden Blinckenden Steen’

De milde mystiek van Jan van Ruusbroec

Dagen: Vijf woensdagen (13.30 – 16.00 uur)
Begeleiding: Frits Tillmans

 

Siet dit es die blinckenden steen die den scouwenden menschen ghegheven werdt, en in desen stene eenen nuwen name ghescreven, die niemen en weet dan dien ontfeet.

 

‘en ik zal hem geven een blinkend steentje, en in dit steentje een nieuwe naam gegrift, die niemand kent dan die hem ontvangt.

 

(II,1; vgl. Openb. 2,17)

 

Jan van Ruusbroec houdt van beelden en gelijkenissen. Het kleine traktaat Vanden Blinckenden Steen is ontstaan na een lang gesprek met een ons onbekende kluizenaar. Na het gesprek vroeg deze kluizenaar om een schriftelijke verheldering. De inwilliging van dit verzoek heeft ons een boekje opgeleverd dat de hoge leer van Die gheestelijke brulocht in opvallend eenvoudige taal nog eens herneemt met psychologische gevoeligheid voor de mens. Ruusbroec toont hierin grote eerbied voor ieders persoonlijke roeping en een waardering voor elke levensstaat als kans om in het geloof te groeien. In alles wat hij schrijft wil hij mensen bewust maken van de voortdurende verbinding met God in hun diepste innerlijk. Hij wil mensen helpen een ervaring hiervan op te doen of, als die ervaringen er zijn, ze te duiden en er op de juiste manier mee om te gaan.

 

Jan van Ruusbroec, uit het Brusselse afkomstig, leefde van 1293 tot 1381. Na kapelaan geweest te zijn in de Sint-Goedelekerk te Brussel stichtte hij samen met twee priesters de proosdij van Groenendaal in het Zoniënwoud. Hij zelf werd er prior en stond bekend om zijn goedheid en opmerkelijke spirituele wijsheid. Terwijl hij als priester werkzaam was in de stedelijke samenleving, beleefde hij topmomenten van mystieke ervaring. Hierover schreef hij vooral op aanvraag van anderen. Hij putte daarbij uit eigen ervaringen en uit de kennis die hij had opgedaan in zijn opleiding en door zelfstudie.

 

Ruusbroec beschermde de werken van Hadewych en Meester Eckhart; hij was goed op de hoogte van de Rijnlandse en Noord-Franse mystiek (bv. Willem van Saint-Thierry) en de klassieke werken van de grote ordes. Tijdens zijn leven waren zijn werken al beroemd. Verschillende van zijn geschriften werden zeer vroeg vertaald in het Latijn en Hoogduits en, aan het eind van de eeuw, ook in het Engels. De leerlingen en navolgers van Ruusbroec zijn vooral te vinden in de Lage Landen (Moderne Devotie) en in het Rijnland.

 

Uit huidige studies weten we dat ook Johannes van het Kruis en Theresia van Avila door hem zijn beïnvloed. Ruusbroec blijft van grote invloed o.a. door zijn integratie van het lichamelijk-zintuigelijk leven in de mystiek, zijn ideaal van het ‘gemene’ leven, zijn beeldgebruik en zijn nuchtere en kritische kijk op het leven van de mens.

 

We lezen teksten uit Vanden Blinckenden Steen. Oorspronkelijke tekst met vertaling in modern Nederlands, door L. Moreels, Lannoo, Tielt/Bussum 1981, 111 blz.

 

Door lezing en onderling gesprek proberen we de tekst in eigen ervaring en eigen situatie te verstaan.

Roadmovies

Leven is langs de weg blijven bewegen

Dagen: Drie dinsdagen ( 11.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Marjeet Verbeek en Wilbert Sentenie

 

De weg gaat verder eindeloos
Vanaf de deur waar hij begon
Ik moet hem volgen rusteloos
Tot ver achter de horizon.

 

(Gandalf in Lord of the Rings)

 

Filmkunst is de kunst van de be-weg-ing. Het Griekse woord voor beweging is kinèma, waarvan het woord cinema is afgeleid. Al vanaf het begin ontwikkelde de filmkunst zich in belangrijke mate als kunst van de weg; regisseurs ontdekten en exploreerden de weg als een van de belangrijkste cinematografische ruimtes. Zo ontstond de roadmovie, het filmgenre dat toont hoe mens en beschaving voortdurend in ontwikkeling zijn.

 

Charlie Chaplin heeft met het typetje van de Zwerver de toon gezet voor vele volgende films: nergens een vast thuis, is de weg zelf zijn huis. In zijn creatieve handen krijgt het democratische karakter van die bewegingsvrijheid een diepe en sociale betekenis: het recht om – zoals de zwerver – overal in de wereld thuis te zijn! Het is dus geen toeval dat Chaplin de Zwerver in situaties laat bewegen waar de verstarring en het sociale onrecht mensen geknecht houdt.

 

Vele regisseurs uit allerlei delen van de wereld zijn Chaplin gevolgd in het creëren van roadmovies, die een gevoel van vrijheid en levensenergie oproepen dwars tegen maatschappelijke onderdrukking en dogmatische verstarring in. En die bovendien letterlijk en figuurlijk over grenzen gaan. De weg is immers geen eigendom van één bepaald volk. Overal bewegen mensen zich in en door het landschap. De weg kent geen grenzen. Het is zelfs zo dat de weg de door volkeren en staten aangebrachte grenzen relativeert.

 

De weg die de filmkunst gaat is niet anders. Inmiddels behoort ze de hele wereld en alle culturen toe. Dat leert ons het werk van jongere cineasten overal ter wereld, die hun oeuvre op, langs en met de weg bouwen.

 

We bekijken drie schitterende en belangwekkende hedendaagse roadmovies die zich afspelen in verschillende delen van de wereld:

 

  • Samsara (Pan Nalin) in Noord-India
  • The Goddess of 1967 (Clara Law) in Japan en vooral Australië
  • Central do Brasil (Walter Salles) in Brazilië

Drie films die vertellen over hoe jongere en oudere mensen fysiek en geestelijk onderweg zijn. De weg naar buiten is in al die films tevens de weg naar binnen. En zo wordt de weg hun levensweg. Of, zoals in Tao zo mooi wordt gezegd: leven is langs de weg blijven bewegen.

Vonken uit de hemel

Julie Feldbrugge in gesprek met Teresa van Avila

Dagen: Vijf woensdagen (14.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Tony Lindijer en Riet Spierings

 

Vonken uit de hemel van Julie Feldbrugge is een opvallend boek. Het is niet de zoveelste levensbeschrijving of studie over Teresa, maar een ‘verslag’ van een gesprek tussen twee vrouwen. De een is Teresa (1515 – 1582), een rasechte vertelster, de ander Julie (1931), een weetgrage interviewster die Teresa van repliek dient met haar invallen, associaties en commentaar.

 

Julie laat zich voortdurend verrassen door het opmerkelijk relativeringsvermogen van Teresa, haar nuchtere kijk op de dingen, haar diepe wijsheid en liefde voor God en mensen.

Het is spannend deze vrouwen met elkaar te horen praten, terwijl ze een brug slaan over ruim vier eeuwen heen.

 

Julie Feldbrugge vraagt bijvoorbeeld naar de gebedservaringen van de mystica.

 

Teresa vindt het moeilijk uit te leggen wat ze meemaakt. Met het beeld van een onvruchtbaar stuk land waarop niet zomaar een bloeiende tuin wordt aangelegd waar de Heer plezier in heeft, geeft Teresa aan hoe het haar vergaat en welke moeite het kost te leren bidden. Als het onkruid gewied is en de planten in de grond gezet, moet er voor water gezorgd worden anders gaat de tuin eraan.

Water opdiepen uit een bron betekent dat je hard moet werken terwijl de opbrengst relatief gering is. Als beginneling ben je met enkele druppels water al blij; als het bidden éven lukte, had je al het gevoel dat God je beloonde. Kun je volhouden zonder van die korte momenten van troost afhankelijk te zijn, dan ben je goed op weg. Toch heb je dagen waarop zelfs één uur bidden niet lukt, en dan heeft het geen zin om het vier uur te proberen. Soms voel je je niet lekker, of wat dan ook. Ga dan iets anders doen: lezen, of iemand ergens blij mee maken. Breng je dat niet op, dan kun je beter ontspanning nemen en een frisse neus halen. Want de bron kan wel eens even droog staan en dan haal je er met al je inspanning geen water uit. Nooit je ziel meezeulen, altijd opletten dat je regelmatig ‘zondag’ houdt.

 

Julie gaat erop in vanuit haar eigen beleving. Wat Teresa beweert over het beginnersstadium van bidden lijkt sterk op het leren spelen van een muziekinstrument … Al studeer je dagelijks, toch levert het jarenlang niet veel meer op dan onwelluidend gepiep en gekras … Forceren helpt niet, er zijn dagen waarop het gewoon niet gaat… Teresa’s advies kan wellicht ook helpen tegen een burn-out. Je ziel met je meezeulen, zoals zij dat noemt is het tegenovergestelde van ‘werken vanuit bezieling’, ofwel door je ziel worden meegevoerd. Zonder bezieling staat de bron droog. Jezelf toestaan even zondag te houden is dan verstandiger dan ‘dapper doorzetten’.

 

Het is een plezier Vonken uit de hemel te lezen en jezelf in het gesprek te mengen. Door met elkaar uit te wisselen wat ons bij het lezen het meest raakt, willen we op het spoor komen van onze eigen bron en hoe we daaruit kunnen putten.

Leven in verwondering

Judith Herzberg

Dagen: Vijf maandagen (14.00 – 16.30 uur)
Begeleiding: Riet Spierings en Elly van der Vin

 

Judith Herzberg verstaat de kunst om met verwondering in het leven te staan. Het zijn de gewone, kleine dingen van het leven, die haar treffen en die zij tot ons spreken laat in haar poëzie. Zij doet dit op speelse en licht ironische wijze.

 

Haar eenvoudig verstaanbare taal krijgt vaak een anekdotisch karakter. Dit schept schijnbaar een zekere afstandelijkheid, maar in werkelijkheid geeft het een extra effect aan haar bewogenheid. Ik wil laten zien, wat ik zelf zie, zegt ze over haar werkwijze.

 

Haar aandacht richt zich op de realiteit van alledag: het leven, de mensen, de dieren en de dingen om haar heen. Daarbij krijgen zowel de lichte als de donkere kanten van het leven stem. Dit alles maakt haar poëzie tot een bron van inspiratie. We lezen een keuze uit haar gedichten, verzameld in de bundel Doen en laten, Rainbowpocket 172.

 

Met Judith Herzberg als gids gaan we in gesprek over wat ons raakt, over wat bij ons tot verwondering leidt: verwondering over het leven in zijn vele facetten; verwondering over mensen en dingen om ons heen, maar misschien nog meer verwondering over onszelf en verbazing over onze manier van leven.

 

Het kan heel verrijkend zijn dit met anderen te delen. We gebruiken haar gedichten als uitgangspunt voor het gesprek en zetten van daaruit de stap naar onze eigen beleving. Dit kan ons verder leiden naar een leven in verwondering.